Ondanks eerder buitenlands kenteken zijn auto’s nieuw

4-5-17 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Hof Amsterdam oordeelt in hoger beroep dat beide auto’s na de vervaardiging niet of nauwelijks in gebruik zijn geweest, zodat ze nieuw zijn. Het historische/tussenliggende BPM-tarief is niet van toepassing op nieuwe auto’s die al in een andere EU-lidstaat geregistreerd zijn geweest.

Klik hier voor meer informatie

X bv dient in 2014 BPM-aangiften in met betrekking tot een Renault Mégane Estate 1.5 dCi Bose en een Volvo V40 1.6 D2 Momentum. Met beide auto’s is op dat moment niet meer dan 10 km gereden en zij vertonen geen gebruikssporen. Volgens Rechtbank Noord-Holland zijn beide auto’s nieuw, maar moet de verschuldigde bpm voor de Volvo op grond van de overgangsregeling (art. 16a lid 1 Wet BPM 1992) wel worden verminderd. Het standpunt van de inspecteur dat enkel omdat het (Nederlandse) kentekenbewijs pas is afgegeven in 2014, een beroep op de overgangsregeling niet slaagt, is discriminatie naar nationaliteit. X bv gaat in hoger beroep. De inspecteur tekent te laat incidenteel hoger beroep en trekt het daarom later in. Hof Amsterdam oordeelt dat beide auto’s na de vervaardiging niet of nauwelijks in gebruik zijn geweest, zodat ze nieuw zijn (zie HR 29 januari 2016, nr. 14/01502, V-N 2017/7.21). Uit dit arrest volgt ook dat het historische/tussenliggende tarief niet van toepassing is op nieuwe auto’s die al in een andere EU-lidstaat geregistreerd zijn geweest. X bv beroept zich vergeefs op HvJ EU 14 april 2015, nr. C-76/14 (Mihai Manea), V-N 2015/20.18. De door haar in de pleitnota aangehaalde tekst is namelijk afkomstig uit de conclusie van de A-G en komt niet uit het arrest. Het beroep van X bv is ongegrond.

Achtergrond: verborgen schadeverleden deel 1 (verborgen WOK?)

22-10-16 bron: autoweek.nl

autoweekSchadeverleden kan de restwaarde van je auto flink drukken. Een belangrijk iets om van op de hoogte te zijn dus. De informatie is er, maar helaas zijn er spelers in de autobranche die deze liever verborgen houden. De consument is de dupe. In dit eerste deel kijken we mee over de schouder van een gedupeerde dame.

Klik hier voor meer informatie

Helemaal blij was ze met haar nieuwe auto. Caroline was als een blok gevallen voor de sportieve lijnen van de Kia ProCee’d en na een paar weken online speurwerk vond ze er een in de kleur en uitvoering die ze graag wilde hebben. Een handelaar in het zuiden van het land had hem staan. Lage kilometerstand, nog geen twee jaar oud. Caroline reed er heen met een vriend die verstand van auto’s heeft en ze troffen een puntgave, als nieuw rijdende auto aan; verkocht. Een jaar lang was ze tevreden met haar Kia, maar vorige maand is ze moeder geworden en loopt Caroline aan tegen het grote bezwaar van een driedeurs auto: het ongemak van de baby door het voorportier achterin hijsen is onoverkomelijk voor haar en ze besluit de Kia in te ruilen voor een vijfdeurs Renault Mégane. Die heeft ze gauw gevonden, maar wanneer ze terugkeert van de proefrit heeft de dealer een onaangename verrassing voor haar. Haar Kia heeft een schadeverleden, waardoor de dealer er nog maar achtduizend euro voor wil geven. Caroline staat perplex; dat is de helft van wat ze er een jaar eerder voor heeft betaald. De verkoper zegt dat het hem spijt, maar dat hij een auto met dit verleden niet in zijn showroom kan zetten. Zonder de schade had hij er elfduizend euro voor teruggegeven. Caroline neemt daar geen genoegen mee en gaat op zoek naar een andere Mégane, maar ook daar loopt ze tegen het verborgen schadeverleden en de bijbehorende monsterafschrijving aan. Driemaal is scheepsrecht, ook dealer nummer drie bedankt voor haar Kia. Teleurgesteld en boos wendt ze zich tot de vriend met ‘verstand van auto’s’: had hij dit niet kunnen weten? Het antwoord is nee. Het kenteken van een auto inkloppen op websites als rdw.nl (niet te verwarren met rdwcheck.nl; dat is een particulier die hoogstens de indruk wekt RDW-gelieerd te zijn, laat RDW ons desgevraagd weten) of autoweek.nl staat garant voor een berg aan informatie, maar of een auto ooit schade heeft gehad, zit daar niet bij. Dat verbaast Caroline, want bij alle drie de dealers kwam dat gegeven wél meteen op het scherm. Ze belt een van de dealers met de vraag hoe hij dat schadeverleden kan zien. Het antwoord is WOK. WOK staat voor ‘wacht op keuring’ en dat is een status bij de RDW-registratie voor voertuigen die opnieuw gekeurd moeten worden. Dat kan ook een andere reden hebben, benadrukt woordvoerder Hans van Geenhuizen van RDW: “;WOK wordt in de volksmond gebruikt voor schadegeval, maar kan ook staan voor politie-invordering bij andere technische gebreken.” Zodra de auto is goedgekeurd, verdwijnt de WOK-status. Tenminste, op het netvlies van de consument. Voor professionele handelaren heeft de auto een onuitwisbaar stigma opgedrukt gekregen, zo heeft Caroline aan den lijve ondervonden. Ten einde raad belt ze de handelaar die haar de auto vorig jaar heeft verkocht. Hij beweert niet op de hoogte te zijn van het schadeverleden van de Kia, maar uit de gegevens die de Renault-dealer ons ter beschikking heeft gesteld, blijkt dat hij de auto nota bene met schade heeft geïmporteerd. Verder heeft hij ook een schadeherstelbedrijf, dus zijn ontkenning is op zijn zachtst gezegd dubieus en wanneer AutoWeek hem zelf bezoekt, volhardt hij daar dan ook niet meer in. De auto is professioneel hersteld en daardoor niets minder dan een zelfde auto zonder schade, is zijn stelling. Lees verder in deel 2: wat hebben de branche-organisaties hierop te zeggen. Dit verhaal verscheen eerder in AutoWeek 19/2016

Laatste waarschuwing voor fiscus voor niet- indienen (BPM)verweerschrift

22-3-17 bron: futd.nl

Gewone bewijslast ondanks informatiebeschikking(verzoek)

17-3-17 bron: taxence.nl (uitspraak H.R)

HR_logo_400x400Ook al is een informatiebeschikking onherroepelijk geworden, dan nog kan men in een procedure tegen een belastingaanslag de omkering van de bewijslast bestrijden. Philip Ruys en Dick Barmentlo bespraken in de Tax Talks uitzending van 14 maart 2017 enkele gevolgen van de informatiebeschikking.

Klik hier voor meer informatie

Ten eerste wijst Barmentlo erop dat de inspecteur niet verplicht is een informatiebeschikking op te leggen – hij mag zich ook neerleggen bij de weigering van de belanghebbende om bepaalde informatie te geven. Het opleggen van een informatiebeschikking zal bijvoorbeeld achterwege blijven als de belanghebbende aannemelijk maakt niet te beschikken over de gevraagde gegevens. Daarnaast benadrukt Barmentlo dat de informatiebeschikking een tamelijk zwaar middel is. De inspecteur moet eerst bepaalde afwegingen maken voordat hij dit middel benut. Deze afwegingen worden in een verslag vermeld. Men kan dit verslag inzien tijdens de dossierinzage in de bezwaarfase. Daarnaast is het arrest van de Hoge Raad op 10 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:130, van belang. De Hoge Raad oordeelde dat ook in het geval van een onherroepelijke informatiebeschikking de rechter kan beoordelen of verzwaring van de bewijslast wel proportioneel is. Verder moet de belanghebbende de gelegenheid krijgen om alsnog te voldoen aan de onherroepelijke informatiebeschikking. Stelt de fiscus in een beroepsprocedure tegen een aanslag dat als gevolg van het niet voldoen aan een onherroepelijke informatiebeschikking de bewijslast wordt omgekeerd? Dan doet men er volgens Barmentlo goed aan onder meer die omkering van de bewijslast aan te vechten. Wet: artikelen 25, derde lid, 27e, eerste lid en 52a, eerste lid AWR

Ondanks her-invoer kort na export geen BPM-naheffing (Hagelschadecontructie)

20-2-17 bron: taxlive.nl[Bron Uitspraak]

hagelschade

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat bij her-invoer binnen zes maanden na de export het oogmerk aanwezig wordt geacht dat de auto opnieuw wordt geregistreerd in Nederland. De heer X maakt echter aannemelijk dat dit oogmerk bij hem ontbrak.

Klik hier voor meer informatie

De heer X koopt in Duitsland een gebruikte Ford C-Max. Volgens het taxatierapport bij de BPM-aangifte is de afschrijving 87,3% en is de verschuldigde BPM € 1.075. De inspecteur past de forfaitaire afschrijvingstabel toe en legt een naheffingsaanslag op van € 2.915 (op basis van art. 10a BPM 1992 inzake het bestrijden van hagelschadeconstructies). De auto was namelijk kort daarvoor naar Duitsland geëxporteerd, waarbij een teruggaaf € 3.461 was verleend. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat bij her-invoer binnen zes maanden na de export het oogmerk aanwezig wordt geacht dat de auto opnieuw wordt geregistreerd in Nederland. X maakt echter aannemelijk dat dit oogmerk bij hem ontbrak. X stelt met succes dat hij pas door de naheffing op de hoogte raakte van het feit dat de auto eerder in Nederland geregistreerd was geweest. De inspecteur stelt ook vergeefs dat X aannemelijk moet maken dat het oogmerk bij een (hem onbekende) derde ontbrak. Een dergelijke bewijslast is onredelijk. X heeft zijn onderzoeksplicht naar de herkomst van de auto ook niet verzaakt, ondanks dat op internet het land van eerste toelating was te vinden. Het beroep van X is gegrond.

Lagere inkoopwaarde van marge-auto voor BPM-aangifte is toegestaan

27-1-17 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

HR_logo_400x400De Hoge Raad oordeelt dat de inkoopwaarde van een btw-auto niet is gebaseerd op de prijs die door een wederverkoper wordt gehanteerd bij aankoop van een personenauto van een particulier. X kiest dus terecht voor het laagste restbedrag aan BPM.

Klik hier voor meer informatie

X doet in 2013 BPM-aangifte ter zake van de registratie van een gebruikte BMW type 740D Executive uit Duitsland, die aldaar is gekocht voor € 44.235, vermeerderd met € 8.404 Duitse btw. De auto is bestemd voor eigen (particulier) gebruik van X. In de aangifte hanteert X een koerslijstwaarde van XRAY, zijnde de (lagere) inkoopwaarde van een marge-auto. De inspecteur stelt dat de handelsinkoopwaarde van een btw-auto heeft te gelden en legt daarom een naheffingsaanslag op. Rechtbank Den Haag en Hof Den Haag stellen X in het gelijk. De Staatssecretaris van Financiën gaat in cassatie. De Hoge Raad oordeelt dat de inkoopwaarde van een btw-auto niet is gebaseerd op de prijs die door een wederverkoper wordt gehanteerd bij aankoop van een personenauto van een particulier (zie laatstelijk HR 19 september 2014, nr. 13/02558, V-N 2014/47.21, r.o. 3.6.2). X kiest dus terecht voor het laagste restbedrag aan BPM dat geacht kan worden nog vervat te zijn in de waarde van gelijksoortige reeds in het binnenland geregistreerde gebruikte personenauto’s (zie HvJ EU 19 december 2013, nr. C-437/12, V-N 2014/2.18). Het maakt niet uit dat de onderhavige algemeen toegepaste koerslijst wel melding maakt van de inkoopwaarde van btw-auto’s. Het standpunt van de Staatssecretaris dat de inkoopwaarden van btw-auto’s en marge-auto’s gemiddeld moeten worden, is ook onjuist. Het beroep van de Staatssecretaris is ongegrond.

Tweedehands auto kopen? Hier moet je op letten

23-1-17 bron: rtlz.nl

Tweedehands auto kopen? Hier moet je op lettenSommige auto’s dalen veel sneller in waarde dan de andere. Als je een auto koopt loont het om daarmee rekening te houden. Maar wat bepaalt nu eigenlijk hoe waardevast je auto is en valt er nog te onderhandelen over de prijs?

Klik hier voor meer informatie

Een tweedehands Seat Exeo is na vier jaar nog maar een derde waard van wat hij nieuw kostte. Maar bij een Mazda CX-5 is het juist andersom: die heeft na vier jaar pas een derde aan waarde verloren en is nog tweederde waard van wat hij ooit kostte. Deze twee modellen zijn volgens de ANWB de minst en de meest waardevaste occasions. Airco Als je een tweedehands auto koopt, of je auto inruilt, dan maakt het dus nogal wat uit wat voor merk en uitvoering je neemt. Tip: een auto vanaf 2012 is bijna onverkoopbaar zonder airco. In de eerste jaren kan het wel duizend euro schelen in prijs als er geen airco in je wagen zit. Dat biedt natuurlijk wel weer kansen als het je niet zoveel uitmaakt of je airco in je auto hebt en je een auto van een paar jaar oud wilt kopen om hem daarna op te rijden. Mercedes-Benz 300 SL Gullwing vs VW Golf Sommige auto’s worden in de loop van de tijd juist meer waard, maar daarvoor moet je bijvoorbeeld een Ferrari 330 GTC Speciale uit 1967 hebben, of een Mercedes-Benz 300 SL Gullwing uit 1955. Helaas overstijgt de prijs daarvan het budget van de meeste Nederlanders. Voor hen zijn slechts auto’s weggelegd die naarmate de jaren verstrijken mínder waard worden. Leeftijd, aantal kilometers, onderhoud De restwaarde van een gebruikte auto hangt af van een aantal factoren. De belangrijkste zijn de leeftijd, de kilometerstand, de staat van de auto en de uitvoering. Je kunt niet standaard zeggen dat een auto per jaar of per aantal gereden kilometers een bepaald percentage minder waard wordt. Het verschilt per model. Zo koop je een Volkswagen Golf 1,4 TSI 90 kw Comfort-editie met vijf deuren uit januari 2015 (prijs toen 25.290 euro) volgens de ANWB-koerslijst nu nog voor 19.200 euro. Daarbij is uitgegaan van 30.000 kilometer op de teller. Maar als je veel meer hebt gereden, zeg 75.000 kilometer, dan is de waarde nog maar 14.500 euro. Vijf deuren of drie deuren Als je geen vijfdeurs, maar een driedeurs auto hebt, dan scheelt dat 500 euro respectievelijk 900 euro voor dit Golfje. In de ANWB-koerslijst kunt je precies zien hoeveel het scheelt als een auto meer kilometers heeft afgelegd, een jaartje ouder is, of bepaalde accessoires heeft. Zo zou deze VW Golf als hij metallic lak heeft nu 19.650 kosten, oftewel 450 euro meer. Schuifdak levert zijn geld niet op Maar als je alarm hebt in je Golf (kosten als accessoire bij koop 286 euro) zie je dat niet terug in de tweedehandswaarde. Een elektrisch schuifdak (wat 1064 euro kostte bij de aanschaf) levert je na twee jaar en 30.000 kilometer op de teller maar 250 euro extra op. Niet zo’n goede investering dus. Uit de cijfers blijkt dat je beter een vijfdeurs dan een driedeurs kunt kopen, zegt Menno Neeteson, Expert Automotive bij de ANWB desgevraagd. Maar ja, sommige kopers hebben liever drie deuren, omdat de deuren wat groter zijn en dat is makkelijker bij het in- en uitstappen. Maar bij inruilen levert je auto dan wel een stuk minder op. De ANWB maakt de koerslijst samen met de Bovag. De lijst wordt zes keer per jaar aangepast. In de ANWB koerslijstcommissie zitten onder meer grote dealers en handelaren en leasemaatschappijen. Ze geven per jaar zo’n drie miljoen prijzen af. Deukje, krasje Een auto moet er uiteraard goed uitzien, maar als de auto een stuk ouder is, zeg 12 of 15 jaar, dan tellen kleine krasjes of deukjes niet zo. Voor jongere auto’s geldt wel dat als er wat moet worden uitgedeukt, de prijs voor het herstel van de prijs afgaat. Als er wel eens een krasje of deukje is geweest heeft dat geen invloed wanneer dat dusdanig is hersteld dat het niet meer te zien is. Anders is dat bij exclusieve auto’s, zoals een Porsche. Daar willen nieuwe eigenaren graag dat de wagen perfect is. Wat voor auto je ook koopt, er is sowieso een probleem als er forse schade is geweest. Daarbij moet je denken aan problemen met de ophanging of als de hele kooiconstructie onder druk is komen te staan of is vervormd. Onderhoud bij garage op de hoek Kopers letten ook op onderhoud, maar als je in de categorie Golfje zoekt, dan hoeft dat niet per se een merkgarage te zijn. Als het maar wel een Bovaggarage is, geeft Neeteson aan. Er zijn zoveel VW Golfs dat ook dorpsgarages daar wel raad mee weten. ”Maar dat is anders voor exclusieve auto’s. Als je een Porsche koopt, dan wil je wel dat die is onderhouden bij de Porschedealer”. ‘Steeds minder onderhandelen’ Vaste prijzen kennen ze nog niet in de autowereld, er valt altijd wat te onderhandelen. Zo hangt het er vanaf wat voor occasion je koopt en wat voor auto je komt inruilen. Het beste af ben je als je nog geen auto hebt, dan valt er meer te onderhandelen. Dat hoeft niet altijd een lagere prijs te zijn, het kan bijvoorbeeld ook wat extra garantie zijn, een nieuwe radio of een onderhoudsbeurt. Ook scheelt het als je een hele courante auto komt inruilen, die het autobedrijf snel weer kan doorverkopen. En als je een auto wilt kopen die de garage al een tijdje heeft staan en waar ze vanaf willen, dan valt er ook beter over de prijs te praten. Ook kan de prijs van oudere modellen dalen als er een nieuw model uitkomt. Maar langzamerhand gaan we naar een situatie waar er geen onderhandelingsruimte meer is, zegt Neeteson. In landen om ons heen is die er volgens hem ook bijna niet. Er wordt dan puur naar de leeftijd, kilometerstand en dergelijke gekeken van de auto die je wilt kopen en van de auto die je eventueel wilt inruilen. Beleid van merken De prijs van een occasion hangt ook af van het beleid van het automerk in kwestie. Zo heeft Ford altijd vrij veel gestunt met tweedehands auto’s, vertelt Neeteson. Ze verkopen dan aan echt grote verhuurbedrijven veel huurauto’s, tegen een voor hen mooie prijs. Maar als die na een tijdje weer terugkomen, dan worden ze op de markt gebracht en dat drukt de prijs van tweedehands Fordjes. Nu zou Ford dat minder willen doen. Diesels: milieubeleid drukt prijzen Als je een diesel wil aanschaffen, is dit misschien wel een goed moment (qua prijs dan). De prijzen van tweedehands diesels staan nu namelijk behoorlijk onder druk, aldus Neeteson. Dat komt niet zozeer door het sjoemelschandaal bij Volkswagen, maar vooral door het beleid van gemeenten, die diesels willen gaan weren. Sommige Duitse steden willen ook geen dieselauto’s uit 2014 en 2015 meer in hun binnensteden hebben, omdat die op papier wel schoon zijn, maar in de praktijk veel minder, zegt Neeteson. Dus als je een diesel koopt, tegen een voordelige prijs, dan moet je er meer rekening houden dat je met belemmeringen te maken krijgt, denkt hij. Meeneemprijs vs all-inprijs Oh ja, als je een tweedehandsje zoekt, let dan op wat er bij prijzen staat. Op internet staat vaak de meeneemprijs, aldus Neeteson. Afleveringskosten berekenen mag sinds kort niet meer, maar er staat soms nog wel dat je moet bijbetalen voor garantie. Let ook op of de auto apk-gekeurd is, of net een beurt heeft gehad, of dat dit nog moet gebeuren. Ook maakt het nogal wat uit of de tank vol zit, of dat er maar een paar liter in zit, waarschuwt hij. Als je op pad gaat om een occasion te kopen, dan heeft de ANWB een mooie checklist voor je. Ook de Bovag heeft een occasion keuzehulp. Vraag in ieder geval naar het onderhoudsboekje en check de tellerstand. Auto’s zijn tegenwoordig aanzienlijk beter dan pakweg 30 jaar geleden. Een auto van 15 jaar of met twee ton op de teller is helemaal geen bezienswaardigheid meer. Waarom zou je nog een nieuwe auto kopen? ”Een nieuwe auto biedt status en ze zijn veiliger en comfortabeler, omdat de nieuwste techniek er is verwerkt”, antwoordt Neeteson. ”Maar prijstechnisch is het nooit handig”.

BPM-naheffing en boete is geen discriminatie van woonwagenbewoner

2-1-17 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

circus-pipoDe heer X is woonwagenbewoner. In januari 2012 is X door de politie voor controle aangehouden in een auto met Duits kenteken. Ook later is hij in de auto gesignaleerd. Zodoende staat vast dat X met de auto duurzaam in Nederland heeft gereden.

Klik hier voor meer informatie

De heer X is woonwagenbewoner. In januari 2012 is X door de politie voor controle aangehouden in een auto met Duits kenteken. Ook later is hij in de auto gesignaleerd. X stuurt het BPM-vragenformulier niet terug. Uiteindelijk legt de inspecteur een informatiebeschikking aan hem op. Deze beschikking staat inmiddels onherroepelijk vast. In geschil is de BPM-naheffingsaanslag van € 7.677 en de 50% vergrijpboete. Hierbij is rekening gehouden met het feit dat een derde inmiddels € 4.682 BPM voor de ingevoerde auto heeft afgedragen. Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelt de inspecteur in het gelijk. X gaat in hoger beroep. Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur bevoegd was om vragen te stellen over het gebruik van de auto en dat de bewijslast terecht is omgekeerd en verzwaard na het onherroepelijk worden van de informatiebeschikking. Met een in kopie overgelegde factuur geeft X geen enkel inzicht in het gestelde beperkte gebruik van de auto in Nederland. Zodoende staat vast dat X met de auto duurzaam in Nederland heeft gereden. X stelt ook vergeefs dat hij als woonwagenbewoner wordt gediscrimineerd. De inspecteur is namelijk binnen zijn evenredige controlemogelijkheden gebleven (zie HvJ EU 19 december 2012, nr. C-577/10, ECLI:NL:XX:2012:BY7796). De boete is ook passend en geboden. Het beroep van X is ongegrond.

Auto’s met buitenlands kenteken zijn voor BPM-heffing gebruikte auto’s

17-nov-2016 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

gerechtshofHof ‘s-Hertogenbosch oordeelt in hoger beroep dat de auto’s door de eerdere registratie in het buitenland reeds als gebruikt hebben te gelden.

Klik hier voor meer informatie

X bv doet in 2012 en 2013 BPM-aangifte voor de invoer van in totaal 39 personenauto’s met een buitenlands kenteken. De verschuldigde BPM is steeds berekend op basis van de afschrijvingstabel gebruikte auto’s. De meeste auto’s hadden minder dan 10 km gereden. Eén auto had een km-stand van 84. Geen enkele auto vertoont sporen van gebruik of beschadiging. De inspecteur stelt dat het om nieuwe auto’s gaat, ondanks dat de auto’s al een buitenlands kenteken hadden en legt een BPM-naheffingsaanslag op. De aanslag ziet ook op de CO2-toeslag voor een Alfa Romeo Mito 1.3 diesel. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de auto’s nieuw zijn vanwege de zeer lage km-standen en omdat ze geen sporen van gebruik of schade vertonen (zie HR 29 mei 2009, nr. 08/00824, V-N 2009/28.18 en HR september 2012, nr. 12/00848, V-N 2012/46.26). De leeftijd van de auto’s speelt dus geen rol. Voor de Alfa Romeo is X bv ook BPM verschuldigd. Het doet er niet toe dat op de datum waarop de auto voor het eerst tot de weg is toegelaten de CO2-toeslag nog niet gold. De auto is namelijk nieuw en moet dus worden vergeleken met een nieuwe auto. X bv gaat in hoger beroep. Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat de auto’s door de eerdere registratie in het buitenland reeds als gebruikt hebben te gelden (zie HR 29 januari 2016, nr. 14/01503, V-N 2016/7.21). Volgens de wetsgeschiedenis heeft de wetgever bij de term ‘gebruikte personenauto’ een reeds geregistreerd motorrijtuig voor ogen gehad (zie Kamerstukken II 1992/93, 22 868, nr. 3, p. 45). De inspecteur stelt dus vergeefs dat de Leidraad BPM 2006 op 16 juni 2010 is ingetrokken, dat per die datum het Kaderbesluit BPM van kracht is geworden en dat hierin de definitie van het begrip ‘gebruikte auto’ niet meer is opgenomen. Met betrekking tot de Alfa Romeo is het beroep van X bv ook gegrond. De auto is op 29 mei 2012 voor de eerste maal tot de weg toegelaten en op die datum gold nog geen CO2-toeslag. Art. 110 VWEU staat niet toe dat de BPM-heffing op een ingevoerde, gebruikte auto hoger is dan de rest-BPM die nog drukt op een al op de binnenlandse markt aanwezige vergelijkbare auto.

Geen waardedruk voor parallel geïmporteerde auto

bron: taxlive.nl[Bron Uitspraak]

gerechtshofHof ‘s-Hertogenbosch oordeelt in hoger beroep dat X bv niet aannemelijk maakt dat in de koerslijst van AutotelexPro geen marge-auto’s en parallel geïmporteerde auto’s zijn verwerkt. Als X bv wil afwijken van deze – algemeen aanvaarde – koerslijst, dan moet daartoe concreet bewijs worden geleverd. 

Klik hier voor meer informatie

X bv doet in oktober 2011 BPM-aangifte ter zake van de registratie van een gebruikte personenauto. De handelswaarde van de auto is vastgesteld met behulp van AutotelexPro. Volgens de aangifte is € 1.669 aan BPM verschuldigd. Rechtbank Zeeland-West-Brabant verleent een teruggaaf van € 384 en gelast de inspecteur hierover vanaf 29 oktober 2011 rente te vergoeden. De inspecteur moet daarnaast € 500 proceskosten aan X bv betalen voor de bezwaar- en beroepsfase. X bv stelt in hoger beroep dat in de koerslijst van AutotelexPro alleen btw-auto’s zijn opgenomen en dat geen rekening wordt gehouden met parallel geïmporteerde auto’s. Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat X bv niet aannemelijk maakt dat in de koerslijst van AutotelexPro geen marge-auto’s en parallel geïmporteerde auto’s zijn verwerkt. Als X bv wil afwijken van deze – algemeen aanvaarde – koerslijst, dan moet daartoe concreet bewijs worden geleverd. Dit had bijvoorbeeld gekund door taxatie van de auto. Met betrekking tot parallel geïmporteerde auto’s is niet komen vast te staan dat deze altijd een lagere waarde hebben dan officieel geïmporteerde auto’s. Het maakt niet uit dat de inspecteur bij de rechtbank de waardedruk op 5% wilde stellen. In hoger beroep mag de inspecteur namelijk op dit aanbod terugkomen. Met betrekking tot de bezwaarkosten heeft de rechtbank ten onrechte het oude Besluit proceskosten bestuursrecht toegepast. De uitspraak op bezwaar dateerde namelijk van voor 1 januari 2015. Het nieuwe besluit gaat uit van een andere definitie van samenhangende zaken. Tot een hogere vergoeding kan dit echter niet leiden. Het beroep van X is ongegrond.

Toerekening aan aangever van kennis BPM-adviseur

bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

stan_laurel2Hof Amsterdam oordeelt in hoger beroep dat van een bedrijf als Importautos.nl bv redelijkerwijs mag worden aangenomen dat het bekend is met de bezwaartermijn die voor een BPM-aangifte geldt. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

Klik hier voor meer informatie

Belanghebbende, de heer X, doet eind 2012 BPM-aangifte voor de registratie van een gebruikte personenauto en draagt aldus de BPM af. X heeft zich laten bijstaan door een professioneel bedrijf (Importautos.nl bv). In geschil is of het in april 2013 ingediende bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Rechtbank Noord-Holland stelt de inspecteur in het gelijk. X stelt in hoger beroep dat op het aangiftebiljet en het betaalbericht geen rechtsmiddelenclausule stond en dat de termijnoverschrijding daarom verschoonbaar is. Hof Amsterdam (MK II, 23 februari 2016, 15/00157, V-N 2016/28.1.1) oordeelt dat van een bedrijf als Importautos.nl bv redelijkerwijs mag worden aangenomen dat het bekend is met de bezwaartermijn die voor een BPM-aangifte geldt. De kennis van Importautos.nl bv moet aan X worden toegerekend. Bovendien wordt in de toelichting bij het aangiftebiljet uitdrukkelijk gewezen op de mogelijkheid van bezwaar en de daarvoor geldende termijn. Het beroep van X is ook voor het overige ongegrond. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

Rechtbank Gelderland houdt rekening met 91% schadeaftrek en negeert deel standpunten inspecteur vanwege te late indiening processtukken.

bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Rechtbank Gelderland acht de handelwijze van de inspecteur om geen verweerschrift in te dienen en pas heel laat de op de zaak betrekking hebbende stukken toe te zenden in strijd met de goede procesorde, maar vindt vernietiging van de naheffingsaanslag een te zware sanctie.

Klik hier voor meer informatie

Belanghebbende, X, is het niet eens met een naheffingsaanslag BPM van € 2305 die de inspecteur heeft opgelegd in verband met de invoer door X van een zwaar beschadigde Volvo uit Duitsland. Rechtbank Gelderland acht de handelwijze van de inspecteur om geen verweerschrift in te dienen en pas heel laat de op de zaak betrekking hebbende stukken toe te zenden in strijd met de goede procesorde, maar vindt vernietiging van de naheffingsaanslag een te zware sanctie. De inspecteur heeft namelijk wel verweer gevoerd in een pleitnota die vijf dagen voor de zitting is toegezonden en de rechtbank kan dit verweer en hetgeen ter zitting is besproken niet negeren. De rechtbank besluit als sanctionering de onderbouwing van stellingen waarvan de inspecteur de bewijslast draagt, buiten beschouwing te laten. De onderbezetting bij de Belastingdienst is geen excuus voor de handelwijze van de inspecteur. Het verweer van de inspecteur op de stellingen van X wordt in beginsel wel geaccepteerd. De rechtbank oordeelt vervolgens dat de naheffing van BPM anderhalf jaar na het belastbare feit niet in strijd is met het Unierecht. Bij het bepalen van de hoogte van de naheffing houdt de rechtbank rekening met 91% schadeaftrek. X beroept zich tevergeefs op het historisch tarief van voor 1 juli 2012. Het beroep van X is deels gegrond, de naheffingsaanslag wordt verminderd met € 441 en de boete komt te vervallen.

Voor registratie (RDW/kentekenregister) herstelde schade wel van belang voor aangifte BPM

11-07-16 bron: rechtspraak.nl (uitspraak)

Er dient op grond van het Unierecht wel rekening met schade te worden gehouden, ook als de auto’s vóór registratie zijn hersteld. Volgens Rechtbank Gelderland verlaagt schade die voor de registratie is hersteld ook de BPM-grondslag. 

Klik hier voor meer informatie

BPM. Voldoening op aangifte en naheffing vergunninghouder. Er dient op grond van het Unierecht wel rekening met schade te worden gehouden, ook als de autos vóór registratie zijn hersteld. Omkering en verzwaring bewijslast. Waarde nihil is zo onaannemelijk dat de belastingplichtige daarvan niet uit mag gaan en zich bewust moet zijn geweest dat te weinig BPM werd voldaan. Redelijke schatting, gelet op eigen aankoopcijfers. Eiseres heeft niet doen blijken dat te veel is nageheven. Verlenging redelijke termijn met vijftien dagen nu buiten de Procesregeling om is bewilligd in uitstel van de zitting op verzoek gemachtigde. Beschadigingen hebben een waardedrukkend effect op de waarde van een auto en verlagen daardoor de BPM-grondslag. Volgens Rechtbank Gelderland verlaagt schade die voor de registratie is hersteld ook de BPM-grondslag.

Mislukte U-bochtconstructie met nieuwe Porsche

bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat B bv niet aannemelijk maakt dat ten tijde van de aangifte sprake was van een gebruikte auto. Aannemelijker is dat de eerste, buitenlandse, kentekenregistratie, plaatsvond nadat de koopovereenkomst met B bv reeds was gesloten

Klik hier voor meer informatie

Belanghebbende, B bv, koopt in 2012 een Porsche 911 3.8 Carrera S voor € 123.760. Op de factuur staat een km-stand van 10 vermeld. De auto is op dat moment niet geregistreerd in het Nederlandse kentekenregister. Het Duitse exportkenteken staat op naam van haar in Zwitserland wonende bestuurder. In februari 2012 doet B bv BPM-aangifte. De km-stand is op dat moment 3.092. Volgens B bv is het een gebruikte auto en is de verschuldigde BPM € 15.067. De inspecteur stelt dat het een nieuwe auto is en heft € 9.118 na. In geschil is of dat terecht is. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat B bv niet aannemelijk maakt dat ten tijde van de aangifte sprake was van een gebruikte auto. Aannemelijker is dat de eerste, buitenlandse, kentekenregistratie, plaatsvond nadat de koopovereenkomst met B bv reeds was gesloten, zijnde een U-bochtconstructie. De bestrijding van U-bochtconstructies blijkt uit de wijziging in medio 2010 van de Leidraad BPM. B bv beroept zich dus vergeefs op HR 29 januari 2016, nr. 14/01503, V-N 2016/7.21. Het beroep van B bv is ongegrond.

BPM-naheffing impliceert geen verplichting tot hertaxatie

bron: taxlive.nl

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat het de inspecteur op zich vrij staat zijn standpunt al dan niet met een hertaxatie te onderbouwen. Het achterwege laten van een hertaxatie kan gevolgen hebben voor de bewijskracht van zijn stellingen. Het maakt deze keuze echter niet onzorgvuldig of onrechtmatig.

Klik hier voor meer informatie

De heer X doet in april 2014 BPM-aangifte voor de registratie van een gebruikte personenauto. De datum van eerste toelating is 24 februari 2010 en de km-stand is 159.198. Volgens het taxatierapport is er € 4.216 schade. Dit bedrag is vervolgens geheel in mindering gebracht op de handelsinkoopwaarde conform de koerslijst, aldus uitkomend op € 11.818. X voldoet € 2371 aan BPM. In geschil is de BPM-naheffing van € 842. X stelt primair dat de grond voor naheffing ontbreekt omdat de inspecteur onzorgvuldig en onrechtmatig heeft gehandeld door zelf geen expert in te schakelen. Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat het de inspecteur op zich vrij staat zijn standpunt al dan niet met een hertaxatie te onderbouwen. Het achterwege laten van een hertaxatie kan gevolgen hebben voor de bewijskracht van zijn stellingen. Het maakt deze keuze echter niet onzorgvuldig of onrechtmatig. In de schadecalculatie van X is ten onrechte geen rekening gehouden met normale gebruikssporen van de ruim vier jaar oude auto en een km-stand van meer dan 150.000. Bovendien zijn de aanschaf van de Nederlands onderhoudsboeken en de interieurreiniging niet aan te merken als schadeherstel. De stelling van de inspecteur dat slechts sprake is van normale gebruikssporen, is echter ook niet houdbaar. Op de foto´s is namelijk een forse kras over de hele zijkant van de auto te zien. De handelsinkoopwaarde wordt daarom in goede justitie vastgesteld op € 14.000. Het beroep van X is deels gegrond. De naheffing wordt verminderd tot € 435. Daarnaast heeft X recht op een proceskostenvergoeding voor de bezwaar- en beroepsfase van in totaal € 1488. [Bron Uitspraak]

Gebruik koerslijst sluit vermindering wegens schade niet uit

bron: taxlive.nl

gerechtshofHof ‘s-Hertogenbosch oordeelt in hoger beroep dat X bv gebruik kan maken van een koerslijst en de gevonden handelswaarde vervolgens mag verminderen met de schade. De koerslijst houdt alleen rekening met gemiddelde gebruikssporen en niet met bijzondere vormen van schade. Anders dan de inspecteur meent, is het eigen aankoopbedrag (INKOOPFACTUUR) niet relevant

Klik hier voor meer informatie

X bv koopt in België een gebruikte personenauto voor € 14.000. De datum van eerste toelating van de auto aldaar is 1 februari 2007. In november 2012 doet X bv de BPM-aangifte. Voor de berekening van de verschuldigde BPM hanteert X bv de koerslijstwaarde van Euroglass’s, verminderd met € 4357 wegens schade. X bv voldoet € 1982 aan BPM. In geschil is of de inspecteur terecht een naheffingsaanslag van € 1450 heeft opgelegd. Rechtbank Zeeland-West-Brabant verlaagt de aanslag tot € 687 door uit te gaan van de handelswaarde van € 11.837 van Euroglass’s en hierop een vermindering wegens schade van € 1000 toe te passen. De inspecteur gaat in hoger beroep. Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat X bv gebruik kan maken van een koerslijst en de gevonden handelswaarde vervolgens mag verminderen met de schade. De beperking die de inspecteur wenst aan te brengen – het verbod om een mix te hanteren van een koerslijst en de feitelijk getaxeerde schade – volgt niet uit de tekst van de wet en (de toelichting van) de uitvoeringsregeling. Dit is ook logisch omdat de koerslijst alleen rekening houdt met gemiddelde gebruikssporen en niet met bijzondere vormen van schade. De inspecteur maakt niet aannemelijk dat de handelswaarde hoger is dan € 11.837. Anders dan de inspecteur meent, is het eigen aankoopbedrag niet relevant. Het beroep van de inspecteur is ongegrond. [Bron Uitspraak]

Uitleg van begrip essentiële gebreken (WOK) die beletten BPM-aangifte te doen

bron: taxlive.nl

Herstel gebruikte auto tot nieuwstaat is onredelijk

gerechtshofHof Amsterdam oordeelt in hoger beroep dat de herstelkosten van de schade geen één-op-één-relatie hebben met de handelsinkoopwaarde van de auto in beschadigde staat. De praktijkervaring van de hertaxateur dat in de autohandel circa 60 tot 65% van de gecalculeerde schade tot een daadwerkelijke waardevermindering van de auto leidt, is aannemelijk.

Klik hier voor meer informatie

De heer X doet in april 2013 BPM-aangifte voor een Chevrolet Camaro uit 2010. Volgens X is de inkoopwaarde (koerslijst) € 19.787. Na aftrek van de gecalculeerde schade van € 12.313 resteert een inkoopwaarde € 7.474 met € 2.893 als te betalen BPM. De inspecteur heeft de auto vervolgens laten hertaxeren. Het hertaxatierapport gaat uit van een handelswaarde met schade van € 15.000. In geschil is de naheffingsaanslag van € 2.720. Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de inkoopwaarde/handelswaarde met schade € 13.020 is. X gaat in hoger beroep. Hof Amsterdam oordeelt dat de herstelkosten van de schade geen één-op-één-relatie hebben met de handelsinkoopwaarde van de auto in beschadigde staat. De praktijkervaring van de hertaxateur dat in de autohandel circa 60 tot 65% van de gecalculeerde schade tot een daadwerkelijke waardevermindering van de auto leidt, is aannemelijk. De schadecalculatie van X is niet aannemelijk. Deze gaat namelijk uit van herstel van de drie jaar oude auto met gebruikssporen tot (bijna) nieuwstaat. Dit is onredelijk als methode voor waardebepaling. Het beroep van X is ongegrond. [Bron Uitspraak]

Auto ruikt als nieuw’ was onvoldoende voor BPM

Bron: www.taxence.nl

geurfotoEen inspecteur die alleen stelde dat een geïmporteerde auto met 1723 km op de teller ‘als nieuw rook’ had onvoldoende bewezen dat het ging om een auto die niet of nauwelijks gebruikt was en geen sporen van gebruik vertoonde.  

Klik hier voor meer informatie

Bij Hof Amsterdam stelde een man die uit Duitsland een Audi Q5 had geïmporteerd dat het ging om een gebruikte auto. Hij wilde dan ook dat BPM werd berekend als bij een gebruikte personenauto. Vaststond dat de auto geregistreerd was geweest in Duitsland, maar dit was op zichzelf onvoldoende om te worden aangemerkt als gebruikte auto. Vervolgens stelde de man dat er op het moment van BPM-aangifte 1723 kilometer op de teller stond. Er kon volgens het hof niet worden gesproken over een auto die niet was gebruikt, maar nog steeds kon de auto nauwelijks gebruikt zijn. Daarvoor vond de inspecteur de afwezigheid van sporen van gebruik doorslaggevend en de rechter volgde hem hierin. De man gaf aan dat de auto sporen van gebruik had, bijvoorbeeld steenslag en de staat van de banden. De inspecteur kon hier niets anders tegenin brengen dan dat de auto als nieuw rook. Dit was onvoldoende. Het hof oordeelde dan ook dat sprake was van een gebruikte auto.

Bewijslast inzake opzettelijk vervalste schade bij BPM-aangifte rust op inspecteur

bron: taxlive.nl

gerechtshofHof ‘s Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur de te weinig geheven BPM kan naheffen, reeds voordat de registratie van het voertuig heeft plaatsgevonden. De inspecteur maakt echter niet aannemelijk dat de auto tijdelijk was voorzien van beschadigde onderdelen.

Klik hier voor meer informatie

De heer X doet BPM-aangifte voor een personenauto en heeft daartoe een taxatierapport laten opmaken. Hierin staat dat de schade aan de auto € 23.652 is. Naar aanleiding van de aangifte laat de inspecteur ook een taxatierapport opstellen. Er is vervolgens een naheffingaanslag opgelegd. Rechtbank Breda vernietigt de aanslag aangezien deze is opgelegd vóór de registratie van de auto. De inspecteur gaat in hoger beroep. Hof ‘s Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur de te weinig geheven belasting kan naheffen, reeds voordat de registratie van het voertuig heeft plaatsgevonden (zie HR 28 juni 2013, nr. 12/00400, V-N 2013/31.17). De inspecteur stelt echter vergeefs dat de schade was gefingeerd. De inspecteur maakt niet aannemelijk dat de auto tijdelijk was voorzien van beschadigde onderdelen. De enkele vermelding daarvan in het in opdracht van de inspecteur opgestelde taxatierapport met bijvoeging van enkele foto’s, is zonder concrete toelichting onvoldoende. De aangifte van X was juist. De rechtbank heeft de naheffingsaanslag dus terecht vernietigd, zij het op verkeerde gronden. Aangezien door toedoen van de inspecteur de redelijke termijn met ruim vijf maanden is overschreden, krijgt X nog wel een immateriële schadevergoeding van € 500. Het maakt niet uit dat de gemachtigde van X in korte tijd circa 3.500 bezwaarschriften heeft ingediend.

Schadeberekening; concreet of abstract?l

advocaatDe wet hanteert als uitgangspunt dat geleden schade concreet dient te worden begroot. Kort gezegd houdt dit in dat de werkelijk geleden schade vergoed dient te worden. 

Klik hier voor meer informatie

In sommige situaties vereist de praktijk dat iedere schade niet concreet wordt begroot, maar abstract. Een dergelijke situatie doet zich voor bij schade aan auto’s. Het is praktischer om abstract de schade vast te stellen en te vergoeden dan bij iedere schade concreet vast te moeten stellen welke vermogensschade is geleden. Immers, de situatie kan zich voordoen dat de eigenaar van een beschadigde auto een kennis heeft die de auto voor de helft van de begrote schade kan maken. Voor iedere autoschade zou dan apart vastgesteld moeten worden welke schade de eigenaar nu exact heeft geleden. Heeft de eigenaar prijs X betaald bij een bepaalde garage of prijs Y bij een kennis of prijs Z bij een vriend? In de praktijk zou dit betekenen dat de schadeafhandeling onwerkbaar zou worden en tot onacceptabele vertragingen en mogelijke discussies zou leiden. Dat is de reden dat de verzekeraars in Nederland een zogenaamde abstracte berekening hanteren van de schade. Hiertoe is een systeem ontwikkeld, het Audatex-systeem, waarin per type auto standaardprijzen voor de te vervangen onderdelen en de standaardtijdsduur voor de te verrichten reparatiewerkzaamheden zijn vastgelegd. Dit zorgt voor een standaard en meer efficiënte wijze van afhandeling. In deze zaak – een proefprocedure – heeft een verzekeraar de rechter onder andere verzocht om te bepalen dat aan een leasemaatschappij niet de abstracte schade werd vergoed maar de concrete schade. Wat was het geval? De leasemaatschappij heeft vanwege de aard van haar dienstverlening een overeenkomst gesloten met een autoherstelbedrijf. Deze overeenkomst bestaat uit een korting van 15% die wordt verleend op de reparatietarieven. De verzekeraar verneemt op enig moment dat de leasemaatschappij deze korting heeft bedongen en stelt zich op het standpunt dat de verzekeraar niet de abstracte schade – berekend op basis van het Audatex-systeem – dient te vergoeden, maar de concrete schade op basis van de 15% korting. De rechtbank en het gerechtshof wijzen de vordering van de verzekeraar af. De Hoge Raad oordeelt dat als het standpunt van de verzekeraar gevolgd zou worden, dit een onzeker element met zich mee zou brengen. Immers, bij de afwikkeling van schade aan voertuigen zou door de verzekeraar bepleit kunnen worden dat bepaalde korting is verkregen dan wel verkregen had kunnen worden – zoals in dit geval bij de leasemaatschappij – hetgeen de afwikkeling en uitbetaling van schade kan vertragen en tot onzekere situaties kan leiden. De Hoge Raad overweegt nog wel dat in het Audatex-systeem een categorie zou kunnen worden aangebracht voor grote marktpartijen – zoals bepaalde leasemaatschappijen – die vanwege de omvang van hun onderneming speciale kortingen kunnen bedingen bij reparaties. De abstracte schadeberekening blijft in stand.

Btw-auto is voor BPM vergelijkbaar met marge-auto

bron: taxlive.nl

Icon-BTWRechtbank Gelderland oordeelt dat de invoer-BPM moet worden bepaald aan de hand van de inkoopwaarde van de auto als marge-auto voor een handelaar.  

Klik hier voor meer informatie

De heer X is autohandelaar en koopt in Duitsland een gebruikte personenauto. De auto is een btw-auto. Volgens de koerslijstwaarde van Xray is de handels(inkoop)waarde van de auto als marge(regeling)-auto € 14.075. Als btw-auto is de waarde volgens Xray echter € 15.870. Bij een btw-auto kan een ondernemer de betaalde btw namelijk aftrekken wat een prijsopdrijvend effect heeft. In geschil is of de inspecteur terecht een BPM-naheffingsaanslag heeft opgelegd van € 2.465. Rechtbank Gelderland oordeelt dat de BPM moet worden bepaald aan de hand van de inkoopwaarde van de auto als marge-auto voor een handelaar. Er moet namelijk worden aangesloten bij de laagst denkbare objectief te bepalen waarde, in dit geval de handelswaarde van een marge-auto. De aftrekbaarheid van de btw is niet een eigenschap van de auto, zoals kilometrage, courantheid, afschrijving, schade en is daarom een ‘vervuilend’ element (zie Hof Arnhem 3 augustus 2010, nr. 09/00244, V-N 2010/55.24). Het beroep van X is gegrond. De aanslag wordt verlaagd naar € 796.

Afwijking van koerslijst vergt concreet bewijs

 bron: taxlive.nl
Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat indien X bv wil afwijken van de door haar gehanteerde koerslijst, zij het bewijs zal moeten leveren in hoeverre de waarde van de auto afwijkt van de waarde die volgt uit de koerslijst. Er kan niet worden volstaan met een algemene toelichting.  

Klik hier voor meer informatie

X bv doet in 2012 BPM-aangifte inzake de registratie van een uit het buitenland afkomstige gebruikte personenauto. Conform de aangifte voldoet X bv € 8.139. Dit is berekend op basis van de koerslijst van XRAY. In bezwaar beroept X bv zich op de koerslijst van Eurotaxglass’s. De inspecteur verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk. Volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant is het beroep van X bv gegrond en wordt de uitspraak op bezwaar vernietigd, maar er wordt geen teruggaaf van BPM verleend. X bv krijgt wel een proceskostenvergoeding van € 608,50 en krijgt het griffierecht van € 310 vergoed. X bv wil in hoger beroep uitgaan van de koerslijst van Eurotaxglass’s gecorrigeerd met een percentage voor marge-auto’s en een percentage voor parallelimport. Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat indien X bv wil afwijken van de door haar gehanteerde koerslijst, zij het bewijs zal moeten leveren in hoeverre de waarde van de auto afwijkt van de waarde die volgt uit de koerslijst. Dit kan veelal plaatsvinden aan de hand van een taxatie van de auto. In het onderhavige geval heeft X bv slechts volstaan met een algemene toelichting waarom de waarde van Eurotaxglass’s moet worden gecorrigeerd. Dit is echter niet aannemelijk gemaakt aan de hand van concrete op de auto toegespitste cijfers. Er is ook geen reden te twijfelen aan de juistheid van XRAY, temeer omdat deze waarde nagenoeg gelijk is aan de waarde die volgt uit de koerslijst van Eurotaxglass’s. Het beroep van X bv is ongegrond. [Bron Uitspraak]

FIOD doet doorzoekingen in onderzoek naar belastingfraude met auto’s

bron: www.rijksoverheid.nl

fiodDe FIOD heeft dinsdag in de gemeente Rijssen-Holten doorzoekingen gedaan in een strafrechtelijk onderzoek onder leiding van het Functioneel Parket naar belastingfraude met auto’s. Hierbij is administratie in beslag genomen. 

Klik hier voor meer informatie

De verdenking is dat een autohandelaar opzettelijk nieuwe en gebruikte personenauto’s niet heeft opgenomen in de aangiften Belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM). Wanneer auto’s geregistreerd worden, moet BPM betaald worden. Daarnaast heeft de autohandelaar vermoedelijk ook kilometerstanden gemanipuleerd om daarmee de waarde van geïmporteerde gebruikte auto’s te drukken. Hierdoor wordt de af te dragen BPM verlaagd. Klanten van de autohandelaar ontvangen binnenkort een brief van de Belastingdienst. De fiscus gaat de juiste waarde van de auto onderzoeken, omdat die mogelijk ook gevolgen heeft voor de bijtelling privégebruik auto. De Belastingdienst controleert op de juiste toepassing van de BPM. Dit geldt zowel bij import als export. Vorig jaar zijn tientallen bedrijven bezocht om nader onderzoek te doen naar de juistheid van de aangiften BPM. Zo werden er auto’s geëxporteerd met ernstige schade terwijl op het verzoek om teruggaaf BPM stond dat de auto’s geen schade hadden waardoor men de BPM terugkreeg. Deze handelaren ontvangen binnenkort naheffingsaanslagen van € 1,5 miljoen inclusief boetes. Ook dit jaar worden de controles voortgezet. Daarnaast wordt aandacht besteed aan vooropgezette constructies rond import en export van auto’s en wordt opgetreden tegen manipulaties om de waarde van de parallel geïmporteerde auto’s te beïnvloeden. In het reguliere importproces wordt de samenwerking versterkt met de markt en andere betrokken overheden zoals de RDW. Doel is om gezamenlijk een werkbaar proces in te richten waarbij de juiste data beschikbaar zijn.

Te laat verweerschrift heeft nog geen gevolgen. Geen samenhang met andere BPM-zaken

18-5-17 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Hof ‘s-Hertogenbosch geeft de inspecteur een laatste waarschuwing met betrekking tot het veel te laat indienen van het verweerschrift. Gelet op het verschil in geschilpunten heeft de rechtbank drie zaken ten onrechte aangemerkt als samenhangend voor de proceskostenvergoeding.

Klik hier voor meer informatie

De heer X doet in juni 2012 BPM-aangifte voor een gebruikte Volkswagen Touareg 30 TDI Exclusive Edition. Volgens de aangifte is de verschuldigde BPM € 5.861. Er is gebruik gemaakt van de koerslijst van een btw-auto. In 2015 verleent de inspecteur alsnog een teruggaaf van € 384 op basis van het laagste tussenliggende BPM-tarief vanaf de datum van eerste toelating. Daarnaast zijn de bezwaarkosten van € 244 vergoed en is invorderingsrente over de teruggaaf vergoed. Volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant mag voor het bepalen van de handelsinkoopwaarde worden aangeknoopt bij de lagere waarde van een marge-auto. X heeft daarom recht op een extra teruggaaf van € 220 en de inspecteur moet daarover een passende rentevergoeding betalen. Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn krijgt X een immateriële schadevergoeding van € 2.000. De proceskostenvergoeding wordt gematigd vanwege de samenhang met twee andere zaken. X gaat in hoger beroep. Hof ‘s-Hertogenbosch geeft de inspecteur een laatste waarschuwing met betrekking tot het veel te laat indienen van het verweerschrift. In toekomstige zaken kan bij herhaling een proceskostenvergoeding worden toegekend, ongeacht de uitkomst van het geschil. Gelet op het verschil in geschilpunten heeft de rechtbank drie zaken ten onrechte aangemerkt als samenhangend. In casu was namelijk ook de vraag aan de orde of het EU- verdedigingsbeginsel was geschonden en of bij de bepaling van de handelsinkoopwaarde van een btw-auto mocht worden uitgegaan van een marge-auto. Voorts ging de onderhavige zaak over een voldoening op eigen aangifte en niet over een naheffing. X heeft dus recht op een hogere proceskostenvergoeding. De inspecteur is ook wettelijk rente verschuldigd over de immateriële schadevergoeding (zie HR 26 februari 2016, nr. 14/05747, V-N 2016/14.4), aangezien deze vier weken na het openbaar maken van de uitspraak van de rechtbank nog steeds niet is betaald. Met betrekking tot de rentevergoeding over de BPM-teruggaven moet X wachten totdat de ontvanger hierover een beschikking heeft genomen (zie HR 3 maart 2017, nr. 16/01176, V-N 2017/14.9). Het beroep van X is gegrond.

Lagere BPM voor auto met reeds gerepareerde schade

5-5-17 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de verschuldigde BPM voor de auto met schade alsnog moet worden verminderd vanwege het tijdsverloop tussen het moment van aangifte en de registratie. Het maakt niet uit dat de schade voorafgaand aan de registratie is gerepareerd.

Klik hier voor meer informatie

X bv doet in de periode 24 juli 2014 en 13 mei 2015 BPM-aangiften voor in totaal zeven auto’s. De voldoening vindt plaats op 30 juli (twee auto’s), 5 augustus, 11 augustus, 13 augustus, 17 augustus en 24 augustus 2015. Op 1 oktober 2015 ontvangt de inspecteur de bezwaren tegen deze voldoeningen. In geschil is of de bezwaren terecht ongegrond zijn verklaard. Rechtbank Gelderland oordeelt dat de verschuldigde BPM voor auto 7 die schade had alsnog moet worden verminderd vanwege het tijdsverloop tussen het moment van aangifte en de registratie. Het maakt niet uit dat de schade voorafgaand aan de registratie is gerepareerd (zie Besluit van 16 juni 2015, nr. BLKB2015/642M, V-N 2015/32.21). Weliswaar geldt dat besluit alleen voor zogenaamde ‘art. 8 BPM-vergunninghouders’ die per maand aangifte mogen doen, maar de onderhavige auto moet wel hun (lager belaste) auto’s concurreren. De inspecteur beroept zich ook vergeefs op interne compensatie. Hij stelt dat ten tijde van de registratie geen sprake meer was van schade en dat om die reden te weinig BPM op aangifte is voldaan. Als een handelaar een zich op de Nederlandse markt bevindende auto met schade koopt, herstelt en vervolgens op naam stelt, volgt namelijk ook geen naheffing van BPM. De inspecteur had de overige zes bezwaren niet-ontvankelijk moeten verklaren, aangezien deze buiten de bezwaartermijn zijn ingediend. De beroepen van X bv zijn in zoverre dus ook gegrond.

50% boete voor duurzaam gebruik van de weg

4-5-17 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt in hoger beroep dat twee controlewaarnemingen niet als bewijs gebruikt mogen worden. Niettemin is aannemelijk dat de auto met Duits kenteken was bestemd om hoofdzakelijk op het Nederlandse grondgebied duurzaam te worden gebruikt of daar feitelijk duurzaam werd gebruikt.

Klik hier voor meer informatie

Belanghebbende, de heer X, woont in Maastricht. Medio 2013 wordt geconstateerd dat X als bestuurder van een personenauto met Duits kenteken van de openbare weg alhier gebruik maakt. Naar aanleiding hiervan maakt de inspecteur per brief kenbaar een BPM-naheffingsaanslag met 25% boete op te zullen leggen. X stelt dat de auto wordt gehuurd van een Duits bedrijf. De inspecteur verzoekt om overlegging van de overeenkomst, doch X blijft terzake herhaaldelijk in gebreke. Naderhand wordt X nog driemaal als bestuurder in de auto waargenomen. In geschil is de naheffingsaanslag, alsmede de 100% boete van € 6.194. Volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant is een boete van 50% passend en geboden. De naheffing is terecht, aangezien X de feitelijke beschikking over de auto had en binnen een tijdsbestek van zes maanden vier keer met de auto gebruik maakte van de weg. X gaat in hoger beroep. Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat twee waarnemingen niet als bewijs gebruikt mogen worden. De waarnemer kende X namelijk slechts uit beschrijvingen van collega’s. Bovendien was in één geval de waarnemingsafstand van 50 meter, gelet op de schemering, te groot. Niettemin is aannemelijk dat de auto was bestemd om hoofdzakelijk op het Nederlandse grondgebied duurzaam te worden gebruikt of daar feitelijk duurzaam werd gebruikt. De tegenstrijdige verklaringen van X omtrent het gebruik van de auto wijzen er op dat hij door op een bepaalde wijze te verklaren onder de naheffing uit hoopte te komen. Aangezien X in november 2013 ook nog met de auto heeft gereden, is opzettelijk de verschuldigde BPM niet voldaan. De 50% boete is dus passend en geboden. Het beroep van X is ongegrond.

Geen BPM-naheffing voor zeer jonge kampeerauto met schade

26-4-17 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Rechtbank Gelderland oordeelt de inspecteur niet aannemelijk maakt dat op de kampeerauto minder kan worden afgeschreven dan op een vergelijkbare gesloten bestelauto van anderhalve maand oud met 3.025 km op de teller.

Klik hier voor meer informatie

X bv doet in mei 2015 BPM-aangifte voor een kampeerauto, die op dat moment anderhalve maand oud is en een km-stand heeft van 3.025. De aangifte is gebaseerd op een taxatierapport van een deskundige. Voor de afschrijving is aangesloten bij die van een gesloten bestelauto met dezelfde kenmerken, behoudens de recreatieve voorzieningen en conform een schadecalculatie. De inspecteur bepaalt de afschrijving aan de hand van de forfaitaire tabel en legt een naheffingsaanslag op van uiteindelijk € 5.075. Rechtbank Gelderland oordeelt dat de inspecteur niet aannemelijk maakt dat op de auto minder kan worden afgeschreven dan op een vergelijkbare gesloten bestelauto van anderhalve maand oud met 3.025 km op de teller. De km-stand is weliswaar absoluut gezien laag, maar doet wel vermoeden dat de kampeerauto, die verhuurd is geweest, intensief is gebruikt. De inspecteur heeft ook geen tegentaxatie laten uitvoeren. De blote ontkenning van de aanwezigheid van waardeverminderende factoren is daarom onvoldoende. Het beroep van X bv is gegrond. De aanslag wordt vernietigd.

Achtergrond: verborgen schadeverleden deel 2 (verborgen WOK?)

23-6-16 bron: autoweek.nl

autoweekNederlandse Leasemaatschappijen lagen dwars: In deel 2 lezen we hoe de betrokken brancheorganisaties hun geheimzinnigheid verdedigen.

Klik hier voor meer informatie

Gisteren zagen we in deel 1 hoe Caroline bij inruil van haar oude auto ontdekte dat haar een jaar eerder een auto met verborgen schadeverleden was aangesmeerd. In deel 2 lezen we hoe de betrokken brancheorganisaties hun geheimzinnigheid verdedigen. “De auto is professioneel hersteld en daardoor niets minder dan een zelfde auto zonder schade,” aldus de handelaar die Caroline een ex-schadeauto verkocht zonder haar daarvan op de hoogte te stellen (zie deel 1 van dit verhaal). Precies dat is de argumentatie van de partijen die al tien jaar geleden het inzichtelijk maken van schadegegevens voor consumenten dwarsboomden, herinnert Bovag-woordvoerder Tom Huyskens zich: “;Er was destijds sprake van het vrijgeven van schadeverleden, op ons initiatief. De leasemaatschappijen lagen dwars, ze wilden dat niet met het oog op restwaardes. Wij hebben daar toen zelfs een rechtszaak over verloren.” Directeur Renate Hemerik van VNA (Vereniging Nederlandse Autoleasemaatschappijen) heeft daar andere herinneringen aan: “;Deze kwestie had betrekking op de vraag of BOVAG gerechtigd was van ABZ (datacentrum verzekerings- en schadebranche, red.) te eisen dat deze schadecalculatie-data zou verkopen. De VNA en Focwa (branchevereniging schadebedrijven, red.) hebben het standpunt van ABZ gesteund dat dat niet kon omdat de data niet van ABZ is maar van degenen die de brondata (Audatex) hebben betaald.” Rond diezelfde tijd staken diverse particuliere initiatieven de kop op die tegen betaling de historie van auto’s zeiden te kunnen leveren. De betrouwbaarheid van de informatie viel niet te controleren en over hun bronnen deden ze stuk voor stuk geheimzinnig. Een daarvan, Autocheck.nl, werd in 2010 overgenomen door dataleverancier A2SP, die de gelegenheid aangreep om het schadeverleden uit Autocheck.nl te schrappen. “;Daar was bij de invoering veel over te doen geweest in de branche en wij willen er onze vingers niet aan branden; de informatie en bron waren niet altijd even betrouwbaar”, verklaarde de directeur van A2SP die actie destijds tegen vakblad Automotive. Ondertussen is het tot op de dag van vandaag zo dat een professionele autoverkoper met één blik op het scherm kan zien of een auto een WOK-melding (en dus meestal schade) heeft gehad. Bovendien kan hij zien hoe lang die melding er op heeft gezeten, wat weer als indicatie kan worden gezien voor de ernst van de schade (hoe langer de reparatie duurt, hoe langer de WOK). De consument heeft geen idee en kan slechts vertrouwen op de bruine reeënogen van de verkopende partij. Het argument dat een vakkundig herstelde auto net zo goed is als een auto die nooit schade heeft gehad, gaat hoogstens op in de technische zin van het woord. De Kia van Caroline is door de Renault-dealer op de brug gezet, onderzocht en in uitstekende staat bevonden, maar het doet niets af aan de astronomische waardevermindering. Feitelijk zit je als consument met een verborgen euvel dat de waarde van je auto drukt, waarmee een niet-gemeld schadeverleden dus veel overeenkomst vertoont met een teruggedraaide kilometerteller. Het is maar wat je ‘net zo goed’ noemt.. Dataleverancier voor de autobranche Autodata heeft inmiddels zijn taxatiediensten uitgebreid met uitvoerige schade-informatie, zoals het bedrag, de opbouw, kilometerstand ten tijde van de schade en zelfs de oorzaak. Informatie die – hoe verrassend – alleen voor het autobedrijf inzichtelijk is. En zelfs die kan niet bij het schadeverleden van ex-lease-auto’s, omdat de leasemaatschappijen hun lippen nog steeds stijf opeen houden. Hemerik benadrukt dat de VNA voorstander is van transparantie. Maar: “;Van een doorsnee consument kan niet verlangd worden dat hij of zij de ruwe data naar zijn waarde kan interpreteren. Er is namelijk nogal wat mis met de schade-informatie die partijen zoals Autodata nu verkopen.” Ze doelt daarmee op de diversiteit van calculatiemethoden en gevallen die buiten de verzekeraar om zijn afgehandeld. Bovendien, zo zegt Hemerik, zegt de calculatie niets over de kwaliteit van het herstelwerk. Ook hekelt ze de ongelijkheid die op de markt zou ontstaan. Leaserijders moeten alle schades melden, terwijl het voor particulieren vaak gunstiger is het onderling op te lossen. “;Dat maakt dat de lease-auto ogenschijnlijk meer schades heeft gehad, terwijl dat helemaal niet gezegd is.” Dat doet niets af aan het feit dat de consument nog steeds blind vaart. Een autobranche die waardeverminderende informatie bewust achterhoudt voor consumenten? Al staan ze juridisch vooralsnog in hun recht, moreel is het op zijn zachtst gezegd dubieus. De vraag is dan ook hoe lang ze dit vals spel tussen handel en consument nog kunnen volhouden. Bovag blijft zich er in elk geval hard tegen maken, vertelt Huyskens: “;We hebben onlangs de handschoen weer opgepakt, omdat wij optimale transparantie in de vorm van een autopaspoort willen garanderen. En juist omdat dan aangetoond kan worden dat vakkundig uitgevoerd schadeherstel geen beletsel hoeft te zijn, waar de leasemaatschappijen destijds koudwatervrees voor hadden. Mede omdat wij nu zelf de (eigen) schadeherstelbedrijven ook gaan ondersteunen, met een aparte afdeling, zien we hier nu wel weer mogelijkheden voor.” Tot die tijd is het dus zaak om voor aanschaf van een occasion gericht naar een schadeverleden te vragen en daarbij de verkoper diep in de ogen te kijken. Mocht je later toch een kat in de zak te hebben gekocht, wend je dan tot de Bovag Geschillencommissie (mits het bedrijf bij Bovag is aangesloten). “;Bovag staat garant voor de nakoming van de uitspraak”, belooft Huyskens. Hemerik: “;Leasemaatschappijen hebben goede redenen om hun auto’s volgens fabrieksrichtlijnen te laten herstellen, denk aan de verkeersveiligheid, aansprakelijkheid en het behoud van de waarde van de auto. Een goed herstelde schade maakt een auto eerder meer waard dan minder. De leasemaatschappij informeert zijn koper volledig over het verleden van de auto. VNA juicht transparantie toe: koop geen kat in de zak!” En Caroline? Nadat wij de discussie met de handelaar van haar overnamen, was deze bereid de Kia terug te nemen voor de dagwaarde die hij zou hebben gehad zonder schade. Ze rijdt inmiddels tevreden in haar Mégane die, zo heeft de verkoper haar verzekerd, nooit een WOK-melding heeft gehad. Maar echt zeker weet ze dat pas wanneer ze haar auto weer gaat inruilen.. Dit verhaal verscheen eerder in AutoWeek 19/2016

Inspecteur mag hertaxatie auto achterwege laten

9-3-17 bron: taxence.nl (uitspraak)

PinkpanthersellersAls de inspecteur in een bezwaarprocedure tegen een naheffingsaanslag BPM de desbetreffende auto niet hertaxeert, laat hij een kans liggen om zijn bewijslast te versterken. Maar volgens Rechtbank Noord-Nederland is dan nog geen sprake van een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel.

Klik hier voor meer informatie

De rechtbank kwam tot dit oordeel in een zaak waarin een man in Duitsland een gebruikte auto had gekocht en daarvoor aangifte BPM deed. De man had een flink bedrag aan schade opgegeven. De inspecteur meende dat de schade veel lager was, daarom legde hij de man een naheffingsaanslag BPM op. De man ging in beroep en stelde dat de Belastingdienst het zorgvuldigheidsbeginsel had geschonden, zodat de naheffingsaanslag moest worden vernietigd. De rechtbank vond dit gevolg wat te ver gaan. Bovendien meende de rechter dat de inspecteur niet zo onzorgvuldig was geweest. De inspecteur had de naheffingsaanslag opgelegd aan de hand van gegevens die hij had gehaald uit de aangifte, een taxatierapport en (het gebrek aan) reparatienota’s. Het nalaten van het uitvoeren van een hertaxatie leidde wel tot een zwakkere bewijspositie van de fiscus, maar daar bleef het bij. Uiteindelijk oordeelde de rechtbank dat zowel de man als de inspecteur onvoldoende bewijs had geleverd voor zijn door hem bepleite waarde. De rechter bepaalde daarom zelf tot welk bedrag de naheffingsaanslag moest worden verminderd.

Lagere inkoopwaarde van marge-auto voor BPM-aangifte is toegestaan

27-1-17 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

HR_logo_400x400

De Hoge Raad oordeelt onder verwijzing naar het arrest nr. 15/02273 dat de inkoopwaarde van een btw-auto niet is gebaseerd op de prijs die door een wederverkoper wordt gehanteerd bij aankoop van een personenauto van een particulier. X bv kiest dus terecht voor het laagste restbedrag aan BPM.

Klik hier voor meer informatie

X bv dient in 2010, 2011 en 2012 een groot aantal BPM-aangiften in ter zake van de registratie van gebruikte personenauto’s uit het buitenland. De BPM is steeds berekend aan de hand van XRAY-koerslijsten van btw-auto’s met toepassing van de 12%-regeling. X bv maakt bezwaar tegen de voldoeningen op aangifte. De inspecteur verklaart deze gegrond. Dit vanwege strijd met het EU-recht (zie HR 2 maart 2012, nr. 11/00785, V-N 2012/14.19). X bv stelt nader dat het om marge-auto’s gaat, waardoor de BPM nog lager wordt. Volgens Rechtbank Den Haag mag worden uitgegaan van de (lagere) koerslijstwaarde van marge-auto’s. Hof Den Haag oordeelt dat X bv de laagste waarde van de koerslijst mag kiezen, ongeacht hoe zij eigenaar is geworden van de auto’s en ongeacht de fiscale herkomst van de auto’s. De (fiscale) herkomst van de auto’s is namelijk geen eigenschap die aan de auto’s kleeft en beïnvloedt de heffing dus niet. De Staatssecretaris van Financiën gaat in cassatie. De Hoge Raad oordeelt onder verwijzing naar het arrest nr. 15/02273 dat de inkoopwaarde van een btw-auto niet is gebaseerd op de prijs die door een wederverkoper wordt gehanteerd bij aankoop van een personenauto van een particulier (zie laatstelijk HR 19 september 2014, nr. 13/02558, V-N 2014/47.21, r.o. 3.6.2). X kiest dus terecht voor het laagste restbedrag aan BPM dat geacht kan worden nog vervat te zijn in de waarde van gelijksoortige reeds in het binnenland geregistreerde gebruikte personenauto’s (zie HvJ EU 19 december 2013, nr. C-437/12, V-N 2014/2.18). Het maakt niet uit dat de onderhavige algemeen toegepaste koerslijst wel melding maakt van de inkoopwaarde van btw-auto’s. Het standpunt van de Staatssecretaris dat de inkoopwaarden van btw-auto’s en marge-auto’s gemiddeld moeten worden, is ook onjuist. Het beroep van de Staatssecretaris is

Auto’s met buitenlands kenteken niet aangemerkt als gebruikt voor BPM

27-1-17 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

HR_logo_400x400De Hoge Raad oordeelt dat de beslissing van het hof dat de auto’s gebruikte personenauto’s zijn, reeds omdat de auto’s voorafgaand aan de overbrenging naar Nederland op kenteken waren gezet, van een onjuiste rechtsopvatting getuigt.

Klik hier voor meer informatie

X bv doet in 2012 en 2013 BPM-aangifte voor de invoer van diverse personenauto’s met buitenlands kenteken. De verschuldigde BPM is steeds berekend op basis van de afschrijvingstabel gebruikte auto’s. De meeste auto’s hadden minder dan 10 km gereden. Eén auto had een km-stand van 84. Geen enkele auto vertoont sporen van gebruik of beschadiging. De inspecteur stelt dat het om nieuwe auto’s gaat en legt naheffingsaanslagen op. De aanslag ziet ook op de CO2-toeslag voor een Alfa Romeo Mito 1.3 diesel. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de auto’s nieuw zijn vanwege de zeer lage km-standen en omdat ze geen sporen van gebruik of schade vertonen (zie HR 14 september 2012, nr. 12/00848, V-N 2012/46.26). Voor de Alfa Romeo is X bv ook BPM verschuldigd. Het doet er niet toe dat op de datum waarop de auto voor het eerst tot de weg is toegelaten de CO2-toeslag nog niet gold. De auto is namelijk nieuw en moet dus worden vergeleken met een nieuwe auto. Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat de auto’s door de eerdere registratie in het buitenland reeds als gebruikt hebben te gelden (zie HR 29 januari 2016, nr. 14/01503, V-N 2016/7.21). Met betrekking tot de Alfa Romeo is het beroep van X bv ook gegrond. De auto is op 29 mei 2012 voor de eerste maal tot de weg toegelaten en op die datum gold nog geen CO2-toeslag. Art. 110 VWEU staat niet toe dat de BPM-heffing op een ingevoerde, gebruikte auto hoger is dan de rest-BPM die nog drukt op een al op de binnenlandse markt aanwezige vergelijkbare auto. De Staatssecretarisvan Financiën gaat in cassatie. De Hoge Raad oordeelt dat de beslissing van het hof dat de auto’s gebruikte personenauto’s zijn, reeds omdat de auto’s voorafgaand aan de overbrenging naar Nederland op kenteken waren gezet, van een onjuiste rechtsopvatting getuigt (zie HR 14 september 2012, nr. 12/00848, V-N 2012/46.26). Aangezien de BPM is voldaan na intrekking van de Leidraad BPM 2006, kan door X bv niet met vrucht een beroep worden gedaan op het in dat besluit neergelegde beleid inzake het begrip ‘gebruikt’. De Alfa Romeo gold ten tijde van de registratie in Nederland als een nieuwe personenauto, zodat terecht het tarief van dat jaar is toegepast. Voorts is redelijkerwijs niet voor twijfel vatbaar dat de uitleg van het begrip gebruikte personenauto strookt met de rechtspraak van het HvJ EU. Het beroep van de Staatssecretaris is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.

BPM-naheffing is geen discriminatie van woonwagenbewoner

2-1-17 bron: taxlive.nl[Bron Uitspraak]

circus-pipoHof ‘s-Hertogenbosch oordeelt in hoger beroep dat de inspecteur bevoegd was om vragen te stellen over het gebruik van de auto en dat de bewijslast terecht is omgekeerd en verzwaard na het onherroepelijk worden van de informatiebeschikking.

Klik hier voor meer informatie

De heer X is woonwagenbewoner. In juli 2011 is X door de politie aangehouden wegens te snel rijden in een auto met Duits kenteken. X stuurt het BPM-vragenformulier niet terug. De inspecteur stelt X in de gelegenheid om alsnog BPM-aangifte voor het tijdsevenredige gebruik van de huurauto in Nederland te doen. Uiteindelijk legt de inspecteur een informatiebeschikking aan hem op. Deze beschikking staat inmiddels onherroepelijk vast. In geschil is de BPM-naheffingsaanslag van € 11.018. Hierbij is rekening gehouden met een vermindering vanwege de gebruikelijke huur- of leaseperiode van drie jaar. Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelt de inspecteur in het gelijk. X gaat in hoger beroep. Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur bevoegd was om vragen te stellen over het gebruik van de auto en dat de bewijslast terecht is omgekeerd en verzwaard na het onherroepelijk worden van de informatiebeschikking. Met de in kopie overgelegde factuur, het Duitse kentekenbewijs en de Duitse verzekeringsverklaring geeft X geen enkel inzicht in het gestelde beperkte gebruik van de auto in Nederland. Zodoende staat vast dat X met de auto duurzaam in Nederland heeft gereden. X stelt ook vergeefs dat hij als woonwagenbewoner wordt gediscrimineerd. De inspecteur is namelijk binnen zijn evenredige controlemogelijkheden gebleven (zie HvJ EU 19 december 2012, nr. C-577/10, ECLI:NL:XX:2012:BY7796). Het beroep van X is ongegrond.

Geen omkering van bewijs als aangegeven BPM 8,1% te laag is en niet voldoen aan toonplicht heeft niet automatisch gevolgen.

2-12-16 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

gerechtshofHof ‘s-Hertogenbosch oordeelt in hoger beroep dat omkering en verzwaring van de bewijslast zware gevolgen heeft, zodat niet te snel wordt geconcludeerd dat de vereiste aangifte niet is gedaan. Hoewel de uitnodiging van de inspecteur om de auto in Soest te laten hertaxeren als redelijk en proportioneel heeft te gelden, heeft het niet voldoen aan de toonplicht niet automatisch tot gevolg dat met geen enkele extra schade rekening kan worden gehouden.

Klik hier voor meer informatie

X koopt voor € 63.025 een gebruikte personenauto in Duitsland. Volgens de aangifte is de verschuldigde BPM € 33.540, uitgaande van de handelsinkoopwaarde van € 81.430 (waarde koerslijst € 88.740 minus de schade van € 7.310). In geschil is of de inspecteur terecht een naheffingsaanslag van € 2.974 heeft opgelegd. Volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant mag de schade apart gecalculeerd worden en in mindering worden gebracht op de koerslijstwaarde. Dit vereist echter wel dat de normale gebruikssporen en slijtage uit het schadebedrag worden geëlimineerd. X maakt niet aannemelijk dat de door haar berekende waarde juist is, althans lager is dan de waarde volgens de door haar gehanteerde koerslijst. X gaat in hoger beroep. Niet in geschil dat de rechtbank heeft verzuimd X een kostenvergoeding voor het horen in de bezwaarfase toe te kennen. Reeds om die reden is het hoger beroep gegrond. De inspecteur stelt dat X niet de vereiste aangifte heeft gedaan, met als gevolg omkering en verzwaring van de bewijslast (zie HR 30 oktober 2009, nr. 07/10513, V-N 2009/53.6 en HR 24 april 2015, nr. 14/04104, V-N 2015/21.4). Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat omkering en verzwaring van de bewijslast zware gevolgen heeft, zodat niet te snel wordt geconcludeerd dat de vereiste aangifte niet is gedaan. In casu is het verschil tussen de aangegeven en de veronderstelde werkelijk verschuldigde belasting 8,1%. Van een in relatieve zin aanzienlijk verschil is in beginsel pas sprake bij een verschil van 10% of meer. Aan de bewustheidstoets wordt ook niet voldaan. X mocht namelijk vertrouwen op de door haar ingeschakelde taxateur-deskundige. X mag voorts een mix hanteren van een koerslijst en de feitelijk getaxeerde schade. Hoewel de uitnodiging van de inspecteur om de auto in Soest te laten hertaxeren als redelijk en proportioneel heeft te gelden, heeft het niet voldoen aan de toonplicht niet automatisch tot gevolg dat met geen enkele extra schade rekening kan worden gehouden. In casu wordt de extra schade aan de hand van foto’s en in goede justitie vastgesteld op € 4.000, waardoor de handelsinkoopwaarde uitkomt op € 84.740. Het beroep van X is gegrond.

Herstelkosten jonge schade-auto volledig in mindering op koerslijstwaarde

9-12-16 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Rechtbank Gelderland oordeelt dat uit de wetsgeschiedenis niet kan worden afgeleid dat gegevens uit koerslijsten niet bruikbaar zijn als wordt gekozen voor een taxatie. De herstelkosten mogen volledig in mindering worden gebracht, aangezien het een vier maanden oude auto betreft.

Klik hier voor meer informatie

De heer X koopt in januari 2015 in België een Nissan personenauto voor € 6.250 (exclusief btw en BPM). De km-stand was toen 794. De datum van eerste toelating is 23 oktober 2014. De historische nieuwprijs is € 17.380. In het kader van de BPM-aangifte is de handelsinkoopwaarde getaxeerd op € 1.225, zijnde de koerslijstwaarde van € 11.825 minus de schade van € 10.600. X voldoet vervolgens € 155 aan BPM. In geschil is of terecht een naheffingsaanslag is opgelegd van € 701 en een boete van 50%. De inspecteur heeft de naheffing gebaseerd op een waardebepaling door Domeinen Roerende Zaken (DRZ). De handelsinkoopwaarde voor de auto is daarbij vastgesteld op € 6.749 (inclusief schade). Niet meer in geschil is dat de boete moet worden vernietigd. Rechtbank Gelderland oordeelt dat uit de wetsgeschiedenis niet kan worden afgeleid dat gegevens uit koerslijsten niet bruikbaar zijn als wordt gekozen voor een taxatie (zie Hof Arnhem-Leeuwarden 7 juni 2016, nr. 14/00177, V-N 2016/46.17.1). De taxateur van X is terecht uitgegaan van de koerslijstwaarde van € 11.825 en DRZ heeft de herstelkosten terecht begroot op € 8.164. Ondanks dat de onderhavige auto niet tot het exclusieve segment behoort, is er geen reden om de vier maanden oude auto niet naar nieuwstaat terug te brengen. De herstelkosten kunnen dus volledig in mindering worden gebracht. Voorts moet rekening worden gehouden met het twee maanden latere tijdstip van registratie. De naheffing wordt verminderd tot € 282. Het beroep van X is deels gegrond.

In goede justitie bepaalde BPM-waarde van zeer jonge exclusieve schade-auto

28-11-16 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

gerechtshofHof Amsterdam oordeelt in hoger beroep dat de inspecteur de handelsinkoopwaarde niet aannemelijk maakt en dat de autohandelaar ten onrechte stelt dat de gecalculeerde schade volledig moet worden afgetrokken. De handelsinkoopwaarde is daarom in goede justitie vastgesteld. 

Klik hier voor meer informatie

De heer X is autohandelaar. Hij koopt in november 2012 in Duitsland een personenauto met schade voor € 19.000 exclusief BPM en btw. De eerste toelating van de auto was 14 augustus 2012. X doet in december 2012 BPM-aangifte. In de aangifte is de inkoopwaarde met behulp van een koerslijst berekend op € 70.969. Na aftrek van de door een taxateur gecalculeerde schade ad € 56.224 resteert € 14.745 als inkoopwaarde. Na hertaxatie legt de inspecteur een naheffingsaanslag op van € 4.252. Rechtbank Noord-Holland vermindert de aanslag tot een, berekend naar een inkoopwaarde (handelswaarde met schade inclusief BPM en btw) van € 24.000. Partijen gaan in hoger beroep. Hof Amsterdam oordeelt dat de inspecteur de handelsinkoopwaarde van de referentieauto niet aannemelijk maakt. Het door de inspecteur overgelegde taxatierapport wordt verworpen, omdat van de schade ad € 55.600 slechts € 36.000 (65%) als waardevermindering is afgetrokken. Dit is onwaarschijnlijk laag, omdat het een zeer jonge exclusieve auto is. X stelt ten onrechte dat de gecalculeerde schade volledig moet worden afgetrokken. Dit blijkt onmiskenbaar uit de gelijktijdig behandelde zaak nr. 14/00897, waarin X slechts 65% van de gecalculeerde schade heeft afgetrokken, omdat de waarde anders negatief zou worden. X heeft de onderhavige auto van een handelaar gekocht voor (omgerekend) € 27.820 inclusief BPM en btw. X maakt niet aannemelijk dat het een marge-auto betreft. Uitgaande van een ‘eerste’ transactie tussen een particulier (of ondernemer, niet zijnde een autohandelaar) enerzijds en een autohandelaar anderzijds, wordt de handelsinkoopwaarde in goede justitie vastgesteld op € 24.000. De uitspraak van de rechtbank wordt daarom bevestigd.

Mogelijk voor miljoenen aan BPM-boetes en -naheffingen in de prullenbak

prullebakDe website Automotive Management meldt dat de Belastingdienst deze week voor een bedrag van tussen de 2 en 3 miljoen euro aan naheffingen en boetes voor BPM-export zou hebben vernietigd. 

Klik hier voor meer informatie

De vakportal voor de autobranche baseert haar bericht op een uitspraak van Joost Verhoeven van Netcar, een juridische dienstverlener die gespecialiseerd is in het voeren van bezwaar- en beroepsprocedures tegen de Belastingdienst over de Belasting personenauto’s en motorrijwielen (BPM). Verhoeven tekende namens een aantal bedrijven bezwaar aan tegen de naheffingen en boetes. Netcar voert procedures op basis van de verschillen tussen het (dwingende) EU-recht en het nationale recht bij import van gebruikte auto’s uit andere lidstaten.

Rechtszaken bpm-import kosten Fiscus miljoenen

bron: automotive-online.nl

0128130001443005292_smallImport-dienstverleners hebben er een businesscase van gemaakt om beroep aan te tekenen tegen bpm-naheffingen door de Belastingdienst. Aan de proceskostenvergoedingen alleen al verdienen deze bedrijven miljoenen, zo vertellen diverse juridisch experts aan Automotive.

Klik hier voor meer informatie

“Wij hebben momenteel 8.500 beroepen lopen tegen bpm-naheffingen op importauto’s door de belastingdienst. En we winnen ze zo goed als allemaal”, zegt Joost Verhoeven van juridisch dienstverlener Netcar aan Automotive. Bij het bepalen van de bpm op een importauto ontstaat regelmatig discussie tussen de aangever en de Belastingdienst. Het komt geregeld voor dat de Belastingdienst zelf de auto een hogere waarde toebedeeld (en hoe hoger de importwaarde, hoe hoger het te betalen bedrag aan rest-bpm). “Het gaat soms maar om enkele honderden euro’s”, zegt Frank Bolsenbroek, oprichter van juridisch dienstverlener Euro Auto Logic. No cure, no pay Krijgt klager gelijk, dan heeft hij niet alleen voordeel van de lagere rest-bpm, maar heeft hij ook recht op een proceskostenvergoeding die kan oplopen tot 1.200 euro. “En beroepen worden vaak gegrond verklaard, zodat veel bedrijven zaken op basis van no cure, no pay aannemen”, zegt Bolsenbroek, die inschat dat er momenteel meer dan 10 duizend beroepen lopen bij rechtbanken en gerechtshoven. Doorn in het oog Staatssecretaris Eric Wiebes schrijft in zijn Autobrief aan de Tweede Kamer dat deze praktijken hem een doorn in het oog zijn. “De laatste jaren zien we de adviserende taxateur opkomen. Bepaalde taxateurs gaan in beroep tegen iedere naheffing, hoe klein het bedrag aan naheffing ook is. Vaak zijn zij puur uit op de proceskostenvergoeding.”

Waardevermindering door schade is 72% van herstelkosten

bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de heer X niet aannemelijk maakt dat de waardevermindering door de schade hoger is dan het bewijsvermoeden van 72% dat vanaf 1 januari 2015 in de Uitvoeringsregeling BPM is opgenomen.

Klik hier voor meer informatie

De heer X koopt in Oostenrijk een Peugeot uit 2012. De km-stand is 38.937. De historische nieuwprijs van de auto was € 32.295. Bij de BPM-aangifte van begin 2015 is een taxatierapport gevoegd, waarin de handelsinkoopwaarde is gesteld op € 9.036. Deze waarde is berekend door op de koerslijstwaarde van € 12.976 een schadebedrag van € 3.940 in mindering te brengen. In geschil is de naheffingsaanslag van € 652. Volgens de inspecteur is ten onrechte schade in aftrek gebracht. Rechtbank Gelderland oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat de waardevermindering door de schade hoger is dan het bewijsvermoeden van 72% dat vanaf 1 januari 2015 in de Uitvoeringsregeling BPM is opgenomen. Het is namelijk geen zeer luxe of anderszins bijzondere auto. Het is dus niet aannemelijk dat de auto naar nieuwstaat moet worden hersteld om in een vergelijkbare positie te worden gebracht met de referentieauto’s waarvan de gegevens ten grondslag liggen aan de koerslijst. De inspecteur stelt vergeefs dat er helemaal geen schade is. De enkele ontkenning op basis van de foto’s van het voor de aangifte gebruikte taxatierapport is onvoldoende. Het beroep van X bv is gegrond. De aanslag wordt verlaagd naar € 182.

België en Nederland gaan samen tellerfraude aanpakken

kilometertellerDe buurlanden gaan onderling gegevens uitwisselen om de fraude met tellerstanden van voertuigen aan het licht te brengen. Een proef met de nieuwe aanpak start begin november. In de loop van volgend jaar gaat de RDW de resultaten evalueren om het effect vast te stellen.

Klik hier voor meer informatie

Dat meldt het ministerie van Infrastructuur & Milieu vandaag. In Nederland registreert de RDW de tellerstanden van de auto’s, in België doet Car-Pass dat. In de nieuwe afspraken staat dat bij import de reeksen van opgenomen standen worden opgevraagd en vergeleken met de tellerstand bij binnenkomst, om op die manier tellerfraude te signaleren. In maart van dit jaar meldde de RDW dat 163 duizend auto’s in Nederland een onlogische tellerstand hebben. Sinds 1 januari 2014 is het terugdraaien van kilometertellers officieel strafbaar. De belangrijkste beweegredenen voor minister Schultz van Haegen zijn dat het terugdraaien van tellerstanden grote economische schade veroorzaakt, er oneerlijke concurrentie tussen autohandelaren op de loer ligt en het negatieve effecten kan hebben op de veiligheid op de weg. Tellerfraude kost jaarlijks 5,6 miljard euro Uit een steekproef van 2015 bleek dat met vijf procent van de voertuigen die uit België naar Nederland worden geïmporteerd, was gesjoemeld. De tellers waren gemiddeld met 45 duizend kilometer teruggedraaid. Andersom, bij voertuigen die van Nederland naar België gingen, was met 20 procent van de tellers gefraudeerd. Gemiddeld werden de tellers met maar liefst 110 duizend kilometer teruggedraaid. Eerder al werd onderzocht hoeveel geld de fraudepraktijken kosten. In 2010 werd de totale schade in de EU geraamd op minstens 5,6 miljard euro per jaar. Nederland kost het volgens de Vereniging Aanpak Tellerfraude (VAT) jaarlijks 150 miljoen euro. Minister Schultz over de internationale aanpak van tellerfraude: “Voor de veiligheid van consumenten is dit van belang, en ook om te voorkomen dat zij worden opgelicht bij hun aankoop. Voor autobedrijven betekent het dat oneerlijke concurrenten eerder tegen de lamp lopen en dat de economische schade van de fraude tot een minimum beperkt wordt.”

Terechte BPM-aanslag voor kampeerauto

bron:taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Vergrijpboete is onterecht wegens onvoldoende en misleidende motivering

bron: taxlive.nl

Omkering bewijslast voor professionele autohandelaar

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de inspecteur aannemelijk maakt dat X bv niet de vereiste aangifte heeft gedaan. X bv heeft verhoudingsgewijs en op zichzelf beschouwd een aanzienlijk te laag BPM-bedrag aangegeven. 

Klik hier voor meer informatie

X bv koopt in 2013 in Duitsland een jonge gebruikte personenauto met schade voor € 10.899 exclusief btw. In de BPM-aangifte van oktober 2013 stelt X bv de handelsinkoopwaarde op € 9.089, zijnde de waarde volgens de koerslijst van € 18.693 verminderd met de schade van € 9.604. De verschuldigde BPM is berekend op € 1.930. De registratie van de auto vindt plaats in december 2013. Na een hertaxatie heft de inspecteur (uiteindelijk) € 1212 na. Volgens de inspecteur heeft X bv niet de vereiste aangifte gedaan en moet de bewijslast daarom worden omgekeerd. Rechtbank Gelderland oordeelt dat de inspecteur aannemelijk maakt dat X bv niet de vereiste aangifte heeft gedaan. De handelsinkoopwaarde is ten minste € 15.000 en de verschuldigde BPM is ten minste € 3144. Door slechts € 1930 aan te geven, heeft X bv verhoudingsgewijs en op zichzelf beschouwd een aanzienlijk te laag bedrag aangegeven. X bv moet zich hiervan bewust zijn geweest. X bv is namelijk een professioneel optredende autohandelaar, die zich door professionele adviseurs laat bijstaan. De naheffing op basis van een handelsinkoopwaarde van € 15.000 (€ 19.000 minus herstelkosten van € 4000) is een redelijke schatting. Het maakt niet uit dat de inspecteur de herstelkosten niet volledig inzichtelijk maakt. Het beroep van X bv is ook voor het overige ongegrond.

Omkering bewijslast na veel te lage BPM-aangifte door handelaar (1)

bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat X bv gelet op haar kennis en ervaring als professionele autohandelaar redelijkerwijs niet kon menen dat zij met de aangegeven handelsinkoopwaarde een juiste BPM-aangifte deed.

Klik hier voor meer informatie

X bv handelt in personenauto’s en koopt in 2012 een Volkswagen uit 2008 voor € 19.400 (inclusief btw). De cataloguswaarde van de auto is € 54.551. Volgens haar BPM-aangifte is de handelsinkoopwaarde € 7.620 en is de verschuldigde BPM € 1747. De handelsinkoopwaarde is volgens het bijgaande taxatierapport berekend door op de Eurotaxglass’s koerslijstwaarde van € 12.864 de schade van € 6.549 in mindering te brengen. In geschil is of de inspecteur terecht een naheffingsaanslag van € 2705 heeft opgelegd. Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat X bv gelet op haar kennis en ervaring als professionele handelaar redelijkerwijs niet kon menen dat zij met de aangegeven handelsinkoopwaarde een juiste aangifte deed. Er is niet onderbouwd dat de inspecteur ooit uitdrukkelijk de toegepaste systematiek, te weten koerslijst minus totale getaxeerde schade, (ten volle) heeft aanvaard of dat X bv mocht aannemen dat dit aanvaardbaar zou zijn. In enkele gevallen komt in de jurisprudentie weliswaar voor dat schade in mindering wordt gebracht, maar dat betrof niet de volledige schade en ook niet zonder verdiscontering van normale gebruikssporen. De bewijslast wordt daarom omgedraaid. X bv slaagt niet in de op haar rustende bewijslast dat de naheffing onjuist is. Het maakt niet uit dat geen vermindering is toegepast op de koerslijstwaarde wegens tijdsverloop tussen de aangifte en de registratie. De schatting van de inspecteur is echter niet redelijk, aangezien de hertaxatie niet inzichtelijk is. In goede justitie wordt de handelsinkoopwaarde daarom vastgesteld op € 10.000. De naheffing wordt verlaagd tot € 1100. Het beroep van X bv is deels gegrond. [Bron Uitspraak]

Marge-auto referentievoertuig voor ingevoerde BTW-auto, en laagste koerslijst kan gehanteerd worden !

bron: futd.nl

gerechtshofHof Den Haag heeft in een proefprocedure beslist dat voor de berekening van de BPM van een gebruikte auto kan worden aangesloten bij de laagste waarde van een gelijksoortige auto. Dat is de handelsinkoopwaarde van een auto die is ingekocht met gebruikmaking van de BTW-margeregeling. Daarbij is volgens het Hof niet van belang dat de auto is aangekocht met BTW.  

Klik hier voor meer informatie

De zaak was als volgt. X deed op 18 januari 2013 aangifte BPM voor de registratie in het Nederlandse kentekenregister van een gebruikte BMW, die hij voor € 52.460 (incl. BTW) had gekocht in Duitsland. Hij berekende de verschuldigde BPM op € 8.115 aan de hand van een koerslijst van X-Ray. Volgens die koerslijst was de handelsinkoopwaarde van de auto € 60.859, waarbij X ervan uitging dat sprake was van een auto die was verhandeld met gebruikmaking van de BTW-margeregeling (marge-auto). De inspecteur legde een naheffingsaanslag BPM van € 695 op. Hij gebruikte dezelfde koerslijst, maar ging ervan uit dat sprake was van een auto die was ingekocht met berekening van BTW (BTW-auto). Er moest volgens de inspecteur namelijk worden aangeknoopt bij de inkoopwaarde van een vergelijkbare auto en dat was volgens hem in dit geval een auto die met BTW was ingekocht. Volgens de koerslijst was de handelsinkoopwaarde van de auto dan € 66.116. X ging in beroep tegen de naheffingsaanslag. Rechtbank Den Haag besliste dat uit een arrest van het EU-Hof van Justitie van 19 december 2013 (zie FutD 2013-3089 met ons commentaar) volgde dat de heffing van BPM niet hoger mocht zijn dan het laagste restbedrag van die heffing dat zat in de waarde van gelijksoortige al in Nederland geregistreerde voertuigen. Voor de vraag of sprake was van gelijksoortige voertuigen werd in dat arrest uitsluitend gewezen op kenmerken die te maken hadden met de aard van de auto zelf (merk, model, type, ouderdom, kilometerstand, staat van onderhoud). Volgens de Rechtbank kon dus worden aangesloten bij de daarmee samenhangende laagste waarde, te weten de waarde van een marge-auto. Dat X de auto had ingekocht met berekening van BTW was niet relevant. De Rechtbank verklaarde het beroep van X gegrond. De inspecteur ging tevergeefs in hoger beroep. Hof Den Haag besliste dat de koerslijst beslissend was voor de bepaling van de verschuldigde BPM. De laagste waarde op die lijst was € 60.859. X mocht volgens het Hof voor die waarde kiezen, ongeacht hoe hij eigenaar was geworden van de auto en ongeacht de fiscale herkomst van de auto. De (fiscale) herkomst van de auto was volgens het Hof geen eigenschap van de auto en beïnvloedde de heffing van BPM niet. Het Hof verklaarde het hoger beroep van de inspecteur ongegrond. (Wij ontvingen deze uitspraak van de heer J. Verhoeven van Netcar Automotive juridische dienstverlening, -red.) Hof Den Haag 3-4-2015, nr. 14/00189 (Fida 20152704) Commentaar van Fiscaal up to Date Hof Den Haag is het eerste Hof dat in hoger beroep heeft bevestigd dat voor de berekening van de BPM bij de registratie van een gebruikte auto kan worden aangesloten bij de laagste waarde van een gelijksoortige auto en dat daarbij niet van belang is dat de gebruikte auto met BTW is ingekocht. Uitgangspunt is de (lagere) handelsinkoopwaarde van een gelijksoortige marge-auto. Het uitgangspunt dat niet méér BPM mag worden geheven over ingevoerde auto’s dan rust op vergelijkbare auto’s in Nederland, betekent met betrekking tot een BTW-auto dus niet dat die ingevoerde auto moet worden vergeleken met BTW-auto’s in Nederland. Naast Rechtbank Den Haag in bovenstaande zaak, deden onder meer de Rechtbanken Gelderland (zie FutD 2014-3001 en FutD 2015-0672), Zeeland-West-Brabant (zie FutD 2014-1112 met ons commentaar) en Noord-Holland (zie FutD 2014-1612 met ons commentaar) vergelijkbare uitspraken. De Hoge Raad besliste in 2009 (zie FutD 2009-1432 met ons commentaar) dat het EU-recht zich verzette tegen de toepassing van een stelsel van belastingheffing waarbij niet werd uitgesloten dat een ingevoerde gebruikte auto in bepaalde gevallen was onderworpen aan een hogere belasting dan de belasting die nog rustte op de waarde van een gelijksoortige, al in Nederland geregistreerde gebruikte auto. Uit jurisprudentie van het EU-Hof van Justitie (zie FutD 2013-3089 met ons commentaar) volgt dat sprake is van gelijksoortige auto’s wanneer zij zich door hun eigenschappen en door de behoeften waarin zij voorzien, in een concurrentieverhouding bevinden. Het referentievoertuig is volgens het EU-Hof het voertuig waarvan de kenmerken het dichtst aanleunen tegen die van het ingevoerde voertuig. Dit houdt in dat rekening wordt gehouden met het model, het type en andere kenmerken, zoals de aandrijving of de uitrusting, de ouderdom en de kilometerstand, de staat van onderhoud of het merk. De Rechtbanken in eerste aanleg en nu ook Hof Den Haag in deze belangrijke proefprocedure zijn eensluidend van oordeel dat de fiscale herkomst van de auto niet als kenmerk van de auto in aanmerking hoeft te worden genomen. De Belastingdienst blijft echter volharden in zijn standpunt dat het wel van belang is dat een auto met BTW is gekocht en dat dus de hogere handelsinkoopwaarde van een gelijksoortige BTW-auto moet worden gebruikt voor de berekening van de BPM. De Hoge Raad zal de knoop moeten doorhakken. Wij hebben inmiddels begrepen dat de staatssecretaris in cassatie gaat. Gelet op de duidelijke uitspraak van Hof Den Haag en de jurisprudentie van het EU-Hof op dit punt vragen wij ons echter wel af in hoeverre succes is te verwachten van zo’n cassatieberoep. Wij zijn dan ook benieuwd naar het verdere verloop van deze proefprocedure.

Omkering bewijs door veel te lage BPM-aangifte

bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat X bv gelet op haar kennis en ervaring als professionele autohandelaar redelijkerwijs niet kon menen dat zij met de aangegeven handelsinkoopwaarde een juiste BPM-aangifte deed.

Klik hier voor meer informatie

X bv handelt in auto’s en koopt in 2013 een Porsche Cayenne uit 2007 voor € 28.000 (exclusief btw en BPM). De cataloguswaarde van de auto is € 115.892. Volgens haar BPM-aangifte is de handelsinkoopwaarde € 7.620 en is de verschuldigde BPM € 2050. De handelsinkoopwaarde is volgens het bijgaande taxatierapport berekend door op de XRAY koerslijstwaarde van € 17.712 de schade van € 10.092 in mindering te brengen. In geschil is of de inspecteur terecht een naheffingsaanslag van € 2705 heeft opgelegd. Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat X bv gelet op haar kennis en ervaring als professionele handelaar redelijkerwijs niet kon menen dat zij met de aangegeven handelsinkoopwaarde een juiste aangifte deed. Er is niet onderbouwd dat de inspecteur ooit uitdrukkelijk de toegepaste systematiek, te weten koerslijst minus totale getaxeerde schade, (ten volle) heeft aanvaard of dat X bv mocht aannemen dat dit aanvaardbaar zou zijn. In enkele gevallen komt in de jurisprudentie weliswaar voor dat schade in mindering wordt gebracht, maar dat betrof niet de volledige schade en ook niet zonder verdiscontering van normale gebruikssporen. De bewijslast wordt daarom omgedraaid. X bv slaagt niet in de op haar rustende bewijslast dat de naheffing onjuist is. De schatting van de inspecteur is redelijk, aangezien deze is gebaseerd op dezelfde koerslijstwaarde als waar X bv in de aangifte vanuit is gegaan. Het beroep van X bv is uitsluitend gegrond omdat op grond van art. 10b Wet BPM 1992 de naheffing verminderd moet worden tot € 2340 in verband met het hanteren van de (lagere) bruto BPM uit 2009.

BPM-koerslijstwaarde is inclusief normale gebruikssporen en slijtage

bron: taxlive.nl

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de schade apart gecalculeerd mag worden en in mindering mag worden gebracht op de waarde volgens de koerslijst. Deze methode vereist echter wel dat de kosten van herstel voor zover betrekking hebbend op normale gebruikssporen en slijtage worden geëlimineerd uit het schadebedrag.

Klik hier voor meer informatie

X koopt voor € 63.025 (exclusief btw) een gebruikte personenauto in Duitsland. Volgens de aangifte en de taxatie is de verschuldigde BPM € 33.540, uitgaande van de handelsinkoopwaarde van € 81.430 (koerslijst Eurotaxglass’s € 88.740 minus de schade van € 7.310). In geschil is of de inspecteur terecht een naheffingsaanslag van € 2974 heeft opgelegd. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de schade apart gecalculeerd mag worden en in mindering mag worden gebracht op de waarde volgens de koerslijst. Deze methode vereist echter wel dat de kosten van herstel voor zover betrekking hebbend op normale gebruikssporen en slijtage worden geëlimineerd uit het schadebedrag. Daarmee is namelijk al rekening gehouden in de met behulp van een koerslijst bepaalde waarde. X maakt niet aannemelijk dat de door haar berekende waarde juist is, althans lager is dan de waarde volgens de door haar gehanteerde koerslijst. Het beroep van X is ook voor het overige ongegrond. [Bron Uitspraak]

Terechte BPM-naheffing en boete voor autohandelaar

bron:taxlive.nl

belastingdienstRechtbank Gelderland oordeelt dat ‘gebruik van de weg’ van art. 12b Wet BPM 1992 naar EU-recht uitgelegd moet worden als ‘(beoogd) duurzaam gebruik’ en dat de inspecteur hiertoe de bewijslast draagt. 

Klik hier voor meer informatie

De heer X woont in Nederland en beschikt over een vakantieverblijf in Spanje. Op 3 maart 2010 is geconstateerd dat X hier met een personenauto met Spaans kenteken gebruik maakt van de openbare weg. De auto is zijn eigendom. X is autohandelaar van beroep en heeft vóór 3 maart 2010 diverse buitenlandse auto’s ingevoerd en daarvoor BPM-aangifte gedaan. In geschil is of terecht een BPM-naheffingsaanslag van € 2012 en een 50% vergrijpboete is opgelegd. Rechtbank Gelderland oordeelt dat ‘gebruik van de weg’ van art. 12b Wet BPM 1992 naar EU-recht uitgelegd moet worden als ‘(beoogd) duurzaam gebruik’ en dat de inspecteur hiertoe de bewijslast draagt. Het is voldoende dat is komen vast te staan dat X in Nederland woont, hier een bedrijf heeft en dus regelmatig in Nederland is, terwijl over de beschikbaarheid van een in Nederland geregistreerde auto niets bekend is. X heeft deze feiten niet betwist en heeft steeds wisselende verklaringen gegeven voor het geconstateerde gebruik. Er is wel aanleiding om de afschrijvingstabel van juli 2012 toe te passen (zie HR 2 maart 2012, nr. 11/00785, V-N 2012/14.19). De aanslag wordt aldus verminderd tot € 1.838. De boete van 50% is terecht, doch wordt € 781 na matiging met 15% vanwege de overschrijding van de redelijke termijn. X krijgt ook een immateriële schadevergoeding van € 1500 wegens immateriële schade.

Gebruik van onvolledige koerslijst voor BPM-aangifte is niet toegestaan

5-5-17 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur de onjuiste handelswijze van de heer X niet hoeft te volgen, aangezien het onderhavige type Mercedes wél voorkomt op een andere geaccepteerde koerslijst.

Klik hier voor meer informatie

De heer X koopt voor € 20.300 een Mercedes-Benz CLS 55 AMG, die afkomstig is uit een andere EU-lidstaat. Voor zijn BPM-aangifte maakt X gebruik van de koerslijst X-ray. Aangezien het onderhavige type daarin niet voorkomt, kiest X voor ‘de beste gelijkende versie in rangorde naar beneden toe’. X voldoet aldus € 4.981 aan BPM. In geschil is of de inspecteur terecht een naheffingsaanslag heeft opgelegd van € 932. De herberekening is gebaseerd op de koerslijst van Autotelex waarin het onderhavige type wel is vermeld. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur de onjuiste handelswijze van X niet hoeft te volgen, aangezien het type wél voorkomt op een andere geaccepteerde koerslijst. Hierdoor kan de vermindering namelijk nauwkeuriger worden vastgesteld en dan is niet in geschil dat de naheffing moet worden verminderd tot € 698. De naheffing bij invoer van een gebruikte auto is ook niet in strijd met art. 110 VWEU. X claimt met succes een vergoeding van immateriële schade in verband met het overschrijden van de redelijke termijn. Weliswaar staat op het bezwaarschrift een ontvangststempel van 14 april 2015, maar uit de overige gedingstukken blijkt dat het bezwaar is ingekomen op 3 april 2015. De redelijke termijn is dus met negen dagen overschreden, wat moet worden afgerond op een halfjaar. X heeft daarom recht op € 500. Het beroep van X is deels gegrond.

Expertisebureau CED en Verzekeringsklachten.nl in de clinch

1-5-17 bron: automotive-management.nl auteur: Maarten Blokslag

Volgens de website Verzekeringsklachten.nl zijn schade-experts in loondienst bij een verzekeraar of expertisebureau CED niet onpartijdig. Marcel van Dijk, commercieel directeur van CED, noemt het bericht “ongefundeerde stemmingmakerij”.

Klik hier voor meer informatie

Verzekeringsklachten.nl diende een klacht in bij de Tuchtraad Financiële Dienstverlening van het Kifid over vermeende belangenverstrengeling bij het inzetten van experts van de verzekeraar zelf of van CED, een expertisebureau dat eigendom is van meerdere verzekeraars. In een reactie hierop schreef directeur Lex Verëll van verzekeraar NH1816 aan de Tuchtraad dat er van belangenverstrengeling geen sprake is, maar dat NH1816 wel stopt met het verlenen van expertise-opdrachten aan CED. Op de website van Assurantiemagazine (Am:web) bevestigt NH1816 dit bericht van Verzekeringsklachten.nl, maar stelt wel dat het “afscheidsproces nog in volle gang is”. Gepikeerd CED is gepikeerd over het bericht op Am:web, zo blijkt uit de reactie van vandaag. “Met haar uitspraken trekt Verzekeringsklachten.nl de integriteit en betrouwbaarheid van een groot deel van onze branche in twijfel, zonder dit gedegen te onderbouwen”, zegt Van Dijk. “Het platform brengt geen concrete voorbeelden naar buiten van zaken waarin een schade-expert aantoonbaar bevooroordeeld gehandeld zou hebben.” CED benadrukt dat alle schade-experts werken volgens een scherpe gedragscode, opgelegd door het Verbond van Verzekeraars. Daarnaast certificeert het Nederlands instituut van register experts (Nivre) schade-experts op kwaliteit, integriteit en deskundigheid. Ook gaat Verzekeringsklachten.nl voorbij aan het feit dat polisvoorwaarden het recht bevatten op contra-expertise: wie niet kan of wil vertrouwen op de deskundigheid van de expert van zijn verzekeraar, kan een eigen expert benoemen om de schade te beoordelen. Daarna resteert nog de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij het Kifid. Van Dijk: “In onze sector krijgen gegronde klachten maximale aandacht. Voor ongefundeerde stemmingmakerij moeten we als branche echter uitermate waakzaam zijn.”

Handelsinkoopwaarde van kampeerauto is hoger dan normale bestelauto

7-4-17 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Rechtbank Gelderland oordeelt dat vanwege de essentiële verschillen moet worden uitgegaan van de hogere handelsinkoopwaarde van een kampeerauto. Een bestelauto vervult namelijk vooral een transportfunctie en wordt ook intensiever gebruikt.

Klik hier voor meer informatie

De heer X doet BPM-aangifte voor een Fiat kampeerauto van ruim tien maanden oud met een km-stand van 12.000. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van de koerslijst van bestelauto’s met dezelfde kenmerken, met uitzondering van de recreatieve voorzieningen. In geschil is de opgelegde naheffingsaanslag. Volgens de inspecteur moet de forfaitaire afschrijvingstabel (art. 8 lid 5 Uitv. reg. BPM 1992) worden toegepast op de (hogere) handelsinkoopwaarde van een kampeerauto. X beroept zich op de goedkeuring van het Kaderbesluit (4 maart 2014, nr. BLKB2014/127M, V-N 2014/13.15) om aan te sluiten bij de catalogusprijs van de bestelauto. Rechtbank Gelderland oordeelt dat vanwege de essentiële verschillen moet worden uitgegaan van de hogere handelsinkoopwaarde van een kampeerauto. Een bestelauto vervult namelijk vooral een transportfunctie en wordt ook intensiever gebruikt. De goedkeuring van het Kaderbesluit gaat uitsluitend over de catalogusprijs en niet over de afschrijving. De recreatieve functie is een waardeverhogende factor, aangezien er minder snel op wordt afgeschreven. De inspecteur stelt dus terecht de voorwaarde dat de handelsinkoopwaarde de teller van de breuk (voor de afschrijving) moet vormen. De werkelijke afschrijving is in casu niet hoger dan de door de inspecteur toegepaste korting van 32,332%. De inspecteur maakt dus aannemelijk dat er niet te veel BPM is geheven. Het beroep van X is ook voor het overige ongegrond.

Wat doet het Landelijk Informatiecentrum Voertuigcriminaliteit ?

bron: liv.nl

LIVHet LIV is het expertisecentrum voor voertuigcriminaliteit en opsporingsbijstand in Nederland. De organisatie is een centraal meldpunt, verstrekt informatie, geeft advies en het ondersteunt specifieke acties. Het is de enige organisatie waarin publieke en private partijen samenwerken aan opsporingsbijstand bij voertuigcriminaliteit.

Klik hier voor meer informatie

Landelijk Informatiecentrum Voertuigcriminaliteit Het Landelijk Informatiecentrum Voertuigcriminaliteit (LIV) is een samenwerkingsverband van: RDW Politie Stichting Verzekeringsbureau Voertuigcriminaliteit (VbV) Het LIV is het expertisecentrum voor voertuigcriminaliteit en opsporingsbijstand in Nederland. De organisatie is een centraal meldpunt, verstrekt informatie, geeft advies en het ondersteunt specifieke acties. Het is de enige organisatie waarin publieke en private partijen samenwerken aan opsporingsbijstand bij voertuigcriminaliteit. Diensten en producten Het LIV levert de volgende diensten en producten: Voertuigidentificatie Falsificaten onderzoek Opsporingsondersteuning Analyse Informatiecoördinatie Meer informatie hierover leest u in het artikel ‘Diensten en producten’ Voor wie Politie en verzekeringsmaatschappijen zijn klant van het LIV. Maar ook de Belastingdienst, de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD), keuringsstations van de RDW en buitenlandse instanties kunnen terecht bij het LIV voor advies en informatie.

Rechter tikt RDW op de vingers in haar ‘jacht’ (PAT onderzoek) naar Landrover en Range Rover rijders!

7-5-15 Auteur Hein Dudink/Advocaat

bron: dudinkstarink.nl

dudinkAangezien zich meerdere mensen bij mij hebben gemeld met vergelijkbare problemen met de RDW, is het misschien goed om nog te vertellen dat deze zaak goed is afgelopen.

Klik hier voor meer informatie

Enige tijd geleden schreef ik dat de RDW de eigenaar van een oldtimer van het merk Landrover, beschuldigde van fraude en een zogenaamd PAT onderzoek opstartte. Een onderzoek door het Permanente Auto Team van de RDW en Politie. Dit kwam omdat een medewerker van de RDW de auto tijdens een keuring ‘te mooi’ had gevonden. Je kunt het bijna niet verzinnen, maar de eigenaar zat met de gebakken peren en was maanden zijn kenteken kwijt. De man had net zijn auto voor veel geld minutieus gerestaureerd. Het betrof hier een volledig gedocumenteerde restauratie met meerdere taxatierapporten, die ook nog aan de bewuste RDW medewerker waren getoond. Het mocht allemaal niet baten. Het PAT team van de RDW en politie gaven echter aan dat door het verwijderen van het type plaatje niet meer met zekerheid was vast te stellen of het typeplaatje op de carrosserie – nog – van dezelfde auto afkomstig was. Begrijpt u het nog? Het is daarmee volstrekt onduidelijk wie in dit PAT team nu eigenlijk wat onderzoekt! Zeker nu de politie geen proces-verbaal opmaakt en de eigenaar niet bij het onderzoek mag zijn! Zoals eerder aangegeven, zegt het typeplaatje namelijk helemaal niets over het kenteken van de auto, omdat het chassisnummer gewoon op het chassis is ingeslagen en alleen dit nummer op het kenteken wordt genoemd ter identificatie. Ook de bestuursrechter hoorde het verhaal van de RDW met verbazing aan en verklaarde het beroep vervolgens gegrond. De eigenaar van de auto met het bewuste typeplaatje kan in ieder geval weer van zijn auto genieten. U bent geïnformeerd en gewaarschuwd! Hein Dudink/Advocaat

Herstel jonge schade-auto is 100% waardevermindering

17-3-17 bron: taxlive.nl (uitspraak)

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de waardevermindering van de auto gelijk is aan de schade omdat de auto hersteld zal worden naar nieuwstaat.  

Klik hier voor meer informatie

De heer X koopt een vijf maanden oude Mercedes C220 CDI met schade. X koopt de auto in het buitenland voor € 20.750,00 (exclusief btw). De historische consumentenprijs is € 53.025. Volgens de BPM-aangifte is de handelsinkoopwaarde € 11.048, zijnde de koerslijstwaarde minus de schade/herstelkosten van € 20.825 (incl. btw). X voldoet € 1.158 aan BPM. In geschil is of de inspecteur vervolgens terecht een naheffingsaanslag van € 1.939 heeft opgelegd. De 50% boete kan volgens de inspecteur vervallen. Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de waardevermindering van de auto gelijk is aan de schade van € 20.000 omdat de auto hersteld zal worden naar nieuwstaat. Het is namelijk een zeer jonge auto uit het hogere segment met een km-stand van slechts 19.652. X claimt ten onrechte aftrek voor het ‘rijklaar maken’ omdat de auto voor verhuur was bestemd en de kosten voor Nederlandstalige onderhoudsboekjes en software. Het beroep van X is gegrond. De aanslag wordt vernietigd, omdat X teveel BPM op aangifte heeft voldaan.

Voor schade-auto’s is niet teveel BPM afgedragen

17-3-17 bron: taxlive.nl (uitspraak)

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de eisen die vanaf 1 januari 2015 aan BPM-taxatierapporten worden gesteld bijdragen aan een transparante controlemethodiek. Een hogere waardevermindering dan 72% door schade is niet uitgesloten, mits goed onderbouwd.

Klik hier voor meer informatie

X bv doet in april 2015 BPM-aangiften voor diverse personenauto’s. Voor alle auto’s wordt de afschrijving bepaald door middel van een taxatierapport met gebruikmaking van referentievoertuigen. X bv maakt vervolgens bezwaar tegen de aldus afgedragen BPM. Niet in geschil is dat steeds sprake is van meer dan normale gebruiksschade en dat de handelsinkoopwaarde moet worden bepaald door op de waarde in onbeschadigde staat een waardevermindering wegens schade toe te passen. Volgens X bv leidt het verplichte gebruik bij taxaties van referentievoertuigen altijd tot een te hoge handelsinkoopwaarde en moet daarom een koerslijst tot uitgangspunt worden genomen. Rechtbank Den Haag oordeelt dat de eisen die vanaf 1 januari 2015 aan taxatierapporten worden gesteld bijdragen aan een transparante controlemethodiek. Bovendien zijn door X bv geen koerslijsten overgelegd ter ondersteuning van haar standpunt en zij moet juist de waardevermindering aannemelijk maken. X bv stelt vergeefs dat de handelsinkoopwaarde altijd daalt met 100% van de schade. De 72%-norm die in de uitvoeringsregeling is vastgelegd, is namelijk tot stand gekomen op basis van door het Verbond van Verzekeraars verzamelde gegevens. Een hogere waardevermindering is voorts niet uitgesloten, mits goed onderbouwd. De beroepen van X bv zijn ongegrond.

Onderscheid btw-auto en marge-auto werkt niet door in BPM-heffing

29-3-17 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

gerechtshofHof Den Haag oordeelt in hoger beroep dat X de laagste waarde op de koerslijst mag kiezen, ongeacht hoe X eigenaar van de auto is geworden en ongeacht de fiscale herkomst daarvan. Aangezien de uitspraak op bezwaar vóór 1 januari 2015 is gedaan, is voor de bezwaarkosten geen sprake van samenhangende zaken. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO). 

Klik hier voor meer informatie

X doet in januari 2014 BPM-aangifte voor de registratie van een gebruikte BMW 120D. De inspecteur legt een naheffingsaanslag op van € 241 omdat hij van mening is dat de auto een btw-auto is en dus een hogere waarde heeft. Deze stelt hij vast op basis van de koerslijst voor een btw-auto. Volgens Rechtbank Den Haag mag worden uitgegaan van de koerslijst van een marge-auto, zoals X bepleit. Het onderscheid tussen een btw-auto en marge-auto is namelijk geen concreet aanwijsbare eigenschap van de auto zelf. Het onderscheid geeft slechts de belastingpositie van de handelaar in de handelsketen weer. Dit is op zichzelf onvoldoende om te constateren dat een btw-auto en een marge-auto niet langer concurreren en dus niet meer gelijksoortig zijn. X heeft recht op een proceskostenvergoeding, maar er is wel sprake van vier samenhangende zaken conform art. 3 lid 2 van het Besluit proceskosten bestuursrecht dat vanaf 1 januari 2015 geldt. De inspecteur gaat in hoger beroep. Hof Den Haag (MK I, 1 april 2016, BK-15/00379, V-N vandaag 2016/764) oordeelt dat X de laagste waarde op de koerslijst mag kiezen, ongeacht hoe X eigenaar van de auto is geworden en ongeacht de fiscale herkomst daarvan. De (fiscale) herkomst van de auto of de voor de omzetbelasting aan de auto toe te kennen status is namelijk geen eigenschap die aan de auto kleeft, en beïnvloedt de BPM-heffing dus niet. Het feit dat de invoer van een marge-auto gunstiger is, maakt de handelswijze van X niet strijdig met het neutraliteitsbeginsel. Het beroep van de inspecteur is ongegrond. Hoewel in bezwaar, beroep en hoger beroep sprake is van vier samenhangende zaken, brengt het rechtszekerheidsbeginsel niettemin mee dat voor het vaststellen van de proceskosten in bezwaar geen samenhang wordt aangenomen. De uitspraak op bezwaar is namelijk van 2 september 2014. Het incidentele hoger beroep van X is slechts in zoverre gegrond. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

De laatste vijf frontoffices BPM bij de Dienst Wegverkeer (RDW) sluiten de deur op 1 maart 2017.

1-3-17 bron: belastingdienst.nl

stop high taxes

In de wachtruimte van alle RDW-keuringsstations staan speciale aangiftezuilen van de Belastingdienst

Klik hier voor meer informatie

Hierin kunt u doen: uw bpm-aangifte, melding, opgaaf bruto bpm of aangifte omzetbelasting – Intracommunautaire levering en verwerving van nieuwe vervoermiddelen. Voor informatie over de bpm begint u op de pagina: bpm. Hebt u nog vragen? Bel dan Belastingtelefoon Auto: 0800 – 0749.

RDW remt de import af

24-2-17 bron: autobranchesignalen.nl

image2114

De Rijksdienst Wegverkeer (RDW) trapt op de rem voor wat betreft het aantal importauto’s dat zij dagelijks keuren. RDW Keuringstations bepalen zelf hun dagelijkse max. In Arnhem worden bijvoorbeeld nog maximaal 60 invoerkeuringen zonder afspraak uitgevoerd. “Onacceptabel en onhoudbaar!” stelt Frank Bolsenbroek. 

Klik hier voor meer informatie

Bolsenbroek breekt als adviseur/taxateur van import voertuigen een lans voor zijn vele klanten die hier onhoudbare hinder van ondervinden. “Wij begrijpen best dat de toename van importvoertuigen ook voor de RDW tot onhoudbare drukte leidt, maar dit is niet de manier waarop de RDW dat zou moeten oplossen.” Alternatief voor keuren zonder afspraak is keuren mét afspraak. Daarvoor is de wachttijd momenteel echter twee weken. Vooral voor importeurs die structureel, meerdere keren per week aanvoer uit het buitenland hebben, is dit erg onhandig. Importbelemmering Daarbij is het volgens Bolsenbroek ook een verboden belemmering van de import binnen ons vrije verkeer van goederen. Sinds de invoer van de maatregel is het eerder drukker geworden dan minder druk. Bolsenbroek: “Het is nu dringen aan de poort voordat de RDW open gaat en dan barst de strijd om het nummertje trekken los. Dit is ook voor de RDW medewerkers niet plezierig. Ik heb zojuist ook nog met Veendam gebeld en daar doen ze er wat schimmig over. Het zou geen beleid zijn maar dat is het toch écht wel.” Het mag niet Bolsenbroek stelt bovendien vast dat de RDW nog steeds spreekt van een “keuring” en de RDW interpreteert haar dienstverlening ook als zodanig. “Dat is fundamenteel onjuist” aldus Bolsenbroek. “Al in 2007 heb ik via de Europese Unie bewerkstelligd dat importauto’s niet gekeurd mogen worden voorafgaand aan de registratie. Aangezien de invoerkeuringen voor de RDW ook gewoon goed geld opleveren, was dit voor haar een tegenvaller. De RDW heeft dat lek toen gerepareerd door haar dienstverlening te wijzigen van keuring in identificatie. Sindsdien gebeurt er ook niet meer dan een controle van het chassisnummer en het filteren van schadeauto’s. Daarbij benoemt de RDW haar werkzaamheden gewoon nog steeds keuring en rekent daar € 95,00 voor. Schadeauto’s worden daarbij dan ook nog eens onrechtmatig van een WOK signaal voorzien. Dan is er ook nog de onevenredige benadeling via WOK2 wat het enthousiasme voor de import van lichte schadevoertuigen enorm tempert. Dat is allemaal niet heel erg juist” aldus Bolsenbroek. Oplossing Wat zou de RDW dan behoren te doen? Bolsenbroek: “Volgens Europese wetgeving dient énkel de buitenlandse registratie te worden omgezet naar een binnenlandse registratie. Keuren, schouwen, identificeren kan daarbij niet aan de orde zijn. De registratie van een importvoertuig kan gewoon worden teruggebracht tot een administratieve afwikkeling. De Duitsers doen het ook zo. Ik gun de RDW het allerbeste maar het schouwen/identificeren, laat staan keuren van importvoertuigen, is gewoon een brug te ver voor de RDW. Daar kùnnen ze gewoon mee stoppen en zich vervolgens weer gaan bezighouden met haar kerntaken”. Klantvriendelijkheid De maatregel is daarbij ook nog eens als weinig klantvriendelijk te beoordelen. Een importeur die niet met naam genoemd wil worden (“dat helpt mij niet”): “Het wordt tijd dat de RDW, die zich hier toch een monopoliepositie verschaft, zich ook dat eens gaat realiseren. Soms gaat het er soms wel erg chagrijnig aan toe. De goeien daargelaten. Dat is zò onnodig en dat lokt dan ook weer tegen reacties uit van ook niet altijd even tactische handelaren. Al met al wordt het een spanningsveld wat we niet moeten willen hebben. Wat ik ook heel vreemd vind, is dat ik vorige maand met nummertje 54 al om 10.15 uur aan de beurt was en vandaag was ik om 11.45 uur aan de beurt met hetzelfde nummertje 54. Ze passen dus gewoon het werktempo naar beneden aan! Het lijkt daarmee op een interne afspraak van “we gaan maar eens wat minder hard werken”.” Procedure gestart Juridisch en logistiek importdienstverlener Euro Auto Logic B.V. heeft bij de RDW al enige tijd een procedure aanhangig, gericht tegen de kosten van de Importkeuring en de onrechtmatigheid van de importprocedure. Euro Auto Logic Jurist mr. Tom Vriesema kan daarover momenteel nog niet meer kenbaar maken dan dat deze zaak nog binnen de termijn in behandeling is.

Friese garagehouder verdacht van bpm-fraude

21-2-17 bron: automotive-management.nl

fiodHet Fiod heeft vandaag een doorzoeking gedaan bij een 51-jarige garagehouder in Oudwoude (Friesland) op verdenking van belastingfraude. Er is beslag gelegd op de administratie en op zeven personenauto’s.

Klik hier voor meer informatie

Dat meldt de Belastingdienst in een persbericht. De garagehouder importeert luxe auto’s. Uit onderzoek blijkt dat hij vermoedelijk sjoemelde met de kilometerstanden van de auto’s. Vanaf 2013 tot heden vulde de man mogelijk voor 142 auto’s een hogere kilometerstand in, waardoor de waarde van de auto’s lager werd. Dat leidde tot een lager te betalen bpm bedrag. Het belastingnadeel wordt geschat op minimaal 352 duizend euro. De Fiod controleert de laatste jaren streng op bpm-fraude.

Koerslijst is uitgangspunt voor inkoopwaarde schade-auto

27-1-17 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

attachment-rechterRechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de berekening in de BPM-aangifte in materiële zin correct is, aangezien de koerslijstwaarde de referentieprijs weergeeft van een soortgelijke auto zonder schade en de hoogte van de aftrek wegens schade niet in geschil is.

Klik hier voor meer informatie

De heer X koopt in een andere EU-lidstaat een gebruikte Opel Corsa voor € 5.500 (ex btw). Volgens zijn BPM-aangifte is de handelsinkoopwaarde slechts € 1.375, zijnde de koerslijstwaarde van € 8.340 minus de schade van € 6.965 (72% van € 9.673). In geschil is de voldoening op aangifte van € 306. De naheffing van € 1.739 is niet meer in geschil, aangezien het bezwaar hiertegen wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk was. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de berekening in de aangifte in materiële zin correct is, aangezien de koerslijstwaarde de referentieprijs weergeeft van een soortgelijke auto zonder schade en de hoogte van de aftrek wegens schade niet in geschil is. Bij een schade-auto is het namelijk vrijwel onmogelijk om een soortgelijke schade-auto als referentie te vinden. X claimt terecht een extra leeftijdskorting vanwege de tijd die is verlopen tussen de aangifte (2 februari 2015) en de registratie (23 april 2015). X heeft dus recht op een teruggaaf van € 12. Het beroep van X is gegrond.

Auto’s met buitenlands kenteken aangemerkt als nieuw voor BPM

27-1-17 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

HR_logo_400x400De Hoge Raad oordeelt dat de BPM is voldaan na intrekking van de Leidraad BPM 2006 zodat niet met vrucht een beroep kan worden gedaan op het in dat besluit neergelegde beleid inzake het begrip ‘gebruikt’. Er is ook voor het overige geen sprake van discriminerende heffing in de zin van art. 110 VWEU.

Klik hier voor meer informatie

X bv heeft in 2014 voor de registratie van acht personenauto’s in totaal € 15.924 aan BPM op aangifte voldaan. Volgens X bv zijn het gebruikte auto’s, ondanks dat er geen sporen van feitelijk gebruik zijn en de km-standen variëren van 6 tot 25. De auto’s waren eerder in Italië geregistreerd. De afschrijving is door X bv berekend met gebruikmaking van een koerslijst. In geschil is of de inspecteur terecht naheffingsaanslagen van in totaal € 8.541 heeft opgelegd. Rechtbank Den Haag stelt de inspecteur in het gelijk. Het maakt niet uit dat de auto’s al in het buitenland waren geregistreerd (zie HR 29 mei 2009, nr. 08/00824, V-N 2009/28.18). Het maakt ook niet uit dat de fabrieksgarantie reeds op het moment van registratie in Italië is ingegaan. X bv beroept zich vervolgens op HR 29 januari 2016, nr. 14/01502, V-N 2016/7.22.1. Volgens Hof Den Haag beroept X bv zich ten onrechte op het vertrouwensbeginsel ten aanzien van het begrip ‘gebruikt’ in de Leidraad BPM 2006. Aangezien de bewuste passage in een volgend besluit niet is opgenomen, komt reeds daarom een beroep op gewekt vertrouwen niet voor honorering in rechte in aanmerking. X bv gaat in cassatie. De Hoge Raad oordeelt dat de BPM is voldaan na intrekking van de Leidraad BPM 2006 zodat niet met vrucht een beroep kan worden gedaan op het in dat besluit neergelegde beleid.Het oordeel van het hof dat de vermindering van art. 10 Wet BPM 1992 niet van toepassing is omdat de auto’s na de vervaardiging niet of nauwelijks zijn gebruikt en daarom geen gebruikte personenauto’s zijn, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting (zie HR 14 september 2012, nr. 12/00848, V-N 2012/46.26). Er is ook voor het overige geen sprake van discriminerende heffing in de zin van art. 110 VWEU. X bv stelt vergeefs dat als de auto’s als nieuw worden aangemerkt voor de berekening van de verschuldigde BPM niettemin moet worden uitgegaan van de in 2013 geldende tarieven. Aangezien in de periode waarin de onderhavige auto’s in Nederland voor het eerst werden geregistreerd, ook op alle in Nederland op de binnenlandse markt aangekochte, vergelijkbare nieuwe personenauto’s bij registratie werd geheven naar het tarief van 2014, is van onverenigbaarheid met art. 110 VWEU geen sprake. Voorts is redelijkerwijs niet voor twijfel vatbaar dat de uitleg van het begrip gebruikte personenauto strookt met de rechtspraak van het HvJ EU. Het beroep van X bv is ongegrond.

Terechte BPM-naheffing voor gebruikte auto met schade

27-12-16 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

gerechtshofHof Amsterdam oordeelt in hoger beroep dat de herstelkosten van de schade geen één-op-één-relatie hebben met de handelsinkoopwaarde van de auto in beschadigde staat. De praktijkervaring van de hertaxateur dat in de autohandel circa 60 tot 65% van de gecalculeerde schade tot een daadwerkelijke waardevermindering van de auto leidt, is aannemelijk. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

Klik hier voor meer informatie

Belanghebbende, mevrouw X (erflaatster), koopt in augustus 2011 voor € 7.800 een BMW type 530 DA Touring uit 2006. Volgens de BPM-aangifte is de inkoopwaarde van de auto € 1250 en is de te betalen BPM € 352. De inspecteur heeft de auto laten hertaxeren. Volgens het hertaxatierapport is de handelswaarde € 12.250, zijnde de verkoopwaarde van € 23.750 minus € 4.750 handelsmarge en minus € 6.750 schade. In geschil is of terecht een naheffingsaanslag is opgelegd van € 3.142. Rechtbank Noord-Holland verlaagt de aanslag tot € 2.560. X stelt in hoger beroep dat de herstelkosten € 21.911 zijn en dat deze volledig in mindering moeten komen op de handelsinkoopwaarde. Na het overlijden van X zetten haar erven de procedure door. Hof Amsterdam (MK II, 1 maart 2016, 14/00101, V-N Vandaag 2016/527) oordeelt dat de herstelkosten van de schade geen één-op-één-relatie hebben met de handelsinkoopwaarde van de auto in beschadigde staat. De praktijkervaring van de hertaxateur dat in de autohandel circa 60 tot 65% van de gecalculeerde schade tot een daadwerkelijke waardevermindering van de auto leidt, is aannemelijk. De schadecalculatie van X is niet aannemelijk. Deze zou er namelijk toe leiden dat de auto een negatieve waarde heeft en dat is niet te rijmen met haar eigen aanschafprijs van € 7.800. Het beroep van de erven X is ongegrond. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

Geen omkering van bewijs na te lage BPM-aangifte voor sloopauto

28-11-16 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

gerechtshofHof Amsterdam oordeelt in hoger beroep dat hoewel de aangegeven handelsinkoopwaarde slechts 11% is van de zelf betaalde prijs, redelijkerwijs niet kan worden gezegd dat de door de autohandelaar ingeschakelde taxateur wist of zich ervan bewust moet zijn geweest dat door de aangifte te weinig BPM zou worden geheven.  

Klik hier voor meer informatie

De heer X is autohandelaar. Hij koopt in april 2012 in Duitsland een personenauto met schade voor € 3.857 exclusief BPM en btw. De eerste toelating van de auto was 13 februari 2012. X doet in juli 2012 BPM-aangifte. In de aangifte is de inkoopwaarde met behulp van een koerslijst berekend op € 16.333. Na ‘aftrek’ van de door een taxateur gecalculeerde schade ad € 24.554 resteert € 500 als inkoopwaarde. Na hertaxatie legt de inspecteur een naheffingsaanslag op van (uiteindelijk) € 1.522. Rechtbank Noord-Holland vermindert de aanslag tot een, berekend naar een inkoopwaarde (handelswaarde met schade inclusief BPM en btw) van € 3.500. Partijen gaan in hoger beroep. De inspecteur stelt primair dat X niet de vereiste aangifte heeft gedaan en dat de bewijslast dus moet worden omgekeerd. Hof Amsterdam oordeelt dat hoewel de aangegeven handelsinkoopwaarde slechts 11% is van de zelf betaalde prijs, redelijkerwijs niet kan worden gezegd dat de door X ingeschakelde taxateur wist of zich ervan bewust moet zijn geweest dat door de aangifte te weinig BPM zou worden geheven. De problematiek van ingevoerde schade-auto’s is namelijk te complex. Aangezien de auto economisch ‘total loss’ was, is er geen ruimte voor een berekening op basis van herstelkosten en moet de sloopwaarde worden bepaald. X heeft de auto bij een handelaar ingekocht voor (omgerekend) € 4.688 inclusief BPM en btw. Uitgaande van een ‘eerste’ transactie tussen een particulier (of ondernemer, niet zijnde een autohandelaar) enerzijds en een autohandelaar anderzijds, wordt de handelsinkoopwaarde in goede justitie vastgesteld op € 4.250. Het incidentele beroep van de inspecteur is gegrond.

Waardevermindering door schade is 100% van herstelkosten

bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de waardevermindering hoger is dan het bewijsvermoeden van 72% dat vanaf 1 januari 2015 in de Uitvoeringsregeling BPM is opgenomen.

Klik hier voor meer informatie

X bv koopt in 2014 in Duitsland een Porsche uit 2014. De km-stand is 8.625. De historische nieuwprijs van de auto was € 153.897.Bij de BPM-aangifte van begin 2015 is een taxatierapport gevoegd, waarin de handelsinkoopwaarde is gesteld op € 77.704. Deze waarde is berekend door op de koerslijstwaarde van € 84.220 een schadebedrag van € 6.516 in mindering te brengen. In geschil is de naheffingsaanslag van € 1.542. Volgens de inspecteur is ten onrechte de volledige schade in mindering op de waarde is gebracht. Rechtbank Gelderland oordeelt dat X bv aannemelijk maakt dat de waardevermindering door de schade hoger is dan het bewijsvermoeden van 72% dat vanaf 1 januari 2015 in de Uitvoeringsregeling BPM is opgenomen. X bv stelt terecht dat er sprake is van een jonge auto met weinig km’s, in het exclusieve segment. Aannemelijk is dat een koper daarvan verwacht dat de auto in een staat vergelijkbaar met nieuw verkeert (zie ook Hof ‘s-Hertogenbosch 14 juli 2016, nr. 15/01173), zodat van 100% waardevermindering kan worden uitgegaan. De inspecteur stelt vergeefs dat het spuitwerk kennelijk ‘af fabriek’ al matig was en dat dit een aanwijzing is dat een koper niet zulke hoge eisen zal stellen. Het beroep van X bv is gegrond

Het lijkt er op dat de Belastingdienst illegaal duizenden bezwaren afdoet

bron: tpo.nl

belastingdienstBovendien voelt de belastingbetaler zich onder druk gezet.

Klik hier voor meer informatie

Als je per brief een bezwaar indient bij de Belastingdienst, dan moet de Belastingdienst je een ontvangstbevestiging sturen. Belangrijker is nog dat zij het besluit, waartegen je bezwaar maakt, serieus moet behandelen: dat besluit kan dan gegrond zijn of ongegrond.In dat proces heb je wettelijk het recht om gehoord te horen: daarop kun je je voorbereiden en dan worden argumenten uitgewisseld. Reporter Radio ontdekte dat de Belastingdienst zich niet aan de wet houdt. Zij belt mensen op als zij bezwaar maken, blijkt uit stukken van de Belastingdienst. En het doel van het gesprek lijkt dan te zijn dat mensen hun bezwaar intrekken. Als de belastingdienst dan constateert dat je het bezwaar hebt ingetrokken, noteren ze dat. Je krijgt er standaard niet eens een brief over. Dat gebeurt natuurlijk alleen bij mensen die bezwaar maken tegen toeslagen en de inkomstenbelasting en die dat zonder adviseur doen. Die kunnen zich dan behoorlijk onder druk gezet voelen. Daarom heb ik Kamervragen gesteld. Want als deze werkwijze klopt, staan volgens de wet deze bezwaren nog gewoon open als niet afgedaan. Vandaar dat ik heel precies wil weten om hoeveel bezwaren het gaat en hoe staatssecretaris Eric Wiebes dit gaat oplossen.

Inspecteur had rekening moeten met schade aan auto,s bij BPM-naheffing.

bron: taxlive.nl  [Bron Uitspraak]

Hof ‘s-Hertogenbosch is van oordeel dat rekening moet worden gehouden met de schade aan de auto’s omdat de handelsinkoopwaarde van de auto’s door deze schade lager is. Nu de inspecteur dit niet heeft gedaan, vernietigt het hof de naheffingsaanslagen.

Klik hier voor meer informatie

X vof doet aangifte voor de BPM van twee uit Duitsland afkomstige, beschadigde, auto’s. De inspecteur is van mening dat de door X vof berekende bedragen te laag zijn en legt naheffingsaanslagen BPM op. Nadat X vof de BPM heeft betaald, registreert de RDW de auto’s in het kentekenregister. Hof Arnhem – Leeuwarden oordeelt dat de inspecteur de te weinig op aangifte voldane BPM niet op grond van art. 20 AWR kon naheffen, aangezien de auto’s ten tijde van de naheffingsaanslagen nog niet in het kentekenregister waren ingeschreven. Onder verwijzing naar zijn arrest van 28 juni 2013, nr. 12/00400 (V-N 2013/31.17) stelt de Hoge Raad vast dat het oordeel van het hof van een onjuiste rechtsopvatting getuigt. De Hoge Raad verwijst de zaak vervolgens naar Hof ‘s-Hertogenbosch. Hof ‘s-Hertogenbosch is van oordeel dat rekening moet worden gehouden met de schade aan de auto’s omdat de handelsinkoopwaarde van de auto’s door deze schade lager is. Het hof overweegt daarbij dat vaststaat dat de auto’s beschadigd waren en dat schade de handelsinkoopswaarde van de auto’s verlaagt. Nu de inspecteur helemaal geen rekening heeft gehouden met de schade, vernietigt het hof de naheffingsaanslagen.

Geen BPM-naheffing ondanks her-invoer na recente uitvoer

bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat mevrouw X slaagt in de bewijslast dat zij met de her-invoer niet het oogmerk had om een BPM-voordeel te behalen.

Klik hier voor meer informatie

Belanghebbende, mevrouw X, doet in maart 2014 BPM-aangifte ter zake van een gebruikte Volvo V60 zonder schade. In november 2013 was deze auto buiten Nederland gebracht en had de toenmalige eigenaar een BPM-teruggaaf van € 6.971 gekregen. In de aangifte beroept X zich op een koerslijst en betaalt slechts € 2.518 aan BPM. In geschil is of terecht een naheffing is opgelegd van € 3.941. De inspecteur beroept zich op art. 10a Wet BPM 1992, die hagelschadeconstructies moet bestrijden. Deze constructie houdt in dat een jonge schade-auto wordt geëxporteerd en aansluitend (met hagelschade) weer wordt geïmporteerd met het oogmerk om een BPM-voordeel te behalen. Dit oogmerk wordt aanwezig geacht als de auto binnen zes maanden wordt heringevoerd. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X slaagt in de bewijslast dat zij met de her-invoer niet het oogmerk had om een BPM-voordeel te behalen. X is namelijk niet gelieerd aan degene die de export-BPM heeft gekregen. X was toevallig via internet in contact gekomen met de eigenaar van de auto en was zich van geen kwaad bewust. De inspecteur stelt vergeefs dat X een onderzoeksplicht had naar de herkomst van de auto. Er kan voorts in het midden blijven of art. 10a Wet BPM 1992 onverbindend is. Het beroep van X is gegrond.

BPM-taxateur en gemachtigde mogen gelieerd zijn

bron: taxlive.nl

gerechtshofHof Amsterdam oordeelt in hoger beroep dat er geen reden is aan te nemen dat het enkele feit dat de taxateur voor een zuster-bv werkt, er toe zou leiden dat hij zijn werkzaamheden naar de professionele standaarden van de beroepsgroep niet naar eer en geweten zou kunnen verrichten.  

Klik hier voor meer informatie

Erflater, de heer X, koopt op 13 juli 2012 voor € 57.000 een personenauto met 25 oktober 2011 als datum van eerste toelating. Volgens de BPM/aangifte is de schade € 12.098 en de verschuldigde BPM € 32.107. In geschil is de naheffing van € 3.605. Rechtbank Noord-Holland stelt de inspecteur in het gelijk. X gaat in hoger beroep. De gemachtigde heeft de procedure namens belanghebbenden voortgezet. De inspecteur herhaalt zijn stelling dat de taxateur van X niet onpartijdig is, omdat hij via een zuster-bv is gelieerd aan de gemachtigde van X. Hof Amsterdam oordeelt dat er geen reden is aan te nemen dat het enkele feit dat de taxateur voor een zuster-bv werkt, er toe zou leiden dat hij zijn werkzaamheden naar de professionele standaarden van de beroepsgroep niet naar eer en geweten zou kunnen verrichten. Er is ook afgaande op de inhoud van het taxatierapport geen reden aan de professionaliteit c.q. onafhankelijkheid van de taxateur te twijfelen. Bij de schadecalculatie is echter ten onrechte meegenomen dat de remmen geheel vernieuwd zouden moeten, dat de inbouw van een alarmsysteem noodzakelijk is en dat het interieur moet worden gereinigd. Het taxatierapport van de inspecteur houdt onvoldoende rekening met het feit dat de benodigde onderdelen zeer duur zijn, mogelijke kleurverschillen als de auto slechts gedeeltelijk wordt overgespoten en een hoger dan gemiddeld arbeidsloon. In goede justitie wordt de schade daarom vastgesteld op € 5.500. De naheffing wordt verminderd.

Eerder geregistreerde auto ook onder Kaderbesluit BPM gebruikte auto

bron: futd.nl

Rechtbank Gelderland besliste dat uit een arrest van de Hoge Raad van 29 januari 2016 volgde dat in elk geval onder de tot 16 juni 2010 geldende Leidraad BPM 2006 een personenauto werd aangemerkt als een gebruikte personenauto als daarvoor eerder een kenteken was toegekend, dat was afgegeven, gedateerd en op naam gesteld.

Klik hier voor meer informatie

BV X handelde in auto’s van verschillende, overwegend exclusieve, merken, maar was geen erkende dealer. Zij kocht in Duitsland auto’s in en verkocht deze door aan Nederlandse klanten. In haar maandaangifte BPM van mei 2014 deed BV X onder meer aangifte van twee auto’s met een datum van eerste toelating in Duitsland van 25 november 2013. BV X had de auto’s op 25 maart 2014 gekocht. De auto’s hadden op dat moment een kilometerstand van 10. BV X hield in de aangifte rekening met een afschrijving op grond van de tabel van artikel 8, lid 5, Uitvoeringsregeling BPM. De inspecteur was het daar niet mee eens en legde een naheffingsaanslag BPM op, omdat de auto’s volgens hem nieuwe auto’s waren. BV X ging in beroep. Rechtbank Gelderland besliste dat uit een arrest van de Hoge Raad van 29 januari 2016 volgde dat in elk geval onder de tot 16 juni 2010 geldende Leidraad BPM 2006 een personenauto werd aangemerkt als een gebruikte personenauto als daarvoor eerder een kenteken was toegekend, dat was afgegeven, gedateerd en op naam gesteld. Dit was volgens de Rechtbank niet anders met de vervanging van de Leidraad BPM 2006 door het Kaderbesluit BPM, waarin het begrip “gebruikte auto” niet meer voorkwam. Uit de preambule bij het oorspronkelijke Kaderbesluit BPM moest volgens de Rechtbank worden afgeleid dat geen sprake was van een gewijzigd standpunt van de staatssecretaris, maar van het niet langer opnemen van deze tekst omdat die kennelijk alleen toelichtend van aard was. Hieruit begreep de Rechtbank dat ook nu nog moest worden aangenomen dat een auto als gebruikt had te gelden als daarvoor eerder een kenteken was toegekend, dat was afgegeven, gedateerd en op naam gesteld. BV X mocht volgens de Rechtbank aangifte doen op basis van de tabelafschrijving. De Rechtbank verklaarde het beroep van BV X gegrond.

Terechte BPM-naheffing voor auto met normale gebruikssporen

bron: Taxlive.nl

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de bepaling dat een auto binnen zes dagen moet worden getoond in Soesterberg proportioneel en ook gerechtvaardigd is uit oogpunt van een doelmatige controle. Schade die het gevolg is van normaal gebruik, zoals steenslag, deukjes en velgschade, mag niet van de koerslijstwaarde worden afgetrokken.

Klik hier voor meer informatie

De heer X koopt in 2014 een gebruikte personenauto voor € 5.400 in Duitsland. Volgens zijn BPM-aangifte is de waarde echter slechts € 1305, zijnde de koerslijstwaarde van € 9.978 minus de schade van € 8.673. De inspecteur nodigt X uit om de auto voor een hertaxatie te tonen bij medewerkers van de Domeinen Roerende Zaken (DRZ) in Soesterberg. X gaat hierop niet in. In geschil is de naheffing van € 1658. Volgens de inspecteur moet de bewijslast worden omgekeerd, omdat X niet de vereiste aangifte heeft gedaan. Rechtbank Den Haag oordeelt dat de bepaling dat een auto binnen zes dagen moet worden getoond in Soesterberg proportioneel en ook gerechtvaardigd is uit oogpunt van een doelmatige controle. Uit het grote verschil tussen de aangegeven waarde en de aankoopprijs volgt niet dat X zich er van bewust moet zijn geweest dat een aanzienlijk BPM-bedrag niet zou worden geheven. X heeft de aangifte namelijk gedaan na taxatie van de kosten van herstel van de schade door een gecertificeerde VRT Registertaxateur. Schade die het gevolg is van normaal gebruik, zoals steenslag, deukjes en velgschade, mag echter niet van de koerslijstwaarde worden afgetrokken. De naheffing wordt wel verminderd met € 196, omdat ten onrechte is uitgegaan van het regime zoals dat gold tot 1 februari 2008 in plaats van het voor X gunstigere regime per 1 februari 2008. Het beroep van X is deels gegrond. [Bron Uitspraak]

Omkering bewijslast na veel te lage BPM-aangifte door handelaar (2)

bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat X bv gelet op haar kennis en ervaring als professionele autohandelaar redelijkerwijs niet kon menen dat zij met de aangegeven handelsinkoopwaarde een juiste BPM-aangifte deed.

Klik hier voor meer informatie

X bv handelt in personenauto’s en koopt in 2012 een Volkswagen uit 2008 voor € 25.000 (exclusief btw). De cataloguswaarde van de auto is € 136.540. Volgens haar BPM-aangifte is de handelsinkoopwaarde € 21.626 en is de verschuldigde BPM € 7.636. De handelsinkoopwaarde is volgens het bijgaande taxatierapport berekend door op de XRAY koerslijstwaarde van € 26.389 de schade van € 4.763 in mindering te brengen. In geschil is of de inspecteur terecht een naheffingsaanslag van € 1523 heeft opgelegd. Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat X bv gelet op haar kennis en ervaring als professionele handelaar redelijkerwijs niet kon menen dat zij met de aangegeven handelsinkoopwaarde een juiste aangifte deed. Er is niet onderbouwd dat de inspecteur ooit uitdrukkelijk de toegepaste systematiek, te weten koerslijst minus totale getaxeerde schade, (ten volle) heeft aanvaard of dat X bv mocht aannemen dat dit aanvaardbaar zou zijn. In enkele gevallen komt in de jurisprudentie weliswaar voor dat schade in mindering wordt gebracht, maar dat betrof niet de volledige schade en ook niet zonder verdiscontering van normale gebruikssporen. De bewijslast wordt daarom omgedraaid. X bv slaagt niet in de op haar rustende bewijslast dat de naheffing onjuist is. Het maakt niet uit dat geen vermindering is toegepast op de koerslijstwaarde wegens tijdsverloop tussen de aangifte en de registratie. De schatting van de inspecteur is ook redelijk. Het beroep van X bv is ongegrond.

Lage BPM-aangifte leidt niet tot omkering en verzwaring van bewijs

bron: taxlive.nl

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de inspecteur met de gewone regels van stelplicht en bewijslast niet aannemelijk maakt dat een absoluut en relatief aanzienlijk bedrag aan BPM niet is voldaan. 

Klik hier voor meer informatie

De heer X doet BPM-aangifte voor de registratie van een gebruikte personenauto van het merk Mercedes-Benz. Volgens het taxatierapport is de handelsinkoopwaarde slechts € 2068. Deze is berekend door de koerslijstwaarde (€ 30.879) te verminderen met de schade (€ 28.811). X bv betaalt aldus € 493 aan BPM. In geschil is of terecht een naheffingsaanslag is opgelegd van € 3.669. De naheffing is gebaseerd op een handelsinkoopwaarde € 17.379. De inspecteur stelt dat X niet de vereiste aangifte heeft gedaan, zodat de bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard. Rechtbank Gelderland oordeelt dat de inspecteur met de gewone regels van stelplicht en bewijslast niet aannemelijk maakt dat een absoluut en relatief aanzienlijk bedrag aan BPM niet is voldaan. € 2068 is weliswaar een zeer lage waarde voor een auto van drie jaar oud die nieuw € 84.651 kostte, maar het is niet in geschil dat de schade groot is. Er is daarom geen grond voor omkering en verzwaring van de bewijslast. Bij de aangifte heeft X gekozen voor vaststelling van de BPM-vermindering op basis van een taxatierapport. X is echter uitgegaan van een koerslijst. Hiermee is niet op juiste wijze de waarde van de auto bepaald. De inspecteur maakt de waarde van de auto evenmin aannemelijk. Ook hij is namelijk uitgegaan van een koerslijst na aftrek van de schade. In goede justitie wordt de handelsinkoopwaarde vastgesteld op € 14.000. Uitgaande van een afschrijving van 83,46% en een historische BPM van € 19.833 wordt de naheffing verlaagd tot € 2.787. Het beroep van X is deels gegrond.