BRONVERMELDING: WWW.AUTOMOTIVE-ONLINE.NL

Een recente, tot nu toe vrijwel onopgemerkt gebleven wijziging in de bpm-wet kan tot honderden euro’s voordeel opleveren bij occasionimport. Dat stelt dataleverancier Autotelex. De wetswijziging is per juli ingegaan.

Tot 1 juli konden mensen die een occasion wilden importeren kiezen of ze de rest-bpm wilden berekenen op basis van het actuele bpm-regime of die van het moment van eerste toelating van de auto.

Sinds vorige maand is deze regeling veranderd en kunnen mensen een willekeurige bpm-regeling kiezen sinds het moment van eerste toelating van de auto tot het tijdstip van aangifte.

Twintig wijzigingen
Mensen zijn dus vrij om het voordeligste bpm-regime te kiezen, maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. “Er zijn sinds 1993 wel twintig wijzigingen in de bpm-regeling geweest”, zegt Joost Klaren, hoofd restwaarde bij Autotelex. “De diversiteit daarin is groot dus je kunt niet voor alle importauto’s één meest gunstige regeling aanwijzen. Dat kan op één gram CO2 meer of minder al veranderen.”

Autotelex heeft de rekenmodules van haar diensten AutotelexPro en Autotelex Import zo aangepast dat die per importauto volledig automatisch de meest gunstige bpm-regeling selecteert. Het voordeel loopt op van enkele euro’s tot enkele honderden euro’s. Zo is er bijna 300 euro verschil tussen de oude regeling en de nieuwe bij een Toyota Yaris, rekent Autotelex ons voor.

 

ADVOCAAT GENERAAL NEEMT CONCLUSIE INZAKE OPGELEGDE NAHEFFINGSAANSLAG.

BRONVERMELDING:WWW.NETCAR.NL

De Advocaat Generaal van Hoge Raad neemt uiterlijk op 1 november 2012 een conclusie inzake de door de Belastingdienst opgelegde naheffingsaanslag in een zaak waar door een klant van ons cassatieberoep is ingesteld.

De Belastingdienst heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag opgelegd omdat hij naar de mening van de Inspecteur te weinig belasting heeft aangegeven. Belanghebbende was gehouden de door de Inpecteur opgelegde naheffingsaanslag te voldoen alvorens het belastbaar feit kon plaatsvinden (de registratie van het kenteken).

Artikel 20, lid 1, 1e volzin AWR luidt;

“Indien belasting die op aangifte behoort te worden voldaan of afgedragen, geheel of gedeeltelijk niet is betaald, kan de inspecteur de te weinig geheven belasting naheffen.”

Staatssecretaris mr. drs. F.H.H. Weekers is in de cassatieprocedure echter de nadrukkelijke mening toegedaan dat reeds voordat het belastbaar feit zich heeft voorgedaan en voordat belanghebbende enige belasting verschuldigd is of de mogelijkheid heeft gehad bevrijdend te betalen de belasting BPM kan worden nageheven middels een naheffingsaanslag omdat hij van mening is dat de door belanghebbende berekende belasting wel eens meer zou kunnen zijn.

De Belastingdienst hanteert hierbij het motto ´binnen is binnen en zie het maar weer terug te krijgen, wij maken het u zo moeilijk mogelijk´.

Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de Inspecteur wist, danwel behoorde te weten dat de tegen de naheffingsaanslag ingestelde procedure onmogelijk stand zou kunnen houden., onder meer stelt belanghebbende dat uit eerdere rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat in het wettelijk systeem van voldoening van belasting op aangifte het belanghebbende zelf vast stelt of belasting verschuldigd is, zo ja hoeveel en zorg draagt voor voldoening van het door hem berekende bedrag aan verschuldigde belasting BPM.

De rol van de Inspecteur is daarin geheel passief. Weekers denkt daar volledig anders over. Naar zijn mening mag hij omdat de BPM in het voren betaald moet worden, alvorens enige belasting verschuldigd is als verweerder de hoogte van de door hem vermeende belasting berekenen en voor het meerdere dan belanghebbende heeft berekend een naheffingsaanslag opleggen.

Belanghebbende acht deze werkwijze zozeer in strijd met het wettelijk systeem van voldoening van belasting op aangifte dat het de Inspecteur voor aanvang van het heffingsproces volstrekt duidelijk moest zijn dat deze werkwijze geen stand zou kunnen houden in een daartegen ingestelde procedure. Belanghebbende concludeert derhalve tot vergoeding van de door hem in procedure gemaakte kosten.

We wachten het oordeel van de Hoge Raad.