Rechtbank Arnhem heeft in een procedure over 54 ingevoerde exclusieve auto’s beslist dat er sprake is van nieuwe auto’s. Bij de bepaling van de BPM mag daarom geen afschrijving worden toegepast.

De importeur van deze auto’s is geen officiële importeur, maar is actief in de parallelimport. Gedurende de maanden waar de procedure over ging, heeft hij 56 auto’s ingevoerd. Met 45 auto’s was ten tijde van de kentekenregistratie in Nederland minder dan 100 kilometer gereden. In bijna alle gevallen was tussen de eerste registratie in Duitsland en de eerste registratie in Nederland minder dan een maand verstreken. In de taxatierapporten van de auto’s is vermeld dat door parallelimport de waarde van de auto’s is gedaald. Verder is daarin vermeld dat de auto’s niet meer als nieuw en ongebruikt worden aangemerkt en dat daardoor de waarde extreem is gedaald. De Douane heeft de auto’s ook aangemerkt als gebruikt.

Uit een eerdere rechtszaak van deze importeur bleek reeds dat de auto’s in veel gevallen pas na verkoop aan de uiteindelijke Nederlandse klant op Duits kenteken werden gezet. De reden hiervoor was dat de Duitse wederverkopers daartoe door hun merkdealers en fabrikanten gedwongen waren omdat zij vanuit concurrentieoogpunt geen ongekentekende auto’s willen exporteren.

De rechter spreekt uit dat het voor de vraag of er voor de BPM sprake is van een nieuwe of een gebruikte auto niet van belang is of de koper een prijs heeft betaald die gelijk is aan de nieuwprijs: “Het oordeel dat een ingevoerde auto moet worden vergeleken met nieuwe referentieauto’s is veeleer afhankelijk van omstandigheden als het (geringe) tijdverschil tussen eerste registratie van de auto in Duitsland en eerste registratie in Nederland, het (geringe) aantal gereden kilometers en de staat van de auto (al dan niet beschadigd), welke omstandigheden in onderlinge samenhang moeten worden beschouwd”. Hiervoor was geen bewijs aangeleverd. De auto’s moesten dus als nieuwe auto’s worden aangemerkt. De BPM is dan gelijk aan de BPM op een nieuwe auto. Voor een afschrijving daarop is dan geen ruimte.

Bpm bij import onderuit

AMSTERDAM, De Telegraaf zaterdag 15 januari 2011

Het ministerie van Financiën is opnieuw teruggefloten vanwege de manier waarop het de bpm op importauto’s berekent. De rechtbank in Arnhem heeft bepaald dat een regeling die geldt sinds 1 januari 2010 in strijd is met Europees recht.

De ’belasting van personenauto’s en motorrijwielen’ wordt berekend door de restwaarde van de geïmporteerde auto te vergelijken met de nieuwwaarde. Over de hoogte van beide bedragen steggelen de importeurs en de fiscus al jaren. De handelaren lijken nu aan de winnende hand.

In 2009 zette de Hoge Raad namelijk ook al een dikke streep door de gehanteerde methode voor de bpm. Die besloot dat voor het bepalen hiervan niet de verkoopwaarde, maar de lagere inkoopwaarde centraal moet staan. Met een lagere bpm-heffing tot gevolg.

Het ministerie reageerde in 2010 een wetswijziging en de zogeheten 12%-regeling. Die zorgt ervoor dat de nieuwwaarde lager uitvalt, waardoor het voordeel van het arrest teniet wordt gedaan.

De rechtbank in Arnhem heeft nu besloten dat de 12%-regeling niet door de beugel kan. Die leidt ertoe dat over een ingevoerde auto meer bpm wordt geheven dan over een bolide die al in Nederland geregistreerd staat en wordt doorverkocht. In dit geval ging het om een Bentley. De handelaar krijgt € 5.529,- terug.

Belastingexpert Jaap Overboom, die de zaak namens de importeur aanspande, vindt de uitspraak opmerkelijk. „De rechtbank heeft in eerste aanleg al gelijk geoordeeld dat deze aanpassing van de wet buiten toepassing moet blijven. Heel bijzonder.”

Belastingdeskundige Monique Ligtenberg (Fiscaal up to Date) zegt dat het „de zoveelste keer is dat de Belastingdienst bij de rechter onderuit gaat doordat bpm-wetgeving in strijd is met het Europese recht. Dit moet het ministerie niet lekker zitten.”

Het ministerie zelf laat weten zich hoogstwaarschijnlijk niet bij de uitspraak neer te leggen en in beroep te gaan.

Door: Sameer van Alfen

BPM op basis van inkoopwaarde

Als u een auto importeert moet u BPM betalen. De waarde stond bij import altijd ter discussie. De Hoge Raad heeft in juli 2009 bepaald dat de inkoopwaarde als uitgangspunt moet dienen en dus niet de hogere verkoopwaarde aan particulieren.

Contactpersoon

Voor vragen of opmerkingen kunt u contact opnemen met de heer Arjan Hof FB of de heer mr. drs. Sanne van den Elst.

Gevolgen

De import van auto’s wordt hiermee (nog) aantrekkelijker. Tot op heden werd de waarde voor de BPM vastgesteld op de verkoopwaarde aan particulieren (dus inclusief winst en kosten van de dealer/garage). De waarde zal nu niet meer via het internet maar veelal via de Autotelex of gelijkwaardige bronnen worden bepaald. De verkoopwaarde of de inkoopwaarde in het buitenland doet er voor de BPM niet meer toe.

Als u recentelijk (minder dan 6 weken geleden) aanslagen BPM heeft voldaan of ontvangen kunt u hiertegen nog bezwaar aantekenen. U verwijst hierbij naar onderstaande uitspraak. Als u te laat bent kunt u proberen om ambtshalve de teveel betaalde BPM terug te krijgen, de wetgeving voor uw aanslag bleek namelijk achteraf in strijd met de EG wetgeving.

Uitspraak van de Hoge Raad 2009

Op 10 juli 2009 heeft de Hoge Raad twee uitspraken gedaan (arresten gewezen). In de procedure werden auto’s geïmporteerd uit het buitenland. De BPM was bepaald op basis van de consumentenrprijs -/- de wettelijke afschrijvingstabel. In 2006 heeft de Hoge Raad al eens bepaald dat deze afschrijvingstabel in strijd is met het EG recht. Nu komt hier nog iets bij, de huidige wetgeving is ook in strijd met het EG recht. Over de “import auto”moet meer BPM worden betaald dan over gelijke (referentieauto’s) die al in Nederland rondrijden, dit is in strijd met het EG recht. Producten uit het buitenland mogen namelijk niet zwaarder worden belast dan gelijke producten uit Nederland. De Hoge Raad concludeert dat de inkoopprijs van de referentieauto de juiste grondslag is.

Bron: Hoge Raad 10 juli 2009 (nummer 07/43873 en 11237)

Uitspraaak Rechtbank 2011

In 2009 heeft de Hoge Raad bepaald dat de waarde van een auto bij import moet worden bepaald op basis van de handelsprijs (en niet verkoopprijs). In 2010 is er nieuwe wetgeving gekomen, de prijs moest worden bepaald op grond van de verhouding tussen de handelswaarde en de inkoopwaarde. Deze inkoopwaarde is de consumentenprijs x 88% (met correctie van 500 euro). De rechtbank in Arnhem heeft op 11 januari 2011bepaald dat deze regeling in strijd is met het EG recht (voor de liefhebber 110 VWEU). De zogenaamde 12% regeling is dus nu ook van tafel. Het lijkt logisch dat er hoger beroep gaat volgen, als u hiermee te maken krijgt teken dan bezwaar aan. Bij invoer moet op dit moment een taxatierapport, aankoopfactuur en betalingsbewijs worden overlegd, tenminste dit eist de staatssecretaris van financiën.

Hoge raad: bpm bij import op basisinkoopwaarde

13-07-2009 16:56

De bpm-afdracht bij auto-import dient voortaan te worden gebaseerd op de inkoopwaarde door de handel van de betreffende auto in plaats van op de verkoopwaarde aan particulieren. Dat heeft de Hoge Raad afgelopen vrijdag bepaald in een arrest in een zaak die was aangespannen door Bovia, de belangenorganisatie voor internationale automobielhandel.

De uitspraak heeft tot gevolg dat de import van auto’s goedkoper wordt. Tot op heden werd het te betalen bpm-bedrag vastgesteld aan de hand van de verkoopwaarde van de auto aan de eindgebruiker, dus inclusief de marge en kosten voor de handelaar. Dit terwijl –volgens de Hoge Raad- bij auto’s die in Nederland worden ingekocht de bpm die nog op de auto rust wordt berekend op basis van de betaalde inkoopsom. De Hoge Raad heeft nu bepaald dat dit verschil in berekeningsmethode dient te vervallen.

Autotelex
Autotelex, gespecialiseerd in de bepaling van inkoopwaarden, stelt in een reactie dat voor het afhandelen van de bpm-afgifte haar handelswaarden nu te gebruiken zijn, in tegenstelling tot de inkoopfactuur of inkoopwaarde in het buitenland. Ook is de uitspraak reden voor Autotelex om alle relevante producten aan te passen aan het arrest.

1
Hoi, klik voor Whatsapp! Alleen op maandag t/m vrijdag 08:00 tot 18:00. Wegens extreme drukte ben ik niet altijd in staat te reageren.