BRONVERMELDING: WWW.AUTOENFISCUS.NL

In een recente uitspraak stelt Gerechtshof Den Bosch ernstige vraagtekens bij de juistheid van het CO2-deel van de BPM op sinds 2010 ingevoerde auto’s. Het Hof heeft deze vragen voorgelegd aan het Europese Hof van Justitie.

Deze zogenaamde prejudiciële vragen stelt het Gerechtshof om daarmee meer duidelijkheid te krijgen over de Europeesrechtelijke aspecten van het CO2-deel van de BPM. Dit gedeelte van de BPM wordt, anders dan de in 2008 en 2009 geldende “slurptaks” ook geheven op auto’s uit eerdere bouwjaren. Dat betreft dus auto’s die vanaf 2010 in Nederland zijn ingevoerd, maar een bouwjaar van vóór 2010 hebben. Nederland is als lidstaat van de EU weliswaar zelfstandig bevoegd een belasting zoals de BPM te heffen, maar moet daarbij wel de grenzen van de Europeesrechtelijke verdragsvrijheden in acht nemen. De vraag is nu of die grenzen niet zijn overschreden door invoering van deze CO2-component van de BPM.

Deze tussenuitspraak ontving AMD automotive fiscalisten van de betreffende gemachtigde, de heer mr. Verhoeven van Netcar Automotive. Uit die uitspraak valt op te maken dat het een auto uit het bouwjaar 2006 betreft, die in 2010 in Nederland is ingevoerd. De BPM bestond daarbij uit twee componenten: een deel op basis van de prijs en een deel op basis van de CO2-uitstoot. Op vergelijkbare auto’s uit 2006 die in 2008 of 2009 zijn ingevoerd, was geen heffing op basis van de CO2 verschuldigd. Het Europese Hof van Justitie moet nu kort samengevat de vraag beantwoorden of dat verschil in behandeling strijdig is met het EU-recht.

In afwachting van de uitkomst van deze procedure adviseren wij u om bezwaar te maken tegen de afdracht van BPM voor zover die BPM wordt berekend over de CO2-uitstoot.

1
Hoi, klik voor Whatsapp! Alleen op maandag t/m vrijdag 08:00 tot 18:00. Wegens extreme drukte ben ik niet altijd in staat te reageren.