De belastingdienst heeft de afgelopen twee jaren zeer grote hoeveelheden bezwaarschriften tegen BPM-aanslagen ontvangen. In verband met de werkdruk worden deze nu afgehandeld via een schikking.

Een deel van de bezwaren gaat over de tot 1 juli 2011 gehanteerde werkwijze van de fiscus bij de invoer van jonge gebruikte auto’s. Als de fiscus van mening was dat er een hoger BPM-bedrag verschuldigd was dan was aangegeven, werd het verschil meestal op een juridisch onjuiste wijze alsnog geheven. Daarover zijn inmiddels meerdere procedures gevoerd, waarin de fiscus in het ongelijk is gesteld.

Een ander deel van de bezwaren gaat over de nieuwe wettelijke regeling van de vaststelling van de rest-BPM, waarbij een vergelijking plaatsvindt met de historische inkoopwaarde. Die inkoopwaarde, waarbij een korting van 12% op de verkoopwaarde plaatsvindt, is omstreden en door Rechtbank Arnhem afgekeurd. Later dit jaar volgt daar een uitspraak van de Hoge Raad over.

Te vroege bpm-naheffing is niet rechtsgeldig

Gerechtshof Den Haag heeft in hoger beroep geoordeeld dat de bpm niet kan worden nageheven zolang deze kan worden aangegeven en voldaan, dat wil zeggen zolang het kenteken niet op naam is gesteld.

Een bv koopt in Luxemburg een gebruikte auto voor € 7.500, exclusief btw. Op 1 november 2010 doet de bv bpm-aangifte met een verschuldigd bedrag van € 587. Op 12 november 2010 legt de inspecteur een bpm-naheffingsaanslag op van € 2.428. De bv krijgt vervolgens een betaalbericht voor zowel de aangegeven bpm als de nageheven bpm. De bv betaalt het totaalbedrag van € 3.015 op 15 november 2010 en de inspecteur geeft vervolgens het fiscaal akkoord aan de RDW af.

De bv maakt bezwaar tegen de naheffing, aangezien deze is opgelegd voordat zij de aangegeven bpm kon voldoen. Rechtbank Den Haag oordeelt dat de naheffing rechtsgeldig is, aangezien er een groot verschil is tussen de aangegeven bpm en de materieel verschuldigde bpm. Hierop gaat de bv in hoger beroep.

Het hof in Den Haag oordeelt dat de bpm niet kan worden nageheven zolang deze kan worden aangegeven en voldaan, dat wil zeggen zolang het kenteken niet op naam is gesteld. De aanslag is opgelegd, voordat het kenteken op naam was gesteld. Het beroep van de bv is dus gegrond. Het maakt niet uit dat het kenteken pas op naam wordt gesteld, wanneer de volledige belasting is voldaan, welk laatste gegeven voor een inspecteur aanleiding is het fiscaal akkoord door te geven

1
Hoi, klik voor Whatsapp! Alleen op maandag t/m vrijdag 08:00 tot 18:00. Wegens extreme drukte ben ik niet altijd in staat te reageren.