BRONVERMELDING: WWW.NETCAR.NL

Afgelopen jaren heeft de Belastingdienst op zeer grote schaal in strijd met de meest elementaire regels van het Unie-recht belastinggeld geind onder dwang van het uitblijven van het belastbaar feit waartoe belasting verschuldigd is.

De Belastingdienst heeft hiervoor betaalberichten uitgezonden met daarop de bepaling dat geen kenteken verkregen kon worden zonder het door de Belastingdienst berekende bedrag aan (verschuldigde) BPM te voldoen.

Daarbij werd de aangever op het litigieuze bericht niet gewezen op de mogelijkheid van het instellen van bezwaar en beroep.

De litigieuze 12%-regeling was een zeer ordinaire importheffing die uitsluitend op te importeren voertuigen werd geheven en niet zelden vele duizenden euro’s omvat. Binnenlandse voertuigen waren per definitie uitgesloten van deze heffing. Dit levert strijd op met elementaire overvloedige regels van het Uniee-recht en rechtspraak van het HvJ EU.

De Belastingdienst heeft gewacht met het doen van uitspraak op bezwaar van de meeste bezwaren gericht tegen deze importheffing tot de uitspraak van de Hoge Raad van 2 maart 2012, nr. 11/00875.

Hierin besloot de Hoge Raad – vanzelfsprekend – dat de regeling zich niet verdroeg met art. 110 VWEU.

De Belastingdienst wist toen dus, voorzover zij dat nog niet eerder wist danwel behoorde te weten dat het Unie-recht op de meest elementaire gronden was geschonden.

In het Francovich-arrest en later uitgewerkt in het arrest Brasserie du Pecheur heeft het HvJ EU expliciet opgemerkt dat het beginsel van staatsaansprakelijkheid geldt voor alle gevallen van schending van het gemeenschapsrecht, ongeacht het orgaan van de lidstaat waarvan de de handeling of het verzuim de schending uitmaakt.

Zo stelde het HvJ EU dat de schadevergoedingsplicht van de lidstaat niet afhankelijk kan worden gesteld van nationale regels inzake de verdeling van bevoegdheden tussen de constitionele machten.

M.a.w. er bestaat een plicht tot vergoeding van de schade ongeacht of de schending zich in het kader van een wetgevende, uitvoerende of rechtsprekende taak heeft voltrokken.

Het betrokken orgaan dient zijn bevoegdheden aan te wenden om te waarborgen dat toepassing wordt gegeven aan het beginsel van Unie-trouw (art. 10 VWEU, voorheen art. 5 EG).

In zijn niet aflatende drang belanghebbenden onverschuldigde gelden afhandig te maken, niet zelden bedragen tot 5 mille per belastbaar feit, heeft de Belastingdienst in gevallen dat er twijfel was over de bezwaartermijn of anderszins gekozen op zeer grote schaal bezwaarschriften niet-ontvankelijk te verklaren in plaats van toepassing te geven aan de waarborgen die voortkomen uit het Unie-recht.

Daarbij wordt geen enkel middel geschuwd, zoals het berekenen van het begin van de bezwaartermijn met het doen van aangifte i.p.v. de voldoening, e.a..

Daarmee heeft de Belastingdienst – naar mijn bescheiden mening – er bewust voor gekozen belanghebbenden – opzettelijk en tegen beter weten in – verdere schade toe te brengen door in plaats van de tegen beter weten in verkregen onverschuldigde belasting BPM in de uitspraak op bezwaar terug te geven door geen invulling te geven aan de ambtshalve teruggaaf welke bevoegdheid nog gewoonweg open stond voor de Belastingdienst. Hiermee is willens en wetens belastinggeld wat nadrukkelijk tegen beter weten in was verkegen in strijd met het Unie-recht niet teruggegeven aan belanghebbenden.

In mijn ervaringspraktijk (inmiddels vele duizenden rechtszaken) is de Belastingdienst verworden tot een uiterst bedenkelijk orgaan dat ogenschijnlijk pure diefstal van onverschuldigde belastinggelden en het terzijde schuiven van de rechtsbescherming belangrijker acht dan strikte toepassing van de wet en elementair respect voor zijn ingezetenen.

Ook van andere mensen die met de Belastingdienst van doen hebben klagen steen en been over de huidige filosofie van het uitvoerend en wetgevend orgaan.

Ik zou derhalve de stelling wel op willen werpen dat inwoners van de lidstaat Nederland zijn verworden tot inwoners van een staat waar diefstal en oneerbare praktijken van het uitvoerend orgaan dat verantwoordelijk is voor de juiste heffing van belasting schering en inslag is geworden.

Mijn inziens de allerhoogste tijd dat hier eens serieus de bezem doorgehaald gaat worden door een bestuuder met ballen en de betrokkenen zeer nadrukkelijk gaat terechtwijzen voor deze afgrijselijke misstanden.

Ik bezig in deze kwesties niet zelden de term bedrog, volgens van Dale ‘het opzettelijk wekken van onjuiste voorstellingen’. De Belastingdienst wekt de indruk verschuldigde belasting te heffen maar gaat feitelijk op dievenpad. Een uitermate zorgwekkende ontwikkeling !