RDW legt WOK-keuring bij schadebedrijven neer

7-11-19 bron: automotive-online.nl

Op dit moment keurt de RDW voertuigen met een WOK-status nog zelf, maar daar komt verandering in.

Klik hier voor meer informatie

RDW heeft besloten dat de WOK-melding (wachten op keuren) bij schadeherstelbedrijven komt te liggen en niet meer door de RDW zal worden gedaan. Dat maakte RDW-directeur Zeger Baelde gisteravond bekend op het Focwa jaarcongres. Volgens Baelde is het voor de RDW niet meer te doen om alle voertuigen te keuren en zijn er wachttijden ontstaan. Baelde verwacht dat het circa één tot twee jaar duurt voordat de maatregel definitief wordt. “Er moet veel wet- en regelgeving worden aangepast. Dat heeft een lange doorlooptijd”, aldus Baelde. Swalmen Baelde liet weten dat de RDW destijds vooral aan het denken is gezet door de Swalmense autozwendel in 2016 waarbij aan het licht kwam dat honderden auto’s onveilig gerepareerd waren. Lees hier meer over de autozwendel in Swalmen. Voertuigen die niet meer veilig de weg op kunnen door schade krijgen een WOK-status. Nu is het zo dat zo’n voertuig na herstel opnieuw door de RDW moet worden goedgekeurd, waarna de WOK-status wordt beëindigd. RDW wil dat erkende schadeherstelbedrijven die keuringen gaan doen. De plannen moeten nog verder worden uitgewerkt, maar de bedoeling is dat herstelbedrijven een vergunning bij de RDW moeten aanvragen om de keuringen te mogen uitvoeren. RDW telt 14 keuringsstations. Het aantal te keuren voertuigen is de afgelopen vijf jaar verdubbeld naar 220 duizend. Focwa-directeur Femke Teeling reageert verheugd op dit voornemen: “Het is een grote erkenning voor schadebedrijven en de kwaliteit die ze leveren.” Branchevereniging Bovag liet voor de zomer weten voorstander te zijn van het voornemen van de RDW.

Auto in beslag genomen van witwasser (BPM-fraude)

15-10-2019 | 16:56 bron: politie.nl

Dit gebeurde door verschillende onderdelen van het voertuig te verwijderen en te doen alsof het om een schadeauto ging. Daarmee werd de BPM ten onrechte verlaagd.

Klik hier voor meer informatie

Breda – De politie heeft donderdag 10 oktober een 39-jarige Bredanaar aangehouden op verdenking van witwassen. Agenten kwamen hem op het spoor doordat de verdachte plotseling in een dure auto reed, maar hier niet voldoende inkomen voor had. Het voertuig is in beslag genomen.Uit onderzoek is gebleken dat de Bredanaar de auto in Duitsland had gekocht, maar bij de invoer van daarvan voor meer dan 10.000 euro aan belasting had ontdoken.Dit gebeurde door verschillende onderdelen van het voertuig te verwijderen en te doen alsof het om een schadeauto ging. Daarmee werd de BPM ten onrechte verlaagd. Daarmee werd de BPM ten onrechte verlaagd. De verdachte kon geen aannemelijke verklaring geen voor een deel van de herkomst van het bedrag van de aankoop. Hij heeft afstand gedaan van de auto.De politie investeert de laatste tijd erg op de aanpak van witwaspraktijken. Zo ook politieteam Weerijs, zij heeft binnen een tijdsbestek van acht weken voor ruim 100.000 euro aan witgewassen geld en goederen in beslag genomen.Witwassen is het uitvoeren van transacties om de herkomst van illegaal verkregen geld te verbergen. In alle onderzoeken die de politie doet, wordt gekeken of er sprake is van witwassen. Naast het veroordelen van de dader wordt ook gekeken of de dader zijn crimineel verkregen geld heeft witgewassen (dure goederen voor heeft gekocht). Als dat zo is volgt er een ontnemingsonderzoek dat er uiteindelijk toe moet leiden dat de dader dat geld of die dure auto kwijt raakt.

Belastingdienst legt voor 1,5 miljoen euro aan bpm-naheffingen op

26-9-19 auteur B. Kuijpers bron:automotive-online.nl

Vorig jaar werd er voor 2,2 miljoen aan naheffingen opgelegd. Verder wil de staatssecretaris benadrukken dat het niet om fraudegevallen hoeft te gaan. “De Belastingdienst legt om uiteenlopende redenen naheffingsaanslagen voor de bpm op. In gevallen is mogelijk gefraudeerd, maar deze fraude is nog niet in rechte bewezen”, aldus Snel. Lees de brief hier.

Klik hier voor meer informatie

In de eerste acht maanden van 2019 heeft de Belastingdienst in totaal 900 bpm-naheffingen opgelegd, goed voor een totaal bedrag van 1,5 miljoen euro. Vorig jaar legde de dienst in totaal 1.600 naheffingen op, goed voor 2,2 miljoen euro. Dat schrijft staatssecretaris Menno Snel van het ministerie van Financiën in een brief aan de Tweede Kamer. Snel kan niet aangeven waarom de naheffingen zijn opgelegd omdat dit alleen op dossierniveau wordt vastgelegd. Ook is een vergelijking met vorig jaar niet goed mogelijk, dit is omdat er veel tijd kan zitten tussen een aangifte en een naheffing. Verder wil de staatssecretaris benadrukken dat het niet om fraudegevallen hoeft te gaan. “De Belastingdienst legt om uiteenlopende redenen naheffingsaanslagen voor de bpm op. In gevallen is mogelijk gefraudeerd, maar deze fraude is nog niet in rechte bewezen”, aldus Snel. Eerder deze maand schreef Snel aan de kamer dat in veel gevallen waarbij de auto met een taxatierapport is geïmporteerd de schades aan het voertuig zijn uitvergroot, waardoor een te lage waarde is gehanteerd bij het doen van aangifte. De autobranche reageert sceptisch op de plannen van de staatssecretaris om de RDW een rol te geven. ‘Ik voorzie zeer grote problemen op het gebied van uitvoering, omdat de benodigde kennis bij de RDW ontbreekt.’ Lees de brief hier.

VVD wil grotere pakkans fraude importauto: ‘Dit is een vrijbrief’

5-9-19 bron: rtlnieuws.nl

Wie fraudeert met de import van auto’s, komt daar veel te vaak en makkelijk mee weg. Dat vindt VVD-kamerlid Helma Lodders. “De pakkans is veel te laag”, zegt ze. “Dit is een vrijbrief voor fraude.”

Klik hier voor meer informatie

De belasting (bpm) die over een geïmporteerde auto moet worden betaald, wordt vastgesteld met een koerslijst, een wettelijke tabel of door taxatie. Vooral die laatste methode blijkt gevoelig voor fraude. Vaak wordt gesjoemeld door taxateurs, bijvoorbeeld door een deur te vervangen door een beschadigd exemplaar. Miniatuurvoorbeeld Lees ook: Gesjoemel bij import auto’s, ‘schatkist loopt miljoenen mis’ Bij een kwart van de 140.000 auto’s die in de eerste helft van het jaar is geïmporteerd, is gebruik gemaakt van een taxatierapport. Bij nadere controle van de Belastingdienst bij duizend auto’s, blijkt vaak dat de schade is overdreven, schrijft staatssecretaris Snel (Financiën) aan de Tweede Kamer. ‘Fors gefraudeerd’ Omdat er wegens een gebrek aan capaciteit niet meer auto’s gecontroleerd kunnen worden, is de pakkans “uitermate klein”, zegt VVD-kamerlid Lodders. “Er wordt fors gefraudeerd, dat hoor ik via signalen uit de praktijk.” Staatssecretaris Snel kondigde eerder dit jaar maatregelen aan. Miniatuurvoorbeeld Lees ook: Sjoemelen met auto-import wordt moeilijker: kabinet pakt ‘boefjes’ aan “Op dit moment kijken we alleen of een voertuig hier de weg op mag”, zei Paul Diets van De Rijksdienst Wegverkeer (RDW) in januari over die nieuwe aanpak. “We controleren of de identiteit en de papieren overeenkomen. In de toekomst gaan we ook onafhankelijk controleren of de getaxeerde waarde van een importauto klopt.” Zoden aan de dijk “Ik hoop dat dit zoden aan de dijk zet”, zegt VVD’er Lodders. “Want nu lachen de fraudeurs in hun vuistje.” Als er onjuiste aangifte is gedaan, kan de Belastingdienst een naheffing opleggen. Hoe vaak dat in de praktijk precies gebeurt, is niet bekend.

Verzwijgen WOK-status kost autobedrijf 2.000 euro

bron: automotive-online.nl

“Door geen mededeling te doen over de omstandigheid dat de aangeboden auto na een schade is hersteld, onthoudt de verkoper de belangstellende koper de mogelijkheid om vanwege het schadeverleden af te zien van aankoop of zelf (nader) onderzoek te verrichten naar de staat van de aangeboden auto en eventueel daarmee samenhangende risico’s”, stelt de Rechtbank in Utrecht.


 

Import van 140.800 gebruikte voertuigen eerste halfjaar 2019

5-9-19 bron: taxlive.nl

In het eerste halfjaar van 2019 zijn er 140.800 gebruikte voertuigen geïmporteerd tegenover 136.700 gebruikte voertuigen over dezelfde periode in 2018. Dat antwoordt de Staatssecretaris van Financiën naar aanleiding van Kamervragen van de leden Dijkstra en Lodders (beiden VVD) in het kader van bpm-fraude bij parallelimport.

Klik hier voor meer informatie

De mogelijke oplossingsrichtingen voor bpm-fraude bij parallelimport worden in het najaar van 2019 aan de Kamer voorgelegd. Thans vinden er 1000 fysieke controles per halfjaar plaats door Domein Roerende Zaken naast de kantoortoetsen en boekenonderzoeken. De fysieke controles hebben veelal betrekking op aangiften aan de hand van taxatierapporten (schadeauto’s). Bij de behandeling van de aangiften BPM vindt op basis van risicoselectie een zogenaamde uitworp van aangiften plaats. Of de uitworp behandeld wordt, is afhankelijk van verschillende factoren. Indien er een onjuiste aangifte is gedaan, wordt er een naheffingsaanslag opgelegd. Hoeveel naheffingen er zijn opgelegd en wat de omvang van deze naheffing is, is niet te zeggen. Er wordt gewerkt aan het inzichtelijk maken van dit soort informatie. Wat betreft het onderzoek naar de werkwijze van no-cure-no-pay bedrijven is besloten om dit onderzoek aan te vragen bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie Justitie en Veiligheid. Het onderzoek zal nog in 2019 van start gaan.

Bentley Bentayga-rijder botst met fiscus over afschrijving bolide en BPM-heffing

bron: Quote.nl Door

Een Bentley Bentayga importeren met de kop eraf leek fiscaal aantrekkelijk, maar dankzij tussenkomst van de fiscus vliegt de nieuwe eigenaar uit de bocht met zijn gedachte koopje.

Klik hier voor meer informatie

Leuk zaakje bij de Rechtbank in Breda waar een Bentley Bentayga-rijder botste met de fiscus over de afschrijving van zijn vierwieler en bijbehorende BPM-heffing. De anonieme berijder van de Britse beul haalde de twee maanden oude Bentayga begin 2017 naar Nederland met nog geen 10 duizend kilometer op de teller en tikte meteen €32.800 af. Vlak daarna lag er nog een gepeperde enveloppe op de mat met een naheffing BPM van nog eens €28.642, die later na beroep verlaagd werd tot bijna €17.000. Ook kreeg de Bentayga-rijder, vermoedelijk geen onbemiddelde man/vrouw, nog een kosten en reis- en verletvergoeding van meer dan €1000 toegekend. Fijn, want zo’n twaalfcilinder SUV is niet natuurlijk niet bepaald zuinig dus alle kleine beetjes helpen. Onze Bentayga-rijdende klager vond deze korting echter niet genoeg en stapte dus naar de rechter waar hij betoogde dat de fiscus een te hoge waarde aan zijn nieuwe bolide had gehangen. Want waar de fiscus meende dat de inkoopwaarde van de Bentayga, dus exclusief belastingen, €225.000 zou moeten bedragen betoogde de Bentley-rijder dat het niet meer dan €148.807 zou moeten zijn. In het vonnis wordt betoogd dat de afschrijving voor de pompeuze terreinwagen in de eerste 6 maanden accelereert naar een vorstelijke 40%, de belastinginspecteur houdt het op een evengoed niet misselijke 30%. Voor een auto die dus nog maar net de showroom verlaten heeft! Omdat het een nieuw model betrof waarvan geen afschrijvingslijsten beschikbaar zijn wordt de Bentayga onder meer vergeleken met een nieuwe Cayenne Turbo S waarvan de afschrijving ruim 40% bedraagt, een G65 (gebouwd in gelimiteerde oplage) blijkt waardevaster met slechts 15% afschrijving. De rechter besluit de inspecteur gelijk te geven, maar niet zonder tik op de vingers: omdat er nog geen informatie over afschrijving beschikbaar was heeft de inspecteur een premature beslissing genomen. Die wordt weliswaar bekrachtigd, maar is dus onzorgvuldig tot stand gekomen. Waardoor onze Bentayga rijdende vriend toch nog een overwinninkje boekt: de proceskosten van €2100 zijn voor de fisus. Kijk, dat zijn toch alweer vijftien volle tankjes Euro 98.

Belastingdienst zet grof geschut in: strafbank voor Joost Verhoeven (Netcar)

10-8-18 bron: automotive-management.nl

De juridisch dienstverlener heeft vele honderden, voornamelijk BPM-GERELATEERDE, zaken lopen tegen de Belastingdienst. “De schade die de Belastingdienst ons berokkend is groot. Ze gunnen mij geen kwartje meer”, aldus Verhoeven.


 

Groot aantal BPM-zaken kan op één zitting worden behandeld

2-8-19 bron: taxlive.nl (uitspraak)

A.F.M.J. Verhoeven dient als gemachtigde van eiseres nagenoeg identieke beroepen in inzake de voldoening van BPM. De fiscale gelijkenis tussen deze zaken brengt de rechtbank ertoe 269 van deze beroepen op één zitting te behandelen en daarin één uitspraak te doen. De omstandigheid dat haar gemachtigde het ‘extreem druk’ heeft en hij zich daarom niet kan voorbereiden, moet voor rekening van X bv blijven.

Klik hier voor meer informatie

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de gemachtigde van X bv geen grieven heeft aangevoerd die zien op enige specifieke auto zodat de 269 zaken uit oogpunt van doelmatigheid gezamenlijk worden behandeld. De omstandigheid dat haar gemachtigde het ‘extreem druk’ heeft en hij zich daarom niet kan voorbereiden, moet voor rekening van X bv blijven. X bv doet in 2017 en 2018 BPM-aangifte voor bijna 500 ingevoerde personenauto’s. Voor 207 auto’s is door de rechtbank uitspraak gedaan op 28 februari 2019, 18/1107, V-N Vandaag 2019/936. De onderhavige zaak gaat over 269 auto’s. De gemachtigde van X bv beklaagt zich er over dat deze zaken in één zitting worden behandeld. Hij stelt dat hij zich op die manier niet kan voorbereiden, waardoor het recht op effectieve rechtsbescherming is geschonden. Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de gemachtigde geen grieven heeft aangevoerd die zien op enige specifieke auto zodat de zaken uit oogpunt van doelmatigheid gezamenlijk worden behandeld. Dit is ook conform wat tijdens twee eerdere regie-zittingen is aangekondigd. De omstandigheid dat haar gemachtigde – mede gelet op bij de andere rechtbanken aanhangig – het ‘extreem druk’ heeft en hij zich daarom niet kan voorbereiden, moet voor rekening van X bv blijven. De beroepen zijn gegrond met betrekking tot vijf btw-auto’s waarvan de waarde is bepaald aan de hand van de koerslijst AutoTelexPro. Conform HR 27 januari 2017, 15/02273, V-N 2017/7.22 en het beleid van de Belastingdienst is daarom een extra waardevermindering van 5% toegepast. Daarnaast zijn dertien beroepen gegrond wegens alsnog verleende leeftijdskortingen conform het nadere voorstel van de inspecteur. De vergoeding van immateriële schade is voorts € 500 voor alle zaken samen.

Hogere CO2-uitstoot voor BMW uit VS

21-6-19 bron: taxlive.nl (uitspraak)

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de EU-typegoedkeuring niet van toepassing is omdat deze auto is gebouwd voor de Amerikaanse markt en dus andere toelatingseisen van toepassing waren. De CO2-uitstoot is terecht berekend volgens de Scandinavische rekenmethode.

Klik hier voor meer informatie

De heer X doet BPM-aangifte voor een BMW. De auto is een benzineauto en was oorspronkelijk afkomstig uit de VS. De auto is later naar Duitsland geëxporteerd en daar in januari 2015 voor het eerst toegelaten tot de weg. Uiteindelijk is de auto in Nederland ingevoerd en in oktober 2017 geregistreerd met een Nederlands kenteken. In de aangifte wordt – conform de Duitse papieren – uitgegaan van een CO2-uitstoot van 357 gram per km. In geschil is of terecht € 23.332 BPM is voldaan en in het bijzonder de hoogte van de CO2-uitstoot. X stelt dat moet worden aangesloten bij de betreffende EU-typegoedkeuring met een uitstoot van 224 gram per km. Rechtbank Gelderland oordeelt dat de typegoedkeuring niet van toepassing is omdat de auto is gebouwd voor de Amerikaanse markt en dus andere toelatingseisen van toepassing waren. De CO2-uitstoot is bij de invoer in Duitsland terecht berekend volgens de Scandinavische rekenmethode. X maakt ook niet aannemelijk dat het beleid van de inspecteur is om aan te sluiten bij de CO2-uitstoot van de meest vergelijkbare Europese auto. Subsidiair stelt X vergeefs dat het tarief van 2014 moet worden toegepast (art. 16a Wet BPM 1992). Vergelijkbaar is namelijk een auto die in 2015 is geregistreerd met een kenteken van dat jaar, waarbij het tarief van 2015 is toegepast (vgl. Hof Den Haag 18 mei 2018, 17/00931, V-N 2018/60.33.4 en Hof Amsterdam 28 november 2017, 17/236, V-N 2018/12.14.1). Het beroep van X is ongegrond.

Bellen naar RDW voortaan tegen lokaal tarief

U kunt de RDW vanaf nu op andere telefoonnummers bereiken.
U belt geen 0900-nummer meer voor 10 cent per minuut, maar een 088-nummer.
Uiteraard krijgt u dezelfde service, maar nu tegen een lokaal tarief.
Nieuwe telefoonnummers van de RDW 
  • Particulier: 088 008 74 47
  • Zakelijk: 088 008 74 77
  • Vanuit het buitenland: 088 008 74 7

 

Online aangifte bpm voor particulieren

Wij hebben de bpm-aangifte vernieuwd. U kunt nu ook online aangifte doen. Dat is sneller en makkelijker dan op papier. Maar nog niet iedereen kan gebruikmaken van deze online aangifte.

Proef met digitale indiening bpm-aangifte

4-3-19 bron: taxlive.nl

De Belastingdienst voert een proef uit om digitaal aangifte voor de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm) te doen. De proef wordt uitgevoerd onder particulieren die een gewone personenauto of motor importeren, en vindt plaats in het kader van de modernisering en digitalisering van de aangifte bpm.

Klik hier voor meer informatie

Vanaf begin maart wijst de Belastingdienst particuliere aangevers op enkele keuringsstations van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) op de mogelijkheid om online aangifte bpm te kunnen doen. Particuliere aangevers die aan de proef meedoen, kunnen inloggen met hun DigiD om online aangifte te doen van een gewone personenauto of motor op basis van een forfaitaire tabel.De Belastingdienst wil met deze proef op kleine schaal ervaring opdoen met een beperkt aantal aangiftes.

‘BPM-plan Snel voor importauto’s leidt tot duizenden extra rechtszaken’

6-2-19 bron: automotive-online.nl

Bovag is voorzichtig optimistisch, maar dienstverleners fileren de plannen van de staatssecretaris om de RDW in te schakelen bij de bpm-aangifte van importauto’s. “Ik verwacht tienduizenden extra gerechtelijke procedures. En een wildgroei van dienstverleners die op basis van ‘no-cure-no-pay’ het nieuwe proces aanvechten.”

Brief over de aanpak van knelpunten bij de import van gebruikte voertuigen

31-01-2019 bron: rijksoverheid.nl

Staatssecretaris Snel van Financiën stuurt de Tweede Kamer een brief over de aanpak van knelpunten bij de import van gebruikte voertuigen. Daarin staat dat de getaxeerde waarde van geïmporteerde tweedehands auto’s in de toekomst onafhankelijk wordt gecontroleerd door de RDW. Dit is een oplossing voor de praktijk waarin schade aan een geïmporteerd voertuig nu soms wordt uitvergroot of fictief opgegeven, met het doel minder BPM te betalen.

Beantwoording vragen inzake schriftelijk overleg autogerelateerde belastingen

25-1-19 bron: taxlive.nl  (rijksoverheid)

De Staatssecretaris van Financïen heeft uitgebreid gereageerd op vragen van de fracties in het kader van het schriftelijk overleg van de vaste commissie van Financiën van de Tweede Kamer inzake autogerelateerde belastingen. 

Klik hier voor meer informatie

In zijn reactie geeft de Staatssecretaris een overzicht van de beleidsmatige mutaties in de periode 2016 tot en met 2021 voor de BPM, de motorrijtuigenbelasting (MRB), de fiscale bijtelling, de belasting zware motorrijtuigen (BZM)/ Eurovignet, de MIA en de VAMIL. Daarnaast wordt een overzicht verstrekt van het aantal nieuwe auto’s en het aantal geïmporteerde auto’s in de jaren 2010 tot en met 2018 onderverdeeld naar de verschillende categorieën, zoals brandstof, elektrisch, waterstof etc. In andere Europese landen zoals Duitsland, België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zijn ook diverse fiscale CO2 gerelateerde regelingen. Door de verschillen in vormgeving van de nationale fiscale stelsels is het niet mogelijk om deze regelingen met elkaar te vergelijken. Voor 2008 tot en met 2013 zijn de budgettaire effecten van de fiscale vergroening in de autobelastingen berekend en weergegeven in een tabel per belasting. De kosten voor vergroening zijn in 2013 opgelopen naar € 2 miljard. De fiscale stimulering heeft geleid tot marktverstoring. Daarom is de fiscale stimulering nu meer gericht op emissievrij rijden. Het streven is om voor oude vervuilende dieselauto’s een MRB-fijnstoftoeslag in te voeren per 1 januari 2020. De komende jaren wordt verder steeds meer ingezet op het verlagen van de CO2-emissie. De Europese CO2-normen verplichten autofabrikanten ertoe om de gemiddelde CO2-uitstoot van nieuwe auto’s te verlagen tot maximaal 95 g/km in 2021. Vanaf 2030 moeten alle nieuwverkopen 100% nulemissie zijn. In het regeerakkoord is opgenomen dat er in deze regeerperiode geen vorm van kilometerheffing wordt ingevoerd.

BPM-naheffing vanwege louter normale gebruikssporen

25-1-19 bron: taxlive.nl (uitspraak)

Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt in hoger beroep dat X bv niet aannemelijk maakt de auto echte schade had, ondanks dat de inspecteur zijn standpunt enkel baseert op het eigen controlerapport en niet op een taxatierapport. Dit is namelijk inherent aan de vrije bewijsleer. 

Klik hier voor meer informatie

X bv doet BPM-aangifte voor een uit Duitsland afkomstige personenauto. In het taxatierapport wordt uitgegaan van een catalogusprijs van € 55.890, een op een koerslijst gebaseerde waardevermindering van € 41.204 en een aftrek wegens schade van € 6161. X bv voldoet aldus € 2585 aan BPM. Bij controle constateert de inspecteur dat er uitsluitend normale gebruikssporen zijn en legt daarom een naheffingsaanslag op van € 1815. Rechtbank Zeeland-West-Brabant verlaagt de aanslag tot € 1632. X bv krijgt een immateriële schadevergoeding van € 1000, een proceskostenvergoeding van € 1500 en een vergoeding voor het betaalde griffierecht (€ 334). X bv gaat in hoger beroep. Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat X bv niet aannemelijk maakt de auto echte schade had, ondanks dat de inspecteur zijn standpunt enkel baseert op het eigen controlerapport en niet op een taxatierapport. Dit is namelijk inherent aan de vrije bewijsleer. X bv claimt vergeefs vergoeding van rente over de betaalde griffierechten. X bv heeft wel recht op vergoeding van rente over de immateriële schadevergoeding, met dien verstande dat X bv haar rekeningnummer veel te laat heeft doorgegeven. In plaats van vier weken na de uitspraak (8 januari 2018) van de rechtbank had de vergoeding dus uiterlijk op 10 april 2018 geheel betaald moeten zijn. X bv krijgt 2% wettelijke rente tot aan de dag waarop de vergoeding is voldaan (1 juni 2018). Het beroep van X bv is slechts in zoverre gegrond.

ROTA leden werken vanaf 1-1-2019 onder een eigen gedragscode- en sanctiereglement

Klik logo aan voor betreffende pagina


 

RDW maakt tellerrapport gratis

12 december 2018 13:47 bron: automotive-management.nl

Met deze maatregel willen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de RDW mensen stimuleren om voor de aankoop van een auto de kilometerstand van hun voertuig goed te controleren. 

Klik hier voor meer informatie

Met ingang van januari 2019 biedt de RDW het tellerrapport gratis aan. Nu vraagt de dienst nog 2,04 euro per bevraging. Dat meldt de RDW vandaag. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de RDW hopen dat mensen voor de aankoop van een auto de kilometerstand van hun voertuig beter gaan controleren. “Ondanks dat het manipuleren van kilometerstanden volgens de wet illegaal is, zijn dagelijks tientallen Nederlanders het slachtoffer van tellerfraude”, schrijft de RDW. “Een voertuig met gehackte kilometerteller leidt gemiddeld tot zo’n duizend euro schade, omdat deze veel duurder is in aanschaf en onderhoud dan je op basis van de kilometerstand mag verwachten. In Nederland hebben naar schatting 264 duizend personenvoertuigen en lichte bedrijfswagens een teruggedraaide teller (ongeveer 2,7% van het wagenpark). Vergroot transparantie Het gratis verstrekken van informatie over tellerstanden is een pilot en duurt een jaar. Na afloop van de pilot wordt gekeken of de maatregel effect heeft gehad. De pilot is onderdeel van een groter pakket maatregelen die het ministerie van IenW en de RDW hebben afgesproken om tellerfraude verder terug te dringen. “Wij zijn er erg blij mee”, zegt Martin Huisman, bestuurslid bij de Vereniging Aanpak Tellerfraude. “Het vergroot de transparantie en dat is belangrijk omdat ook in Nederland deze praktijken voorkomen.” Een van de andere maatregelen is dat de 150 euro grens vervalt. Nu moet een autobedrijf bij handelingen die meer dan 150 euro kosten de tellerstand invoeren, straks al vanaf nul euro. Vooral vanuit Duitsland worden veel auto’s met een onlogische tellerstand geïmporteerd. Hierover kan de RDW geen informatie verstrekken, het beschikt niet over de tellerstanden.

Nieuw aangeschafte auto ‘gebruikt’ op tijdstip heffing bpm (3000 KM)

Den Haag, 21 september 2018 bron: rechtspraak.nl

Voor de heffing van belasting van personenauto’s en motorrijtuigen (bpm) is de staat van de auto (nieuw of gebruikt) op het tijdstip van het belastbare feit beslissend. Dat is het moment waarop de auto’s in Nederland op kenteken worden gezet. Indien dat motorrijtuig niet is geregistreerd in het kentekenregister en daarmee in Nederland gebruik is gemaakt van de weg door een in Nederland wonende natuurlijke persoon of gevestigd lichaam aan wie dat motorrijtuig feitelijk ter beschikking staat, is het tijdstip van het belastbare feit de aanvang van dat gebruik.

Klik hier voor meer informatie

De zaken gaan over in Nederland gevestigde bedrijven die een nieuwe auto hebben gekocht. Het ene bedrijf heeft de auto in Duitsland gekocht en heeft daarmee eerst ongeveer 3000 kilometer in Duitsland gereden voordat de auto in Nederland op kenteken werd gezet. In de tweede zaak is de auto in Nederland gekocht en op een trailer naar Duitsland overgebracht. Vervolgens is ook met die auto in Duitsland ongeveer 3000 kilometer gereden voordat deze in Nederland op kenteken werd gezet. In beide zaken gaat het om de vraag of de auto’s voor de heffing van bpm ‘nieuw’ of ‘gebruikt’ zijn. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is een auto nieuw als deze ‘niet of nauwelijks’ is gebruikt. De Hoge Raad oordeelt dat voor de heffing van bpm de staat van de auto (nieuw of gebruikt) op het tijdstip van het belastbare feit beslissend is. Dat is in deze zaken het tijdstip waarop de auto’s in Nederland op kenteken worden gezet. De Hoge Raad oordeelt in beide zaken dat op dát moment – gelet op het aantal gereden kilometers – niet kan worden gezegd dat de auto nieuw is. Het maakt de Hoge Raad niet uit waarom met de auto in het buitenland is gereden, omdat dat de staat van de auto (nieuw of gebruikt) niet verandert. De auto’s zijn op het tijdstip dat deze in Nederland op kenteken worden gezet volgens de Hoge Raad dus gebruikt. Dat betekent dat de kopers een korting ontvangen op de verschuldigde bpm hoewel zij de auto’s nieuw hebben gekocht.

Bpm berekenen: laat je niet in de luren leggen

21-11-18 bron: das.nl

Je hebt je droomauto gespot in Duitsland. Voor het importeren van de auto moet je belasting betalen, de zogenoemde bpm. Velen laten de bpm berekenen door bedrijven die online hun diensten aanbieden om tegen een fixed fee niet alleen de bpm te berekenen maar ook de bpm-aangifte bij de Belastingdienst te verzorgen. Maar daar zit nog wel eens verschil in.

Klik hier voor meer informatie

Kleine lettertjes Ik kom in mijn praktijk vaak tegen dat er minder bpm aan de Belastingdienst is betaald dan mensen aan het ingeschakelde bedrijf hebben betaald. Dan blijkt de laagste bpm toch niet de laagste te zijn. Dan is er bijvoorbeeld 5000 euro betaald aan het bedrijf en staat er maar 4000 geregistreerd als afgedragen aan de Belastingdienst. Met een bpm calculator, te vinden op de website van AutoWeek, kun je berekenen wat de bpm was in het toelatingsjaar van de auto en op het moment zelf. Vaak staat in de kleine lettertjes dat er een ‘variabele bpm-commissie’ in rekening mag worden gebracht waarvoor dan akkoord is gegeven. Tips Om te voorkomen dat je te veel bpm betaalt, raad ik je aan het volgende te doen. Reken met een bpm calculator na hoeveel bpm er is afgedragen. Vergelijk dit met het aan de derde partij betaalde bpm bedrag. Lees de voorwaarden goed na om te voorkomen dat je achteraf met extra kosten te maken krijgt. Dus: is de ‘All-in prijs’ voor de verleende service ook écht All-in? Sjaak Drinkenburg, jurist

Kosten van schadeherstel verminderen BPM-waarde geïmporteerde schade-auto niet met gelijk bedrag

31-10-18 bron: taxlive.nl (uitspraak)

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat X bv en de inspecteur er niet in slagen om de gestelde schade aan de auto’s aannemelijk te maken. Het hof stelt de schade vervolgens in goede justitie vast, en handhaaft uiteindelijk de BPM-naheffingsaanslag.

Klik hier voor meer informatie

X bv importeert schade-auto’s. In juni 2011 importeert X een Ford en een BMW. In haar BPM-aangifte geeft X een handelswaarde van € 717 aan voor de Ford en een handelswaarde van nihil voor de BMW. Het taxatierapport voor de BMW vermeldt een waarde van negatief € 3102. X voldoet € 209 aan BPM voor de beide auto’s. De inspecteur legt een BPM-naheffingsaanslag van € 3000 op aan X bv. Rechtbank Gelderland oordeelt dat X bv zich er bewust van moet zijn geweest dat de aangegeven belasting relatief en absoluut aanzienlijk lager was dan de werkelijk verschuldigde belasting. De rechtbank overweegt daarbij dat alleen geen BPM is verschuldigd als de geregistreerde auto geen enkele waarde vertegenwoordigt, en dat het zo onaannemelijk is dat daar sprake van is, dat een belastingplichtige daar niet zomaar vanuit mag gaan. De BPM-naheffingsaanslag blijft in stand. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat X bv en de inspecteur er niet in slagen om de gestelde schade aan de auto’s aannemelijk te maken. Het hof stelt de schade vervolgens in goede justitie vast. Het hof houdt er daarbij rekening mee dat namens X bv is verklaard dat zij de schade laat repareren voor de helft van de kosten van de schadecalculatie. De schade bedraagt daarom volgens het hof voor de ene auto € 3500 en voor de andere auto € 11.000. Vervolgens stelt het hof, aan de hand van ervaringsregels, vast dat de waardevermindering als gevolg van schade 72% van het schadebedrag bedraagt. Een en ander leidt tot een na te heffen bedrag aan BPM van € 3055. De naheffingsaanslag is dan niet te hoog vastgesteld. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

ROTA taxateurs aan de slag met MOTORcheckUP

bron: www.motorcheckup.net

Onder de naam ROTA gaan onafhankelijke automobiel taxateurs op pad. Dit al ruim 9 jaar met gezamenlijk meer dan 9.000 taxaties per jaar. Om meer onderbouwing en transparantie te geven bij motorschades voeren de taxateurs ook een MOTORcheckUP uit.


 

Nieuw gekochte Porsche is gebruikt op moment van registratie (3092KM)

21-9-18 bron: taxlive.nl (uitspraak)

De Hoge Raad oordeelt onder verwijzing naar het arrest nr. 17/02947 dat het principale beroep van de Staatssecretaris ongegrond is. Uit dit arrest volgt dat met de auto op het tijdstip van registratie een zodanig aantal km’s in Duitsland is gereden dat deze objectief niet meer als een nieuwe auto kan worden aangemerkt.

Klik hier voor meer informatie

X bv koopt in januari 2012 een Porsche 911 3.8 Carrera S voor € 123.760. Op de factuur staat een km-stand van 10 vermeld. De auto is op dat moment niet geregistreerd in het Nederlandse kentekenregister en wordt de volgende dag overgebracht naar Duitsland. Het Duitse exportkenteken komt op naam te staan van de in Zwitserland wonende bestuurder van X bv. In februari 2012 doet X bv BPM-aangifte voor de auto. De km-stand is op dat moment 3092. Volgens haar is het een gebruikte auto en is de verschuldigde BPM € 15.067. De daadwerkelijke registratie in Nederland vindt plaats op 8 februari 2012 en het kenteken komt op naam te staan van X bv. De inspecteur stelt dat het een nieuwe auto is en heft € 9118 na. Volgens Hof ‘s-Hertogenbosch maakt de inspecteur het oogmerk van X bv tot belastingbesparing (U-bocht constructie) als doorslaggevende reden niet aannemelijk. X bv en de Staatssecretaris van Financiën gaan in cassatie. De Hoge Raad oordeelt onder verwijzing naar het arrest nr. 17/02947 dat het principale beroep van de Staatssecretaris ongegrond is (art. 81 lid 1 Wet RO). Uit dit arrest volgt dat met de auto op het tijdstip van registratie een zodanig aantal km’s in Duitsland is gereden dat deze objectief niet meer als een nieuwe auto kan worden aangemerkt. Het principale beroep van X bv is niet-ontvankelijk, aangezien zij het griffierecht niet tijdig heeft betaald. Het incidentele beroep van X bv is ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).

Geen extra ‘oud-huurauto korting’ voor auto’s zonder eigen huurverleden

3-8-18 bron: taxlive.nl (uitspraak)

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat voor de waardebepaling alleen kan worden aangesloten bij referentieauto’s met een huurverleden als de ingevoerde auto’s zelf oud-huurauto’s zijn. De heer X moet aannemelijk maken dat dit het geval is. Aan deze bewijslast heeft hij echter op geen enkele wijze voldaan.

Klik hier voor meer informatie

De heer X doet in de periode augustus 2016 tot en met januari 2017 BPM-maandaangiften voor in totaal zeventien gebruikte personenauto’s. Voor zeven auto’s claimt X een extra waardevermindering van 10%, die ook voor oud-huurauto’s geldt. Volgens de inspecteur kan deze vermindering alleen worden toegepast als de auto’s zelf aantoonbaar als huurauto’s zijn ingezet en de gestelde waardevermindering ook kan worden onderbouwd. Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat voor de waardebepaling alleen kan worden aangesloten bij referentieauto’s met een huurverleden als de ingevoerde auto’s zelf oud-huurauto’s zijn. X moet aannemelijk maken dat dit het geval is. Aan deze bewijslast heeft hij echter op geen enkele wijze voldaan. Over de na de bezwaarfase verleende teruggaven hoeft de inspecteur niet meer (belasting)rente te vergoeden dan volgt uit hoofdstuk VA van de AWR. Voor het meerdere (invorderingsrente) kan X zich wenden tot de ontvanger (zie HR 13 april 2018, nr. 17/01548, V-N 2018/27.6). De beroepen van X zijn ongegrond. Voorzover de beroepen zijn gericht tegen de weigering van ambtshalve vermindering verklaart de rechtbank zich onbevoegd

Auto met km-stand van 811 is nog steeds nieuw

31-7-18 bron: taxlive.nl (uitspraak) Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in hoger beroep op basis van de objectieve eigenschappen, zoals km-stand, leeftijd, handelsketen en afwezigheid van gebruikssporen, dat de auto meer concurreert met nieuwe auto’s, zodat de auto als nieuwe personenauto aan de BPM-heffing is onderworpen. De naheffing is dus terecht.

Klik hier voor meer informatie

X bv koopt op 18 september 2015 een Mazda CX-5 L Skyactiv-D in Duitsland. De auto heeft bij aankoop een km-stand van 10. De datum van eerste toelating is 10 september 2015. De auto rijdt op eigen kracht naar de Nederlandse vestigingsplaats van X bv. Volgens de RDW is de km-stand dan 811. In de BPM-aangifte gaat X bv er vanuit dat de auto gebruikt is en er is € 5725 aan BPM voldaan. Volgens de inspecteur is de auto nog steeds nieuw. In geschil is de naheffingsaanslag van € 2096. Rechtbank Noord-Nederlandstelt X bv in het gelijk. De inspecteur gaat in hoger beroep. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt op basis van de objectieve eigenschappen, zoals km-stand, leeftijd, handelsketen en afwezigheid van gebruikssporen, dat de auto meer concurreert met nieuwe auto’s, zodat de auto als nieuwe personenauto aan de BPM-heffing is onderworpen (zie HvJ EU 19 december 2013, nr. C-437/12, V-N 2014/2.18, punt 23). Iedere auto die aan de consument wordt aangeboden, heeft al een aantal km’s afgelegd in verband met fabricage, testen of vervoer. Een km-stand van 811, die vooral is ontstaan door het verplaatsen van de auto Nederland, gaat niet uit boven het gebruik van een handelaar voorafgaand aan de registratie op naam van de eerste consument. Het beroep van de inspecteur is gegrond.

 

Uitleg van begrip “essentiële gebreken” (WOK) die beletten BPM-aangifte te doen

17-11-2015 bron: navigator.nl (uitspraak)

Hof Amsterdam oordeelt in hoger beroep dat de heer X vrij was om de onderhavige aangifte te doen, dus voordat alle gebreken aan de auto waren verholpen. X maakt de door hem gestelde omvang van de schade echter niet aannemelijk.

Klik hier voor meer informatie

In geschil is of de auto op het moment van de aangifte BPM essentiële gebreken vertoonde in de zin van artikel 8, lid 4, Uitvoeringsregeling BPM en of de vermindering als bedoeld in artikel 10, lid 1, van de Wet BPM pas kan worden toegepast als de gebreken zijn hersteld. Het Hof oordeelt dat alleen sprake kan zijn van essentiële gebreken als de auto bestemd is voor sloop of wacht op keuring (WOK-status) hetgeen in casu niet het geval is. Er bestaat geen wettelijke belemmering om voor de auto de afschrijving door middel van een taxatie toe te passen. De inspecteur heeft de voorgestane waarde in onbeschadigde staat aannemelijk gemaakt. Ook het, op het moment van de registratie van de auto, in mindering te brengen schadebedrag is met het ingebrachte taxatierapport aannemelijk gemaakt. Aldus heeft de inspecteur de BPM niet tot een te hoog bedrag vastgesteld.

Ook koerslijst mogelijk bij BPM-aangifte van jonge exclusieve auto

23-4-18 bron:taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de algemeen toegepaste koerslijsten ook goed bruikbaar zijn voor auto’s die na de datum van eerste toelating minder dan een half jaar oud zijn.

Klik hier voor meer informatie

X bv handelt in auto’s uit het luxere segment van Mercedes, BMW, Audi en Porsche, die grotendeels in of via Duitsland worden ingekocht. X bv mag per maand BPM-aangifte doen. Ten aanzien van veertien auto’s zijn na een boekenonderzoek naheffingsaanslagen opgelegd. Bij de aangiften is onder meer gebruik gemaakt van koerslijsten. Volgens de inspecteur kunnen voor jonge exclusieve auto’s nog geen koerslijsten bestaan. Vier auto’s zijn volgens de inspecteur bovendien nog nieuw, omdat geen sprake is geweest van “regulier particulier gebruik”. Rechtbank Gelderland oordeelt dat de algemeen toegepaste koerslijsten ook goed bruikbaar zijn voor auto’s die na de datum van eerste toelating minder dan een half jaar oud zijn (zie Hof Arnhem-Leeuwarden 30 mei 2017, nr. 15/00515, waarbij de Staatssecretaris uitdrukkelijk heeft afgezien van cassatie, V-N 2017/41.20). Verder oordeelt de rechtbank dat geen van de vier auto’s kan worden aangemerkt als nieuw. Een feitelijk gebruikte auto met rond 3.000 km’s op de teller en/of gebruikssporen zal door een koper niet als nieuw worden beschouwd. De vraag hoe de km’s en de gebruikssporen tot stand zijn gekomen, is voor een gemiddelde koper niet van belang. De naheffing is dus ook voor overige onterecht. De beroepen van X bv zijn gegrond

‘Gebrauchtwagen’ is voor Nederlandse BPM toch nieuw.

1-2-18 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt in hoger beroep dat de auto na de vervaardiging nauwelijks is gebruikt en dus bij de registratie in Nederland als een nieuwe personenauto heeft te gelden.

Klik hier voor meer informatie

Belanghebbende, X bv, koopt in 2013 een personenauto voor € 41.200. Het Duitse kenteken staat op naam van H, die de eigenaar van de verkoper is. Op de factuur staat dat het een ‘Gebrauchtwagen’ betreft.De auto is vervolgens met een trailer naar Nederland vervoerd en heeft op het moment van de BPM-aangifte een km-stand van 303. Door de RDW zijn geen gebruikssporen geconstateerd. Volgens X bv is het een gebruikte auto. De inspecteur stelt dat de auto nieuw is. In geschil is of terecht een naheffingsaanslag van van € 5.481 is opgelegd. Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelt de inspecteur in het gelijk. X bv gaat in hoger beroep. Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat de auto na de vervaardiging nauwelijks is gebruikt en dus bij de registratie in Nederland als een nieuwe personenauto heeft te gelden (zie HR 27 januari 2017, nrs. 16/02949 en 16/03401, V-N 2017/7.20 en V-N 2017/7.21). Het EU-verdedigingsbeginsel gaat niet zover dat de inspecteur X bv ook voor een gesprek had moeten uitnodigen. Aangezien X bv pas in hoger beroep klaagt over het overschrijden van de redelijke termijn en de rechtbank dit ook niet ambtshalve had hoeven te onderzoeken, kan de voortvarende behandeling van het onderhavige hoger beroep de overschrijding alsnog compenseren (vgl. HR 12 december 2014, nr. 14/00797, V-N 2014/65.8). Het beroep van X bv is ongegrond.

Taxateur voldoet niet aan de wettelijke eisen van de Uitvoeringsregeling BPM

bron: recht.nl(uitspraak)

Belanghebbende heeft in Duitsland een auto met schade gekocht. Bij de aangifte heeft belanghebbende gebruik gemaakt van een taxatierapport. Volgens de inspecteur voldoet het taxatierapport niet aan de gestelde eisen. Taxateur heeft niet het praktijkexamen afgelegd. Hij is wel ingeschreven in het VRT, als taxateur brandverzekeringen. Gelet op de wetsgeschiedenis voldoet de taxateur niet aan de gestelde eisen.

Klik hier voor meer informatie

BPM. Naheffingsaanslag. Artikel 10 Wet BPM. Taxateur heeft niet het praktijkexamen afgelegd. Hij is wel ingeschreven in het VRT, als taxateur brandverzekeringen. Gelet op de wetsgeschiedenis voldoet de taxateur niet aan de gestelde eisen. Deze eisen zijn niet in strijd met het Unierecht. De rechtbank ziet ook geen aanleiding in dit geval aan de gestelde eisen voorbij te gaan. De bewijslast wordt niet omgekeerd. Verweerder heeft nageheven op grond van de tabel. Er is echter duidelijk sprake van schade. Daarom kon verweerder niet volstaan met toepassing van de tabel. Beide partijen hebben de afschrijving niet aannemelijk gemaakt. Vaststelling waarde auto in goede justitie.

Bij schadeauto kan BPM-afschrijvingspercentage hoger zijn dan percentage BPM-tabel

10-11-17 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

De Hoge Raad oordeelt dat X terecht is uitgegaan van de handelsinkoopwaarde van de koerslijst X-RAY, en daarop een afschrijving heeft toegepast in verband met de schade. Dat hierdoor een hoger afschrijvingspercentage wordt gehanteerd dan voortvloeit uit toepassing van de BPM-tabel acht de Hoge Raad niet van belang.

Klik hier voor meer informatie

X importeert in 2013 uit Duitsland een auto uit 2011 met ernstige schade aan de voorzijde. De koopprijs bedraagt € 18.755. Bij de berekening van de verschuldigde BPM, en de afschrijving, hanteert X de koerslijst X-RAY, een in de handel algemeen toegepaste koerslijst voor de inkoop van gebruikte motorrijtuigen door wederverkopers in Nederland. X stelt de handelsinkoopwaarde vast op € 38.300, en de schade op € 35.217 zodat hij uitkomt op een inkoopwaarde van € 3083. De inspecteur komt echter uit op een inkoopwaarde van € 20.000, rekening houdend met een schade van € 32.500, en legt een BPM-naheffingsaanslag op van € 3849. Hof Amsterdam oordeelt dat de berekende inkoopwaarden niet bruikbaar zijn, en stelt deze in goede justitie vast op € 18.000. Het hof overweegt daarbij dat niet meer in geschil is dat de schade € 32.500 bedraagt. Vervolgens merkt het hof op dat X een afschrijvingspercentage van 56 hanteert, en de inspecteur een afschrijvingspercentage van 34, terwijl uit de BPM-tabel een afschrijvingspercentage van 47 volgt. Ook wijst het hof er op dat de inspecteur vraagprijzen als onderbouwing gebruikt, en niet gerealiseerde verkoopprijzen. X gaat in cassatie. De Hoge Raad oordeelt dat X terecht is uitgegaan van de handelsinkoopwaarde van de koerslijst X-RAY, en daarop een afschrijving heeft toegepast in verband met de schade. Dat hierdoor een hoger afschrijvingspercentage wordt gehanteerd dan voortvloeit uit toepassing van de BPM-tabel, of uit de prijs waarvoor het motorvoertuig is aangekocht, acht de Hoge Raad niet van belang. De Hoge Raad doet de zaak vervolgens zelf af en vermindert de naheffingsaanslag tot een bedrag van € 640.

Terugwijzing van BPM-zaak om bewijsoordeel over 72%-norm (hoogte schadecalculatie) te verbeteren

13-10-17 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Hof Den Haag oordeelt in hoger beroep dat de rechtbank mogelijk onvoldoende acht heeft geslagen op de stelling van X bv over de waardeverminderingen door de schade en al wat X bv daartoe aan bewijs heeft bijgebracht. Volgt terugwijzing naar de rechtbank in meervoudige kamer.

Klik hier voor meer informatie

X bv doet in maart en april 2015 BPM-aangifte voor 63 – uit andere EU-lidstaten afkomstige – schade-auto’s. In geschil is of de op aangifte afgedragen BPM te hoog is. Niet in geschil is dat steeds sprake is van meer dan normale gebruiksschade en dat de handelsinkoopwaarde kan worden bepaald door op de waarde in onbeschadigde staat een waardevermindering in verband met schade toe te passen. De taxateur van X bv heeft voor alle auto’s de afschrijving bepaald aan de hand van een taxatierapport en de handelsinkoopwaarde vastgesteld op basis van drie tot vijf referentievoertuigen. Volgens Rechtbank Den Haag is de nieuwe – vanaf 1 januari 2015 geldende – Nederlandse regelgeving en in het bijzonder de voorwaarden van art. 8 lid 4 Uitv. reg. BPM 1992 met betrekking tot de waardevaststelling van schade-auto’s niet in strijd met het EU-recht. X bv maakt niet aannemelijk dat de waardevermindering door de schade meer is dan de 72%-norm, aangezien X bv zich slechts in algemene bewoordingen heeft verzet tegen toepassing van die norm. X bv herhaalt in hoger beroep haar stelling dat de taxateur de schade aan iedere auto heeft gestaafd met gedetailleerde calculaties en beeldmateriaal. De inspecteur erkent dat in een aantal gevallen mogelijk onvoldoende acht is geslagen op de stukken. Hof Den Haag oordeelt dat de rechtbank mogelijk onvoldoende acht heeft geslagen op de stelling van X bv en al wat X bv daartoe aan bewijs heeft bijgebracht. De rechtbank had voor iedere auto afzonderlijk moeten onderzoeken of het door X bv aangedragen bewijs, waaronder taxatierapport, schadecalculatie en beeldmateriaal, voldoende is om de stelling van X bv, tegenover de eventuele betwisting door de inspecteur, te staven en haar oordeel daarover in de uitspraak moeten vervatten. De uitspraak van de rechtbank kan daarom niet in stand blijven. Volgt terugwijzing naar de rechtbank in meervoudige kamer. Het beroep van X bv is voor het overige ongegrond.

Demonstratie-auto met 2.267 gereden km’s is niet nieuw meer

22-6-17 bron:taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt in hoger beroep dat de auto niet nieuw meer is, gelet op de km-stand van 2.267. De inspecteur stelt vergeefs dat X bv vanaf de aankoop de feitelijke beschikkingsmacht over de auto had en dat zij de auto bewust en opzettelijk km’s heeft laten maken.

Klik hier voor meer informatie

Belanghebbende, X bv, koopt in Duitsland een personenauto. Hierbij is mondeling overeengekomen dat de verkoper de auto als demonstratie-auto mag blijven gebruiken totdat de auto aan X bv wordt geleverd. Ter zake van de registratie van de auto in Nederland is in april 2012 BPM-aangifte door X bv gedaan. De auto had toen een km-stand van 2.267. Volgens de inspecteur is de auto echter nieuw. In geschil is de opgelegde naheffingsaanslag. Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelt de inspecteur in het gelijk. X bv gaat in hoger beroep. Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat de auto niet nieuw meer is, gelet op de km-stand van 2.267. De inspecteur stelt vergeefs dat X bv vanaf de aankoop de feitelijke beschikkingsmacht over de auto had en dat zij de auto bewust en opzettelijk km’s heeft laten maken. Van belang is slechts of ten tijde van de registratie in Nederland sprake is van een auto die na de vervaardiging niet of nauwelijks is gebruikt. De niet onderbouwde stelling van de inspecteur dat de km-stand mogelijk is gemanipuleerd, wordt ook terzijde geschoven. Het beroep van X bv is gegrond.

Geen omkering bewijs ondanks lage handelsinkoopwaarde in BPM-aangifte

10-4-17 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in hoger beroep dat de bewijslast niet kan worden omgekeerd. X bv heeft de aangifte namelijk gedaan aan de hand van een door een deskundige opgemaakt taxatierapport. 

Klik hier voor meer informatie

X bv koopt in Duitsland een gebruikte Saab 9-3 Sport Estate 2.0 T Aero XWD voor € 12.900 inclusief btw. Volgens de BPM-aangifte is de handelsinkoopwaarde van de auto slechts € 1.478 en is de verschuldigde BPM € 357. De handelsinkoopwaarde is berekend door op de koerslijstwaarde van € 9.244 de schade van € 7.766 in mindering te brengen. In geschil is of terecht een naheffingsaanslag van € 1.904 is opgelegd. Volgens Rechtbank Gelderland heeft X bv niet de vereiste aangifte gedaan, zodat de bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard. De aangegeven waarde staat namelijk in geen enkele verhouding tot de eigen aankoopprijs. Het beroep van X bv is alleen gegrond omdat de aanslag ten onrechte is gebaseerd op de datum van de aangifte in plaats van op de datum van registratie. De naheffing wordt aldus verminderd tot € 1.866. X bv gaat in hoger beroep. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de bewijslast niet kan worden omgekeerd. X bv heeft de aangifte namelijk gedaan aan de hand van een door een deskundige opgemaakt taxatierapport. De enkele stelling dat X bv handelt in tweedehands auto’s brengt niet mee dat X bv wist of zich ervan bewust moest zijn dat de verschuldigde BPM relatief en absoluut aanzienlijk te laag was. Weliswaar kan de kennis van de taxateur aan X bv worden toegerekend, maar de EU-problematiek met betrekking tot schade-auto’s is te complex. De inspecteur maakt niet aannemelijk dat de handelsinkoopwaarde hoger is dan € 9.244. De herstelkosten worden in goede justitie vastgesteld op € 4.000. Hiervan komt 72% in mindering op de handelsinkoopwaarde (zie Besluit 30 december 2014, nr. IZV2014/715M, V-N 2015/5.2.2). Vanwege de hogere leeftijdskorting wordt de naheffing verminderd tot € 1.156. Het beroep van X bv is gegrond.

Ondanks eerder buitenlands kenteken zijn auto’s nieuw

4-5-17 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Hof Amsterdam oordeelt in hoger beroep dat beide auto’s na de vervaardiging niet of nauwelijks in gebruik zijn geweest, zodat ze nieuw zijn. Het historische/tussenliggende BPM-tarief is niet van toepassing op nieuwe auto’s die al in een andere EU-lidstaat geregistreerd zijn geweest.

Klik hier voor meer informatie

X bv dient in 2014 BPM-aangiften in met betrekking tot een Renault Mégane Estate 1.5 dCi Bose en een Volvo V40 1.6 D2 Momentum. Met beide auto’s is op dat moment niet meer dan 10 km gereden en zij vertonen geen gebruikssporen. Volgens Rechtbank Noord-Holland zijn beide auto’s nieuw, maar moet de verschuldigde bpm voor de Volvo op grond van de overgangsregeling (art. 16a lid 1 Wet BPM 1992) wel worden verminderd. Het standpunt van de inspecteur dat enkel omdat het (Nederlandse) kentekenbewijs pas is afgegeven in 2014, een beroep op de overgangsregeling niet slaagt, is discriminatie naar nationaliteit. X bv gaat in hoger beroep. De inspecteur tekent te laat incidenteel hoger beroep en trekt het daarom later in. Hof Amsterdam oordeelt dat beide auto’s na de vervaardiging niet of nauwelijks in gebruik zijn geweest, zodat ze nieuw zijn (zie HR 29 januari 2016, nr. 14/01502, V-N 2017/7.21). Uit dit arrest volgt ook dat het historische/tussenliggende tarief niet van toepassing is op nieuwe auto’s die al in een andere EU-lidstaat geregistreerd zijn geweest. X bv beroept zich vergeefs op HvJ EU 14 april 2015, nr. C-76/14 (Mihai Manea), V-N 2015/20.18. De door haar in de pleitnota aangehaalde tekst is namelijk afkomstig uit de conclusie van de A-G en komt niet uit het arrest. Het beroep van X bv is ongegrond.

RDW gaat de fysieke controle bij import-occassions uitvoeren

3-12-19 bron: telegraaf.nl

 
 

Den Haag – Mensen die een auto importeren moeten die in de toekomst laten controleren door de RDW. Zo wil de Belastingdienst voorkomen dat er wordt gesjoemeld met de bpm.

Klik hier voor meer informatie

Wie nu een auto importeert, hoeft die maar zelden te laten controleren. Maar volgens staatssecretaris Snel (Financiën) gaat op dat vlak veel fout. Zo wordt schade aan de auto uitvergroot of niet-bestaande schade opgevoerd. Het doel daarvan is de waarde van de auto te drukken zodat er minder bpm (aanschafbelasting) hoeft te worden betaald. Eerst langs de RDW Daar wil Snel een einde aan maken door een fysieke controle in te voeren voor importauto’s. Iedere wagen waarbij schade wordt opgevoerd moet langs de RDW om gecheckt te worden. Alleen mensen die een lagere waarde opvoeren vanwege de leeftijd van de auto worden gevrijwaard van zo’n keuring, dan wordt alleen gecontroleerd of de opgegeven leeftijd klopt. De nieuwe controle is grondiger, maar moet importeurs ook helpen, stelt Snel. Zij hebben namelijk wel meteen zekerheid over de belasting en kunnen niet alsnog een naheffing aan de broek krijgen. Wanneer het nieuwe controlesysteem precies in werking treedt, meldt Snel nog niet. Hij schrijft wel dat het om ’korte termijn’ gaat en dat hij er ’zo snel mogelijk’ invulling aan wil geven.

Nieuwe regels en makkelijkere controle van BTW-fraude bij auto-import!

bron: taxlive.nl

Nationale belastingautoriteiten en Eurofisc-verbindingsambtenaren moeten geautomatiseerde toegang krijgen tot het elektronische systeem waarin inlichtingen over van btw vrijgestelde invoer zijn opgeslagen. Voor uitwisseling van voertuigregistratiegegevens moet het systeem Eucaris worden gebruikt. Lidstaten nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de geautomatiseerde opvraging van en geautomatiseerde toegang tot voertuigregistratiegegevens 24 uur per dag en zeven dagen per week mogelijk is.

Klik hier voor meer informatie

De Europese Commissie breidt de uitvoeringsvoorschriften uit voor administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de btw. De Uitvoeringsverordening (EU) 2012/79 wordt hiertoe aangepast. Deze Uitvoeringsverordening geeft nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 904/2010. Nationale belastingautoriteiten en Eurofisc-verbindingsambtenaren moeten geautomatiseerde toegang krijgen tot het elektronische systeem waarin inlichtingen over van btw vrijgestelde invoer zijn opgeslagen. Voor uitwisseling van voertuigregistratiegegevens moet het systeem Eucaris worden gebruikt. Lidstaten nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de geautomatiseerde opvraging van en geautomatiseerde toegang tot voertuigregistratiegegevens 24 uur per dag en zeven dagen per week mogelijk is. Voor de identificatie van een Eurofisc-verbindingsambtenaar worden lidstaten verplicht aan al hun Eurofisc-verbindingsambtenaren een unieke persoonlijke gebruikersidentificatie toe te wijzen en aan de andere lidstaten en de Commissie een lijst van deze persoonlijke gebruikersidentificaties beschikbaar te stellen. De wijzigingen treden op 23 juli 2019 in werking en zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2020.

Staatssecretaris: Onjuiste uitvergroting schades bij veel bpm-aangiftes

18-9-19 bron: automotive-online.nl

In hoeveel procent van de gevallen dit heeft geleid tot een naheffing, is onbekend. Van de 116.100 auto’s die dit jaar via parallelimport ons land zijn binnengekomen, is in duizend gevallen de bpm-aangifte door de Belastingdienst gecontroleerd. In de meeste gevallen gaat het daarbij om schadeauto’s die met een taxatierapport worden geïmporteerd. En in veel van die gevallen blijkt de schade aan het voertuig uitvergroot, waardoor een te lage waarde is gehanteerd bij het doen van aangifte. Dat staat in het antwoord van staatssecretaris Menno Snel van Financiën op de vragen die VVD-Kamerleden Dijkstra en Lodder stelden.

Klik hier voor meer informatie

Van de 116.100 auto’s die dit jaar via parallelimport ons land zijn binnengekomen, is in duizend gevallen de bpm-aangifte door de Belastingdienst gecontroleerd. In de meeste gevallen gaat het daarbij om schadeauto’s die met een taxatierapport worden geïmporteerd. En in veel van die gevallen blijkt de schade aan het voertuig uitvergroot, waardoor een te lage waarde is gehanteerd bij het doen van aangifte. Dat staat in het antwoord van staatssecretaris Menno Snel van Financiën op de vragen die VVD-Kamerleden Dijkstra en Lodder stelden. De twee Kamerleden vroegen in hun brief aan de staatssecretaris vooral ook wanneer hij met de beloofde maatregelen denkt te komen om de problemen bij parallelimport aan te pakken. Daarop geeft Snel echter geen duidelijk antwoord, hij zegt alleen dat hij “dit najaar” de kamer hierover wil informeren. De autobranche reageert sceptisch op de plannen van de staatssecretaris om de RDW een rol te geven. ‘Ik voorzie zeer grote problemen op het gebied van uitvoering, omdat de benodigde kennis bij de RDW ontbreekt.’ De twee Kamerleden hebben de staatssecretaris ook gevraagd in hoeveel gevallen de Belastingdienst een naheffing oplegt, maar hier zegt hij geen antwoord op te kunnen geven, omdat die informatie niet inzichtelijk is. Jaarlijks zijn er duizenden bpm-gerelateerde rechtszaken. In februari meldde de staatssecretaris aan de kamer dat hij dit jaar de systematiek rond de bpm-aangifte bij import van occasions wil veranderen. Zijn voornemen is om de RDW hierin een belangrijke rol te laten spelen.

Geen maatregelen tegen import tweedehands elektrische auto’s

28-8-19 bron: taxlive.nl

Staatssecretaris Snel van Financiën ziet geen mogelijkheden om bij import van een emissievrije auto het bijtellingspercentage afhankelijk te stellen van het moment dat deze in Nederland op kenteken worden gezet. Dat antwoordt Snel op Kamervragen van de leden Omtzigt (CDA) en Lodders (VVD) over de import van tweedehands elektrische auto’s voor een lagere bijtelling.

Klik hier voor meer informatie

Het vaststellen van het bijtellingspercentage voor een voor privédoeleinden ter beschikking gestelde auto gebeurt aan de hand van de datum eerste toelating (DET). De DET is de datum waarop het voertuig (waar ook ter wereld) voor het eerst op de weg is toegelaten. De DET geldt zowel voor het van toepassing zijnde algemene bijtellingspercentage als voor de milieugerelateerde korting hierop. Deze korting blijft van toepassing gedurende 60 maanden na de maand waarin die auto voor het eerst op de weg is toegelaten. Binnen Europa zijn afspraken gemaakt over het registreren (inschrijven) van voertuigen en de vermelding daarvan op het kentekenbewijs. In Nederland valt de datum van eerste inschrijving op het moment van de tenaamstellingsdatum. De vraag in hoeverre de import van emissievrije auto’s zal toenemen is afhankelijk van de vraag en het aanbod op de binnenlandse en buitenlandse automarkt. Het gaat naar verwachting om de import van een hele kleine groep tweedehands elektrische auto’s. Bovendien gaat het om een relatief beperkt voordeel: de eigenaren kunnen maximaal 60 maanden vanaf de oorspronkelijke DET profiteren van de korting op de bijtelling. Volgens Snel draagt deze relatief beperkte import bij aan de door het kabinet gewenste emissievrije Nederlandse autovloot.

Waardevermindering door schade is niet meer dan 72%

18-7-19 bron: taxlive.nl (uitspraak)

Hof Den Haag bevestigt dat geen sprake is van schade aan de ingevoerde personenauto’s die tot een hogere waardevermindering dan 72% van de gecalculeerde herstelkosten moet leiden. Na de terugwijzing stelde X bv vergeefs dat de BPM-regelgeving in strijd is met het EU-recht. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

Klik hier voor meer informatie

X bv voldoet in april en mei 2015 BPM op aangifte voor 20 personenauto’s met schade. Volgens Rechtbank Den Haag maakt X bv niet aannemelijk dat de waardeverminderingen door de schade meer is dan 72% van de schadebedragen, met de motivering dat X bv zich slechts in algemene bewoordingen tegen de toepassing van de 72%-norm heeft verzet. Hof Den Haag wees de zaak eerder terug omdat de rechtbank mogelijk onvoldoende acht had geslagen op de taxatierapporten, schadecalculaties en beeldmateriaal van X bv. Na terugwijzing overweegt de rechtbank dat in de schadecalculaties, ook in samenhang met het in taxatierapporten opgenomen beeldmateriaal, onvoldoende steun is te vinden voor de conclusie dat met betrekking tot één of meer van de auto’s sprake is van schade die tot een hogere waardevermindering dan 72% van de gecalculeerde herstelkosten moet leiden. X bv gaat weer in hoger beroep. Hof Den Haag (V-N 2018/55.1.9) oordeelt dat de rechtbank op alle onderdelen van het geschil, zowel wat de feiten als het recht betreft, met juistheid heeft geoordeeld zoals zij heeft gedaan. De overwegingen van de rechtbank overnemend, is in geen van de zienswijzen die X bv in hoger beroep heeft aangevoerd, en ook niet anderszins, een grond aanwezig anders te oordelen. De terugwijzingsopdracht is ook juist door de rechtbank uitgelegd voor wat betreft de opvattingen van X bv, die inhouden dat de in geding zijnde BPM-regelgeving in strijd is met het EU-recht. In deze fase van de procedure kan namelijk aan een behandeling van die opvattingen niet meer worden toegekomen. Het beroep van X bv is ongegrond. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

Waarschuwing voor gemachtigde Joost Verhoeven wegens beledigingen

14-6-2019 bron: taxlive.nl (uitspraak)

De heer X doet in juli 2017 BPM-aangifte voor een Mercedes-Benz. Volgens de koerslijst van btw-auto’s is de verschuldigde BPM € 8741. Pas in de beroepsfase stelt X dat de verschuldigde BPM moet worden berekend aan de hand van de koerslijst voor marge-auto’s. In de pleitnota stelt de gemachtigde van X (A.F.M.J. Verhoeven) onder meer dat “Nederland natuurlijk een enorm gajesland is” en “niks anders is dan een enorme narcostaat”. De rechtbank zou het daarnaast “niet zo nauw te nemen met de gerechtvaardigde belangen van belastingplichtigen” en de focus van de inspecteur zou louter liggen bij “beduvelen en oplichten”.

Klik hier voor meer informatie

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de gemachtigde van de heer X vanwege zijn ongepaste, onfatsoenlijke en respectloze manier van optreden een waarschuwing krijgt. Op grond van art. 8:25 Awb kan de rechter bijstand of vertegenwoordiging weigeren door een persoon tegen wie ernstige bezwaren bestaan. Rechtbank Gelderland oordeelt dat de gemachtigde van X vanwege zijn ongepaste, onfatsoenlijke en respectloze manier van optreden een waarschuwing krijgt. Op grond van art. 8:25 Awb kan de rechter bijstand of vertegenwoordiging weigeren door een persoon tegen wie ernstige bezwaren bestaan. Vanwege het alsnog toepassen van de koerslijst voor marge-auto’s volgt wel alsnog een teruggaaf van € 692. Bij het doen van de aangifte had X de handelsinkoopwaarde al kunnen bepalen aan de hand van deze koerslijst (zie HR 27 januari 2017, 15/02273, V-N 2017/7.22). Er is daarom geen reden om de werkelijke proceskosten aan X te vergoeden.

‘Roasted’ hof weigert gemachtigde Joost Verhoeven (BPM jurist)

22-8-19 bron: taxence.nl (uitspraak)

Als de gemachtigde van een belanghebbende in een beroepsprocedure zowel de fiscus als de rechterlijke macht op een ‘roast’ trakteert, moet hij ermee rekening houden dat de belastingrechter hem weigert als gemachtigde.

Klik hier voor meer informatie

De belastingrechter vindt het belangrijk dat de partijen in een beroepsprocedure zich tegenover elkaar professioneel en respectvol opstellen. Hij kan een partij die dit nalaat een waarschuwing geven. Zie bijvoorbeeld: ‘Vliegen vangen met azijn’. In twee zaken had Hof Arnhem-Leeuwarden zich in toenemende mate gestoord aan het beledigend en mogelijk lasterlijke taalgebruik van de gemachtigde van de belanghebbende. Zo omschreef deze gemachtigde diverse medewerkers van de Belastingdienst als clowns en oplichters. Ook bestempelde hij verschillende instellingen van de rechterlijke macht als criminele organisaties en Nederland als een intens gajesland. Het hof gaf de gemachtigde een waarschuwing. De rechter wees hem erop dat zijn opmerkingen aan de belanghebbende konden worden toegerekend. De gemachtigde zag in deze waarschuwing een verdere inperking van de rechten van zijn cliënt en paste zijn taalgebruik niet aan. Maar het hof is de ‘roast’ zat. Het taalgebruik van de gemachtigde botst structureel met de maatschappelijke normen voor fatsoenlijke omgang, zo oordeelt het hof. Geweigerd Het hof erkent dat belanghebbenden het recht hebben om duidelijk te maken dat zij het oneens zijn met bepaalde rechterlijke oordelen. Dit geeft hen echter nog niet het recht om onnodig beledigende opmerkingen te maken. De gemachtigde motiveert evenmin waarom zijn beschuldigingen en beledigingen van belang zijn voor de procedure. Het hof oordeelt dat tegen de gemachtigde ernstige bezwaren bestaan en weigert daarom zijn vertegenwoordiging. De rechter ziet hierin geen schending van gewaarborgde rechten en vrijheden. De belanghebbende krijgt namelijk vier weken de tijd om een nieuwe gemachtigde te vinden. Wet: art. 8:25 Awb Bronnen: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 augustus 2019 (gepubliceerd 19 augustus 2019), ECLI:NL:GHARL:2019:6596 en Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 augustus 2019 (gepubliceerd 19 augustus 2019), ECLI:NL:GHARL:2019:6597

Waardevermindering kampeerauto niet vergelijkbaar met die van gesloten bestelauto

13-5-19 bron: taxlive.nl (uitspraak)

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt in hoger beroep dat de waardevermindering van een kampeerauto niet vergelijkbaar is met die van een gesloten bestelauto. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

Klik hier voor meer informatie

De heer X doet BPM-aangifte voor de registratie van een uit Duitsland afkomstige kampeerauto. De inspecteur legt een naheffingsaanslag op van € 3478, aangezien de afschrijving door X is gebaseerd op het waardeverloop van een gesloten bestelauto. Rechtbank Zeeland-West-Brabant geeft X wegens het overschrijden van de redelijke termijn een immateriëleschadevergoeding van € 500. X gaat in hoger beroep. Hof ’s-Hertogenbosch (V-N 2019/11.1.6) oordeelt dat de waardevermindering van een kampeerauto niet vergelijkbaar is met die van een gesloten bestelauto. Er moet dus wél rekening worden gehouden met de specifieke uitrusting van de kampeerauto. In aanmerking nemende dat de auto slechts zeven maanden oud is en 7390 km’s heeft gereden, is de door de inspecteur toegepaste afschrijving van 25,75% niet te laag. Het beroep van X is ook voor het overige ongegrond. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

Directies RDW en BOVAG spreken over sanctiebeleid en BPM-fraude bij import. Welke BPM-fraude dat ook mag zijn dan?

5-4-19 bron: bovag.nl

BOVAG ontving vorige week de directie van de RDW in Bunnik voor een periodiek overleg. Belangrijkste onderwerp van het gesprek was dit keer het sanctiebeleid van de RDW. 

Klik hier voor meer informatie

.De RDW heeft het afgelopen jaar grote stappen gezet in het moderniseren van het erkenningensysteem, waarvoor een nieuw wetsvoorstel nu bij het ministerie ligt. Een proportioneel sanctiebeleid bij overtredingen hoort daar ook bij. Ondernemers en BOVAG vinden de sancties die de RDW oplegt bij onregelmatigheden bij APK, tachograaf-werkplaatshandelingen en bij de bedrijfsvoorraadregeling vaak te zwaar. Het intrekken van de erkenning voor zes weken na een soms lichte overtreding is een zwaar middel. RDW geeft aan in het huidige systeem geen ruimte te hebben om anders te sanctioneren. BOVAG en RDW zullen het ministerie van I&W daarom vragen om de RDW meer passende (lichte) sanctiemaatregelen te geven. Andere onderwerpen waarover de directies spraken waren data uit de connected car, ADAS, de ontwikkelingen rond de tachograaf, APK in het buitenland en BPM-fraude bij import.

Youngtimerregeling niet gecreëerd voor fiscale voordelen

17-6-19 bron: taxlive.nl

De young timerregeling is niet bedoeld om fiscale voordelen te creëren. Dat heeft staatssecretaris Snel van Financiën geantwoord op vragen van het Kamerlid Van Weyenberg (D66) naar aanleiding van het bericht ‘Oude vervuilende zakelijke auto veel goedkoper dan schone Tesla’. Het onderzoek naar een mogelijke aanpassing van de youngtimerregeling wordt naar verwachting voor het zomerreces naar de Tweede Kamer gestuurd.

Klik hier voor meer informatie

Voor auto’s die ouder zijn dan 15 jaar geldt een afwijkende regeling voor de bijtelling van het privégebruik van de auto, de zogenaamde youngtimerregeling. De grondslag voor de bijtelling is in dat geval niet de cataloguswaarde, maar de waarde in het economisch verkeer. De regeling heeft enerzijds ten doel om het privévoordeel van oudere, vrijwel afgeschreven auto’s beter te laten aansluiten bij de waarde van de auto op dat moment. Anderzijds is het doel om de bijtelling voor de oldtimer vast te stellen op de reële waarde van de auto en niet de lagere oorspronkelijke cataloguswaarde. In totaal is in de aangiften inkomstenbelasting over 2016 het privégebruik van circa 108.00 auto’s van de zaak jonger dan 15 jaar aangegeven tegenover circa 14.000 auto’s ouder dan 15 jaar. Het gebruik van auto’s ouder dan 15 jaar is in 2016 wel met ongeveer 40% gestegen ten opzichte van 2014. Het aantal leaseauto’s dat onder de youngtimerregeling valt is niet bekend. Youngtimers zijn minder zuinig dan nieuwere alternatieven. Tevens produceren ze meer fijnstof. Het onderzoek naar een mogelijke aanpassing van de youngtimerregeling wordt naar verwachting voor het zomerreces naar de Tweede Kamer gestuurd.

Te hoge BPM-heffing voor schade-auto met WOK-status

28-2-19 bron: taxlive.nl (uitspraak)

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de waardestijging van de auto door het herstel van de ‘essentiële gebreken’ ten onrechte wordt onderworpen aan de BPM-heffing. Het is hierdoor namelijk aantrekkelijker om een auto met essentiële gebreken in Nederland te kopen dan in een andere EU-lidstaat.

Klik hier voor meer informatie

Vof X koopt in een andere EU-lidstaat een Suzuki Swift 1.6 Sport VIN met schade. Op 1 april 2016 wil vof X hier BPM-aangifte doen, maar trekt deze in als de RDW de auto de status van ‘Wachten op keuring’ (WOK) geeft. Na herstel van de ‘essentiële gebreken’ doet vof X opnieuw aangifte en voldoet € 1926 aan BPM. Volgens de inspecteur kan de BPM-vermindering namelijk pas worden vastgesteld als de essentiële gebreken zijn hersteld (art. 8 lid 3 Uitvoeringsregeling BPM 1992, tekst 2016). Vof X stelt dat dit strijdig is met art. 110 VWEU. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de waardestijging door het herstel van de essentiële gebreken ten onrechte wordt onderworpen aan de heffing. Het is hierdoor namelijk aantrekkelijker om een auto met essentiële gebreken in Nederland te kopen dan in een andere EU-lidstaat. Tussen partijen is niet in geschil dat bij onverbindendheid van art. 8 lid 3 de handelsinkoopwaarde van de auto (na vermindering in verband met schade) € 1714 is. Het artikel kan mogelijk ook zo worden uitgelegd dat het alleen bepaalt wanneer de vermindering wordt vastgesteld en dus niet ziet op de omvang van de vermindering, maar dat is niet door de inspecteur gesteld. Vof X claimt ook terecht toepassing van het historische tarief van vóór 1 juli 2012, ondanks dat de auto een datum eerste toelating van 21 augustus 2012 heeft (zie Hof’s-Hertogenbosch 4 april 2018, nr. 16/03914, V-N 2018/38.1.4, r.o. 4.12). De verschuldigde BPM is € 354. Het beroep van vof X is gegrond.

Na herstel van WOK-auto geen extra schade-aftrek (‘volledig hersteld’)

25-2-19 bron: taxlive.nl (uitspraak)

Hof Amsterdam oordeelt in hoger beroep dat er geen aanleiding is voor extra aftrek wegens schade. Volgens de eigen verklaring van de heer X was de auto op het moment van de tenaamstelling namelijk ‘volledig hersteld’.

Klik hier voor meer informatie

De heer X koopt België een beschadigde BMW Touring 520d Executive. In april 2016 constateert de RDW een aantal essentiële gebreken en de auto krijgt daarom de WOK (wacht op keuring)-status. In mei 2016 voldoet X op aangifte € 2559 aan BPM. In geschil is of op 1 juni 2016 terecht een naheffingsaanslag van € 5064 is opgelegd. De naheffing is gebaseerd op de waarde in nieuwstaat zonder daarop enige vermindering toe te passen. De tenaamstelling van de auto vindt plaats op 9 augustus 2016. Rechtbank Noord-Holland stelt de inspecteur in het gelijk. X stelt in hoger beroep onder meer dat er een extra aftrek van € 11.396 op de handelsinkoopwaarde wegens andere schade dan de WOK-schade. Hof Amsterdam oordeelt dat er geen aanleiding is voor extra aftrek wegens schade. Volgens X was de auto op het moment van de tenaamstelling namelijk ‘volledig hersteld’. Het aanslagnummer is voorts geen essentieel onderdeel op een aanslagbiljet (vgl. HR 30 september 1998, nr. 33.264, V-N 1998/47.3). Het is voldoende duidelijk op welke auto de heffing betrekking heeft. De naheffingsaanslag wordt conform het standpunt van de inspecteur wel verminderd tot € 1627 op basis van een handelsinkoopwaarde van € 43.776. Het beroep van X is gegrond.

Sjoemelen met auto-import wordt moeilijker: kabinet pakt ‘boefjes’ aan

31-01-2019 bron: rtlnieuws.nl

Het kabinet gaat het gesjoemel met de import van auto’s aanpakken. Door de fraude loopt de schatkist miljoenen euro’s mis. “We gaan het sjoemelen een stuk ingewikkelder maken en de boefjes aanpakken,” zegt staatssecretaris Menno Snel.

Klik hier voor meer informatie

Wie een auto importeert, betaalt belasting – bpm – over de waarde van de auto. De hoogte van het bedrag bij een personenauto is afhankelijk van de CO2-uitstoot. Importeurs zetten vaak alles op alles om de waarde van de auto op papier te drukken, om zo min mogelijk bpm te hoeven betalen. Door de fraude loopt de staat miljoenen mis. Korte metten Staatssecretaris Menno Snel wil nu korte metten maken met fraudeurs. De Rijksdienst Wegverkeer (RDW) gaat daarom de getaxeerde waarde van de auto onafhankelijk controleren. “Op dit moment kijken we alleen of een voertuig hier de weg op mag. We controleren of de identiteit en de papieren overeenkomen”, zegt Paul Diets van de RDW. “In de toekomst gaan we ook onafhankelijk controleren of de getaxeerde waarde van een importauto klopt. En of dat de waarde van de auto doelbewust is gemanipuleerd om minder belasting te betalen.” De import van auto’s blijft maar stijgen; het aantal ingevoerde auto’s bereikte vorig jaar een nieuw record van ruim 210.000 auto’s.

Ex-rental korting geldt alleen voor auto met huurverleden

25-1-19 bron: taxlive.nl (uitspraak)

 
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de personenauto’s geen aantoonbaar huurverleden hebben, zodat geen extra BPM-korting verleend hoeft te worden.

Klik hier voor meer informatie

X bv doet BPM-aangifte voor drie Ford personenauto’s. In dit kader voldoet X bv € 6216, € 3701 en € 6409. X bv stelt in bezwaar met succes dat respectievelijk € 502, € 186 en € 510 minder is verschuldigd conform de lagere waardering van marge-auto’s. In geschil is of X bv terecht een extra ex-rental korting claimt. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de auto’s geen aantoonbaar huurverleden hebben, zodat geen extra korting verleend hoeft te worden. De bewijslast rust in dit kader op X bv. Zij heeft recht op belastingrente over de verleende teruggaven. Het beroep van X bv is slechts in zoverre gegrond. Vanaf 1 januari 2015 is uitsluitend de ontvanger van de Belastingdienst bevoegd om extra rente te vergoeden conform art. 28c Inv. 1990 (zie HR 3 maart 2017, nr. 16/01176, V-N 2017/14.9). Tegen de beschikking van de ontvanger staat vervolgens bezwaar en beroep open.

Verwerking bpm-aangifte duurt mogelijk langer

29-11-18 bron: taxlive.nl

De Belastingdienst heeft last van verstoringen bij de verwerking van bpm-aangiften. Hierdoor duurt de afgifte van een nieuw kenteken voor uw motorrijtuig mogelijk langer.

Door de verstoringen krijgt de RDW soms geen bericht van de Belastingdienst om een kenteken af te geven voor een motorrijtuig, terwijl aan alle voorwaarden is voldaan. Zonder bericht van de Belastingdienst kan de RDW geen nieuw kenteken afgeven voor een motorrijtuig.

De Belastingdienst geeft voorrang aan de afhandeling van de achterstand.


 

Na 5 werkdagen nog geen betaalbericht? Bel de Belasting Telefoon Auto op nr: 0800-0749 voor de status!


 

Nieuw Formulier 11 BPM-aangifte en toelichting per 1 november:

Ik koop een auto of motor in het buitenland – hoe zit het met de bpm-aangifte?

U laat hem eerst keuren door de RDW en doet dan bpm-aangifte. Keurt de RDW uw motorrijtuig goed, dan ontvangen wij van hen uw voertuiggegevens. Die krijgt u niet meer zelf.

Een keuringsafspraak maakt u op de website van de RDW.

klik op de download bpm-aangifte button

 


 

Voorlopig geen aanpassing van de BPM-tabel

bron: autoenfiscus.nl

Nu de CO2-uitstoot van nieuwe auto’s via de nieuwe WLTP-methode wordt berekend, is de vraag of de BPM-tabel daar niet op moet worden aangepast. Staatssecretaris Snel van Financiën ziet daar nog geen aanleiding voor. Dat schrijft hij aan de Tweede Kamer.

Klik hier voor meer informatie

De tarief van BPM, de aanschafbelasting op de registratie van nieuwe auto’s, is bijna helemaal afhankelijk van de CO2-uitstoot. Vanaf 1 september 2018 geldt daarvoor de WLTP. Deze vervangt de verouderde NEDC-testmethode. Een uitzondering hierop zijn auto’s die nog op voorraad zijn en waarvan de CO2-uitstoot nog volgens de oude NEDC-testmethode is vastgesteld. Voor de monitoring van de Europese fabrikantennorm voor de CO2-uitstoot krijgen alle WLTP-geteste auto’s in elk geval tot en met 2020 ook een CO2-uitstoot conform de NEDC. Deze zogenaamde NEDC 2.0-waarde kan worden berekend met een Europese rekenmodel. Dat is zo opgesteld dat het zou moeten leiden tot dezelfde CO2-uitstoot als wanneer de auto zou zijn getest met de NEDC. Fiscaal is in Nederland vervolgens geregeld dat voor de berekening van de BPM op WLTP-geteste auto’s nog gebruik gemaakt wordt van de NEDC 2.0-waarde van deze WLTP-auto’s. Pas later wordt een op de WLTP-testresultaten gebaseerde BPM-tarieftabel ingevoerd. De huidige werkwijze zou daarbij budgetneutraal moeten zijn. Uit de markt kwamen de afgelopen tijd echter signalen dat de NEDC 2.0-waarden van WLTP-auto’s gemiddeld hoger is dan verwacht, zodat de BPM ook hoger is dan voorheen. Het Ministerie van Financiën heeft TNO gevraagd dit te onderzoeken. TNO rapporteert op basis van de tot september beschikbare data van in Nederland geregistreerde WLTP-auto’s dat de NEDC 2.0 -uitstoot van WLTP-auto’s gemiddeld 9 g/km hoger is dan van in 2018 geregistreerde auto’s die alleen volgens de oude NEDC-testmethode zijn getest. TNO geeft tegelijkertijd aan dat deze WLTP-auto’s gemiddeld genomen zwaarder zijn en over meer motorvermogen beschikken dan hun ‘vergelijkbare’ NEDC-voorgangers. Als TNO corrigeert voor deze verschillen in voertuigkarakteristieken, bedraagt het CO2-verschil 1 g/km voor benzineauto’s en 5 g/km voor dieselauto’s. De staatssecretaris schrijft aan de Tweede Kamer dat het op basis van de geanalyseerde uitstootdata niet mogelijk om te concluderen dat er door de nieuwe testmethode sprake is van een hogere NEDC 2.0-uitstoot van WLTP-auto’s. Volgens TNO is er een samenspel van meerdere factoren, waarin de nieuwe WLTP-testmethode slechts een beperkte – niet kwantificeerbare – rol speelt. Gezien het nog beperkte aantal WLTP-auto’s is het ook een momentopname. Het Kabinet ziet in het rapport van TNO dan ook geen aanleiding om de BPM-tarieven per 2019 al aan te passen. Volgend voorjaar volgt er een nieuw rapport. Op basis daarvan wordt dan bekeken of het mogelijk is een nieuwe, op de WLTP gebaseerde, BPM-tabel in te voeren per 2020.

91% aftrek schade op handelsinkoopwaarde van jonge Volvo

8-8-18 bron: taxlive.nl (uitspraak)

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in hoger beroep dat niet iedere euro aan schade of herstelkosten in aftrek kan komen op de handelsinkoopwaarde. Door 91% van de herstelkosten in mindering te brengen, is de handelsinkoopwaarde door de rechtbank zeker niet te hoog vastgesteld. 

Klik hier voor meer informatie

X vof koopt in een andere EU-lidstaat een Volvo V60 2.0 D4 Ocean Race voor € 14.000 (excl. btw en BPM). X doet in oktober 2013 BPM-aangifte en voldoet € 561 aan BPM. De datum van eerste toelating is 31 augustus 2012 en de auto is op 8 januari 2014 in Nederland geregistreerd. Volgens het taxatierapport bij de aangifte is de handelsinkoopwaarde € 2353, zijnde de koerslijstwaarde van € 26.509 minus de schade van € 24.156. Na hertaxatie is de handelsinkoopwaarde door de inspecteur vastgesteld op € 13.000. In geschil is de naheffingsaanslag van € 2305, alsmede de vergrijpboete van € 1152. Rechtbank Gelderland vermindert de naheffing tot € 441 en vernietigt de boete. X vof gaat in hoger beroep. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat niet iedere euro aan schade of herstelkosten in aftrek kan komen op de handelsinkoopwaarde. Aan de hand van merk, type, courantheid, leeftijd, soort schade en verkrijgbaarheid van onderdelen, moet worden bepaald wat het effect van de schade op de waarde is. Door 91% van de herstelkosten in mindering te brengen, is de handelsinkoopwaarde door de rechtbank zeker niet te hoog vastgesteld. X claimt wel terecht toepassing van het historische BPM-tarief van 1 januari 2012 tot en met 30 juni 2012. Er moet namelijk worden voorkomen dat op de auto meer BPM komt te rusten dan op gelijksoortige auto’s, die ook op 31 augustus 2012 te naam zijn gesteld. Mede na aftrek van de extra leeftijdskorting van € 60 wordt de naheffing verminderd tot € 297. Het beroep van X vof is gegrond.

Eerder in Duitsland geregistreerde Fiats 500 zijn nieuw

31-7-18 bron: taxlive.nl (uitspraak)

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in hoger beroep dat de nadruk moet worden gelegd op de objectieve eigenschappen van de auto’s en de vervulling van de behoeften waarin deze voorzien. Het gebruik en de gebruiksmogelijkheden zijn dus doorslaggevend. De BPM-naheffing is dus terecht.

Klik hier voor meer informatie

X bv dient in april 2014 BPM-aangiften in voor tien Fiats 500. De auto’s waren voor de overbrenging naar Nederland eind 2013 al in Duitsland voor het eerst toegelaten tot de openbare weg. Ten tijde van de aangiften varieerden de km-standen van 1 tot en met 74, maar de meeste hadden minder dan 10 km gereden. De auto’s vertoonden geen sporen van gebruik en zijn op 14 april 2014 in Nederland geregistreerd. In de aangiften gaat X bv ervan uit de auto’s gebruikt zijn en dat het historische (bruto) BPM-tarief van nihil heeft te gelden, uitgaande van het tarief per 1 januari 2013. In geschil is of de inspecteur terecht € 420 per auto heeft nageheven, ervan uitgaande dat het nieuwe auto’s zijn en het tarief van 2014. Rechtbank Gelderland stelt de inspecteur in het gelijk. X bv gaat in hoger beroep. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de nadruk moet worden gelegd op de objectieve eigenschappen van de auto’s en de vervulling van de behoeften waarin deze voorzien. Het gebruik en de gebruiksmogelijkheden zijn dus doorslaggevend (zie HvJ EU 19 december 2013, nr. C-437/12, V-N 2014/2.18). De eerdere registratie is geen objectieve eigenschap, aangezien die potentieel gemanipuleerd kan worden. Anders dan X bv stelt, is registratie niet gelijk te stellen met de eigenschap ouderdom. De auto’s zijn dus nieuw. Toepassing van het 2013-tarief wordt ook afgewezen. De auto’s moeten namelijk worden vergeleken met in Nederland op de binnenlandse markt aangekochte, vergelijkbare nieuwe personenauto’s die ook zijn geregistreerd op 14 april 2014. Het tarief waarop X bv aanspraak maakt, is gewijzigd op 1 januari 2014, zodat in ieder geval niet wordt voldaan aan de voorwaarde dat de tenaamstellingen binnen twee maanden (dus vóór 1 maart 2014) hebben plaatsgevonden (art. 16a BPM 1992). Het beroep van X bv is ongegrond.

WOK-status niet meer in open voertuigdata

26-6-18 bron: rdw.nl

Vanaf 1 juli 2018 biedt de RDW in de open voertuigdata niet meer de actuele WOK-status aan. Daarmee wil de RDW tegengaan dat de historie van WOK-statussen gebruikt wordt om het schadeverleden van een voertuig weer te geven. Door op deze manier schade-informatie te verzamelen wordt de consument misleid. 

Klik hier voor meer informatie

De status ‘Wachten op keuring’ (WOK) wordt toegekend als een voertuig niet meer aan de permanente eisen voldoet. Dit komt voor bij lichte en zware schade aan het voertuig, maar bijvoorbeeld ook bij een uitlaat die teveel geluid maakt, bij ruitfolie die de zichtbaarheid te veel vermindert of bij opgevoerde bromfietsen. Verzekeraars, politie en RDW kunnen een WOK-status toekennen. Het voertuig mag pas weer op de openbare weg komen als het door de RDW is goedgekeurd. Schadeverleden In de praktijk gebruiken organisaties en bedrijven de historie van WOK-statussen om het schadeverleden van een voertuig weer te geven. Dat doen ze door zelf dagelijks de actuele WOK-status te registreren en als schadeverleden te presenteren. Volgens de RDW is dit inhoudelijk niet juist. Een WOK-status hoeft immers niet te betekenen dat er sprake is van schade. Deze manier van informatie presenteren kan de consument op het verkeerde been zetten. Reden voor keuring De RDW denkt na over een oplossing om onderscheid aan te brengen in de diverse types WOK. Die moeten meer duidelijkheid geven over de reden waarom het voertuig gekeurd moet worden. Vanaf dat moment kunnen die statussen weer als open data aangeboden worden. Tot die tijd staat in het veld ‘WOK’ in de open voertuigdata staat vanaf 1 juli een standaardtekst. OVI en RDW-app Op de website van de RDW, www.rdw.nl, en in de RDW voertuigapp is de actuele WOK-status nog wel te zien. In deze toepassingen kunnen alleen enkelvoudige kentekens bevraagd worden, die bovendien niet geautomatiseerd bevraagd en opgeslagen kunnen worden. Om verwarring te voorkomen krijgt dit gegeven de naam “Verbod om te rijden over de weg.”

Taxatierapport maakt schade aan huurauto aannemelijk

29-5-18 bron: taxlive.nl(uitspraak)

Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt in hoger beroep dat X bv door het niet voldoen aan de toonplicht c.q. gelegenheid geven tot schouwen haar bewijspositie heeft verzwakt. Het betekent echter niet dat zij hierdoor al haar kansen heeft verspeeld. 

Klik hier voor meer informatie

X bv doet in maart 2014 BPM-aangifte voor een uit Duitsland afkomstige personenauto met schade. De auto heeft als datum van eerste toelating 27 februari 2013. Bij de aangifte is een taxatierapport (met foto’s) gevoegd. X bv gaat niet in op de uitnodiging om de auto in Soesterberg te tonen, maar zij geeft wel een adres op waar de auto kan worden geschouwd. Ambtenaren van de Belastingdienst treffen de auto daar echter niet aan. In geschil is de naheffingsaanslag van € 2.037. Volgens X bv hebben ex-huurauto’s als deze altijd extra schade en slijtage. De inspecteur stelt dat huurauto’s juist vaker worden nagekeken en gerepareerd. Rechtbank Zeeland-West-Brabant handhaaft de aanslag. X bv stelt in hoger beroep dat zij op 92,3 km van Soesterberg is gevestigd, zodat niet van haar gevergd kan worden dat zij de auto daar naar toe brengt. De maximale (toon)afstand zou namelijk 150 km zijn. Volgens de inspecteur is deze grens echter 150 km voor een enkele reis. Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat X bv door het niet voldoen aan de toonplicht c.q. gelegenheid geven tot schouwen haar bewijspositie heeft verzwakt. Het betekent echter niet dat zij hierdoor al haar kansen heeft verspeeld. Met het taxatierapport maakt X bv voldoende aannemelijk dat er (echte) schade aan de auto is. De waardevermindering in verband met de gestelde schade van € 8.809 wordt in goede justitie vastgesteld op € 4.000 (inclusief btw). De kosten van het taxatierapport zijn door X bv ten onrechte opgevoerd als schadepost. X bv claimt met succes toepassing van het historische tarief van 1 augustus 2012 tot en met 31 december 2012. Bij auto’s die binnen twee maanden na een tariefsverhoging voor het eerst in Nederland zijn geregistreerd, mag de BPM namelijk worden berekend op grond van het lagere voorafgaande tarief. Het is dus niet uitgesloten dat zich op de Nederlandse markt referentievoertuigen bevinden die zijn ingeschreven in de eerste twee maanden van 2013, maar waarop dat tarief is toegepast. Mede vanwege het toepassen van een extra leeftijdskorting wordt de naheffing verminderd tot € 737. Het beroep van X bv is gegrond.

Verborgen gebrek verlaagt alsnog handelswaarde van schade-auto

27-3-18 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt in hoger beroep dat als aannemelijk is dat de staat van de auto op het tijdstip van registratie slechter is dan aanvankelijk was ingeschat, dan moet hiermee rekening moet worden gehouden.

Klik hier voor meer informatie

Belanghebbende, X vof, doet BPM-aangifte voor een gebruikte BMW met schade. De BPM-vermindering is berekend op basis van een taxatierapport. In bezwaar tegen de voldoening op aangifte stelt X vof dat bij de reparatie op een verborgen gebrek is gestuit, waarmee de taxateur geen rekening heeft gehouden. Hierdoor moet de handelswaarde worden verminderd, wat resulteert in een teruggaaf. Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelt X vof in het ongelijk. X vof gaat in hoger beroep. Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat als aannemelijk is dat de staat van de auto op het tijdstip van registratie slechter is dan aanvankelijk was ingeschat, dan moet hiermee rekening worden gehouden. De inspecteur stelt vergeefs dat met deze schade geen rekening mag worden gehouden, omdat deze niet is opgenomen in het bij de aangifte gevoegde taxatierapport. Het gaat namelijk om het vaststellen van de handelsinkoopwaarde op het tijdstip van registratie. De staat van de auto op dat moment is beslissend, ondanks het bepaalde in art. 10 lid 7 Wet BPM 1992. Hierin staat dat de BPM-vermindering door middel van een verzoek bij de aangifte moet worden gedaan. Het beroep van X vof is ook gegrond met betrekking tot de proceskostenvergoeding. In eerste aanleg kreeg X vof een immateriële schadevergoeding van € 500. Conform HR 20 maart 2015, nr. 14/01332, V-N 2015/16.8 was de wegingsfactor voor de proceskostenvergoeding 0,5 (‘licht’). Gelet echter op het gegronde hoger beroep moet deze wegingsfactor thans op 1 worden gesteld.

Taskforce (RDW/Branchepartijen) fraude bij (BPM) import en schade

bron: RDW.nl

In 2017 is een Taskforce opgericht waarbij RDW en branchepartijen onderzoeken hoe fraude kan worden geminimaliseerd bij de import van schadevoertuigen. Dit onderzoek loopt door in 2018.

 

Nieuw register van voertuig Taxateurs op de markt

9-11-17 bron: autobranchesignalen.nl

Het register ROTA (Register Onafhankelijke Taxateurs Automobielen) is opgericht door ervaren taxateurs en staat ondertussen stevig in de steigers, uiteraard wordt er nog verder aan gebouwd.

Klik hier voor meer informatie

De aangesloten taxateurs zijn op meerdere vakgebieden actief. De achterliggende gedachte van de ROTA is het delen van kennis en kunde op verschillende vakgebieden binnen de Automotive Branche. De kracht van het ROTA-register ligt hem voornamelijk in de diversiteit van taxateurs binnen het register. Qua kennis en kunde is het ROTA-register te bestempelen als een sterke en brede allround organisatie. De Belastingdienst heeft inmiddels groen licht gegeven wat betreft acceptatie op bpm-gebied. Ondertussen wordt er ook hard gewerkt om tot overeenkomsten te komen met de verzekeringsmaatschappijen en oldtimerinstanties. De vooruitzichten zien er goed uit! Wordt vervolgd!

Oordeel hof over inkoopwaarde auto onbegrijpelijk door na verwerping toch berekening inspecteur te volgen

10-11-17 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

De Hoge Raad oordeelt dat de beslissing van het hof, dat de inkoopwaarde van de auto in goede justitie op € 12.000 moet worden vastgesteld, niet begrijpelijk is. Het hof heeft namelijk het door de inspecteur verdedigde bedrag van de inkoopwaarde van € 12.000 verworpen

Klik hier voor meer informatie

X importeert in 2012 uit België een auto uit 2003 met schade. De koopprijs bedraagt € 12.500. Bij de berekening van de verschuldigde BPM, en de afschrijving, hanteert X de koerslijst X-RAY, een in de handel algemeen toegepaste koerslijst voor de inkoop van gebruikte motorrijtuigen door wederverkopers in Nederland. X stelt de handelsinkoopwaarde vast op € 15.258, en de schade op € 8328, zodat hij uitkomt op een inkoopwaarde van € 6930. De inspecteur komt echter uit op een inkoopwaarde van € 12.000, rekening houdend met een schade van € 7500, en legt een BPM-naheffingsaanslag op van € 1393. Hof Amsterdam oordeelt dat de berekende inkoopwaarden niet bruikbaar zijn, en stelt deze in goede justitie vast op € 12.000, en vermindert de naheffingsaanslag tot op een bedrag van € 1017. In cassatie voert X aan dat het hof zijn oordeel, dat de inkoopwaarde in goede justitie moet worden vastgesteld, niet naar behoren heeft gemotiveerd. X is het wel eens met het door de inspecteur berekende schadebedrag. De Hoge Raad stelt vast dat het hof het door de inspecteur verdedigde bedrag van de inkoopwaarde van de auto van € 12.000 verwerpt, en vervolgens, in goede justitie de inkoopwaarde alsnog op € 12.000 vaststelt. Dit oordeel is volgens de Hoge Raad, zonder nadere motivering, niet begrijpelijk. De Hoge Raad verwijst de zaak naar Hof Den Haag.

Overjarig demonstratiemodel met weinig km’s is nieuwe auto voor BPM

6-10-17 bron: taxlive.nl[Bron Uitspraak]

Hof Den Haag oordeelt in hoger beroep dat X bv de ontegenzeggelijk in nieuwstaat verkerende personenauto voor het eerst in gebruik heeft genomen en dat de auto in Nederland is geregistreerd op 6 november 2015, welke datum tevens heeft te gelden als datum van eerste toelating van de auto op de weg.

Klik hier voor meer informatie

X bv doet BPM-aangifte voor een Cadillac CTS, die zij in Nederland heeft gekocht. De auto is een demonstratiemodel. Volgens het bijgaande taxatierapport is de km-stand 225, zijn er gebruikerssporen en is het een overjarig model. De verschuldigde BPM is volgens de aangifte € 6.756. De km-stand is op dat moment 342. In geschil is de naheffingsaanslag van € 13.595, alsmede de boete van € 1.358. Volgens de inspecteur is het namelijk een nieuwe auto. Rechtbank Den Haag stelt de inspecteur in het gelijk voor wat betreft de naheffing. De auto is na de vervaardiging namelijk niet of nauwelijks gebruikt en X bv bestrijdt niet langer dat er geen schade is. Voorts is van belang dat van een toelating op de weg voor 6 november 2015 – zijnde de onderhavige registratiedatum – in Nederland of in enig ander land geen sprake is. De boete wordt vernietigd, omdat X bv af mocht gaan op het oordeel van haar (externe) taxateur. X bv gaat in hoger beroep. Hof Den Haag oordeelt dat X bv de ontegenzeggelijk in nieuwstaat verkerende auto voor het eerst in gebruik heeft genomen en dat de auto in Nederland is geregistreerd op 6 november 2015, welke datum tevens heeft te gelden als datum van eerste toelating van de auto op de weg (HR 27 januari 2017, nr. 16/02949, V-N 2017/7.20). Als ter zake van een registratie te weinig BPM op aangifte is voldaan, dan kan de inspecteur de meer verschuldigde BPM later gewoon naheffen. Het beroep van X bv is ongegrond.

WLTP (CO2) testmethode vanaf 1 september van kracht

1-9-17 bron: autoenfiscus.nl

Vanaf 1 september 2017 wordt een nieuwe testmethode van kracht om de CO2-uitstoot voor nieuwe auto’s vast te stellen. Wat betekent dit voor de BPM?

Klik hier voor meer informatie

De huidige testmethode voor de vaststelling van de CO2-uitstoot (de NEDC testmethode) kent tekortkomingen waardoor de CO2-uitstoot in de praktijk vaak hoger uitkomt dan de in de test gemeten uitstoot. Per september 2017 wordt daarom een nieuwe testmethode ingevoerd. Dat is de Worldwide harmonized Light vehicles Test Procedures, afgekort als WLTP. Deze nieuwe testmethode doet meer recht aan het werkelijke brandstofverbruik dan de oude methode. Dat komt bijvoorbeeld doordat er gewerkt wordt met een test over een langere tijd, meer niet-stadsverkeerritten, een hogere topsnelheid en het mee laten tellen van opties. Een goed overzicht van de verschillen tussen de oude en nieuwe test is te vinden op de website emissietesten.nl. Deze nieuwe WLTP-methode wordt verplicht per 1 september 2017 voor auto’s met een nieuwe typegoedkeuring. Bestaande modellen met de huidige NEDC-typegoedkeuring hoeven vanaf september nog niet opnieuw te worden getest. Een jaar later wordt de nieuwe testmethode verplicht voor alle nieuw verkochte modellen met uitzondering van uitlopende series. Met ingang van 1 september 2019 moeten alle nieuw verkochte voertuigen beschikken over een CO2-waarde vastgesteld conform de WLTP. Door de invoering van de WLTP moeten ook de autobelastingen aangepast worden die met de CO2-uitstoot samenhangen. Dat betreft vooral de BPM. Uitgangspunt is dat in 2017 en 2018 de al vastgestelde BPM-tarieftabellen gebruikt blijven worden. Voor auto’s met een WLTP-typegoedkeuring wordt daar dan een omrekenfactor op toegepast. De WLTP-test zal namelijk tot hogere uitstootcijfers leiden dan de NEDC-test. Door de omrekenfactor blijven de autobelastingen echter budgetneutraal. Voor de jaren na 2018 wordt de BPM-wet nog aangepast door invoering van een nieuwe tabel. Het voorstel daarvoor zal in de loop van 2018 naar de Tweede Kamer gaan. Wij houden u op de hoogte.

Kilometerstand wijst al op gebruik auto

22-6-17 bron: taxence.nl [Bron Uitspraak]

De koper van een auto hoeft niet op gebruikssporen te kunnen wijzen om aannemelijk te maken dat de auto is gebruikt. De kilometerstand maakt dat in beginsel al duidelijk.

Klik hier voor meer informatie

Een B.V. kocht een auto die uit Duitsland afkomstig was. Zij kwam met de verkoper mondeling overeen dat deze de auto tot het moment van levering mocht gebruiken als demonstratieauto. Toen de auto werd geleverd en in Nederland werd geregistreerd, stond de kilometerteller al op 2.267 kilometer. Toch meende de inspecteur dat de auto voor de toepassing van de BPM nieuw was, omdat hij vond dat de auto geen gebruikssporen vertoonde. Hij stelde dat de kilometerstand was gemanipuleerd, maar had daarvoor geen enkel bewijs geleverd. Hof Den Bosch oordeelde dat de kilometerstand al wees op gebruik. Het hof ging daarom niet verder in op de vraag of de auto gebruikssporen vertoonde, maar verklaarde het hoger beroep van de B.V. gegrond. De BPM-aanslag werd verlaagd.

Koerslijst van vergelijkbare auto is bepalend voor handelsinkoopwaarde

6-6-17 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt in hoger beroep dat een ander merk auto wél als referentievoertuig dienen, omdat de auto’s vergelijkbaar zijn qua prijs, afmetingen, comfort en andere kenmerken. De lagere – op de koerslijst gebaseerde – handelswaarde kan dus worden gevolgd.

Klik hier voor meer informatie

De heer X doet in november 2012 BPM-aangifte inzake de registratie van een gebruikte auto (merk Shelby) uit 2010. De auto komt oorspronkelijk uit de VS, maar was eerst naar Duitsland geïmporteerd. Dit type auto was tot dan toe in Nederland nog nimmer geleverd. Volgens de aangifte is de verschuldigde BPM € 12.075. Als handelsinkoopwaarde is vermeld € 29.377, zijnde de koerslijstwaarde van een vergelijkbare auto, een Chrysler 300C, 6.1i SRT-8 HEMI Aut. Hierop is € 5.336 als schade in mindering gebracht, waarvan € 1.973 betrekking heeft op de aanschaf van een Europees navigatiesysteem. In geschil is of terecht een naheffingsaanslag is opgelegd van € 8.976. Rechtbank Zeeland-West-Brabant vermindert de aanslag tot € 6.489 en X krijgt € 500 immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. X gaat in hoger beroep. Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat een ander merk auto wél als referentievoertuig dienen, omdat de auto’s vergelijkbaar zijn qua prijs, afmetingen, comfort en andere kenmerken. De lagere – op de koerslijst gebaseerde – handelsinkoopwaarde kan dus worden gevolgd. Uit de foto’s bij het taxatierapport van X wordt afgeleid dat sprake is van meer dan normale gebruiksschade. De totale waardevermindering wordt in goede justitie vastgesteld op € 3.500. X stelt terecht dat moet worden uitgegaan van een CO2 uitstoot van 350g/km overeenkomstig art. 9 lid 11 Wet BPM 1992 (tarief 2010) in plaats van 370g/km zoals in de aangifte staat (zie Hof ‘s-Hertogenbosch 7 januari 2016, nr. 14/00805, V-N 2016/16.14.1). Het beroep van X is gegrond. Ondanks dat de op de aangifte betaalde BPM hoger is dan de verschuldigde BPM, krijgt X het verschil niet terug. Er is namelijk geen bezwaar gemaakt tegen de voldoening.

Auto is nieuw voor BPM ondanks eerder Duits kenteken

18-5-17 bron:taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt in hoger beroep dat het in Duitsland op kenteken zetten niet relevant is voor de vraag of sprake is van een gebruikte auto. Aangezien de auto na de vervaardiging niet of nauwelijks is gebruikt, is het nog steeds een nieuwe auto.

Klik hier voor meer informatie

X bv koopt in 2013 een Fiat 500 0.9 Twin air met Duits kenteken voor € 10.018. Op de factuur staat ‘Neuwagenrechnung’. X bv doet begin 2014 de BPM-aangifte. De auto had toen een km-stand van 29. In geschil is of de auto nieuw is (standpunt inspecteur) of gebruikt (standpunt X bv) en of terecht een naheffingsaanslag van € 420 is opgelegd. Volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant maakt X bv niet aannemelijk dat sprake is van een gebruikte auto. X bv gaat in hoger beroep. Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat het in Duitsland op kenteken zetten niet relevant is voor de vraag of sprake is van een gebruikte auto (zie HR 27 januari 2017, nrs. 16/02949 en 16/03401, V-N 2017/7.20 en V-N 2017/7.21). Aangezien de auto na de vervaardiging niet of nauwelijks is gebruikt, is het nog steeds een nieuwe auto. X bv bepleit tevergeefs toepassing van het laagste historische tarief (art. 10b lid 1 Wet BPM 1992), zijnde die van 2013. Bepalend is namelijk dat de registratie in 2014 heeft plaatsgevonden. Bij een eventuele overbrenging van de onderhavige auto naar het buitenland wordt, anders dan X bv kennelijk meent, niet uitgegaan van de datum van eerste toelating tot de openbare weg, maar van de datum dat de auto daadwerkelijk in gebruik is genomen (3 januari 2014 of later). Het beroep van X bv is ongegrond.

Voor schade-auto’s is niet teveel BPM afgedragen

17-3-17 bron: taxlive.nl (uitspraak)

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de eisen die vanaf 1 januari 2015 aan BPM-taxatierapporten worden gesteld bijdragen aan een transparante controlemethodiek. Een hogere waardevermindering dan 72% door schade is niet uitgesloten, mits goed onderbouwd.

Klik hier voor meer informatie

X bv doet in april 2015 BPM-aangiften voor diverse personenauto’s. Voor alle auto’s wordt de afschrijving bepaald door middel van een taxatierapport met gebruikmaking van referentievoertuigen. X bv maakt vervolgens bezwaar tegen de aldus afgedragen BPM. Niet in geschil is dat steeds sprake is van meer dan normale gebruiksschade en dat de handelsinkoopwaarde moet worden bepaald door op de waarde in onbeschadigde staat een waardevermindering wegens schade toe te passen. Volgens X bv leidt het verplichte gebruik bij taxaties van referentievoertuigen altijd tot een te hoge handelsinkoopwaarde en moet daarom een koerslijst tot uitgangspunt worden genomen. Rechtbank Den Haag oordeelt dat de eisen die vanaf 1 januari 2015 aan taxatierapporten worden gesteld bijdragen aan een transparante controlemethodiek. Bovendien zijn door X bv geen koerslijsten overgelegd ter ondersteuning van haar standpunt en zij moet juist de waardevermindering aannemelijk maken. X bv stelt vergeefs dat de handelsinkoopwaarde altijd daalt met 100% van de schade. De 72%-norm die in de uitvoeringsregeling is vastgelegd, is namelijk tot stand gekomen op basis van door het Verbond van Verzekeraars verzamelde gegevens. Een hogere waardevermindering is voorts niet uitgesloten, mits goed onderbouwd. De beroepen van X bv zijn ongegrond.

Gebruikte auto uit Duitsland heeft meer last van steenslag dan normaal

31-5-17 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de heer X aannemelijk maakt dat de schade door steenslag bovengemiddeld is, maar de hoogte van de schade wordt neerwaarts bijgesteld naar een eigen schatting (72%).

Klik hier voor meer informatie

De heer X doet in 2015 BPM-aangifte voor een uit Duitsland afkomstige Jaguar uit 2013. De km-stand is op dat moment 49.362. Volgens het bijgevoegde taxatierapport is de handelsinkoopwaarde – na aftrek van € 4.307 schade – € 18.298. Er is vervolgens € 2.900 aan BPM voldaan. In geschil is de later opgelegde naheffingsaanslag, alsmede de verzuimboete. Volgens X past de schade niet bij de leeftijd van de auto. Er is bovengemiddelde steenslag, omdat op de Duitse snelwegen harder wordt gereden en steenslag dus meer impact heeft. Rechtbank Gelderland oordeelt dat X aannemelijk maakt dat de schade door steenslag bovengemiddeld is, maar de hoogte van de schade wordt neerwaarts bijgesteld naar de eigen schatting van € 3.500. Aangezien de auto tweeënhalf jaar oud was en bijna 50.000 kilometer had gereden, is de waardedruk van de schade voorts niet 100% maar (standaard) 72%. X stelt vergeefs dat de afleverkosten c.q. kosten rijklaar maken tot de catalogusprijs behoren en dat dit tot een hogere afschrijving moet leiden (zie Rb. Gelderland 30 juni 2015, nr. 14/6679, ECLI:NL:RBGEL:2015:4143). De naheffingsaanslag wordt verminderd tot € 287. De verzuimboete van 10% is passend en geboden vanwege de te hoge geclaimde aftrek wegens schade.

Ondanks her-invoer kort na export geen BPM-naheffing (Hagelschadecontructie)

20-2-17 bron: taxlive.nl[Bron Uitspraak]

hagelschade

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat bij her-invoer binnen zes maanden na de export het oogmerk aanwezig wordt geacht dat de auto opnieuw wordt geregistreerd in Nederland. De heer X maakt echter aannemelijk dat dit oogmerk bij hem ontbrak.

Klik hier voor meer informatie

De heer X koopt in Duitsland een gebruikte Ford C-Max. Volgens het taxatierapport bij de BPM-aangifte is de afschrijving 87,3% en is de verschuldigde BPM € 1.075. De inspecteur past de forfaitaire afschrijvingstabel toe en legt een naheffingsaanslag op van € 2.915 (op basis van art. 10a BPM 1992 inzake het bestrijden van hagelschadeconstructies). De auto was namelijk kort daarvoor naar Duitsland geëxporteerd, waarbij een teruggaaf € 3.461 was verleend. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat bij her-invoer binnen zes maanden na de export het oogmerk aanwezig wordt geacht dat de auto opnieuw wordt geregistreerd in Nederland. X maakt echter aannemelijk dat dit oogmerk bij hem ontbrak. X stelt met succes dat hij pas door de naheffing op de hoogte raakte van het feit dat de auto eerder in Nederland geregistreerd was geweest. De inspecteur stelt ook vergeefs dat X aannemelijk moet maken dat het oogmerk bij een (hem onbekende) derde ontbrak. Een dergelijke bewijslast is onredelijk. X heeft zijn onderzoeksplicht naar de herkomst van de auto ook niet verzaakt, ondanks dat op internet het land van eerste toelating was te vinden. Het beroep van X is gegrond.

Autohandelaar en belastingambtenaar de cel in voor BPM-fraude

6-7-17 bron:assercourant.nl

Groningen – Een 57-jarige autohandelaar uit Eelderwolde is voor belastingfraude veroordeeld tot 2,5 jaar cel. Hij kreeg daarbij hulp van een 61-jarige belastingambtenaar uit Veendam. Die kreeg voor omkoping twee jaar cel opgelegd.

Klik hier voor meer informatie

De handelaar importeerde in de periode van juli 2009 tot en met november 2013 auto’s. De man gaf een lagere waarde op aan de belastingdienst (de BPM heffing). Hij vervalste hiervoor formulieren. Hij kocht vervolgens de belastingambtenaar om die deze BPM-meldingen binnen de belastingdienst accepteerde. De rechtbank achtte omzetbelasting-, motorrijtuigenbelastingfraude en omkoping bewezen. Vertrouwen De rechtbank rekende de Veendammer zwaar aan dat hij als ambtenaar van de belastingdienst de autohandelaar behulpzaam is geweest bij het doen van onjuiste aangifte BPM door omkoping. Hij nam jarenlang diensten en geld aan in ruil voor het accorderen van de vervalste formulieren. Deze corruptie heeft de man vermoedelijk zo’n 10 tot 15.000 euro opgeleverd. De man heeft het vertrouwen van de burgers in de overheid flink aangetast. De officier eiste begin juni tegen de autohandelaar een celstraf van 36 maanden en een geldboete van een ton. De rechtbank vindt een celstraf van dertig maanden voldoende en ziet geen meerwaarde in het opleggen van een geldboete. (ADP)

Nieuwe taak bij import gebruikte auto’s

6-12-19 bron: rdw.nl

De RDW gaat een rol spelen bij de controle van de getaxeerde waarde van geïmporteerde auto’s. Dinsdag 3 december publiceerde het ministerie van Financiën daarover een kamerbrief.

 
Goede dienstverlening

De afgelopen maanden is gesproken met het ministerie van Financiën,  de Belastingdienst en Domeinen Roerende Zaken (DRZ) over de invulling. Voor de RDW is het belangrijk om optimale snelheid en rechtszekerheid te kunnen bieden aan importeurs van tweedehandsauto’s. 

Nieuwe erkenningsregeling?

De RDW gaat in kaart brengen wat de gevolgen zijn van de voorgenomen nieuwe wetten en regels. De RDW gaat ook onderzoek doen naar de mogelijkheid van een erkenningsregeling voor taxateurs van voertuigen. Dit in overleg met branche en overheidsorganisaties.

Tips bij invoer van een auto?

Lees de 6 tips die kunnen helpen bij het invoeren van een auto.


 

Lagere BPM-naheffing en boete voor autohandelaar

24-10-19 bron: taxlive.nl (uitspraak)

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in hoger beroep dat de heer X met het alsnog overleggen van de koerslijst slaagt in het tegenbewijs dat de verschuldigde BPM die op de auto drukt niet hoger mag zijn dan de BPM die drukt op een vergelijkbare auto die zich al op de Nederlandse markt bevindt. De Hoge Raad beslist dat één middel slaagt. De overige klachten kunnen niet tot cassatie leiden (art. 81 RO). De Hoge Raad doet de zaak zelf af.

Klik hier voor meer informatie

De heer X woont in Nederland en beschikt over een vakantieverblijf in Spanje. Op 3 maart 2010 is geconstateerd dat X hier met een personenauto met Spaans kenteken gebruik maakt van de openbare weg. De auto is zijn eigendom. X is autohandelaar van beroep en heeft vóór 3 maart 2010 verscheidene auto’s ingevoerd en daarvoor BPM-aangifte gedaan. In geschil is of terecht een BPM-naheffingsaanslag van € 2.012 en een 50% vergrijpboete is opgelegd. Volgens Rechtbank Gelderland moet ‘gebruik van de weg’ van art. 12b Wet BPM 1992 naar EU-recht worden uitgelegd als ‘(beoogd) duurzaam gebruik’ en dat de inspecteur hiertoe de bewijslast draagt. Het is hiertoe voldoende dat is komen vast te staan dat X in Nederland woont, hier een bedrijf heeft en dus regelmatig in Nederland is, terwijl over de beschikbaarheid van een alhier geregistreerde auto niets bekend is. Er is wel aanleiding om de afschrijvingstabel van juli 2012 toe te passen (zie HR 2 maart 2012, nr. 11/00785, V-N 2012/14.19). De aanslag wordt aldus verminderd tot € 1.838. De boete van 50% is terecht, doch komt uit op € 781 na matiging met 15% wegens het overschrijden van de redelijke termijn. X overlegt in hoger beroep een koerslijst uit oktober 2010, uitgaande van hetzelfde model, type en km-stand, met € 1.105 als verschuldigde BPM. Hof Arnhem-Leeuwarden (V-N 2018/42.1.7) oordeelt dat X hiermee slaagt in het tegenbewijs dat de verschuldigde BPM die op de auto drukt niet hoger mag zijn dan de BPM die drukt op een vergelijkbare auto die zich al op de Nederlandse markt bevindt. Weliswaar had het meer voor de hand gelegen een koerslijst van maart 2010 te gebruiken, maar gegeven het waarborgen van het EU-recht is de gebruikte koerslijst aanvaardbaar. De naheffing wordt verminderd tot € 1105. De boete komt hierdoor uit op € 552, met dien verstande dat deze in verband met het overschrijden van de redelijke termijn met 20% wordt gematigd tot € 441. Voorts krijgt X een immateriële schadevergoeding van € 2500. De inspecteur is niet verplicht om meer rente te vergoeden dan is bepaald in hoofdstuk VA (art. 30f-30k) AWR. Voor het meerdere (invorderingsrente) moet X zich binnen zes weken na het onherroepelijk worden van de onderhavige uitspraak wenden tot de ontvanger. Over de immateriële schadevergoeding van € 1500 die de rechtbank heeft toegekend, moet wettelijke rente worden vergoed, te rekenen vier weken na de openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank (2 juni 2015) tot aan de dag van algehele voldoening. Het beroep van X is gegrond en er wordt een proceskostenvergoeding toegekend voor de bezwaar-, de beroeps- en hogerberoepsfase van in totaal € 2226. De Hoge Raad beslist dat één middel slaagt. Het hof had in zijn uitspraak de beslissing moeten opnemen dat belanghebbende recht heeft op vergoeding van wettelijke rente over het te vergoeden griffierecht vanaf vier weken na de datum waarop het hof uitspraak heeft gedaan. De overige klachten kunnen niet tot cassatie leiden (art. 81 RO). De Hoge Raad doet de zaak zelf af.

‘Smerige hoerentent’: rechter wijst BPM-gemachtigde de deur om extreem taalgebruik

30-9-19 bron: omroepgelderland.nl

ARNHEM – De Arnhemse rechtbank heeft een man als gemachtigde geweigerd wegens beledigend, smadelijk en dreigend taalgebruik. De man ging flink over de schreef door de rechtbank te vergelijken met een ‘smerige hoerentent’. Nederland is bovendien in zijn ogen een ‘kutland’. 

Klik hier voor meer informatie

De man zou in twee zaken tegen de Belastingdienst als gemachtigde de eisende partij vertegenwoordigen. De beledigende teksten stonden in een pleitnota die gestuurd was aan de rechter. Nadat die de pleitnota had gelezen, werd deze teruggestuurd met de mededeling dat de rechtbank hem graag zou horen over de brief. Smadelijk taalgebruik In de pleitnota vergeleek de man de rechtbank met communistische regimes. Ook repte hij over censuur, noemde hij Nederland een ‘kutland’ en wenste hij rechters levenslange opsluiting zonder proces toe. De rechtbank vergeleek hij verder met een ‘vieze smerige hoerentent’. Niet de eerste keer De gemachtigde man voert met zijn bedrijf veel procedures op het gebied van de belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Zijn taalgebruik overschreed al langer grenzen, aldus de rechtbank. De man kreeg daarvoor waarschuwingen. Volgens de rechtbank is door het taalgebruik de normale gang van de beroepsprocedure ernstig verstoord. Verklaring De man realiseerde zich naar eigen zeggen dat hij door zijn taal geweigerd zou worden als gemachtigde. Hij gaf aan dat zijn teksten grensoverschrijdend zijn en hij liever niet had dat zijn teksten tijdens de zitting hardop voorgelezen zouden worden. Hij zei verder zich niet te kunnen beheersen als zijn frustratie over bepaalde beslissingen hoog oplopen. Hij accepteert de weigering en zoekt naar een oplossing. Komt niet vaak voor Volgens de rechtbank komt het niet vaak voor dat een gemachtigde vanwege taalgebruik wordt geweigerd De man moet in andere lopende zaken laten zien dat hij in staat is brieven te schrijven zonder kwetsende teksten. Gebeurt dat niet, dan velt de rechter een nieuw oordeel. De eisende partij heeft nog vier weken de tijd om aan te geven of zij door willen gaan met een andere gemachtigde.

Uitsluiting van gemachtigde Joost Verhoeven (BPM-jurist) wegens beledigend taalgebruik

21-8-19 bron: taxlive.nl (uitspraak)

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat het taalgebruik van de heer B structureel in strijd is met de in het maatschappelijk verkeer betamelijke omgangsvormen. X bv wordt van deze beslissing in kennis gesteld en zij krijgt de gelegenheid om binnen vier weken een andere gemachtigde aan te wijzen. Er bestaan daarom tegen B ernstige bezwaren als bedoeld in art. 8:25 lid 1 Awb. B en A bv mogen X bv in de onderhavige procedure daarom geen bijstand meer verlenen of haar vertegenwoordigen.

Klik hier voor meer informatie

A bv is de gemachtigde van X bv in veel procedures inzake de heffing van belastingen en in het bijzonder de BPM. C bv is enig aandeelhouder en enig bestuurder van A bv en de heer B is alleen/zelfstandig bevoegd bestuurder van C bv. B verricht in die procedures alle proceshandelingen en dient processtukken in. X bv tekent hoger beroep aan tegen twee uitspraken van Rechtbank Gelderland. Het hof ergerde zich in het verleden over het taalgebruik van B (zie V-N 2018/66.1.3). Bij het indienen van stukken voor dit hoger beroep maakt B wederom tal van beledigende opmerkingen. Het hof geeft hem daarom een laatste waarschuwing. In zijn reactie maakt B richting het hof beledigende opmerkingen. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat het taalgebruik van B structureel in strijd is met de in het maatschappelijk verkeer betamelijke omgangsvormen. Het betreft onnodig beledigende en ongefundeerde verwijten c.q. beschuldigingen aan gerechtelijke ambtenaren, aan rechterlijke colleges en aan de rechtsstaat en Nederland in het algemeen. Er bestaan daarom tegen B ernstige bezwaren als bedoeld in art. 8:25 lid 1 Awb. B en A bv mogen X bv in de onderhavige procedure daarom geen bijstand meer verlenen of haar vertegenwoordigen. X bv wordt van deze beslissing in kennis gesteld en zij krijgt de gelegenheid om binnen vier weken een andere gemachtigde aan te wijzen.

Meldingsplicht schadeverleden bij verkoop auto

3-9-19 bron: taxlive.nl (uitspraak)

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in hoger beroep dat een verkoper wettelijk verplicht is om het schadeverleden van de auto aan een potentiële koper te melden zodat het schadeverleden van een ingevoerde auto altijd tot een waardevermindering leidt. De inspecteur stelt vergeefs dat een verkoper dit niet hoeft te melden.

Klik hier voor meer informatie

De heer X koopt in Duitsland een BMW 320d Touring voor € 23.109 (excl. btw). Volgens de BPM-aangifte is de handelsinkoopwaarde € 19.067, zijnde de koerslijstwaarde van X-Ray van € 25.261 minus de schade van € 6194. In geschil is de naheffingsaanslag van € 3695, alsmede de 10% verzuimboete. Volgens Rechtbank Noord-Nederland is de waardevermindering wegens schade € 1000. X stelt in hoger beroep dat de waardevermindering veel hoger is. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat een verkoper wettelijk verplicht is om het schadeverleden van de auto aan een potentiële koper te melden zodat schadeverleden altijd tot een waardevermindering leidt. De inspecteur stelt vergeefs dat een verkoper dit niet hoeft te melden. De lakschade aan het dak en de schade aan de velgen is geen normale gebruiksschade. Witte puntjes op de voorbumper is schade door steenslag en geen vuil, zoals de inspecteur stelt. Het ontbreken van een boekenpakket in de Nederlandse taal heeft ook een waardedrukkend effect. In goede justitie wordt de totale waardevermindering vastgesteld op € 4500. De naheffingsaanslag wordt verlaagd tot € 781 en vanwege het pleitbare standpunt van X vervalt de boete. Het beroep van X is gegrond.

Hoge BPM-afschrijving van luxe auto’s met eerder Duits kenteken

10-7-19 bron: taxlive.nl (uitspraak)

Rechtbank Gelderland oordeelt dat volgens de Leidraad BPM 2006 alle auto’s met een eerdere registratie in het buitenland als gebruikt zijn aan te merken. X bv mag – ook nog in de beroepsfase – andere koerslijsten of taxatierapporten overleggen, mits de gegevens die daarvoor zijn gebruikt zijn te herleiden uit het aangiftedossier.

Klik hier voor meer informatie

X bv importeert vier luxe personenauto’s uit Duitsland, die eerder aldaar zijn geregistreerd. Het betreft een Mercedes S500 sedan, een Porsche 911 Targa, een BMW 750i en een Aston Martin DB9. Voor de BPM-aangifte van januari 2009 is primair in geschil of X bv zowel gebruik mag maken van taxaties als van koerslijsten. Volgens X bv mag zij voor elk van de auto’s steeds de laagste waarde kiezen. De auto’s zijn volgens haar gebruikt omdat hiertoe in het verleden toezeggingen zijn gedaan (zie Hof Arnhem-Leeuwarden 8 januari 2019, V-N 2019/14.1.5 en V-N 2019/14.1.4). Rechtbank Gelderland oordeelt dat volgens de Leidraad BPM 2006 (zie V-N 2006/53.23, § 7.5.2) alle auto’s met een eerdere registratie in het buitenland als gebruikt zijn aan te merken. X bv mag – ook nog in de beroepsfase – andere koerslijsten of taxatierapporten overleggen, mits de gegevens die daarvoor zijn gebruikt zijn te herleiden uit het – inmiddels door de Belastingdienst vernietigde – aangiftedossier. De vraag of in het verleden toezeggingen zijn gedaan, kan dus in het midden blijven. Ondanks het vernietigde dossier kan nog steeds van X bv worden verlangd dat zij de relevante gegevens overlegt. Volgens het EU-recht zijn de auto’s ook gebruikt, de km-standen variëren namelijk tussen de 3283 en 70.000 en er zijn voldoende gebruikssporen. Voor auto 3 is te weinig BPM betaald, omdat in de gebruikte koerslijst als km-stand 0 is vermeld. Voor auto’s 1, 2 en 4 is teveel BPM afgedragen. X bv heeft recht op een teruggaaf van € 12.430. Vanwege het overschrijden van de redelijke termijn krijgt X bv een immateriële schadevergoeding van € 1500. Het beroep van X bv is deels gegrond.

Aanpak fraude met tellerstanden door de RDW

17-6-16 bron: rdw.nl

In april 2018 heeft de minister van IenW de RDW de opdracht gegeven om een aantal maatregelen door te voeren om fraude met tellerstanden te voorkomen. Dit zijn onder andere:

  • Het loslaten van de grens van 150 euro voor registratie bij reparatie, onderhoud en banden.
  • Registratie bij motorfietsen.
  • Een pilot voor het aanbieden van tellerstand-informatieproducten, zoals het tellerrapport.

Samen met de Vereniging Aanpak Tellerfraude (VAT) gaat de RDW zich inspannen om de registratie van tellerstanden verder te optimaliseren, om zo fraude met tellerstanden terug te dringen.


 

Geen marge- en ex-rental correcties op BPM-taxatiewaarde

3-5-19 bron: taxlive.nl (uitspraak)

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de heer X niet aannemelijk maakt dat teveel BPM is voldaan. X heeft namelijk verzuimd om zijn stelling met concrete gegevens te onderbouwen. De omstandigheid dat voor de taxatie ook BTW-auto’s als referentievoertuig zijn gebruikt, is onvoldoende om aan te nemen dat de waarde te hoog is vastgesteld.

Klik hier voor meer informatie

De heer X doet in augustus 2017 BPM-aangifte voor een VW Golf. X maakt hiertoe gebruik van een taxatierapport. De handelsinkoopwaarde van de auto is berekend op € 7280, zijnde de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat van € 18.530 minus € 11.250 schade. X wil later alsnog een marge- en een ex-rental correctie toepassen. Rechtbank Gelderland oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat teveel BPM is voldaan. X heeft namelijk verzuimd om zijn stelling met concrete gegevens te onderbouwen. De omstandigheid dat voor de taxatie ook BTW-auto’s als referentievoertuig zijn gebruikt, is onvoldoende om aan te nemen dat de waarde te hoog is vastgesteld. Aangenomen wordt dat de taxateur hiermee al rekening heeft gehouden. X stelt ook vergeefs dat de auto moet worden vergeleken met een ex-rental. Een ingevoerde auto zonder verhuurverleden kan namelijk niet worden vergeleken met een binnenlandse auto met een huurverleden. Voor de gewenste standaard ‘ex-rentalkorting’ is dus geen aanleiding (vgl. Hof Den Bosch 4 oktober 2018, 18/00073, V-N 2019/11.1.5). Het beroep van X is ook voor het overige ongegrond.

Bewijslast inzake BPM-verminderingen rust niet op inspecteur

6 maart 2019 bron: taxlive.nl (uitspraak)

Rechtbank Den Haag oordeelt dat X aannemelijk moet maken dat toepassing van koerslijsten tot hogere BPM-afschrijvingen leidt. X maakt zonder overlegging van stukken niet aannemelijk dat op zich reeds op de Nederlandse markt bevindende (goed vergelijkbare) referentieauto’s minder BPM rust.

Klik hier voor meer informatie

X doet BPM-aangiften voor een Audi A3 en een BMW X3, die zijn gebaseerd op de afschrijvingstabel. Nadat de verschuldigde BPM van € 2892 en € 4995 is voldaan, gaat X vergeefs in bezwaar. In beroep stelt X dat teveel BPM is voldaan en zij wil alsnog switchen naar koerslijsten. Bovendien zouden extra leeftijdskortingen moeten worden toegepast vanwege de verstreken tijd tussen de aangifte en het moment van registratie. Rechtbank Den Haag oordeelt dat X aannemelijk moet maken dat toepassing van koerslijsten tot hogere afschrijvingen leidt (vgl. HR 12 mei 2017, nr. 15/03459, V-N 2017/26.15, r.o. 2.4). Aangezien X ter onderbouwing van haar stellingen geen stukken heeft overgelegd, is het niet aannemelijk dat op zich reeds op de Nederlandse markt bevindende (goed vergelijkbare) referentieauto’s minder BPM rust. De beroepen van X zijn ongegrond.

Evenredigheidsbeginsel belet tonen (hertaxatie) van auto in Soesterberg

29-3-19 bron: taxlive.nl (uitspraak)

Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt in hoger beroep dat de kosten die de heer X moet maken om de auto bij Domeinen in Soesterberg te tonen, afgezet tegen de hoogte van de BPM-naheffing dermate hoog zijn, dat het disproportioneel is om hem daarvoor op te roepen.

Klik hier voor meer informatie

De heer X doet BPM-aangifte voor een gebruikte BMW 5 530d. X heeft de auto daartoe laten taxeren door een gecertificeerde deskundige. In het taxatierapport is de handelswaarde auto berekend aan de hand van de koerswaardelijst van XRay minus € 5973 schade. X geeft geen gehoor aan het verzoek van de inspecteur om de auto te laten hertaxeren door een medewerker van Domeinen Roerende Zaken in Soesterberg. In geschil is de naheffingsaanslag van € 642 en de verzuimboete van 10%. Volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant is de boete niet terecht en X krijgt een proceskostenvergoeding van € 1500. Partijen gaan in hoger beroep. Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat de kosten die X moet maken om de auto in Soesterberg te tonen, afgezet tegen de hoogte van de naheffing dermate hoog zijn, dat het disproportioneel is om hem daarvoor op te roepen. X moet dus met andere bewijsmiddelen aannemelijk maken dat de handelsinkoopwaarde lager is. Gelet op de foto’s van het taxatierapport wordt de waardevermindering door de schade in goede justitie vastgesteld op € 2500. De naheffing wordt verlaagd tot € 345. Aangezien X een pleitbaar standpunt heeft door af te gaan op het oordeel van een gecertificeerde deskundige is de boete niet terecht.

Waardebepaling importauto’s: voorstel voor nieuwe taak RDW

1-2-19 bron: rdw.nl

Gisteren was een voorstel van de staatssecretaris van Financiën Menno Snel in het nieuws. Dit voorstel betekent in de toekomst een nieuwe wettelijke taak voor de RDW. De getaxeerde waarde van geïmporteerde tweedehands auto’s wordt straks onafhankelijk gecontroleerd door de RDW, vóór de aangifte van de BPM. Zowel de Belastingdienst als de RDW moeten eerst een interne uitvoeringstoets doen.

Klik hier voor meer informatie

UitvoeringstoetsMet een uitvoeringstoets wordt onderzocht of de gekozen oplossing uitvoerbaar is. De RDW gaat na hoe de verandering in de praktijk vorm krijgt én wat er nodig is om deze rol in de toekomst goed te vervullen. Daar worden ook taxateursverenigingen en andere marktpartijen bij betrokken.Kamer geïnformeerdDe staatsecretaris heeft de Tweede Kamer in een brief een toelichting gegeven op het voorstel. Ook is hierover een persbericht verstuurd door het ministerie van Financiën.

Scherper toezicht op taxatie importauto om bpm-fraude tegen te gaan

1-2-19 bron: taxlive.nl

Het kabinet neemt maatregelen om gesjoemel bij de import van tweedehandsauto’s tegen te gaan. Te vaak wordt een te lage taxatiewaarde opgegeven om minder bpm te hoeven betalen. Strengere controles moeten dat in de toekomst voorkomen, meldt staatssecretaris Menno Snel (Financiën) aan de Tweede Kamer.

Klik hier voor meer informatie

Nu houdt de Belastingdienst nog steekproefsgewijs en achteraf toezicht op de waardebepaling. Snel wil toe naar een situatie waarin de taxatie van elke geïmporteerde occasion wordt gecontroleerd, voordat bpm-aangifte wordt gedaan en de wagen op kenteken wordt gezet. “Deze validatie gebeurt bij voorkeur door een onafhankelijke partij en hiervoor ben ik in gesprek met de Dienst Wegverkeer (RDW)”, aldus de staatssecretaris. Als bij controle blijkt dat de taxateur ernaast zit, moet de waarde van de auto opnieuw worden vastgesteld. Het duurt dan ook een stuk langer voordat de koper met zijn bolide de weg op kan. Dat moet volgens Snel een prikkel zijn om een importauto meteen eerlijk te laten taxeren. Het voorstel wordt de komende periode verder uitgewerkt. Het aantal geïmporteerde occasions is de laatste jaren sterk toegenomen, van 149.000 in 2014 naar 255.000 in 2017. “Daar is op zichzelf niks mis mee”, benadrukt Snel. “Maar wat mij stoort, is dat er taxateurs en belastingadviseurs zijn die de regels doelbewust manipuleren om minder belasting te betalen.” Een veelgebruikte truc is het overdrijven of zelfs verzinnen van schade om de marktwaarde te drukken. Dat leidt de Belastingdienst af uit een relatief sterke stijging van het aantal schadevoertuigen onder de geïmporteerde auto’s. Ook merkt Snel op dat soms “creatief wordt omgegaan” met bijvoorbeeld het precieze model of met opties en accessoires waarmee een wagen is uitgerust.

Verwerking van uw bpm-aangifte duurt mogelijk langer

29-11-18 bron: belastingdienst.nl

Op dit moment hebben wij last van verstoringen bij de verwerking van bpm-aangiften. Hierdoor duurt de afgifte van een nieuw kenteken voor uw motorrijtuig mogelijk langer. Onze excuses hiervoor.

Door de verstoringen krijgt de RDW soms geen bericht van ons om een kenteken af te geven voor uw motorrijtuig, terwijl u wel aan alle voorwaarden voldoet. Zonder bericht van ons, kan de RDW geen nieuw kenteken afgeven voor uw motorrijtuig. Wij proberen de problemen zo snel mogelijk op te lossen, en geven voorrang aan de afhandeling van de achterstand.


 

Inval FIOD in onderzoek naar ontduiking BPM

19-11-18 bron: bijzonderstrafrecht.nl

De FIOD heeft vorige week één bedrijfspand en vier woningen doorzocht in Brabant en Limburg. Dit gebeurde in een strafrechtelijk onderzoek naar witwassen en valsheid in geschrift. Ook werden twee bedrijfspanden en een woning doorzocht in Duitsland. De FIOD heeft beslag gelegd op auto’s, motoren, een camper, dure horloges en bijna € 15.000 contant geld. Ook werd beslag gelegd op fysieke en digitale administratie. Er zijn geen aanhoudingen verricht.

Klik hier voor meer informatie

De FIOD heeft vorige week één bedrijfspand en vier woningen doorzocht in Brabant en Limburg. Dit gebeurde in een strafrechtelijk onderzoek naar witwassen en valsheid in geschrift. Ook werden twee bedrijfspanden en een woning doorzocht in Duitsland. De FIOD heeft beslag gelegd op auto’s, motoren, een camper, dure horloges en bijna € 15.000 contant geld. Ook werd beslag gelegd op fysieke en digitale administratie. Er zijn geen aanhoudingen verricht. Aanleiding voor het onderzoek Uit onderzoek komt naar voren dat vermoedelijk sprake is van fraude met tientallen kostbare auto’s per jaar. De auto’s worden via verhullende constructies door een Duitse vennootschap verhuurd aan veelal criminele gebruikers in Nederland. Het doel van deze constructies is om het eigendom van de voertuigen te verhullen en een eventuele inbeslagname te verhinderen. Ook wordt hiermee BPM en btw ontdoken. Het onderzoek staat onder leiding van het Functioneel Parket. Beslag De FIOD heeft beslag gelegd op elf auto’s, waaronder twee Porsches en vijf Mercedessen in het duurdere segment. Verder werd een tot camper en werkplaats omgebouwde bus in beslag genomen. Ook is beslag gelegd op twee Harley Davidsons, zeven dure horloges en bijna 15.000 euro contant geld. Na verder onderzoek door de Douane bleek dat een van de auto’s verborgen ruimtes had. Bijstand Defensie Defensie verleende bijstand met een gespecialiseerd zoekteam. Deze zoekteams kunnen moeilijke zoekopdrachten uitvoeren, bijvoorbeeld in zeer kleine ruimtes, of ruimtes met weinig of geen licht en ook in onveilige situaties. De zoekspecialisten gebruiken hun zintuigen om veranderingen in de omgeving te ontdekken en ook maken ze gebruik van geavanceerde middelen als een grondradar. Ook kan het zoekteam met speciale apparatuur verborgen ruimtes ontdekken. Politie en justitie doen vaak een beroep op de zoekteams van Defensie. Bron: FIOD

Nieuw in Duitsland gekochte Mercedes is gebruikt op moment van registratie (3000KM)

21-9-18 bron: taxlive.nl (uitspraak)

De Hoge Raad oordeelt dat met de auto op het tijdstip van de registratie een zodanig aantal km’s in Duitsland is gereden dat deze niet meer als een nieuwe personenauto zin kan worden aangemerkt. De BPM-naheffingsaanslag wordt vernietigd.

Klik hier voor meer informatie

X bv is gevestigd in Nederland en koopt in Duitsland bij een dealer een nieuwe Mercedes personenauto. Op 21 januari 2016 wordt de auto in Duitsland afgeleverd. De auto is op diezelfde dag voor het eerst toegelaten tot de openbare weg in Duitsland. Daartoe is Duits exportkenteken afgegeven. Met de auto is vervolgens ongeveer 3000 kilometer in Duitsland gereden. Op 1 februari 2016 doet X bv BPM-aangifte, waarbij zij er vanuit gaat dat het inmiddels een gebruikte auto is. Volgens de inspecteur moet de auto desondanks als nieuw worden beschouwd. In geschil is de naheffingsaanslag. Hof Den Haag oordeelt dat de auto moet worden aangemerkt als nieuw, aangezien de auto als nieuw aan haar is afgeleverd en zij het zelf in de hand had wanneer zij na aankoop de auto in Nederland zou doen registreren. X bv gaat in cassatie. De Hoge Raad oordeelt dat met de auto op het tijdstip van de registratie een zodanig aantal km’s in Duitsland is gereden dat deze niet meer als een nieuwe auto zin kan worden aangemerkt. Het maakt niet uit dat de auto in het buitenland als nieuw is afgeleverd aan X bv en zij de auto voor het eerst in gebruik heeft genomen. De objectieve maatstaf voor de staat waarin de auto zich bevindt, moet namelijk worden beoordeeld naar de toestand en op het tijdstip waarop het belastbare feit plaatsvindt. Vanwege dat objectieve karakter doet de intentie waarmee een en ander heeft plaatsgevonden niet ter zake. Het beroep van X bv is gegrond. De naheffingsaanslag wordt vernietigd.

Het keuringsproces bij de RDW

bron: rdw.nl

Wilt u weten hoe de keuring bij de RDW er aan toe gaat? Het keuringsproces bij een RDW-keuringsstation gaat als volgt:

Klik hier voor meer informatie

1 Aan de balie De baliemedewerker vraagt u aan de balie te komen. Lever hier eventuele documenten in. De baliemedewerker zet vervolgens het voertuig op uw naam. 2 Administratieve verwerking De administratie maakt een werkorder aan voor de technisch medewerker. Hij beoordeelt de documenten en verwerkt deze in het RDW-systeem. Zo’n 40% van de technische keuring wordt in beslag genomen door de administratieve verwerking. 3 Voertuig naar de keuringshal Op verzoek van de technisch medewerker rijdt u het voertuig de keuringshal in. Vervolgens neemt hij de gegevens van het voertuig op en controleert deze met de documenten. 4 Foto’s importvoertuig Als uw EU-importvoertuig schade heeft, maakt de RDW meerdere foto’s van uw voertuig. 5 Keuring van het voertuig Nu kan de keuring van uw voertuig beginnen. Mogelijk vraagt de medewerker uw hulp tijdens de keuring. 6 Verwerking resultaten Na de keuring kunt u weer plaats nemen in de wachtruimte. De technische medewerker verwerkt de resultaten van de keuring en vult aanvullende gegevens in het RDW-systeem. 7 Administratie afhandeling aan de balie De administratief medewerker roept u bij de balie op voor verdere afhandeling van de keuring. Hierbij zijn twee mogelijkheden: Uw voertuig is goedgekeurd of uw voertuig is afgekeurd. Uw voertuig is goedgekeurd groen-kruis : Als uw voertuig goedgekeurd is, moet u nog belastingaangifte doen. 1. Aangifte doen bij de belastingdienst U moet aangifte doen bij een eerste registratie in Nederland of wijziging van registratie van een personenauto, kampeerauto, motorfiets of bedrijfsauto tot en met 3500 kg. U kunt uw aangifte in de aanwezige brievenbus van de Belastingdienst doen of per post aangifte doen. Let op: vanaf 1 november 2018 verdwijnen de brievenbussen van de Belastingdienst bij de RDW-keuringsstations. U stuurt vanaf dan uw BPM-aangifte met de bijbehorende documenten per post naar de Belastingdienst. Het adres is: Belastingdienst Postbus 2710 6401 DE Heerlen 2. Registratie kentekenbewijs De RDW registreert het kenteken zodra aan alle voorwaarden is voldaan. Hieronder valt ook het (eventuele) BPM-akkoord van de Belastingdienst. 3. Versturen kentekenbewijs Na het (elektronische) BPM-akkoord van de Belastingdienst stuurt de RDW het kentekenbewijs binnen vier werkdagen naar het adres van de persoon (of bedrijf) op wiens naam het voertuig is geregistreerd. Uw voertuig is afgekeurd rood-kruis : U maakt een nieuwe afspraak nadat u de oorzaak van de afkeur hebt laten herstellen.

Kabinet pakt gerommel waardebepaling (koerslijsten,taxatierapporten) voor BPM bij import occasions aan

6-7-2018 bron: taxlive.nl

Het kabinet werkt aan maatregelen om gerommel door taxateurs bij de import van gebruikte auto’s tegen te gaan. Er komen onder meer strengere regels voor de waardebepaling. Dat meldt staatssecretaris Menno Snel (Financiën) aan de Tweede Kamer.

Klik hier voor meer informatie

De import van tweedehandsauto’s is de laatste jaren sterk toegenomen. ,,Daar is op zichzelf niet veel mis mee”, zegt Snel. ,,Ik begrijp heel goed dat je als consument een mooie auto wil kopen en in het buitenland is veel aanbod. Maar wat mij stoort, is dat een groeiend aantal taxateurs en belastingadviseurs de regels doelbewust manipuleert om minder belasting te betalen.” De BPM is een belasting die betaald wordt bij de aanschaf van nieuwe of geïmporteerde gebruikte personenauto’s en motorrijwielen en zorgde in 2017 voor 2,1 miljard euro aan inkomsten, waarvan 386 miljoen euro door parallelimport. Hoeveel belasting over de import van een gebruikte auto moet worden betaald is afhankelijk van Europese regelgeving. De waardebepaling van de auto speelt daarbij een cruciale rol. Hoeveel belasting betaald moet worden over de import van een gebruikte auto, is sterk afhankelijk van de taxatiewaarde. Maar er is altijd discussie mogelijk over hoeveel een auto waard is. Dat maakt het systeem volgens Snel manipuleerbaar en moeilijk uit te voeren. Bij het bepalen van de waarde van een auto wordt gebruik gemaakt van een tabel, koerslijsten of een taxatierapport. In de laatste twee gevallen kan het misgaan: koerslijsten worden gemanipuleerd en taxateurs verzinnen of vergroten schades aan auto’s op om extra korting op de BPM te krijgen. De Belastingdienst heeft onvoldoende capaciteit om dit goed te kunnen controleren. ‘No cure no pay’ Een ander probleem is dat er belastingadviseurs op basis van ‘no cure no pay’ massaal rechtsprocedures voeren om de waarde van de auto aan te vechten, soms zelfs zonder dat de eigenaar dit weet. Wanneer een belastingplichtige door de rechter (deels) in het gelijk wordt gesteld, krijgt deze van de rechter een proceskostenvergoeding. Hierdoor is een merkwaardig soort verdienmodel ontstaan, omdat deze vergoeding vaak flink hoger is dan het betwiste belastingbedrag waarvoor naar de rechter wordt gestapt.

Ook herstelde schade vermindert BPM-grondslag

13-6-2016 bron: taxence.nl (uitspraak)

Beschadigingen hebben een waardedrukkend effect op de waarde van een auto en verlagen daardoor de BPM-grondslag. Volgens Rechtbank Gelderland verlaagt schade die voor de registratie is hersteld ook de BPM-grondslag.

Klik hier voor meer informatie

In een beroep van een bv tegen een naheffingsaanslag BPM had de inspecteur het standpunt ingenomen dat hij geen rekening hoefde te houden met schade als deze vóór de registratie was hersteld. De rechtbank stelde dat deze redenering botste met de waarborgen voor het vrije verkeer van goederen en diensten binnen de EU. De rechtbank wees erop dat het bedrag aan BPM dat rust op een beschadigde auto die zich al in Nederland bevindt, evenredig wordt verminderd met de waarde in het economische verkeer van de auto. Als een handelaar een auto met schade koopt in Nederland, herstelt en vervolgens op naam stelt, volgt geen BPM-naheffing. De kosten voor de handelaar bestaan dan alleen uit de aanschafwaarde van de auto (inclusief het lage bedrag aan BPM) en de herstelkosten. Koopt de handelaar een identieke auto op de buitenlandse markt, dan moet men uitgaan van hetzelfde lage BPM-bedrag om marktverstoring te voorkomen. En dus moet men rekening houden met de waardevermindering die is opgetreden door de schade, aldus de rechtbank. Overigens verklaarde de rechter het beroep van de bv ongegrond omdat de bv de waarde die zij had gehanteerd niet kon onderbouwen

100% waardevermindering bij schade aan jonge auto

24-8-18 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in hoger beroep dat bij een auto van slechts vier maanden oud en het geringe aantal km’s van circa 4.000 het volledige bedrag aan schade als waardevermindering in aanmerking kan worden genomen. De verschuldigde BPM wordt daarom verlaagd.

Klik hier voor meer informatie

X vof doet BPM-aangifte voor een Volkswagen Tiguan 2.0 TDI Sport & Style met meer dan normale gebruiksschade. Volgens de aangifte is € 4.451 verschuldigd. Na bezwaar wordt dit verlaagd tot € 3.883, er is € 20 rente vergoed en X vof krijgt een bezwaarkostenvergoeding van € 54,50. Rechtbank Gelderland stelt de verschuldigde BPM vast op € 3.626, de inspecteur moet een passende rente vergoeden. Voorts moet de inspecteur de proceskosten van € 1.034,50 (inclusief bezwaar) betalen, alsmede het betaalde griffierecht van € 310. X vof gaat in hoger beroep. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat bij een auto van slechts vier maanden oud en het geringe aantal km’s van circa 4.000 het volledige bedrag aan schade als waardevermindering in aanmerking kan worden genomen. De verschuldigde BPM wordt daarom verlaagd tot € 2.887. De inspecteur is niet verplicht om meer rente te vergoeden dan is bepaald in hoofdstuk VA (art. 30f-30k) AWR. Voor het meerdere (invorderingsrente) moet X zich binnen zes weken na het onherroepelijk worden van de onderhavige uitspraak wenden tot de ontvanger. Aangezien in hoger beroep de verschuldigde BPM is verminderd met € 739, moet de inspecteur hierover ook rente vergoeden, overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk VA AWR. Wegens het overschrijden van de redelijke termijn in bezwaar en beroep krijgt X vof daarnaast € 2.500 immateriële schadevergoeding. Voor het bezwaar, beroep en hoger beroep krijgt X vof een proceskostenvergoeding van in totaal € 1.334,50.

Waardevermindering door schade is niet meer dan 72%

23-8-18 bron: taxlive.nl (uitspraak)

Hof Den Haag bevestigt dat geen sprake is van schade aan de ingevoerde personenauto’s die tot een hogere waardevermindering dan 72% van de gecalculeerde herstelkosten moet leiden. Na de terugwijzing stelde X bv vergeefs dat BPM-regelgeving in strijd is met het EU-recht. 

Klik hier voor meer informatie

X bv voldoet in april en mei 2015 BPM op aangifte voor 20 personenauto’s met schade. Volgens Rechtbank Den Haag maakt X bv niet aannemelijk dat de waardeverminderingen door de schade meer is dan 72% van de schadebedragen, met de motivering dat X bv zich slechts in algemene bewoordingen tegen de toepassing van de 72%-norm heeft verzet. Hof Den Haag wees de zaak eerder terug omdat de rechtbank mogelijk onvoldoende acht had geslagen op de taxatierapporten, schadecalculaties en beeldmateriaal van X bv. Na terugwijzing overweegt de rechtbank dat in de schadecalculaties, ook in samenhang met het in taxatierapporten opgenomen beeldmateriaal, onvoldoende steun is te vinden voor de conclusie dat met betrekking tot één of meer van de auto’s sprake is van schade die tot een hogere waardevermindering dan 72% van de gecalculeerde herstelkosten moet leiden. X bv gaat weer in hoger beroep. Hof Den Haag oordeelt dat de rechtbank op alle onderdelen van het geschil, zowel wat de feiten als het recht betreft, met juistheid heeft geoordeeld zoals zij heeft gedaan. De overwegingen van de rechtbank overnemend, is in geen van de zienswijzen die X bv in hoger beroep heeft aangevoerd en ook niet anderszins een grond anders te oordelen. De terugwijzingsopdracht is ook juist door de rechtbank uitgelegd voor wat betreft de opvattingen van X bv, die inhouden dat de in geding zijnde BPM-regelgeving in strijd is met het EU-recht. In deze fase van de procedure kan namelijk aan een behandeling van die opvattingen niet meer wordt toegekomen. Het beroep van X bv is ongegrond.

Schade aan auto moet meer zijn dan normale gebruikssporen

29-1-18 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X vof niet aannemelijk maakt dat de echte schade aan de auto hoger is dan € 336. De door haar gestelde ‘schade’ betreft namelijk slechts normaal te achten sporen van gebruik.

Klik hier voor meer informatie

X vof doet in oktober 2014 BPM-aangifte ter zake van de registratie van een Nissan Qashqai. De auto is op dat moment ruim een half jaar oud en heeft 7.051 km gereden. In het taxatierapport bij de aangifte is de handelsinkoopwaarde berekend op € 15.397, zijnde de koerslijstwaarde van EurotaxGlass’s (€ 19.735) minus schade van € 4.338. Bij de hertaxatie in opdracht van de inspecteur blijkt echter dat de schade slechts € 236 is. In geschil is de naheffingsaanslag van € 1.094. Volgens de inspecteur is de schade € 336, omdat bij de berekening van de herstelkosten ten onrechte is uitgegaan van een te laag uurtarief (exclusief btw). Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X vof niet aannemelijk maakt dat de echte schade hoger is dan € 336. De door haar gestelde ‘schade’ betreft namelijk slechts normaal te achten sporen van gebruik. X vof stelt ook vergeefs dat op de koerslijstwaarde een korting moet worden toegepast, omdat niet valt uit te sluiten dat in de koerslijst van EurotaxGlass’s mede (duurdere) btw-auto’s zijn opgenomen. X vof heeft deze stelling namelijk niet met concrete gegevens onderbouwd. Er is voorts geen reden om aan de deskundigheid en/of onafhankelijkheid van één van beide taxateurs te twijfelen. Het beroep van X vof is deels gegrond. De aanslag wordt verminderd tot € 592.

Belastingdienst zet grof geschut in: strafbank voor Joost Verhoeven (Netcar)

10-8-18 bron: automotive-management.nl

De juridisch dienstverlener heeft vele honderden, voornamelijk BPM-GERELATEERDE, zaken lopen tegen de Belastingdienst. “De schade die de Belastingdienst ons berokkend is groot. Ze gunnen mij geen kwartje meer”, aldus Verhoeven.


 

Kabinet werkt aan oplossingen voor negatieve effecten van toename parallelimport (koerslijsten,taxatierapporten)

5-7-18 bron: rijksoverheid.nl

Het kabinet werkt voor het einde van het jaar een viertal oplossingen uit om negatieve effecten rondom de toename van de import van gebruikte auto’s uit het buitenland zoveel mogelijk tegen te gaan. In de afgelopen jaren is deze parallelimport fors gestegen. Dit is op zichzelf geen probleem, omdat dit past bij een Europese vrije markt en een aantrekkende economie. Wel leidt de toename tot uitvoeringsproblemen voor de Belastingdienst en is er sprake van marktverstoring.

Klik hier voor meer informatie

Staatssecretaris Snel van Financiën: “Veel Nederlanders kopen een gebruikte auto uit het buitenland, met name uit Duitsland. Daar is op zichzelf niet veel mis mee. Ik begrijp heel goed dat je als consument een mooie auto wil kopen en in het buitenland is veel aanbod. Maar wat mij stoort, is dat een groeiend aantal taxateurs en belastingadviseurs de regels doelbewust manipuleert om minder belasting te betalen. Dat proberen we aan te pakken, al is dit door Europese regelgeving geen simpele opgave.” De BPM is een belasting die betaald wordt bij de aanschaf van nieuwe of geïmporteerde gebruikte personenauto’s en motorrijwielen en zorgde in 2017 voor 2,1 miljard euro aan inkomsten, waarvan 386 miljoen euro door parallelimport. Hoeveel belasting over de import van een gebruikte auto moet worden betaald is afhankelijk van Europese regelgeving. De waardebepaling van de auto speelt daarbij een cruciale rol. Dit zorgt voor problemen, omdat er altijd discussie mogelijk is over hoeveel een auto waard is. Hierdoor is het systeem manipuleerbaar en moeilijk uitvoerbaar. Bij het bepalen van de waarde van een auto wordt gebruik gemaakt van een tabel, koerslijsten of een taxatierapport. In de laatste twee gevallen kan het misgaan: koerslijsten worden gemanipuleerd en taxateurs verzinnen of vergroten schades aan auto’s op om extra korting op de BPM te krijgen. De Belastingdienst heeft onvoldoende capaciteit om dit goed te kunnen controleren. Een ander probleem is dat er belastingadviseurs op basis van ‘no cure no pay’ massaal rechtsprocedures voeren om de waarde van de auto aan te vechten, soms zelfs zonder dat de eigenaar dit weet. Wanneer een belastingplichtige door de rechter (deels) in het gelijk wordt gesteld, krijgt deze van de rechter een proceskostenvergoeding. Hierdoor is een merkwaardig soort verdienmodel ontstaan, omdat deze vergoeding vaak flink hoger is dan het betwiste belastingbedrag waarvoor naar de rechter wordt gestapt. Het is ingewikkeld om deze problemen tegen te gaan zonder daarbij in strijd met het Europees recht te handelen, omdat hiermee een fundamenteel beginsel van de vrije markt wordt geraakt. Toch kan er gedacht worden aan een viertal oplossingen: Verbeteren van taxatieproces, bijvoorbeeld door regulering of via een onafhankelijk taxatie-instituut. Afremmen van de praktijk waarin massaal bezwaar- en beroepsprocedures worden gevoerd. Hierover wordt overleg gevoerd met de minister van Justitie en Veiligheid. Betere informatie voor eigenaren van gebruikte auto’s, die niet altijd weten dat namens hen een bezwaar- en beroepsschriftprocedure wordt gevoerd. Inzichtelijk maken welke fiscale afschrijving bij een auto is toegepast, zodat de koper vooraf weet of er sprake is van een auto met schade. Hier wordt de markt opener en transparanter van. Daarnaast komt er een platform van koerslijstproviders, de Bovag en de Belastingdienst waar ongewenste en onbedoelde toepassingen van de koerslijst worden besproken. Het doel van de maatregelen is om zoveel mogelijk een gelijk speelveld van de automarkt te creëren.

Terechte BPM-naheffing voor gebruikte kampeerauto

28-6-18 bron: taxlive.nl (uitspraak)

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat in het BPM-kaderbesluit geen goedkeuring staat om voor de bepaling van de rest-BPM van een kampeerauto uit te gaan van de catalogusprijs en de handelsinkoopwaarde van een bestelauto.

Klik hier voor meer informatie

De heer X doet in februari 2017 BPM-aangifte voor een gebruikte kampeerauto en voldoet € 5.386. Volgens de inspecteur maakt X ten onrechte gebruik van een koerslijst op basis van de gesloten bestelauto. De goedkeuring in het BPM-kaderbesluit (4 maart 2014, nr. BLKB2014/127M, V-N 2014/14.16) ten aanzien van kampeerauto’s geldt namelijk alleen voor de maatstaf van heffing (bruto-BPM) en niet voor de vermindering. De afschrijving moet worden bepaald aan de hand van de waardedaling van de kampeerauto inclusief het recreatieve deel (zie HR 12 mei 2017, nr. 15/03459, V-N 2017/26.15). Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat in het BPM-kaderbesluit geen goedkeuring staat om voor de bepaling van de rest-BPM van een kampeerauto uit te gaan van de catalogusprijs en de handelsinkoopwaarde van een bestelauto. Door de inspecteur is met het afschrijvingspercentage van 32,332 een reële waardevermindering in aanmerking genomen. Dit percentage is voor een nog geen jaar oude kampeerauto met een km-stand van 13.998 niet te laag (vgl. Hof ’s-Hertogenbosch 7 januari 2016, nr. 15/00022, V-N Vandaag 2016/399). Het EU-verdedigingsbeginsel is voorts door de inspecteur in acht genomen door X een vooraankondiging van de naheffing te sturen. Het beroep van X is ongegrond.

Toonplicht (hertaxatie) van ex-huurauto met schade is disproportioneel

29-5-18 bron: taxlive.nl(uitspraak)

Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt in hoger beroep dat de eis van de inspecteur om de auto in Soesterberg te tonen gelet op de hoge kosten disproportioneel is. X bv heeft namelijk onweersproken gesteld dat de auto niet is verzekerd, zodat zij een oplegger zou moeten huren en dat dit € 525 kost. 

Klik hier voor meer informatie

X bv doet in december 2014 BPM-aangifte voor een uit een andere EU-lidstaat afkomstige personenauto met schade. De auto heeft als datum van eerste toelating 7 april 2014. Bij de aangifte is een taxatierapport (met foto’s) gevoegd. X bv gaat niet in op de uitnodiging om de auto in Soesterberg te tonen. In geschil is de naheffingsaanslag van € 1.576, alsmede de boete. Volgens X bv hebben ex-huurauto’s als deze altijd extra schade en slijtage. De inspecteur stelt dat huurauto’s juist vaker worden nagekeken en gerepareerd. Rechtbank Zeeland-West-Brabant vermindert de aanslag tot € 868 en vernietigt de boete. X bv stelt in hoger beroep dat zij op 92,3 km van Soesterberg is gevestigd, zodat niet van haar gevergd kan worden dat zij de auto daar naar toe brengt. De maximale (toon)afstand zou namelijk 150 km zijn. Volgens de inspecteur is deze grens echter 150 km voor een enkele reis. Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat de eis van de inspecteur om de auto in Soesterberg te tonen gelet op de hoge kosten disproportioneel is. X bv heeft namelijk onweersproken gesteld dat de auto niet is verzekerd, zodat zij een oplegger zou moeten huren en dat dit € 525 kost. Afgezet tegen het bedrag van de naheffing is dat in verhouding te hoog. Met het taxatierapport maakt X bv aannemelijk dat er meer dan normale lakschade is. De kosten van het taxatierapport zijn ten onrechte opgevoerd als schadepost en niet alle schade heeft 100% waardevermindering tot gevolg. Vanwege de overmatige lakschade, het feit dat Nederlandstalige onderhoudsboekjes ontbreken, Nederlandstalige software moet worden geïnstalleerd en dat het een ex-huurauto is, wordt de waardevermindering in goede justitie vastgesteld op € 3.500 (inclusief btw). Mede door de drie maanden extra leeftijdskorting wordt de naheffing beperkt tot € 444. Het beroep van X bv is gegrond.

Lagere BPM door late registratie ondanks wijziging auto

30-5-17 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de voorwaarde van het besluit niet met terugwerkende kracht in het nadeel van X kan worden toegepast.

Klik hier voor meer informatie

X doet op 19 november 2014 BPM-aangifte wegens de invoer van een (schade)auto uit een andere EU-lidstaat. Aangezien de auto pas op 28 augustus 2015 is geregistreerd, is in geschil of X vanwege het tijdsverloop na de aangifte terecht een teruggaaf claimt van € 500. X beroept zich op het Besluit van 16 juni 2015, nr. BLKB2015/642M, V-N 2015/32.21, waarin echter als voorwaarde wordt genoemd dat de staat van de auto tussen het moment van aangifte/melding en tenaamstelling niet is gewijzigd. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de voorwaarde van het besluit niet met terugwerkende kracht in het nadeel van X kan worden toegepast. De enkele stelling van de inspecteur dat X door toepassing van de voorwaarde niet is benadeeld, treft geen doel. Niet valt in te zien namelijk waarom X door toepassing van de voorwaarde niet zou worden benadeeld. Door de voorwaarde zou haar juist de teruggaaf worden ontzegd. Het beroep van X is gegrond.

Taxatierapport van deskundige is geen vrijbrief voor te lage BPM-aangifte

bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Hof Den Haag oordeelt in hoger beroep dat de 10% verzuimboete wegens het tegen beter (kunnen) weten in aangeven van aanzienlijk te weinig BPM passend en geboden is.

Klik hier voor meer informatie

Belanghebbende, X vof, doet in 2015 BPM-aangifte voor de registratie van een (oorspronkelijk) uit de VS afkomstige en in Duitsland geregistreerde tweedeurs Ford Mustang GT V8 Coupé uit 2011. Volgens het taxatierapport van de deskundige is de CO2-uitstoot 284 gr/km en is de X-Ray koerslijstwaarde toegepast van een vierdeurs Chrysler 300 C V6 3.5L. X vof voldoet aldus € 2.806. In geschil is de naheffingsaanslag van € 9.967 en de 10% verzuimboete. De naheffing is gebaseerd op een CO2-uitstoot van 316 gr/km en als referentieauto’s zijn drie Ford Mustangs uit 2011 gebruikt. Volgens Rechtbank Den Haag is de Chrysler geen soortgelijke auto en is de naheffing terecht gebaseerd op de gemiddelde handelsinkoopwaarde van andere Ford Mustangs. De boete is ook terecht. X vof is namelijk gespecialiseerd in de verkoop van Amerikaanse auto’s en had dus moeten zien dat in het taxatierapport de koerslijstwaarde van een andere auto en ook een feitelijk te lage CO2-uitstoot stond. X vof gaat in hoger beroep. Hof Den Haag oordeelt dat de boete wegens het tegen beter (kunnen) weten in aangeven van aanzienlijk te weinig BPM passend en geboden is. De vele theoretische exercities van X vof over de CO2-uitstoot en de handelsinkoopwaarde geven geen blijk van een juiste opvatting over het BPM-regime. In wezen wordt hierdoor namelijk de BPM vastgesteld van een andere auto. Het beroep van X vof is uitsluitend gegrond met betrekking het alsnog toepassen van de lagere handelsinkoopwaarde van een marge-auto.

Lagere BPM voor nieuwe Mercedes met eerder Duits kenteken

28-11-17 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Rechtbank Gelderland oordeelt dat een koper ruim drie maanden na de registratie in Duitsland niet meer de nieuwprijs voor de auto wil betalen. Op grond van de afschrijvingstabel wordt de verschuldigde BPM verminderd tot € 56.863.

Klik hier voor meer informatie

X bv doet in mei 2016 BPM-aangifte terzake van een nieuwe Mercedes. De km-stand van de auto is op dat moment 79. De auto is in januari 2016 geregistreerd in Duitsland. X bv is namelijk geen Mercedes-dealer en mag van de fabrikant geen nieuwe auto’s verkopen. De verschuldigde BPM is in de aangifte berekend op € 68.099. X bv maakt bezwaar tegen de voldoening op aangifte, aangezien de auto vanwege de eerdere registratie in Duitsland als een gebruikte auto heeft te gelden. Rechtbank Gelderland oordeelt dat een koper ruim drie maanden na de registratie in Duitsland niet meer de nieuwprijs voor de auto wil betalen. De auto is het best te vergelijken met een auto die nieuw in Nederland is ingevoerd en ruim drie maanden met kenteken – op naam van de garagehouder – in de showroom heeft gestaan. De door X bv gerealiseerde verkoopprijs is voorts ook lager dan het totaal van de netto catalogusprijs, de nieuwprijs van de accessoires, de btw en de betaalde BPM. X bv beroept zich dus terecht op toepassing van de afschrijvingstabel, die los staat van de werkelijke afschrijving. Op grond van de tabel wordt de verschuldigde BPM verminderd tot € 56.863. Het beroep van X bv is gegrond.

Een Alpenritje blijkt een leuke sluiproute voor een ‘nieuwe’ Porsche

7-9-17 bron: quotenet.nl (uitspraak)

U wil een Porsche, maar u heeft geen zin in het torenhoge BPM-bonnetje. Een uitspraak van het Hof van Den Bosch vandaag geeft u een leuke afslag door bijvoorbeeld Zwitserland om daar onderuit te komen.

Klik hier voor meer informatie

Voor de aangifte Belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) geldt dat een nieuwe auto een voertuig moet zijn dat na vervaardiging ervan niet of nauwelijks in gebruik is geweest. Ook als het gaat om een occasion waarvoor een constructie is opgezet puur om belasting te besparen. Nu biedt het Hof van Den Bosch een opening in die vaststelling. ‘Het enkele feit dat de periode tussen het tijdstip van aankoop en het tijdstip van registratie in Nederland kort is, is daarvoor onvoldoende’, aldus het hof naar aanleiding van de deze zaak, waarbij een niet nader te noemen BV op 11 januari 2012 een Porsche kocht voor ruim € 123.000. Op de teller stond op dat moment 10 kilometer. De bestuurder van de BV liet op 12 januari 2012 op zijn eigen naam de auto voor het eerst registreren in het Duitse kentekenregister op een Zwitsers adres. Daarbij kreeg de Porsche een zogeheten Duits exportkenteken. Nog geen maand later liet de beste man namens de BV de bolide in Nederland registreren. De tellerstand op dat moment? 3.092 kilometer, ongetwijfeld bereikt via wat leuke Alpenritjes De vraag die voorlag bij het was nu dus of er in dit geval sprake is van een nieuwe of een gebruikte auto. De Belastingdienst legde in ieder geval een naheffingsaanslag op, omdat de dienstdoende inspecteur van mening was dat de BV de Porsche bewust over de Alpen gejaagd had om deze dus vervolgens binnen een maand in ons land te laten registreren, zodat het om een gebruikte auto zou gaan. Volgens het Hof kan een auto die op het moment van aangifte BPM en registratie 3.092 kilometer had gereden, niet kwalificeren als spiksplinternieuw. Ook was er volgens het Hof onvoldoende bewijs dat er sprake was van een zogeheten u-bocht constructie. Oftewel het is niet onomstotelijk te bewijzen dat de eigenaar alleen maar onder de BPM uit wilde komen. Hoewel dat op het eerste oog toch het grootste doel leek te zijn. Kortom, wanneer u een nieuwe bolide wil en geen zin hebt in een te grote BPM-afdracht plan dan een leuke buitenlandse roadtrip.

Lagere BPM-naheffing door aanwezigheid van schade (1)

8-8-17 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in hoger beroep dat er wel meer schade is dan wat normale gebruikssporen, maar dat de geclaimde hoogte daarvan niet aannemelijk is gemaakt. Zo zijn de kosten van Nederlandse onderhoudsboeken en het programmeren van Nederlandse software ten onrechte opgevoerd als schadeposten en is het (interne) uurtarief bij het uitvoeren van de reparaties onduidelijk. De schade wordt vervolgens in goede justitie vastgesteld.

Klik hier voor meer informatie

X bv doet begin 2014 BPM-aangifte ter zake van een Volkswagen Passat Variant 2.0 TDI Comfortline. De auto is op dat moment bijna drie jaar en vijf maanden oud, de km-stand is 162.683 en de auto verkeert behoudens de schade in normale staat. Volgens de aangifte is de handelsinkoopwaarde € 5.317, zijnde de koerslijstwaarde van € 13.729 minus de schade van € 8.412. Bij een controle stelt de inspecteur dat er slechts sprake is van normale (lichte) gebruikssporen. Voorts kan X bv geen bewijsstukken overleggen van de reparaties. In geschil is de naheffingsaanslag van € 2.153, alsmede de 50% boete. Rechtbank Noord-Nederland vermindert de aanslag naar € 2.077 en vernietigt de boete. X bv gaat in hoger beroep. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat er wel meer schade is dan wat normale gebruikssporen, maar dat de hoogte daarvan niet aannemelijk is gemaakt. Zo zijn de kosten van Nederlandse onderhoudsboeken en het programmeren van Nederlandse software ten onrechte opgevoerd als schadeposten en is het (interne) uurtarief bij het uitvoeren van de reparaties onduidelijk. In goede justitie wordt de schade vastgesteld op € 1.683 en de waardevermindering op € 1.212 (72%) daarvan. Vanwege de latere registratie claimt X bv ook terecht een extra leeftijdskorting van € 76. De inspecteur stelt ten onrechte dat X bv niet de vereiste aangifte heeft gedaan en dat de bewijslast daarom ten nadele van X bv moet worden omgekeerd en verzwaard. Het beroep van X bv is deels gegrond. De aanslag wordt verminderd naar € 1.767.

Lagere BPM voor auto met reeds gerepareerde schade

5-5-17 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de verschuldigde BPM voor de auto met schade alsnog moet worden verminderd vanwege het tijdsverloop tussen het moment van aangifte en de registratie. Het maakt niet uit dat de schade voorafgaand aan de registratie is gerepareerd.

Klik hier voor meer informatie

X bv doet in de periode 24 juli 2014 en 13 mei 2015 BPM-aangiften voor in totaal zeven auto’s. De voldoening vindt plaats op 30 juli (twee auto’s), 5 augustus, 11 augustus, 13 augustus, 17 augustus en 24 augustus 2015. Op 1 oktober 2015 ontvangt de inspecteur de bezwaren tegen deze voldoeningen. In geschil is of de bezwaren terecht ongegrond zijn verklaard. Rechtbank Gelderland oordeelt dat de verschuldigde BPM voor auto 7 die schade had alsnog moet worden verminderd vanwege het tijdsverloop tussen het moment van aangifte en de registratie. Het maakt niet uit dat de schade voorafgaand aan de registratie is gerepareerd (zie Besluit van 16 juni 2015, nr. BLKB2015/642M, V-N 2015/32.21). Weliswaar geldt dat besluit alleen voor zogenaamde ‘art. 8 BPM-vergunninghouders’ die per maand aangifte mogen doen, maar de onderhavige auto moet wel hun (lager belaste) auto’s concurreren. De inspecteur beroept zich ook vergeefs op interne compensatie. Hij stelt dat ten tijde van de registratie geen sprake meer was van schade en dat om die reden te weinig BPM op aangifte is voldaan. Als een handelaar een zich op de Nederlandse markt bevindende auto met schade koopt, herstelt en vervolgens op naam stelt, volgt namelijk ook geen naheffing van BPM. De inspecteur had de overige zes bezwaren niet-ontvankelijk moeten verklaren, aangezien deze buiten de bezwaartermijn zijn ingediend. De beroepen van X bv zijn in zoverre dus ook gegrond.

Inspecteur mag hertaxatie auto achterwege laten

9-3-17 bron: taxence.nl (uitspraak)

PinkpanthersellersAls de inspecteur in een bezwaarprocedure tegen een naheffingsaanslag BPM de desbetreffende auto niet hertaxeert, laat hij een kans liggen om zijn bewijslast te versterken. Maar volgens Rechtbank Noord-Nederland is dan nog geen sprake van een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel.

Klik hier voor meer informatie

De rechtbank kwam tot dit oordeel in een zaak waarin een man in Duitsland een gebruikte auto had gekocht en daarvoor aangifte BPM deed. De man had een flink bedrag aan schade opgegeven. De inspecteur meende dat de schade veel lager was, daarom legde hij de man een naheffingsaanslag BPM op. De man ging in beroep en stelde dat de Belastingdienst het zorgvuldigheidsbeginsel had geschonden, zodat de naheffingsaanslag moest worden vernietigd. De rechtbank vond dit gevolg wat te ver gaan. Bovendien meende de rechter dat de inspecteur niet zo onzorgvuldig was geweest. De inspecteur had de naheffingsaanslag opgelegd aan de hand van gegevens die hij had gehaald uit de aangifte, een taxatierapport en (het gebrek aan) reparatienota’s. Het nalaten van het uitvoeren van een hertaxatie leidde wel tot een zwakkere bewijspositie van de fiscus, maar daar bleef het bij. Uiteindelijk oordeelde de rechtbank dat zowel de man als de inspecteur onvoldoende bewijs had geleverd voor zijn door hem bepleite waarde. De rechter bepaalde daarom zelf tot welk bedrag de naheffingsaanslag moest worden verminderd.

Handelsinkoopwaarden van marge-auto’s zijn redelijke benadering van werkelijke waarden

12-6-17 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in hoger beroep dat de hogere inkoopprijzen van X bv geen aanwijzing zijn dat zij niet is uitgegaan van een redelijke benadering van de werkelijke waarden. X bv heeft de auto’s namelijk niet gekocht van een particulier.

Klik hier voor meer informatie

Belanghebbende, X bv, handelt in gebruikte personenauto’s uit het hogere segment. Aangezien X bv geen erkende dealer is, wordt gebruik gemaakt van in Duitsland gevestigde vennootschappen. Deze kopen de auto’s in, die vervolgens via X bv aan Nederlandse klanten worden doorverkocht. In juli 2013 zijn aldus diverse Audi’s A6 en A4 vanuit Duitsland ingevoerd en alhier geregistreerd. X bv voldoet de BPM op (maand)aangifte en gaat in bezwaar. Volgens Rechtbank Gelderland is het beroep van X bv inzake de voldoening op aangifte van BPM ongegrond. X bv wil in hoger beroep alsnog uitgaan van de lagere handelsinkoopwaarden van marge-auto’s. Volgens de inspecteur zijn de inkoopprijzen van X bv echter hoger. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de hogere inkoopprijzen van X bv geen aanwijzing zijn dat zij niet is uitgegaan van een redelijke benadering van de werkelijke waarden (zie HR 27 januari 2017, nr. 15/02273, V-N 2017/7.22). X bv heeft de auto’s namelijk niet gekocht van een particulier. In casu maakt X bv aannemelijk dat de lagere handelsinkoopwaarden van marge-auto’s hebben te gelden. X bv heeft recht op een rentevergoeding, conform de AWR. Als X bv een hogere vergoeding wil hebben, dan moet zij zich tot de ontvanger wenden (zie HR 3 maart 2017, nr. 16/01176, V-N 2017/14.9). Het hoger beroep van X bv is gegrond. X bv heeft recht op een forfaitaire proceskostenvergoeding. Gelet op de grote hoeveelheid aan stukken in het dossier en de wijze van procederen door de inspecteur, wordt in casu een wegingsfactor van 2 toegepast. De totale vergoeding voor alle samenhangende zaken – los van de deskundigenvergoeding – komt hierdoor uit op € 8.905

Wat doet het Landelijk Informatiecentrum Voertuigcriminaliteit ?

bron: liv.nl

LIVHet LIV is het expertisecentrum voor voertuigcriminaliteit en opsporingsbijstand in Nederland. De organisatie is een centraal meldpunt, verstrekt informatie, geeft advies en het ondersteunt specifieke acties. Het is de enige organisatie waarin publieke en private partijen samenwerken aan opsporingsbijstand bij voertuigcriminaliteit.

Klik hier voor meer informatie

Landelijk Informatiecentrum Voertuigcriminaliteit Het Landelijk Informatiecentrum Voertuigcriminaliteit (LIV) is een samenwerkingsverband van: RDW Politie Stichting Verzekeringsbureau Voertuigcriminaliteit (VbV) Het LIV is het expertisecentrum voor voertuigcriminaliteit en opsporingsbijstand in Nederland. De organisatie is een centraal meldpunt, verstrekt informatie, geeft advies en het ondersteunt specifieke acties. Het is de enige organisatie waarin publieke en private partijen samenwerken aan opsporingsbijstand bij voertuigcriminaliteit. Diensten en producten Het LIV levert de volgende diensten en producten: Voertuigidentificatie Falsificaten onderzoek Opsporingsondersteuning Analyse Informatiecoördinatie Meer informatie hierover leest u in het artikel ‘Diensten en producten’ Voor wie Politie en verzekeringsmaatschappijen zijn klant van het LIV. Maar ook de Belastingdienst, de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD), keuringsstations van de RDW en buitenlandse instanties kunnen terecht bij het LIV voor advies en informatie.

Dealer mag lagere koerslijstwaarde hanteren

15-11-19 bron: taxlive.nl (uitspraak)

De Hoge Raad oordeelt dat bij het toepassen van de koerslijst van Eurotaxglass’s met de 5% negatieve factor ‘marktsituatie handelaar’ rekening mag worden gehouden. Anders is niet uitgesloten dat de auto wordt onderworpen aan een hogere BPM dan gelijksoortige in het binnenland verhandelde en geregistreerde auto’s. 

Klik hier voor meer informatie

X bv doet BPM-aangifte voor een uit Italië afkomstige auto. In geschil is de toepassing van de bijstelling ‘dealersituatie’ op de koerslijstwaarde van Eurotaxglass’s. Volgens Hof ‘s-Hertogenbosch is het niet toegestaan om deze negatieve correctie van 5% aan te brengen. X bv stelt vergeefs dat zij als officiële (merk)dealer hogere overheadskosten heeft, zoals een prestigieuze showroom, hooggeschoold personeel en gebondenheid aan officiële distributieovereenkomsten. X bv gaat in cassatie. De Hoge Raad oordeelt dat bij het toepassen van de koerslijst met de factor ‘marktsituatie handelaar’ rekening mag worden gehouden. Anders is niet uitgesloten dat de auto wordt onderworpen aan een hogere BPM dan gelijksoortige in het binnenland verhandelde en geregistreerde auto’s. X bv hoeft voor de waardedruk geen nader bewijs aan te leveren. Niet in geschil is namelijk dat de koerslijst algemeen wordt toegepast bij de inkoop van gebruikte auto’s door wederverkopers in Nederland. Het beroep van X bv is gegrond.

WLTP: veelgestelde vragen

bron: anwb.nl

Dit zijn gevolgen nieuwe WLTP-meetmethode. De uitstoot en het brandstofverbruik van nieuwe auto’s wordt met de komst van de WLTP anders (lees: realistischer) gemeten. Gevolg kan zijn dat de BPM op auto’s daardoor omhoog gaat. De ANWB vindt dat de consument niet de dupe mag worden van deze nieuwe meetcyclus.

Klik hier voor meer informatie

Wat is de WLTP? WLTP staat voor Worldwide Harmonised Light Vehicle Test Procedure. Het is een test waarmee de uitlaatgasemissies van een auto worden gemeten. De meting wordt uitgevoerd bij de typegoedkeuring van een auto om te zien of deze aan de geldende emissienorm voldoet. WLTP is de opvolger van de verouderde NEDC-methode. De resultaten van de NEDC test gingen steeds meer afwijken van de emissies en het verbruik in de praktijk. Vandaar de roep om een meer realistische test betreffende rijcyclus en rijweerstanden. Dit resulteerde uiteindelijk in de WLTP, een zwaardere test met dus een hogere CO2-uitstoot. Omdat het ook een laboratorium test is blijft het mogelijk auto’s onderling met elkaar te vergelijken Wanneer gaat de nieuwe WLTP in? Vanaf 1 september 2017 worden alle nieuwe automodellen voor de typegoedkeuring gemeten volgens de WLTP test. Voor bestaande modellen geldt deze verplichting vanaf 1 september 2018. Dit betekent dat alle nieuw geproduceerde auto’s na 1 september 2018 gemeten zijn volgens WLTP. Nieuwe auto’s die al op voorraad staan en volgens NEDC gemeten zijn, mogen nog tot 1 september 2019 verkocht worden (restantvoorraadregeling). De BPM die op basis van de CO2-uitstoot bepaald wordt, maakt vooralsnog gebruik van de NEDC CO2-waarde. De bedoeling is dat dit op termijn op basis van de WLTP-waarde gaat gebeuren. Waarom heeft WLTP gevolgen voor autoprijzen? Op dit moment zien we dat de komst van WLTP resulteert in hogere BPM-bedragen en indirect tot hogere autoprijzen. Dit terwijl de huidige BPM-wetgeving gebaseerd is op de oude NEDC CO2-waarde. Hoe kan dit? Voor auto’s die alleen WLTP getest zijn wordt de WLTP-waarde terugrekend naar de oude NEDC-waarde, de zogenaamde NEDC 2.0. De rekentool die hiervoor gebruikt wordt is in Europees verband ontwikkeld en heet CO2MPAS. Op dit moment zien we dat de NEDC 2.0 waarde veelal hoger uitvalt dan de oorspronkelijke NEDC 1.0, met als gevolg ook een hogere BPM. Er bestaat de mogelijkheid dat de rekentool wordt bijgesteld. Op dit moment doet de overheid onderzoek naar het verschil tussen NEDC 2.0 en NEDC 1.0 en de oorzaak ervan. Dit is lastig, omdat de WLTP-auto voor de nieuwe emissietest vaak motortechnisch aangepast is en niet helemaal gelijk is aan de ‘oude’ NEDC versie. Sommige nieuwe auto’s ondergaan naast de WLTP ook nog een NEDC test. Deze NEDC test is echter stringenter dan de ‘oude’ NEDC test. Dit geldt niet voor de rijcyclus, maar voor de testomstandigheden. Deze kenden voorheen enkele vrijheden, waar menig autofabrikant in meer of mindere mate gebruik van gemaakt heeft. Gevolg is wel dat de CO2-waarde uit deze NEDC test hoger is dan die uit de oude NEDC. Kortom ook hier een hogere BPM. Wat is CO2MPAS? Alle in Europa nieuw verkochte auto’s tezamen, moeten in 2021 voldoen aan een CO2 doelstelling. Deze is 95 g/km op basis van NEDC-waarden. Met de invoering van WLTP is er dus een probleem ontstaan. Om te controleren of de CO2 doelstelling gehaald wordt heeft de Europese Commissie de CO2MPAS rekentool laten ontwikkelen. Deze tool berekent voor elke individuele auto vanuit de gemeten WLTP-waarde een bijbehorende NEDC-waarde. Als de berekende NEDC-waarden hoger uitvallen dan verwacht, kan dat aanleiding zijn om CO2MPAS aan te passen. De rekentool CO2MPAS is dus ontwikkeld om de totale nieuwe auto verkoop in Europa te controleren op hun CO2-uitstoot. In NL wordt deze tool nu gebruikt om van de WLTP auto een NEDC waarde te berekenen voor het vaststellen van de BPM. Hoe wordt dan gemeten in de WLTP? Een aantal verschillen tussen de WLTP en de NEDC test zijn; De WLTP rijcyclus die op de rollenbank wordt gereden is een stuk dynamischer en hiermee realistischer dan de tamme NEDC cyclus. Er wordt vaker geremd en gas gegeven en harder gereden, zoals te zien is in de grafiek. De WLTP cyclus kent de vier fasen langzaam, medium, snel en erg snel. De rijweerstanden die op de bank ingesteld worden zijn een stuk hoger en realistischer dan bij de NEDC, waar de auto bijvoorbeeld helemaal geprepareerd mocht worden voor bepalen rijweerstand. De WLTP cyclus duurt ongeveer een half uur, zo’n 10 minuten langer dan de NEDC-methode. Hierdoor wordt de invloed van de koude start weer minder. Bij de NEDC is er één CO2 uitstoot voor een hele autofamilie, ongeacht carrosserievorm en al of niet aanwezige opties. Bij de WLTP spelen opties wel een rol. Van elk auto worden alle motor- transmissievarianten afzonderlijk getest in de kale en de rijkst uitgeruste versie. De laatste heeft onder andere door hoger gewicht extra rijweerstanden. De kale versie noemen we WLTP Low en de rijkst uitgeruste versie de WLTP High. Afhankelijk van de aanwezige opties wordt via interpolatie voor elke auto afzonderlijk de CO2 waarde bepaald uit de WLTP Low en High waarde. WLTP als grondslag BPM Het is de bedoeling dat binnen afzienbare tijd de WLTP-CO2-waarde als grondslag gaat dienen voor bepaling BPM. De ingangsdatum stond gepland op 1 januari 2019. Deze datum is niet gehaald. De voorlopige verwachting is nu dat het 2020 wordt. De WLTP CO2-waarde ligt een stuk hoger dan de oude NEDC waarde. Om de overgang budgetneutraal te laten verlopen, zoals de overheid beloofd heeft , zullen de BPM tarieven verlaagd moeten worden. Opties en WLTP Klopt het dat per optie voor een nieuwe auto is vastgesteld of de CO2 erdoor omhoog gaat (en dus de BPM)? Ja, bij de WLTP meting wordt bepaald of een optie tot meer CO2-uitstoot (hoger verbruik) leidt. Dit komt bijvoorbeeld door toename gewicht of andere stroomlijn van de auto. Op het moment dat WLTP de grondslag wordt voor het bepalen van de BPM ga je voor dit soort opties extra BPM bepalen. De NEDC hield met die opties geen rekening voor bepalen van CO2-uitstoot en brandstofverbruik. Kan een dealer mij dan wel een zinnige prijsopgave doen? De diverse autofabrikanten hebben van elk model auto een zogeheten ‘geboortedocument’ met de juiste CO2-uitstoot op basis van de opties. Het is momenteel niet duidelijk of een autoverkoper een klant straks nog direct kan vertellen wat een auto gaat kosten als er diverse opties worden besteld – want de verkoper beschikt níet over dat geboortedocument. Waarschijnlijk zal een zeer snelle internetverbinding tussen de fabriek en de dealer hier uitkomst gaan bieden, maar die verbinding is er momenteel volgens diverse auto-importeurs niet. Hoger verbruik door strengere emissie-eisen De emissienorm Euro 6 wordt in fasen ingevoerd met vanaf Euro 6c de strengere WLTP meting. Maar dat is niet alles: Direct ingespoten benzine motoren mogen ook minder deeltjes uitstoten. Om dit voor elkaar te krijgen worden nieuwe benzine auto’s voorzien van roetfilters. Dit leidt tot hoger benzineverbruik en dus een hogere CO2-uitstoot. En bij Euro 6d wordt de WLTP-rijcyclus, die in het laboratorium wordt uitgevoerd, uitgebreid met een rit in de praktijk. Deze praktijktest RDE (Real Driving Emissions) richt zich met name op de uitstoot van NOx en deeltjes. Gebleken is dat deze uitstoot in de praktijk veel hoger is dan in de laboratorium test. Voor het realiseren van een lage NOx-uitstoot is technologie nodig die veelal gepaard met een (flink) hoger verbruik en dus CO2-uitstoot. Samenvattend: de strengere emissie-eisen leiden tot hogere CO2-uitstoot en dus bij een gelijkblijvend tariefstelsel tot een hogere BPM. Wat is Euro6d-Temp? Voordat de definitieve Euro6d emissienorm er komt, krijgen we een tijdelijke eis, de Euro 6d-Temp. Bij deze emissie-eis mag in de RDE praktijktest de NOx-uitstoot een factor 2,1 hoger zijn dan op de testbank. Later bij de definitieve Euro 6d wordt deze factor verlaagd naar 1,5. Voor deeltjes geldt in beide gevallen een factor 1,5. Meerdere autofabrikanten willen met hun modellen al voldoen aan de komende Euro 6d eis. Dit o.a. met het oog op toekomstige milieuzones. Toch terugrekenen naar oude NEDC-norm? Waarom wordt de WLTP tot 2021 teruggerekend naar NEDC-normen? Die WLTP-meting is bij de huidige nieuwe auto’s toch al ingegaan? Ja, maar zo kun je blijven zien of auto’s voldoen aan de 95 g/km grens die in 2021 geldt. De CO2-doelstellingen die fabrikanten van de EU per 2021 moeten halen zijn immers gebaseerd op de oude NEDC-test. Wat is het standpunt van de ANWB in deze kwestie? De ANWB is van mening dat de consument niet de dupe mag worden van deze nieuwe – meer realistische meetmethode. De consument zou niet meer moeten gaan betalen door de overgang naar de WLTP. De introductie van de WLTP heeft immers geen invloed op de werkelijke prestaties van een auto. De WLTP-test levert echter wel een hogere CO2-waarde op dan de NEDC deed, omdat de WLPT strenger is. Bovendien staat in de huidige Autobrief II –het autobelastingplan van 2017 tot 2020 – dat de BPM tot 2020 met 15 procent wordt afgebouwd. Meer over BPM

Rechter snoert belastingadviseur de mond

24-9-19 bron: futd.nl

De regels uit het etiquetteboek “Hoe hoort het eigenlijk?” uit 1929 van Amy Groskamp-ten Have zijn natuurlijk niet meer van deze tijd. We hebben echt geen behoefte meer aan strikte regels voor tafelschikking, gearmd lopen en applaudisseren. Toch ontbreekt het met de huidige trouwstoetterreur, verkeershufters en twittertokkies wel aan normaal burgermansfatsoen. Oók in de rechtszaal is welgemanierdheid soms ver te zoeken. Verschillende belastingrechters hebben hierover onlangs hun ongenoegen uitgesproken en een gemachtigde zelfs geweigerd nog verder te procederen.

Klik hier voor meer informatie

De juridische dienstverlener in kwestie staat een autobedrijf bij in duizenden rechtszaken over de BPM bij de import van auto’s. In zijn bij alle ressorten ingediende beroepschriften en op de zittingen kregen medewerkers van de Belastingdienst, rechters bij Rechtbanken en raadsheren bij Gerechtshoven en de Hoge Raad ervan langs. Zo noemde hij een belastinginspecteur een “clown” en “loser”, Rechtbank Noord-Holland een “afwerkplek waar je genaaid wordt dat de stukken ervan af vliegen”, het Gerechtshof Amsterdam een “crimineel bolwerk” en de Hoge Raad een “gajesclub waar geen sprake is van een eerlijk proces”. Voor deze Rechtbanken en Gerechtshoven is de maat vol. Zij willen deze man niet meer op de zitting zien en zullen geen beroepszaken meer van hem behandelen. De gemachtigde is op non-actief gezet omdat hij ondanks eerdere waarschuwingen beledigend, intimiderend en bedreigend taalgebruik bleef gebruiken. Een gemachtigde mag zijn standpunt best op zijn eigen manier verwoorden en mag zelfs verwijten maken aan de wederpartij, maar taalgebruik dat structureel in strijd is met de in het maatschappelijk verkeer betamelijke omgangsvormen, wordt door de rechter niet geaccepteerd. De klant van de geweigerde adviseur moet nu een andere gemachtigde in de arm nemen. De weigering van deze gemachtigde raakt niet alleen zijn reputatie en imago, maar treft ook die van de belastingadviseur als rechtsbijstandsverlener in het algemeen. Het gaat hier over de professionele ethiek. Anders dan het beroep van accountant en advocaat, is het beroep van belastingadviseur echter niet wettelijk vastgelegd. Het is geen beschermd beroep. Accountants en advocaten moeten zich houden aan door hun beroepsorganisaties geformuleerde wet- en regelgeving en opleidings- en gedragsregels, maar de belastingadviseur is een vrije jongen. Alleen als hij zich heeft aangesloten bij een van de twee fiscale beroepsverenigingen (NOB of de RB) valt hij onder de tucht-, beroeps- en gedragsregels die van de hoogopgeleide fiscalist een fiscale professional maken. Niet voor niets borrelt zo nu en dan de vraag op om het beroep van belastingadviseur wettelijk te reguleren zodat de professionaliteit van de beroepsgroep en de fiscale belangen van de belastingplichtige worden bewaakt. Toch hoéft dat niet: er zijn genoeg wettelijke mogelijkheden om onprofessionele vertegenwoordigers buiten de rechtszaal te houden en het is eerder uitzondering dan regel dat een adviseur zich zó abject en infaam gedraagt dat hij daarmee de grenzen van het betamelijke overschrijdt. Respectvolle en fatsoenlijke omgangsvormen zijn niet ouderwets, maar een basisvoorwaarde voor de menselijke interactie. Voor het verlenen van rechtsbijstand aan belastingplichtigen is het echter een absolute must, ook al is de frustratie over overheid en ambtenaren nog zo groot. Wederzijdse hoffelijkheid dient de rechtspraak en het imago van de beroepsgroep, maar natuurlijk vooral de belangen van de belastingplichtige wiens zaak onder de rechter is. Mr. Monique Ligtenberg Hoofdredacteur Fiscaal up to Date (www.futd.nl)

‘Kutland’, ‘charlatan’, ‘clown’: scheldende fiscalist krijgt rode kaart

21 augustus 2019 bron: mr-online.nl

Hij noemde Hoge Raad-president Maarten Feteris ‘een gekende crimineel,’ vond Nederland ‘een kutland’, betitelde de procesgemachtigde van de Belastingdienst als een ‘clown, geboren loser, charlatan en kennelijke boef’ en maakte het Gerechtshof Amsterdam uit voor een stelletje criminelen.

Klik hier voor meer informatie

Verneuken van rechten En om zijn populariteit bij de rechtsprekende macht nog wat op te vijzelen schold de fiscalist A.V. de Hoge Raad uit voor ‘de max op het gebied van verneuken van de rechten van belastingplichtigen’. En o ja, de belastinginspecteur was ‘Bennie Boef’. De gemachtigde in fiscale zaken zat beslist niet om zijn woordje verlegen tijdens de vele fiscale procedures die hij voerde. Dit tot afgrijzen van de belastingrechters die hun verbazing en verontwaardiging uitspraken over de scheldpartijen. Schofferen van magistraten De grofgebekte fiscalist, die vooral procedeerde over de autobelasting BPM, krijgt zijn eerste waarschuwing in 2018, van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hij zegt sorry, maar gaat later vrolijk door met het schofferen van magistraten. In 2019 krijgt hij zijn tweede waarschuwing, maar ook daarvan is hij niet onder de indruk. Totdat het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 16 augustus besluit dat het welletjes is geweest. Op basis van artikel 8:25 Awb wordt V. als bijstand verlenend gemachtigde geweigerd voor de cliënt in kwestie. Uit de motivering van het hof: “Het taalgebruik van de gemachtigde komt structureel in strijd met het in het maatschappelijk verkeer betamelijke.”

Keuren zonder afspraak bij de RDW stopt definitief (KZA) per 1-12-19

  bron: rdw.nl

Klanten kunnen digitaal afspraken maken bij alle keuringsstations van de RDW. Door processen digitaal te stroomlijnen wil RDW de klantbeleving optimaliseren.Voordeel voor de klant is de korte wachttijd op het keuringsstation.


 

BPM-tarieven vanaf 1 juli 2020 gebaseerd op nieuwe CO2-testmethode

11-7-19 bron: rijksoverheid.nl

Vanaf 1 juli 2020 zullen de bpm-tarieven voor auto’s gebaseerd worden op de nieuwe CO2-testmethode WLTP, die sinds 1 september 2018 verplicht is voor alle nieuw verkochte auto’s. De BPM-tarieven zullen budgettair neutraal worden omgerekend op basis van recent onderzoek van TNO. In overleg met de autobranche komt er een ruime overgangsperiode zodat de sector voldoende tijd heeft om zich er op voor te bereiden. Dit schrijft staatssecretaris Snel vandaag aan de Tweede Kamer.

Klik hier voor meer informatie

Hoeveel BPM autobezitters moeten betalen, hangt af van hoeveel CO2 een auto uitstoot en de tarieven van de BPM. Sinds 1 september 2018 is er een nieuwe CO2-testmethode voor personenauto’s: de Worldwide Harmonized Light Vehicle Test Procedure (WLTP). Deze methode geeft beter inzicht in het werkelijke brandstofverbruik en de CO2-uitstoot van personenauto’s dan de vorige methode. TNO heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de gevolgen van de nieuwe testmethode op de CO2-uitstoot van auto’s. Hieruit blijkt dat de CO2-uitstoot van auto’s onder deze nieuwe test gemiddeld hoger is. Aan de hand van de onderzoeksresultaten van TNO worden de CO2-tarieven van de BPM per 1 juli 2020 daarom zodanig naar beneden bijgesteld, dat de BPM-opbrengst alleen als gevolg van de nieuwe testmethode niet zal stijgen. Ook de gemiddelde BPM per auto zal naar verwachting ongeveer hetzelfde blijven. Wel kan het zijn dat de BPM op sommige auto’s hoger wordt terwijl de BPM op andere auto’s lager wordt. Vervuilender De stelling dat de BPM al in 2018 en 2019 gestegen zou zijn als gevolg van de nieuwe WLTP-testmethode wordt door het TNO-onderzoek ontkracht. Uit het onderzoek blijkt namelijk dat de BPM toename het gevolg is van het feit dat nieuw verkochte auto’s in deze jaren gemiddeld vervuilender zijn, doordat zij gemiddeld zwaarder zijn en meer motorvermogen hebben. Dat leidt tot een hogere CO2-uitstoot en dus een hogere BPM. Dit staat los van de nieuwe testmethode. Monitoren Het kabinet zal de ontwikkelingen scherp blijven monitoren. De omzetting wordt geregeld via een wetsvoorstel dat als onderdeel van het pakket Belastingplan op Prinsjesdag naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. De branche heeft vervolgens een half jaar om zich voor te bereiden.

Aanpak BTW-fraude door de RDW

17-6-19 bron: rdw.nl

In oktober 2018 is in Brussel een wijziging goedgekeurd van verordening No 904/2010 betreffende administratieve samenwerking en de bestrijding van BTW-fraude. De bijbehorende implementatieverordening is 30 april 2019 aangenomen. Hierin wordt mogelijk gemaakt dat gegevens over voertuiggegevens en eigenaar/houdergegevens door de Europese RDW’s worden verstrekt aan Europese belastingautoriteiten. De internationale gegevensuitwisseling zal via EUCARIS verlopen. In Nederland zijn de belastingdienst en de RDW betrokken.


 

RDW controleert waarde bij import auto’s, één “antwoord” van de overheid

6-3-19 bron: ondernemersplein.kvk.nl 

Wat verandert er? Importeert u tweedehands auto’s? De getaxeerde waarde van geïmporteerde tweedehands auto’s wordt in de toekomst onafhankelijk gecontroleerd door de RDW. Bij geïmporteerde tweedehands auto’s hangt de belasting op personenauto’s en motorrijwielen (bpm) af van de waarde van de auto. De nieuwe maatregel houdt in dat de waarde van de auto onafhankelijk wordt gecontroleerd voordat er aangifte bpm kan worden gedaan. 

Klik hier voor meer informatie

Voor wie?importeurs van auto’staxateursbelastingadviseursWanneer?Wanneer de wijziging ingaat, is nog niet bekend.Let op: De ingangsdatum van deze (wets)wijziging is nog niet definitief. Inwerkingtreding is afhankelijk van goedkeuring door de Tweede en Eerste Kamer of afkondiging van de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) of ministeriële regeling én publicatie in het Staatsblad of de Staatscourant.

Geen hogere waardevermindering dan 72% bij schade

22-3-19 bron: taxlive.nl (uitspraak)

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de handelsinkoopwaarde niet te hoog is vastgesteld, aangezien is uitgesloten dat op vergelijkbare auto’s op de Nederlandse markt nog minder BPM rust.

Klik hier voor meer informatie

X bv doet BPM-aangifte voor negen personenauto’s met schade. Eén bezwaar is gegrond verklaard vanwege het alsnog toepassen van een extra leeftijdskorting. De inspecteur beroept zich op interne compensatie omdat met meer dan 72% waardevermindering als gevolg van schade rekening is gehouden. De meeste auto’s zijn getaxeerd door eerst 80% van de gemiddelde vraagprijs van drie onbeschadigde referentie-auto’s te nemen. Vervolgens is de schade steeds volledig afgetrokken, tenzij de aftrek zou leiden tot een zeer lage waarde of zelfs een negatieve waarde. Rechtbank Gelderland oordeelt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, aangezien is uitgesloten dat op vergelijkbare auto’s op de Nederlandse markt nog minder BPM rust. Het feit dat door tijdsverloop de verschuldigde BPM bij één auto lager is geworden, is niet het gevolg van onrechtmatigheid van de inspecteur. Weliswaar verplicht de wet tot voldoening voorafgaand aan de registratie, maar het is aannemelijk dat de registratie in dit geval toch binnen vijf werkdagen na de voldoening had kunnen plaatsvinden. Er is dus terecht geen bezwaarkostenvergoeding toegekend. De beroepen van X bv zijn ook voor het overige ongegrond.

Geen BPM-naheffing voor schade-auto met (WOK) essentiële gebreken

28-2-19 bron: taxlive.nl (uitspraak)

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de waardestijging van de auto door het herstel van de (WOK) essentiële gebreken ten onrechte wordt onderworpen aan de heffing. Het is hierdoor namelijk aantrekkelijker om een auto met essentiële gebreken in Nederland te kopen dan in een andere EU-lidstaat.

Klik hier voor meer informatie

De heer X koopt in een andere EU-lidstaat een gebruikte Audi Q3 2.0 TFSI Quattro met schade. In januari 2015 wil X hier BPM-aangifte doen, maar een medewerker van RDW weigert het betreffende formulier af te geven vanwege de ‘essentiële gebreken’ die de auto op dat moment heeft. Na herstel daarvan en goedkeuring door de RDW doet X aangifte en voldoet € 2388 aan BPM. Volgens de inspecteur kan de BPM-vermindering pas worden vastgesteld als de essentiële gebreken zijn hersteld (art. 8 lid 3 Uitvoeringsregeling BPM 1992, tekst 2016). In geschil is de naheffingsaanslag van € 2827. X stelt dat deze strijdig is met art. 110 VWEU. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de waardestijging door het herstel van de essentiële gebreken ten onrechte wordt onderworpen aan de heffing. Het is hierdoor namelijk aantrekkelijker om een auto met essentiële gebreken in Nederland te kopen dan in een andere EU-lidstaat. Tussen partijen is niet in geschil dat bij onverbindendheid van art. 8 lid 3 de naheffingsaanslag moet worden vernietigd. Het artikel kan mogelijk ook zo worden uitgelegd dat het alleen bepaalt wanneer de vermindering wordt vastgesteld en dus niet ziet op de omvang van de vermindering, maar dat is niet door de inspecteur gesteld. Het beroep van X is gegrond. X stelt vergeefs ook recht te hebben op een teruggaaf in verband met de voldoening op aangifte. Tegen de voldoening op aangifte is door hem namelijk geen bezwaar gemaakt.

Ook een WOK auto schrijft af op de BPM (taxatierapport)

auteur:G. Schippers

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 24 Augustus de uitspraak gedaan, dat een auto met een WOK ook afschrijft op de BPM d.m.v. een TAXATIERAPPORT!

Fake News! bestaat dus écht… ‘Sjoemelen met auto-import wordt moeilijker: kabinet pakt ‘boefjes’​ aan’​

31-01-2019 auteur: F. Bolsenbroek: bron: linkedin.com

Wat een schandelijk bericht zojuist op RTL Nieuws! De NOS laat zich er vooralsnog niet voor lenen. Menno Snel komt dus kennelijk af met de ‘onafhankelijke taxatie’, uitgevoerd door de ‘onafhankelijke overheid’ waarbij hij zelf aangeeft dat dit ‘meer BPM oplevert’. Gaat de RDW dit dan uitvoeren?

Klik hier voor meer informatie

Grootste giller in dit bericht/nieuw item was wel het tonen van een auto waarvan de deur van de kennelijk als schadeauto ingevoerde auto geschuurd en geplamuurd maar nog niet gespoten was. Dat IS een stukje waardevermindering dat nog maar een schamel BPM voordeeltje oplevert. De onwetende importeur was kennelijk -en onterecht- bang voor een WOK melding en communicatie. Dat effect is al door mij geëlimineerd en bestaat niet meer. Een schadeauto kan gewoon worden ingevoerd en het WOK gegeven wordt NIET meer gecommuniceerd. De importeur in kwestie is gewoon bestolen van zijn extra BPM ‘voordeel’ (lees: zijn EU recht!) op BPM afdracht op basis van de werkelijke waarde van de auto ten tijd van het overschrijden van de landsgrens. En vervolgens vertelt meneer Dietz van de RDW dat er vaak getracht wordt BPM te ontduiken ‘door een aircoknopje te verwijderen’. Wanneer je dat als RDW-er beweert, sta je anno 2019 toch wel héél ver van de RDW werkvloer verwijderd. Dan ben je gewoon een regelrechte ‘anti-import-populist’ die het liedje van Menno Snel fluit om een kennelijke opdracht van -toch al- je broodheer in de wacht te slepen. Zo oprecht is de RDW niet gebleken in het verleden. Regelmatig -zie ook de ‘misleidende WOK publicatie (eigen woorden RDW), de al eerder verboden keuring van importauto’s (identificeren mag), de discutabele (thans in geschil) vergoeding voor die identificatie, de jaren geleden afgeschafte wachttijd voor de import en ga zo maar door. Iemand ooit een excuus gehad? Echter: voor iédere oplossing wordt wel weer een nieuw probleem bedacht. Wordt er dan niet gesjoemeld? Ja… er wordt gesjoemeld! Maar waar wordt dat niet? Politici sjoemelen, autofabrieken werden beroemd en verdoemd door sjoemelen, sommige RDW-ers sjoemelen met vriendjes en de ene taxateur neemt t nauwer met de redelijkheid dan de andere. En sjoemel zo nog maar even door… Praat ik dat daarmee goed? Nee, zeker niet! Maar ik wil het wel graag nuanceren. Als taxateur van vele duizenden importauto’s wil ik mijn klanten niet in een kwaad daglicht gesteld zien worden. Natuurlijk gaan ook wij voor het maximale voordeel voor onze klanten. Daarbij zijn wij niet bang … Maar is dat raar? Sjoemelen wij dan? Geen sprake van! Ik verwacht van mijn accountant dat hij mijn belastingaangiften zodanig opstelt dat ik niet meer dan noodzakelijk en niet minder dan rechtvaardig mijn zakelijke belastingen afdraag. Sjoemelt die dan om dat doel te bereiken? Tuurlijk niet. Importeurs zien de taxateurs als belastingadviseurs. Dat wil de overheid niet en dat ‘mogen’ we niet zijn, maar het effect van ons werk leidt nu eenmaal tot die opinie. Maar wàt is de omvang van ‘het gesjoemel’? Dat weet niemand! Als het in deze uitzending getoonde ‘gesjoemel’ als sjoemelen betitelt wordt; wat blijft er dan over aan wérkelijk gesjoemel? Het is in mijn overtuiging een vorm van afgunst door bepaalde ambtenaren die niet bestaande ‘woekerwinsten’ vermoeden, zonder daarvoor aanwijzingen te hebben, laat staan er goéd onderzoek naar hebben gedaan. Feiten wéét men simpelweg niet. De overheid wéét niet een hoeveel geld aan proceskosten in dit kader wordt betaald. Vaak wordt t ook niet eens betaald ondanks de executoriale titel (uitspraak rechtbank/hof), maar dat is iets anders. Ook daarvoor gaan we dan wéér de strijd aan. Het is toch van de zotte dat er geroepen wordt, maar niéts maar dan ook niéts wordt onderbouwd. De autobranche wordt telkens in kwaad daglicht gesteld. En als je importeert dan moet je wel héél slecht zijn! Probleem is dat de overheid niet mét de taxateurs-organisaties praat maar wel over de taxateurs. Ik heb hemel en aarde bewogen om ons werk te mogen toelichten. We komen daarbij niet verder dan uitsluitend bij de rechtspraak. Het is daadwerkelijk té zot voor woorden! Wij zien uit naar de ‘oplossing’ tegen het vermeende sjoemelen. Het zal wel weer een oplossing worden waar een nieuw probleem uit ontstaat. De overheid heeft diepe zakken om te procederen en tijd genoeg. H.H. Importeurs: laat je niet ontmoedigen door dit FAKE NEWS! Het bestaat dus echt als manipulatief instrument! Shocking …. https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/politiek/artikel/4594211/sjoemelen-met-import-wordt-moeilijker-kabinet-pakt-boefjes-aan

Na schade aan uw auto weer de weg op (Beëindiging WOK melding in kentekenregister)

bron: rdw.nl(aanklikbaar!)

“Als de auto is goedgekeurd, beëindigt de RDW de zogenoemde ‘Wachten op keuren’ (WOK)-melding in het kentekenregister. Zodra deze melding is verwijderd in het register mag u weer met de auto rijden, niet eerder.”

Klik hier voor meer informatie

Heeft u een aanrijding met schade gehad of zijn er technische gebreken aan uw voertuig vastgesteld? Dan kan de politie of de verzekeringsmaatschappij een melding in het RDW-kentekenregister laten zetten dat uw auto niet meer op de openbare weg mag rijden. Deze melding heet ‘Wachten op keuren’(WOK). Wat kunt u doen? Keuringsafspraak maken U ontvangt een brief van de RDW dat u niet meer met uw auto op de openbare weg mag rijden totdat de auto is gerepareerd en goedgekeurd. De voertuigverplichtingen lopen gewoon door. Schadekeuring Om weer met het voertuig op de weg te mogen rijden, moet u de auto laten repareren en daarna laten keuren bij de RDW. Uw auto krijgt dan een schadekeuring. Op de dag van de keuringsafspraak bij de RDW mag u met uw auto op de openbare weg rijden. Dit geldt alleen voor de kortste route van uw huisadres naar het keuringsstation en van het keuringsstation naar uw huisadres. Bij de schadekeuring controleert de RDW of de schade deugdelijk is gerepareerd en doet de RDW een meting om de maten van de carrosserie te vergelijken met de oorspronkelijke fabrieksgegevens. De RDW controleert ook de wieluitlijning. Hiervoor moet u alle beplating aan de onderkant van de auto verwijderen. Heeft uw auto aanzienlijke schade gehad dan is het verstandig om vóór de keuring de uitlijning te (laten) controleren en zo nodig te (laten) corrigeren. Waar kunt u terecht voor een schadekeuring Een auto tot en met 3500 kg kunt u alleen laten keuren bij de RDW-keuringsstations in Amsterdam, Arnhem, Den Bosch, Elsloo, Veldhoven, Zwijndrecht of Zwolle. Deze keuringsstations hebben de juiste apparatuur om uw auto te keuren. Afspraak maken voor schadekeuring Hier leest u wat u moet doen om na reparatie van de schade weer te mogen rijden: Ga naar Keuringsafspraak maken en maak online een keuringsafspraak. Kies bij ‘selecteer uw keuring’ voor ‘Schadekeuring’. U betaalt de kosten contant of met pin op het keuringsstation. Uw auto wordt gekeurd op technische eisen. Als de auto is goedgekeurd, beëindigt de RDW de zogenoemde ‘Wachten op keuren’ (WOK)-melding in het kentekenregister. Zodra deze melding is verwijderd in het register mag u weer met de auto rijden, niet eerder. U ontvangt een brief van de RDW met de bevestiging dat u weer mag rijden. U kunt dit zelf ook bekijken door uw kenteken in te voeren in de RDW-dienst ‘Voertuiggegevens opvragen’. Het bestaande kentekenbewijs is weer geldig. Als er ook een wijziging aan het voertuig is, van een item dat op de kentekencard staat bijvoorbeeld een kleurwijziging, dan ontvangt u ook een nieuwe kentekencard. Ook APK De RDW keurt uw auto niet automatisch voor de APK. Als u uw auto ook direct voor de APK wilt laten keuren, dan moet u dit duidelijk aangeven als u de afspraak maakt. Hieraan zijn extra kosten verbonden. Kosten De kosten die u op het keuringsstation betaalt zijn de kosten voor de schadekeuring. Laat u ook een APK doen, dan komen die kosten erbij. Auto’s met een gewicht t/m 3500 kg: Omschrijving 2018 2019 Schadekeuring voertuig licht €42,00 €42,00 Herafgifte/activering KB voertuig licht €64,00 €64,00 Periodieke keuring APK voertuig licht €57,00 €57,00

Vermoeden van duurzaam gebruik weg in Nederland; terechte BPM-naheffing en boete

bron: accountantweek.nl (uitspraak)

De belastinginspecteur heeft een vermoeden van duurzaam gebruik van de weg in Nederland voldoende onderbouwd, zo oordeelt Rechtbank Gelderland. De naheffingsaanslag BPM en boete zijn terecht opgelegd.

Klik hier voor meer informatie

Belanghebbende (X) woonde in het jaar 2015 in Nederland. Hij is op 12 oktober 2015 en 23 oktober 2015 gesignaleerd in een Mercedes met een Duits kenteken. Het betrof beide keren dezelfde auto. Ter zake van de constatering van het gebruik van de Nederlandse weg op 12 oktober 2015 is aan X een naheffingsaanslag BPM en verzuimboete opgelegd. X stelt dat de naheffingsaanslag en de boete dienen te worden vernietigd, omdat hij de auto niet duurzaam in Nederland heeft gebruikt. Volgens Rechtbank Gelderland heeft de Inspecteur een vermoeden van duurzaam gebruik voldoende onderbouwd door te wijzen op beide signaleringen en het feit dat X niet heeft gereageerd op een kennisgeving. X slaagt er niet in dit vermoeden te ontzenuwen. De aanslag is ook niet in strijd met het verbod van willekeur en het vertrouwensbeginsel opgelegd. Voor wat betreft de verzuimboete is het feit dat X niet vermoedde dat het gebruik van de auto in Nederland tot belastingplicht zou leiden, onvoldoende om te concluderen tot afwezigheid van alle schuld. De naheffingsaanslag en boete zijn terecht opgelegd.

Wanneer is een weg openbaar in de zin van de Wegenwet?

bron: dirkzwager.nl (uitspraak)

De Wegenwet is van toepassing op openbare wegen, maar wanneer is een weg openbaar? Bij uitspraak van 26 augustus 2013 heeft de Rechtbank Amsterdam de bekende criteria weer eens uiteengezet. Een weg is voor een ieder toegankelijk indien er sprake is van vrije toegankelijkheid van de weg. Van vrije toegankelijkheid is sprake indien de eigenaar van de grond waarop de weg is gelegen het gebruik van de weg door het publiek heeft toegelaten. 

Klik hier voor meer informatie

Openbare weg in de zin van de Wegenwet Artikel 1 van de Wegenwet bepaalt dat die wet uitsluitend van toepassing is op openbare wegen. Deze definitie bestaat uit twee elementen. In mijn andere artikel over deze rechtbankuitspraak heb ik toegelicht wanneer een weg een ‘weg’ is in de zin van de Wegenwet. Dit artikel behandelt de openbaarheid van de weg. De Wegenwet regelt in artikel 4 duidelijk wanneer een weg een openbare weg is. Een weg is openbaar: I. wanneer deze gedurende dertig achtereenvolgende jaren (na 1902) voor een ieder toegankelijk is geweest; II wanneer deze gedurende tien achtereenvolgende jaren (na 1902) voor een ieder toegankelijk is geweest en tevens is onderhouden door rijk/provincie/gemeente/waterschap; III. wanneer de rechthebbende aan de weg de bestemming van openbare weg heeft gegeven. Voor een ieder toegankelijk Een weg is voor een ieder toegankelijk indien er sprake is van vrije toegankelijkheid van de weg. Van vrije toegankelijkheid is sprake indien de eigenaar van de grond waarop de weg is gelegen het gebruik van de weg door het publiek heeft toegelaten. Dit is bijvoorbeeld niet het geval wanneer de eigenaar de weg feitelijk afsluit met een hek. Om openbaarheid te voorkomen hoeft de eigenaar van de weg deze niet geheel af te sluiten. De eigenaar kan ook kenbaar maken dat de weg ‘slechts ter bede voor een ieder toegankelijk is’ als bedoeld in artikel 4 lid 2 Wegenwet. Dit kenbaar maken kan door het plaatsen van borden met teksten als ‘eigen weg’ of ‘particuliere weg’. Let op het stellen van voorwaarden aan de toegankelijkheid, zoals ‘verboden toegang tussen zonsondergang en zonsopkomst’ maakt volgens de Afdeling niet dat de weg slechts ter bede toegankelijk is. Een bord met de tekst ‘eigen weg’ kan dus voorkomen dat een weg openbaar wordt. Is een weg eenmaal openbaar geworden dan zorgt een later geplaatst bord met de tekst ‘eigen weg’ er niet meer voor dat deze openbaarheid alsnog ongedaan wordt gemaakt. Het bord is dan dus te laat om doel te treffen. Onderhoud De verjaringstermijn waarin een voor een ieder toegankelijke weg openbaar wordt, wordt verkort van dertig naar tien jaren indien de weg gedurende deze periode door het rijk, de provincie, de gemeente of het waterschap is onderhouden. Om te spreken van onderhoud gedurende tien jaren is niet nodig dat er structureel daadwerkelijk onderhoud aan de weg is verricht. Voor ‘onderhoud’ is voldoende dat een weg is opgenomen in een gemeentelijk onderhoudssysteem op grond waarvan de gemeente daadwerkelijk controles verricht. Bewijslast Uit vaste rechtspraak van de Afdeling, bijvoorbeeld de uitspraak van 13 februari 2008, volgt dat degene die zich in een bestuursrechtelijke procedure beroept op de openbaarheid van een weg, die openbaarheid aannemelijk moet maken. Let op: in een civiele procedure kan dit afhankelijk van de ingestelde vorderingen anders zijn. Bestemming van openbare weg De eigenaar van een weg kan aan die weg de bestemming openbare weg geven. Indien dit is gebeurd voor 1932 dan is de weg daarmee openbaar geworden. Na 1932 is de medewerking vereist van de raad van de gemeente(n) waarbinnen de weg is gelegen. De eigenaar van de weg kan aan de gemeenteraad een verzoek doen tot medewerking aan de bestemming tot openbare weg. Gevolgen openbaarheid Het openbaar worden van een weg is niet zonder gevolgen. Door het openbaar worden van een weg is de Wegenwet op die weg van toepassing. Dit heeft onder meer als gevolg dat de gemeente in beginsel ervoor moet zorgen dat de weg in goede staat moet blijven verkeren en dus feitelijke openbaar moet blijven en voldoende moet worden onderhouden. Verder heeft de eigenaar van een openbare weg alle verkeer over de weg te dulden voor zover dit niet door de aard van de weg (bijv. een voetpad) of wetgeving (bijv. ´verboden voor motorvoertuigen´) wordt beperkt. De gevolgen van het openbaar worden van een weg kunnen verder strekken dan de Wegenwet alleen. In de uitspraak van 26 augustus 2013 van de Rechtbank Amsterdam werd een weg als oriëntatiepunt voor rooilijnen als bedoeld in de lokale bouwverordening beschouwd, omdat het een openbare weg in de zin van de Wegenwet betrof. Kortom of een weg openbaar is in de zin van de Wegenwet volgt uit artikel 4 van de Wegenwet. Een weg is openbaar door toegankelijkheid voor een ieder gedurende dertig jaren of tien jaren + onderhoud. Een eigenaar kan een weg ook bestemmen tot openbare weg, maar daartoe is tegenwoordig wel de medewerking van de gemeenteraad vereist. Heeft u vragen over de openbaarheid van wegen of het onderhoud van wegen? Neemt u dan contact op mr. W. Leistra, advocaat wegenwet mr. W. Leistra is sinds 1 april 2016 niet meer werkzaam bij Dirkzwager Advocaten

Traxio waarschuwt voor sloop nieuwe auto’s door WLTP

29 augustus 2018 15:10 bron: automotive-management.nl

De Belgische branchevereniging vreest dat een reeks nieuwe auto’s buiten de WLTP-overgangsregeling vallen en daarom moeten worden gesloopt of naar buiten de EU moeten worden geëxporteerd.

Klik hier voor meer informatie

Per 1 september mogen binnen de EU geen auto’s meer worden toegelaten die niet voldoen aan de WLTP-regelgeving. In België waarschuwt Traxio (voorheen Federauto) nu voor het waardeloos worden van een aantal nog niet ingeschreven NEDC-auto’s. Dat zijn auto’s die nog onder de vorige NEDC-emissietest zijn geproduceerd. De Belgische overheid heeft weliswaar een End of Series (restantregeling) ingesteld, maar deze geldt enkel voor erkende auto-importeurs en is beperkt wat betreft de aantallen. Enkele honderden auto’s “Wij constateren dat er nog ongebruikte auto’s bij particulieren en autobedrijven staan die niet zijn toegelaten”, stelt Philippe Decrock, woordvoerder van Traxio. Hij schat in dat het om enkele honderden voertuigen gaat. “Na 1 september resteert nog enkel sloop of export naar landen buiten de EU voor deze ongebruikte auto’s.” Traxio, dat circa vierduizend autobedrijven vertegenwoordigt, heeft volgens Decrock uitgebreid gesproken met DIV, de Belgische RDW. “Maar wij merken dat de standpunten enkel verharden”, vertelt Decrock aan Automotive. “Zelfs de achterdeur van toelating als tweedehands auto’s is nu gesloten. Daarom luiden wij nu de noodklok. Bedrijven en particulieren moeten voor 1 september toelating vragen, of lopen het risico dat het daarna niet meer mogelijk is.” Kostbare zaak Het inschrijven van auto’s zonder ze te gebruiken gaat ten koste van veel marge, stelt Traxio. Bij inschrijving moeten de nodige belastingen worden betaald, waaronder een vol jaar wegenbelasting. Voor particulieren die hun auto om enige reden nog niet wensen te gebruiken, of voor autobedrijven die een auto nog niet hebben verkocht, is dat een kostbare zaak, stelt Decrock, die hoopt dat de DIV uiteindelijk toch nog met een regeling komt. Nederland In Nederland bestaat een ruimere restantregeling om na invoering van de WLTP de NEDC-voorraden weg te werken. Alle auto’s die voor juni zijn geproduceerd kunnen worden aangemeld volgens de Nederlandse regels. Deze auto’s kunnen tot volgend jaar verkocht worden. Volgens de RAI Vereniging zijn er kleine plukjes auto’s die tussen de Nederlandse restantvoorraadregeling en de WLTP-deadline vallen. “Maar als deze auto’s voor 1 september worden geregistreerd, kunnen ze gewoon worden verkocht”, zegt Wijnand de Geus, secretaris van de afdeling Auto’s. “Wij hebben hier veelvuldig contact over gehad met onze leden en vermoeden dat het probleem meevalt.” Vergeten Story Auto, een bedrijf dat grote partijen auto’s opkoopt, krijgt regelmatig auto’s aangeboden die tussen de regelingen vallen. “Dat zijn auto’s die vergeten zijn, of de partij die de auto gekocht heeft mag de auto niet aanmelden, dat mogen vaak alleen importeurs. Wij hebben deze auto’s nu allemaal in Duitsland geregistreerd. Van daaruit gaan we ze verkopen”, zegt dga Robert Story. Overigens komen ook importeurs nu tot opvallende ontdekkingen, meldt Story. “Wij krijgen nu auto’s aangeboden die nog Euro 5 zijn. Die zijn ze simpelweg kwijtgeraakt en komen nu boven water. Die auto’s gaan veelal naar Noord- en Oost Afrika. Een overgang zoals die we nu hebben met de WLTP levert ons altijd veel extra handel op.”

Toonplicht BPM-auto in Soesterberg is proportioneel

31-7-18 bron: taxlive.nl (uitspraak)

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in hoger beroep dat de uitnodiging om de auto in Soesterberg te tonen, zijnde een enkele reis 51 km, bij afwezigheid van bijzondere omstandigheden niet disproportioneel of willekeurig is. Het feit dat de heer X geen handelaarskentekens van een vriend kon lenen, is geen reden om geen gehoor te geven aan de oproep.

Klik hier voor meer informatie

De heer X koopt in een andere EU-lidstaat een Volkswagen Golf 2.0 GTD voor € 14.750 exclusief btw. De auto heeft ten tijde van de BPM-aangifte een leeftijd van 4 jaar en zeven maanden en de km-stand is 156.822. Volgens het bijgevoegde taxatierapport is de handelsinkoopwaarde € 4978, zijnde de koerslijstwaarde van € 11.832 minus schade van € 6854. Na de aangifte krijgt X bericht dat hij de auto in Soesterberg moet tonen. X weigert hieraan gevolg te geven, In geschil is de BPM-naheffing van € 1580. Rechtbank Gelderland stelt de inspecteur in het gelijk. X gaat in hoger beroep. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de uitnodiging de auto in Soesterberg te tonen, zijnde een enkele reis 51 km, bij afwezigheid van bijzondere omstandigheden niet disproportioneel of willekeurig is. Het feit dat X geen handelaarskentekens van een vriend kon lenen, is geen reden om geen gehoor te geven aan de oproep. Op grond van foto’s en de schadecalculatie is aannemelijk dat de auto lichte schade heeft, maar niet tot de door X gestelde omvang. In goede justitie wordt de schade vastgesteld op € 1000 (inclusief btw). Hiervan is 72% aftrekbaar op de handelsinkoopwaarde. De naheffing wordt verminderd tot € 1414. Het beroep van X is

Voertuiggegevens importkeuring weer te krijgen bij RDW (werkorder t.b.v. bpm-aangifte)

2-11-18 bron: bovag.nl

RDW verstrekt de voertuiggegevens bij een importkeuring sinds half september rechtstreeks, digitaal aan de Belastingdienst. Daarmee is de brief met voertuiggegevens voor de importerende partij (bedrijf, particulier etc.) komen te vervallen. En dat is erg onhandig voor het doen van de correcte aangifte en de verrekening van de btw met de Duitse verkoper. Na overleg tussen BOVAG, Belastingdienst en RDW is nu geregeld dat de brief met voertuiggegevens door de importerende partij sinds deze week op te vragen is bij RDW.

Klik hier voor meer informatie

De Belastingdienst is bezig met automatisering van het aangifteproces BPM. Sinds 1 november moet de aangifte worden uitgeprint en verzonden naar de Belastingdienst. De bekende brievenbus bij het RDW keuringsstation verdwijnt. De brief wordt gezonden naar de Belastingdienst en daar ingescand en vervolgens geautomatiseerd verwerkt. Brief vervalt De RDW identificeert het voertuig en geeft sinds half september de gegevens van de auto digitaal door aan de Belastingdienst. Vanaf half september is de brief met voertuiggegevens voor de importerende partij (bedrijf, particulier etc.) komen te vervallen. Deze is immers al digitaal verzonden aan de belastingdienst. Dat is echter vervelend voor degene die de auto heeft geïmporteerd, bijvoorbeeld een BOVAG-autobedrijf. Doordat die niet langer beschikt over de vereiste gegevens uit de brief, is het doen van een correcte BPM-aangifte lastig en controle op wat er in het RDW-systeem komt (en waarover de Belastingdienst later belasting heft) zelfs onmogelijk. Ook zijn er negatieve gevolgen voor de afspraken over teruggave van te veel betaalde btw door de Duitse verkoper. Btw Wanneer een ondernemer een voertuig in Duitsland koopt, mag de verkopende partij het 0% btw-tarief toepassen als hij aan de Duitse Belastingdienst kan aantonen dat het om de verkoop van een voertuig gaat dat binnen Europa wordt geregistreerd. De Duitse ondernemer wil niet het risico lopen op een naheffing van de btw doordat dat bewijs niet in orde is. Daarom is in de handel het gebruik ontstaan dat de Nederlandse koper een Duitse auto koopt en betaalt inclusief btw. Wanneer de Nederlandse koper de benodigde papieren (waarmee de export kan worden aangetoond) naar de Duitse verkoper zendt, wordt het btw-bedrag op rekening van de Nederlandse koper teruggestort. Hiervoor werd altijd het formulier gebruikt dat tot 19 september na de keuring door de RDW aan de Nederlandse koper werd meegegeven. Nu moet het bewijs op een andere manier geleverd worden en dat duurt langer, waardoor het geld later terugkomt. Opvragen Toen dit signaal binnenkwam is BOVAG in gesprek gegaan met Belastingdienst en RDW over het niet meer verstrekken van de voertuiggegevens bij de importkeuring. Dat heeft er in geresulteerd dat het formulier vanaf deze week op verzoek weer te verkrijgen is bij de RDW. De RDW onderzoekt of na de importkeuring de voertuiggegevens in de toekomst per mail kunnen worden gezonden aan de partij die een gebruikt voertuig heeft geïmporteerd.

Geen omkering bewijstlast bij BPM-naheffing van slechts € 614 (De eigen aankoopprijs van X bv is voorts niet relevant)

6-6-17 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt in hoger beroep dat van het bedrag van € 614 niet kan worden gezegd dat dit op zich zelf beschouwd een aanzienlijk bedrag is, nog afgezien van de vraag of de door de inspecteur na bezwaar verdedigde BPM ook werkelijk is verschuldigd.

Klik hier voor meer informatie

Belanghebbende, X bv, doet in oktober 2012 BPM-aangifte terzake van een gebruikte personenauto uit 2009. X bv heeft de auto gekocht van een Nederlandse handelaar. Volgens de aangifte en het bijgevoegde taxatierapport is de handelsinkoopwaarde € 4.000, zijnde de verkoopwaarde van € 13.000 minus een handelsmarge van € 2.500 en schade van € 6.500. X bv voldoet aldus € 149 aan BPM. In geschil is of terecht een naheffingsaanslag van € 726 is opgelegd. Na bezwaar is deze verminderd tot € 614 op basis van het tussentijdse tarief van 2010 en een extra leeftijdskorting van 2,25%. Rechtbank Zeeland-West-Brabant vermindert de naheffing tot € 56, nadat de handelsinkoopwaarde in goede justitie is vastgesteld op € 1.043, uitgaande van de koerslijstwaarde van € 7.543 minus de schade van € 6.500. De inspecteur stelt in hoger beroep dat de bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard, omdat X bv niet de vereiste aangifte heeft gedaan. Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat van een bedrag van € 614 niet kan worden gezegd dat dit op zich zelf beschouwd een aanzienlijk bedrag is, nog afgezien van de vraag of de door de inspecteur na bezwaar verdedigde BPM ook werkelijk is verschuldigd. Om die reden kan reeds hierom niet worden vastgesteld dat de vereiste aangifte niet is gedaan. De inspecteur stelt ook vergeefs dat het EU-recht niet van toepassing is, omdat de auto van een Nederlandse handelaar is gekocht. De auto was op dat moment namelijk nog niet in Nederland geregistreerd. De eigen aankoopprijs van X bv is voorts niet relevant. Het gesloten wettelijke systeem kent dit begrip namelijk niet. Het beroep van de inspecteur is ook voor het overige ongegrond.

Geen U-bochtconstructie volgens A-G met nieuw in Nederland gekochte Porsche

18-6-18 bron: taxlive.nl (uitspraak)

A-G IJzerman is van mening dat de eerdere ingebruikname in Duitsland reële betekenis heeft, aangezien aldaar geen onbenullig aantal km’s met de auto is gereden.

Klik hier voor meer informatie

A bv koopt in januari 2012 een Porsche 911 3.8 Carrera S voor € 123.760. Op de factuur staat een km-stand van 10 vermeld. De auto is op dat moment niet geregistreerd in het Nederlandse kentekenregister en wordt de volgende dag overgebracht naar Duitsland. Het Duitse exportkenteken komt op naam te staan van de in Zwitserland wonende bestuurder van A bv. In februari 2012 doet X bv (belanghebbende) BPM-aangifte voor de auto. De km-stand is op dat moment 3.092. Volgens haar is het een gebruikte auto en is de verschuldigde BPM € 15.067. De daadwerkelijke registratie in Nederland vindt plaats op 8 februari 2012 en het kenteken komt op naam te staan van A bv. De inspecteur stelt dat het een nieuwe auto is en heft € 9.118 na. In geschil is of dat terecht is. Volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant maakt X bv niet aannemelijk dat ten tijde van de aangifte sprake was van een gebruikte auto. Aannemelijker is dat de eerste, buitenlandse, kentekenregistratie plaatsvond nadat de koopovereenkomst met A bv was gesloten, zijnde een U-bochtconstructie. Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt echter dat de inspecteur het oogmerk van X bv tot belastingbesparing als doorslaggevende reden niet aannemelijk maakt. Het enkele feit dat de periode tussen het tijdstip van aankoop en het tijdstip van registratie in Nederland kort is, is daarvoor namelijk onvoldoende. Ten tijde van de registratie heeft de auto als gebruikt te gelden. De naheffingsaanslag wordt vernietigd. De Staatssecretaris van Financiën gaat in cassatie. Advocaat-Generaal IJzerman is van mening dat de eerdere ingebruikname in Duitsland reële betekenis heeft, aangezien aldaar geen onbenullig aantal km’s is gereden. Volgens de A-G gaat het er niet om of een aanvankelijk nieuwe auto is voorbestemd om in een later stadium hoofdzakelijk op het Nederlandse grondgebied duurzaam te worden gebruikt. Naar zijn mening is de feitelijke toestand van de auto bij de registratie beslissend. In tegenstelling tot de klassieke U-bochtconstructie is een behoorlijk aantal km’s met de auto gereden. X bv claimt volgens de A-G vergeefs vergoeding van rente over de vermindering van de eerder betaalde naheffingsaanslag (zie HR 3 maart 2017, nr. 16/01176, V-N 2017/14.9). Hiertoe zal X bv zich dus tot de ontvanger moeten wenden. De conclusie strekt tot ongegrondverklaring van het beroep van de Staatssecretaris en het incidentele beroep in cassatie van X bv.

Vraag uw samenvatting voertuigbeoordeling na voertuigkeuring RDW (vroegere werkorder “Form. t.b.v. BPM-aangifte”) op!

auteur: G. Schippers

Controleer de juistheid van uw voertuiggegevens na een importkeuring door de RDW. Dit voorkomt misverstanden of onduidelijkheden voor zowel de invoerende partij, evenals voor de Belastingdienst en RDW. Klik op de foto hieronder voor een voorbeeld. Of op de button voor de hele foto.

Wat is de WLTP (CO2) en hoe werkt deze?

bron: wltp-info.nl

Laboratoriumtests zoals de Worldwide Harmonised Light Vehicle Test Procedure (WLTP) worden gebruikt om het brandstofverbruik, de CO2-uitstoot en de uitstoot van vervuilende stoffen van personenauto’s te meten. Onder testcondities die zijn vastgelegd in Europese wetgeving.

Klik hier voor meer informatie

De New European Driving Cycle (NEDC) stamt uit de jaren ’80 van de vorige eeuw. Door ontwikkelingen in autotechniek en rijomstandigheden is deze inmiddels sterk achterhaald. De Europese Unie ontwikkelde daarom een nieuwe test: de Worldwide Harmonised Light Vehicle Test Procedure (WLTP). De Europese auto-industrie verwelkomt deze nieuwe test en heeft actief bijgedragen aan de ontwikkeling daarvan. Terwijl de NEDC de testwaardes vaststelt op basis van een theoretisch rijprofiel, is de WLTP-cyclus ontwikkeld met behulp van realistische rijgegevens, die werden verzameld in de hele wereld. Daardoor geeft de WLTP veel beter het werkelijke gebruik van auto’s weer. De WLTP-rijcyclus is verdeeld in vier delen met verschillende gemiddelde snelheden: laag, gemiddeld, snel en zeer snel. Elk deel omvat een variatie aan rij-fasen, stops, acceleraties en remacties. Van elk bepaald type auto, wordt elke aandrijflijn (motor- en versnellingsbakcombinatie) getest, met een WLTP-uitkomst voor de auto in zijn lichtste versie (de meest zuinige) en zwaarste versie (minst zuinige). De WLTP werd ontwikkeld met het doel om gebruikt te worden als mondiale testcyclus voor diverse regio’s in de wereld. Zodat ook CO2-uitstoot en uitstoot van vervuilende stoffen op wereldschaal vergelijkbaar zouden zijn. Hoewel de WLTP inderdaad een wereldwijde gemeenschappelijke ‘kern’ heeft, zullen de EU en andere regio’s de test op verschillende wijzen toepassen, afhankelijk van hun wetgeving voor en behoeften bij hun wegverkeer.

Geen omkering van bewijs als aangegeven BPM 8,1% te laag is en niet voldoen aan toonplicht heeft niet automatisch gevolgen.

2-12-16 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

gerechtshofHof ‘s-Hertogenbosch oordeelt in hoger beroep dat omkering en verzwaring van de bewijslast zware gevolgen heeft, zodat niet te snel wordt geconcludeerd dat de vereiste aangifte niet is gedaan. Hoewel de uitnodiging van de inspecteur om de auto in Soest te laten hertaxeren als redelijk en proportioneel heeft te gelden, heeft het niet voldoen aan de toonplicht niet automatisch tot gevolg dat met geen enkele extra schade rekening kan worden gehouden.

Klik hier voor meer informatie

X koopt voor € 63.025 een gebruikte personenauto in Duitsland. Volgens de aangifte is de verschuldigde BPM € 33.540, uitgaande van de handelsinkoopwaarde van € 81.430 (waarde koerslijst € 88.740 minus de schade van € 7.310). In geschil is of de inspecteur terecht een naheffingsaanslag van € 2.974 heeft opgelegd. Volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant mag de schade apart gecalculeerd worden en in mindering worden gebracht op de koerslijstwaarde. Dit vereist echter wel dat de normale gebruikssporen en slijtage uit het schadebedrag worden geëlimineerd. X maakt niet aannemelijk dat de door haar berekende waarde juist is, althans lager is dan de waarde volgens de door haar gehanteerde koerslijst. X gaat in hoger beroep. Niet in geschil dat de rechtbank heeft verzuimd X een kostenvergoeding voor het horen in de bezwaarfase toe te kennen. Reeds om die reden is het hoger beroep gegrond. De inspecteur stelt dat X niet de vereiste aangifte heeft gedaan, met als gevolg omkering en verzwaring van de bewijslast (zie HR 30 oktober 2009, nr. 07/10513, V-N 2009/53.6 en HR 24 april 2015, nr. 14/04104, V-N 2015/21.4). Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat omkering en verzwaring van de bewijslast zware gevolgen heeft, zodat niet te snel wordt geconcludeerd dat de vereiste aangifte niet is gedaan. In casu is het verschil tussen de aangegeven en de veronderstelde werkelijk verschuldigde belasting 8,1%. Van een in relatieve zin aanzienlijk verschil is in beginsel pas sprake bij een verschil van 10% of meer. Aan de bewustheidstoets wordt ook niet voldaan. X mocht namelijk vertrouwen op de door haar ingeschakelde taxateur-deskundige. X mag voorts een mix hanteren van een koerslijst en de feitelijk getaxeerde schade. Hoewel de uitnodiging van de inspecteur om de auto in Soest te laten hertaxeren als redelijk en proportioneel heeft te gelden, heeft het niet voldoen aan de toonplicht niet automatisch tot gevolg dat met geen enkele extra schade rekening kan worden gehouden. In casu wordt de extra schade aan de hand van foto’s en in goede justitie vastgesteld op € 4.000, waardoor de handelsinkoopwaarde uitkomt op € 84.740. Het beroep van X is gegrond.

Door rit met nieuwe auto vanuit buitenland is deze bij aankomst niet nieuw meer

13-10-17 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de auto door de rit vanuit Hongarije meer dan ´niet of nauwelijks in gebruik´ is geweest. Bovendien wordt de auto op het moment van de registratie door het verstrijken van een kalenderjaar door de handel als zijnde een auto van één jaar oud aangemerkt.

Klik hier voor meer informatie

X is eigenaar van een BMW type 3L 320d Xdrive. De personenauto had vanaf 29 november 2013 een Hongaars kenteken. De auto is op 5 december 2013 door X gekocht. De auto was op dat moment nieuw. De auto is door X zelf rijdend naar Nederland overgebracht. De km-stand bij registratie in Nederland op 29 januari 2014 is 1.566. In de BPM-aangifte stelt X dat de auto gebruikt is. Volgens de inspecteur is het echter een nieuwe auto. In geschil is de BPM-naheffingsaanslag van € 3.673. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de auto door de rit vanuit Hongarije meer dan ´niet of nauwelijks in gebruik´ is geweest. Bovendien wordt de auto op het moment van de registratie door het verstrijken van een kalenderjaar door de handel als zijnde een auto van één jaar oud aangemerkt. Het maakt niet uit dat X vanaf de eerste registratie feitelijk de beschikkingsmacht over de auto had, de auto als nieuw in Hongarije heeft gekocht en zelf de betreffende km´s heeft gemaakt. Het belastbaar feit is namelijk de registratie in Nederland (verg. Hof ‘s-Hertogenbosch 20 april 2017, nr. 16/03781, V-N 2017/39.21). Het beroep van X is gegrond.

Autohandelaar krijgt 50% boete voor te lage BPM-aangifte

31-8-17 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de heer X wist dat de in het taxatierapport vermelde handelsinkoopwaarde aanzienlijk te laag was. Ook als een belastingplichtige zich laat bijstaan door een deskundig adviseur, mag namelijk van hem worden verwacht dat hij de feiten en omstandigheden en aannames die ten grondslag liggen aan het advies controleert.

Klik hier voor meer informatie

De heer X is een professionele autohandelaar en koopt een Volvo personenauto met schade voor € 11.000. In de BPM-aangifte is de waarde echter gesteld op (afgerond) € 2.500, zijnde de koerslijstwaarde van € 22.991, minus de schade van € 20.743. In geschil is de BPM-naheffingsaanslag van € 1.240, alsmede de vergrijpboete van € 620 wegens opzet. Rechtbank Gelderland oordeelt dat X wist dat de in het taxatierapport vermelde handelsinkoopwaarde aanzienlijk te laag was. Ook als een belastingplichtige zich laat bijstaan door een deskundige adviseur, mag namelijk van hem worden verwacht dat hij de feiten en omstandigheden en aannames die ten grondslag liggen aan het advies controleert. X moet zich er ook bewust van zijn geweest bij het doen van de aangifte dat de hoogte van de belasting is gerelateerd aan de waarde van de auto. De boete wordt verlaagd naar € 411, aangezien de handelsinkoopwaarde (met schade) is vastgesteld op € 10.000 en de naheffing daardoor uitkomt op € 822. Het beroep van X is deels gegrond.

Lagere BPM-naheffing door aanwezigheid van schade (2)

8-8-17 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in hoger beroep dat er wel meer schade is dan wat normale gebruikssporen, maar dat de geclaimde hoogte daarvan niet aannemelijk is gemaakt. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat er wel meer schade is dan wat normale gebruikssporen, maar dat de hoogte daarvan niet aannemelijk is gemaakt. Zo zijn de kosten van Nederlandse onderhoudsboeken en het programmeren van Nederlandse software ten onrechte opgevoerd als schadeposten en is het (interne) uurtarief van X bv bij het uitvoeren van de reparaties onduidelijk. De schade wordt vervolgens in goede justitie vastgesteld. Aangezien de boete uitsluitend is gemotiveerd met een beroep op (voorwaardelijk) opzet, wordt deze vernietigd.

Klik hier voor meer informatie

X bv doet in 2014 BPM-aangifte ter zake van een Volkswagen, Tiguan 2.0 TDI Sport & Style. De auto is op dat moment drie jaar en twee maanden oud, de km-stand is 123.357 en de auto verkeert behoudens de schade in normale staat. Volgens de aangifte is de handelsinkoopwaarde € 8.054, zijnde de koerslijstwaarde van € 16.241 minus de schade van € 8.187. Volgens de inspecteur heeft de auto echter slechts normale (lichte) gebruikssporen. In geschil is de naheffingsaanslag van € 1.753, alsmede de 50% boete. Rechtbank Noord-Nederland handhaaft de aanslag en de boete. X bv gaat in hoger beroep. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat er wel meer schade is dan wat normale gebruikssporen, maar dat de hoogte daarvan niet aannemelijk is gemaakt. Zo zijn de kosten van Nederlandse onderhoudsboeken en het programmeren van Nederlandse software ten onrechte opgevoerd als schadeposten en is het (interne) uurtarief van X bv bij het uitvoeren van de reparaties onduidelijk. In goede justitie wordt de schade vastgesteld op € 2.047 en de waardevermindering op € 1.474 (72%) daarvan. Vanwege de latere registratie claimt X bv ook terecht een extra leeftijdskorting van € 65. De inspecteur stelt ten onrechte dat X bv niet de vereiste aangifte heeft gedaan en dat de bewijslast daarom ten nadele van X bv moet worden omgekeerd en verzwaard. X bv is namelijk bijgestaan door een beëdigd taxateur en deze heeft de uitgebreide schadecalculatie opgesteld. Aangezien de boete door de inspecteur uitsluitend is gemotiveerd met een beroep op (voorwaardelijk) opzet, wordt deze vernietigd. Het beroep van X bv is deels gegrond. De aanslag wordt verminderd naar € 1.372.

Terecht extra leeftijdskorting ondanks dat de schade voorafgaand aan de registratie is hersteld

26-01-2018 bron: rechtspraak.nl

Verweerder heeft een beroep op interne compensatie gedaan. Hij stelt dat ten tijde van de registratie geen sprake was
van schade en dat om die reden te weinig BPM op aangifte is voldaan.. Ondanks herstel schade voorafgaand aan registratie recht op extra leeftijdskorting.

Klik hier voor meer informatie

Verweerder heeft een beroep op interne compensatie gedaan. Hij stelt dat ten tijde van de registratie geen sprake was van schade en dat om die reden te weinig BPM op aangifte is voldaan.De rechtbank volgt het standpunt van verweerder niet en verwijst daarvoor mede naar haar uitspraak van 12 juli 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:3691. Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 2 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7393, moet ervan worden uitgegaan dat het bedrag van de BPM na de registratie van een auto in gelijke mate daalt als de waarde in het economische verkeer van de referentieauto. Dit brengt mee dat op een zich reeds op de Nederlandse markt bevindende auto met schade wordt geacht een bedrag aan BPM te rusten dat evenredig is verminderd met de waarde in het economische verkeer van de auto. De schade heeft een waardedrukkend effect, en dus in dezelfde mate een verlagend effect op de BPM. Als de onderhavige auto zich al op de Nederlandse markt had bevonden, rustte daarop ten tijde van de aankoop niet meer dan € 7.798 BPM. Als een handelaar een zich op de Nederlandse markt bevindende auto met schade koopt, de schade herstelt en de auto vervolgens op naam stelt, bestaan de kosten voor de handelaar alleen uit de aanschafwaarde van de schadeauto (inclusief een laag bedrag aan BPM) en de herstelkosten. Ook na herstel, ten tijde van de tenaamstelling, rust op de auto nog steeds € 7.798 BPM. Er volgt immers na herstel geen naheffing van BPM. Als de handelaar een identieke auto op de buitenlandse markt koopt, mag de daarop rustende BPM niet hoger uitkomen, omdat anders sprake is van verstoring van de markt. Dat is in strijd met artikel 28 van het VWEU. Daarom dient voor de herstelde auto uitgegaan te worden van hetzelfde, lage bedrag aan BPM, dus rekening houdend met de waardevermindering als gevolg van schade.

Geen cassatie mogelijk op uitspraak Hof “begrip essentiële gebreken” (WOK) die beletten BPM-aangifte te doen”

30-9-2016 bron: uitspraken.nl

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Gesjoemel bij import auto’s, ‘schatkist loopt miljoenen mis’

18-11-2017 18:22 bron: rtlnieuws.nl

Door gesjoemel bij de import van auto’s loopt de schatkist grote bedragen aan belasting mis. Met allerlei trucs drukken importeurs de waarde van de auto. Dat scheelt volgens CDA-kamerlid Pieter Omtzigt tientallen en misschien zelfs honderden miljoenen euro’s aan belastinginkomsten.

Klik hier voor meer informatie

De import van auto’s blijft maar stijgen. Het aantal ingevoerde auto’s bereikt dit jaar een nieuw record van ruim 200.000, blijkt uit de laatste cijfers van de Rijksdienst voor het Wegverkeer die RTL Nieuws heeft opgevraagd. De stijging komt deels door een tekort aan compacte benzineauto’s in Nederland Vooral bij duurdere auto’s is ook een fors belastingvoordeel te halen. Dat komt door de aanschafbelasting, de bpm. In andere landen kennen ze deze belasting niet, waardoor auto’s duizenden euro’s goedkoper zijn. Importeer je een auto dan betaal je alsnog bpm, maar dat is dan over de waarde van de auto op dat moment. Dat scheelt enorm. Industrie Er zijn verschillende manieren om de belasting die je moet betalen te berekenen. En er is een hele industrie ontstaan van bedrijfjes die je helpen zo min mogelijk belasting te betalen. Zeker bij duurdere auto’s kan het lonen om niet uit te gaan van de boekwaarde van de auto maar een taxatie te laten uitvoeren. Heeft een auto schade, dan valt de waarde en dus ook de te betalen belasting lager uit. Rekenvoorbeeld: Als je in Nederland een auto koopt van 20.000 euro, is 3000 euro daarvan aanschafbelasting. In Duitsland of België, waar ze die belasting niet kennen, kost-ie dus maar 17.000 euro. Na twee jaar zijn ze allebei evenveel in prijs gedaald. De Nederlandse auto is dan nog 14.000 euro waard, de Duitse of Belgische nog 11.000 euro. Als je die importeert, betaal je daar alsnog belasting over, afhankelijk van de waarde die de auto nog heeft. En is dan bijvoorbeeld nog maar 2000 euro. Fraudegevoelig “Het systeem is fraudegevoelig”, zegt BOVAG-voorzitter Bertho Eckhardt. Sommigen gaan daar heel ver in, zien ze bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer. Bij keuringsstations zien ze auto’s waar bijvoorbeeld hele voorkanten af zijn gesloopt om de taxatiewaarde te drukken. “Zogenaamde nepschades”, zegt CDA-kamerlid Pieter Omtzigt. “Beschadigde deuren die er voor de taxatie in zijn gezet, hele ondiepe krasjes die zijn gemarkeerd om de waarde omlaag te krijgen, het is eindeloos wat ik aan trucs hoor.” Miljoenen Het is vaak moeilijk aan te tonen dat is gesjoemeld met de waarde van de auto. Eerdere aanscherpingen van de regels hebben nog weinig veranderd aan deze praktijken. De import van auto’s blijft maar stijgen. Bij een kwart van de auto’s wordt gekozen voor taxatie. De schatkist loopt volgens Omtzigt miljoenen mis door de ontweken en ontdoken belasting: “Zeker tientallen maar het kan ook honderden miljoenen zijn.” “Onwenselijk”, vindt ook het ministerie van Financiën, dat erkent dat makkelijk te sjoemelen valt met de waarde van de auto, waardoor de schatkist veel inkomsten misloopt. Staatssecretaris Menno Snel gaat kijken of hij het gesjoemel met de bpm kan stoppen. Maar het is ‘complexe materie’, waarschuwt hij. De Belastingdienst is bij pogingen om op te treden tegen dit soort praktijken al een aantal keer teruggefloten door de rechter.

Geen omkering van bewijslast voor autohandelaar

14-8-17 bron: taxlive.nl [Bron Uitspraak]

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in hoger beroep dat X bv ten tijde van het doen van de aangifte niet wist of zich ervan bewust moest zijn dat door haar aangifte de verschuldigde BPM zowel verhoudingsgewijs als in absolute zin aanzienlijk lager was dan de werkelijk verschuldigde BPM.

Klik hier voor meer informatie

X bv koopt in Duitsland een Volkswagen Golf GTI Edition 35 voor € 14.750 zonder btw. Volgens de BPM-aangifte is de auto ruim een jaar en zeven maanden oud. De km-stand is 34.936 en de auto verkeert behoudens de schade in normale staat. Volgens de aangifte is de handelsinkoopwaarde slechts € 1.221, zijnde de koerslijstwaarde van € 20.583 minus de schade van € 19.362. X b voldoet aldus € 352 aan BPM. X bv weigert om de auto in Soesterberg te tonen. De inspecteur stuurt daarom controle-ambtenaren naar X bv toe. Deze stellen vast dat er kop-staart schade is. De inspecteur bestrijdt vervolgens de hoogte van de schade. In geschil is de naheffingsaanslag van € 5.352. Rechtbank Noord-Nederland vermindert de aanslag naar € 4.030. X bv gaat in hoger beroep. De inspecteur stelt dat X bv niet de vereiste aangifte heeft gedaan, zodat de bewijslast moet worden omgekeerd. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat X bv ten tijde van het doen van de aangifte niet wist of zich ervan bewust moest zijn dat door haar aangifte de verschuldigde BPM zowel verhoudingsgewijs als in absolute zin aanzienlijk lager was dan de werkelijk verschuldigde BPM. De stelling van de inspecteur dat X handelt in tweedehandsauto’s en zelf veel meer voor de auto heeft betaald, is niet voldoende. De aangifte is namelijk gedaan aan de hand van een door een deskundige opgemaakt taxatierapport. Gelet op de ingewikkeldheid van de onderhavige problematiek kan redelijkerwijs ook niet worden gezegd dat de taxateur wist of zich ervan bewust moest zijn geweest dat door de aangifte te weinig BPM zou worden geheven. De schade wordt in goede justitie vastgesteld op € 15.000 inclusief btw en de waardevermindering op € 10.800 (72%) daarvan. De naheffing wordt verminderd naar € 2.505.

Herstel jonge schade-auto is 100% waardevermindering

17-3-17 bron: taxlive.nl (uitspraak)

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de waardevermindering van de auto gelijk is aan de schade omdat de auto hersteld zal worden naar nieuwstaat. 

Klik hier voor meer informatie

De heer X koopt een vijf maanden oude Mercedes C220 CDI met schade. X koopt de auto in het buitenland voor € 20.750,00 (exclusief btw). De historische consumentenprijs is € 53.025. Volgens de BPM-aangifte is de handelsinkoopwaarde € 11.048, zijnde de koerslijstwaarde minus de schade/herstelkosten van € 20.825 (incl. btw). X voldoet € 1.158 aan BPM. In geschil is of de inspecteur vervolgens terecht een naheffingsaanslag van € 1.939 heeft opgelegd. De 50% boete kan volgens de inspecteur vervallen. Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de waardevermindering van de auto gelijk is aan de schade van € 20.000 omdat de auto hersteld zal worden naar nieuwstaat. Het is namelijk een zeer jonge auto uit het hogere segment met een km-stand van slechts 19.652. X claimt ten onrechte aftrek voor het ‘rijklaar maken’ omdat de auto voor verhuur was bestemd en de kosten voor Nederlandstalige onderhoudsboekjes en software. Het beroep van X is gegrond. De aanslag wordt vernietigd, omdat X teveel BPM op aangifte heeft voldaan.

Hoi, klik voor Whatsapp!
Powered by