UPDATE NAHEFFINGSAANSLAGEN.

BRONVERMELDING:WWW.NETCAR.NL

 

De Belastingdienst legt sinds eind vorig jaar op redelijk forse schaal naheffingsaanslagen op aan particulieren en autohandelaren.

De redenen om 'na te heffen' zijn er velerlei, maar de meeste naheffingsaanslagen vallen onder de noemer 'niet geschoten is altijd mis' en 'de Belastingdienst moet de kas bewaken'.

De financiele belangen belopen miljoenen euro's. De hoogste naheffingsaanslag tot dusver is € 91.000,00 voor 1 auto! Het zal je maar overkomen als particulier...

Een fors aantal naheffingsaanslagen (de overgrote meerderheid) is absoluut onhoudbaar omdat het de Belastingdienst voorshands reeds volstrekt duidelijk moet zijn dat een tegen de naheffingsaanslag ingestelde procedure onmogelijk stand kan houden.

De redenen die iemand bij de Belastingdienst heeft verzonnen om meer geld van u te toucheren zijn legio en veelal ongelooflijk voor een normaal denkend mens.

Denk daarbij aan zeer forse naheffingsaanslagen (duizenden, vaak tienduizenden euro's per stuk!!) omdat b.v. de kilometerstand 79 kilometer afwijkt bij een auto die meer dan 120.000 km heeft gereden, u bij een controle 3 dagen in andermans auto heeft gereden (zeer forse bedragen, in weerwil met vaste rechtspraak van het HvJ EU), niet betaalde BPM die wordt nageheven terwijl een betaalbewijs is overlegd, etc. etc..

Werkelijk waanzinnig, voer voor psychiaters. Wat moet de honger bij de Belastingdienst toch groot zijn om de burger op deze wijze met deze omvang zo te proberen op te lichten.

Gevolg is wel dat u een procedure moet opstarten en u dus kosten moet maken. Niet zelden worden de procedures in het beleid van de Belastingdienst slechts gedeeltelijk toegewezen (om u opzettelijk schade toe te brengen, absoluut niets anders) en blijft u dus zitten met een restschade, onder het mom van 'we zullen u wel afleren om bezwaar te maken'.

Ook in die gevallen is de schade verhaalbaar, zij het dat het wederom een hele tour gaat worden, rechtbank, gerechtshof en niet zelden Hoge Raad.

Maar de Belastingdienst laat u geen keus. Ze schieten met hagel in de hoop iemand te raken en daar al dan niet onverschuldigd geld van betaald te krijgen.

Het komt mij voor alsof er gecalculeerd wordt nageheven. B.v. per 100 naheffingsaanslagen stelt 10 man te laat bezwaar in, 10 zullen eigenhandig gaan betalen, resteren 80 stuks, die wijzen we sowieso af in bezwaar, 50 zullen naar de rechtbank gaan, die wijst mogelijk ook e.e.a. af en dan is de helft al - al dan niet onverschuldigd - betaald.

Leg je, zoals mij ter ore is gekomen voor 8.000 gevallen een naheffingsaanslag op, dan krijg je er eenvoudigweg al 4.000 betaald in de bezwaarfase! Met bedragen die varieren van 1.000 - 100.000 euro, stel gemiddeld 5.000 euro, dus al weer 4.000 x 2.000 = 20.000.000 in de staatskas.... Maar ik denk dat het fors meer zal zijn, puur bedrog. Een wel zeer triestige vaststelling uiteraard.

Nu ben ik altijd al iemand geweest die niet veel op had met menigeen bij de Belastingdienst die zich bediende van dergelijke praktijken, maar dit slaat werkelijk alles.

Meld uw naheffingsaanslag tijdig aan, tenminste binnen 2 weken na dagtekening, wij zorgen voor een verzoek tot uitstel van betaling en maken naar nationale procesautonomie tijdig bezwaar. Heeft u de eerste slag alvast gewonnen in dit ronduit bedenkelijke 'spelletje'.

 

BPM 2013 soms gunstiger !

Het nieuwe BPM-regime 2013 is soms gunstiger om nog goedkoper kunnen importeren dan voorheen. De formule die alleen op de gecombineerde CO2-uitstoot gebaseerd is kan ook voor gebruikte auto’s zeer gunstig uitvallen zowel voor koerslijst import als tegenbewijs taxatie. Jonge auto’s van 1 maand jong tot 4 jaar oud met een relatief lage CO2-uitstoot en hoge nieuwprijs zijn de auto,s die het meest profiteren van het BPM-regime dat per 01-01-2013 gebruikt mag worden.

 

 

Tabellen tarieven BPM 2013

Tarieven benzineauto’s (inclusief aardgas en lpg)

 

Bij een CO2-uitstoot van meer dan

maar niet meer dan

bedraagt de belasting voor een personenauto die wordt aangedreven anders dan door een motor met compressieontsteking, het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde bedrag te vermenigvuldigen met het aantal gram/km CO2-uitstoot dat de in kolom I vermelde CO2-uitstoot te boven gaat

I

II

III

IV

-

95

0

0

95 gram/km

140

0

€ 125

140 gram/km

208

€ 5.625

€ 148

208 gram/km

229

€ 15.689

€ 276

229 gram/km

€ 21.485

€ 551

 

Tarieven dieselauto’s

 

Bij een CO2-uitstoot van meer dan

maar niet meer dan

bedraagt de belasting voor een personenauto die wordt aangedreven door een motor met een compressieontsteking het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde bedrag te vermenigvuldigen met het aantal gram/km CO2-uitstoot dat de in kolom I vermelde CO2-uitstoot te boven gaat

IIIIIIIV
-8800
88 gram/km1310

€ 125

131 gram/km192€ 5.375€ 148
192 gram/km215€ 14.403€ 276
215 gram/km-€ 20.751€ 551

 

Dieseltoeslag

De dieseltoeslag voor personenauto’s met een dieselmotor is € 56,13 per gram CO2-uitstoot boven de 70 gram CO2-uitstoot per kilometer.

Faciliteit Euro-6 dieselpersonenauto's

Nederland maakt gebruik van de mogelijkheid om Euro-6 dieselpersonenauto’s fiscaal te stimuleren. De stimulering mag blijven bestaan totdat de Euro-6 norm verplicht wordt (per 1 september 2015). Deze stimulering houdt in dat in 2013 voor een Euro-6 dieselpersonenauto een korting op de BPM geldt van € 500

 

 

BPM 2013: Veel onduidelijkheid bij Parallel Import

BRONVERMELDING:WWW.AUTOBRANCHESIGNALEN.NL

De heffingsgrondslag voor de BPM berekening 2013 wijzigt van deels Catalogusprijs en deels CO2 uitstoot naar een heffing op basis van alleen CO2 uitstoot. Dit leidt voor Parallel Importeurs tot grote onduidelijkheid. De Belastingtelefoon Auto geeft geen duidelijkheid. Dat stelt Frank Bolsenbroek van BBP in Heumen.


Bolsenbroek ontvangt dagelijks meerdere berichten van ongeruste inkopers van occasions uit het buitenland. “Volledig onnodig” volgens Bolsenbroek. De onrust is gebaseerd op de vraag: “Hoe zit het met de rest BPM volgend jaar?” Er wordt verondersteld dat de BPM Tabel (de maandelijkse afschrijving op de BPM) wordt afgeschaft. Ook wordt soms gedacht dat er geen aangifte meer gedaan kan worden met een koerslijst of taxatierapport. “Allemaal onterechte zorg” zegt Bolsenbroek.” Feitelijk verandert er helemaal niets! Sterker nog: Het kan er alleen maar beter op worden. Maar begrijpelijk is het wel. Het ligt voor de hand om met dergelijke vragen de Belastingtelefoon Auto te bellen. Daar zit echter weinig kennis. Stel je drie keer een zelfde vraag, ontvang je minimaal drie verschillende antwoorden en waarschijnlijk is er niet één juist. Op veel BPM aangiftepunten wordt die onrust nog eens versterkt door vreemde insinuaties en onjuiste voorspellingen.”
Niets aan de hand dus?
Nee! Wat gebeurt er dan feitelijke wél ? Het enige dat veranderd is de berekeningswijze waarop de Bruto BPM tot stand komt. Die is vanaf 2013 uitsluitend op de CO2 uitstoot gebaseerd. Onder aan de streep blijft de heffing gewoon Belasting Personenauto’s en Motorrijwielen heten. Vervolgens wordt de Bruto BPM –net als altijd- afgeschreven door de leeftijd en/of de staat van het voertuig. Daarvoor pas je de tabel, een koerslijst of een taxatierapport toe. Waardoor zou het dan aantrekkelijker kunnen worden? Bolsenbroek: “Doordat je voor een te importeren voertuig met de Rest BPM berekening mag aansluiten bij het moment van de meest gunstige BPM berekening tussen eerste toelating in het buitenland en de eerste toelating in Nederland, kan je het màximale voordeel naar je toe halen. Hierdoor kan je een relatief schoon voertuig in 2013 nòg voordeliger importeren met de BPM uit 2013 en wordt een relatief vervuilend gebruikt voertuig er in 2013 niet prijziger op dan in 2012. Voor een auto van bijvoorbeeld februari 2010 mag je in 2013 aansluiten bij de BPM methode van 2010, 2011, 2012 of 2013.”
Complex:
Complexer en ondoorzichtiger wordt het wél! Zowel voor de belastingdienst als voor de parallel importeurs. Het blijft opletten geblazen of de fiscus juist omgaat met de BPM aangifte. Dat zij daar moeite mee heeft, is de afgelopen jaren vaker dan eens gebleken. Iedere BPM aangifte wordt tegenwoordig geaccepteerd. De naheffing volgt echter genadeloos als onjuistheid ook maar vermoed wordt en dat kan 5 jaar lang! Het is dus een zaak van zéér groot belang om terug te kunnen vallen op absolute deskundigheid van specialisten die écht weten waarmee ze bezig zijn. Bolsenbroek Van den Boogaard & Partners heeft zichzelf op dit vlak wel bewezen.


Commentaar Gerd Schippers van S-Tax: Ik kan het niet meer dan eens zijn met Frank Bolsenbroek van BBP te Heumen , zoals altijd ziet hij het meer als scherp ! Uiteraard adviseren ook wij u graag in 2013 in deze lastige materie en volgen wij de ontwikkelingen op BPM gebied nauwlettend .

 

 

GOLF VAN NIEUWE NAHEFFINGSAANSLAGEN BPM  

BRONVERMELDING:WWW.NETCAR.NL

De Belastingdienst is bezig aan een nieuw offensief met het opleggen van naheffingsaanslagen. De eerste golf is bij ons binnengekomen de afgelopen weken. Zoals u inmiddels mag verwachten - op grond van het 'vetrouwensbeginsel' - van 'de club' zijn de meeste naheffingsaanslagen op voorhand onhoudbaar.

Het ziet er echter naar uit dat dat de Belastingdienst niet deert, geld proberen binnen te reifen is zoals wij dat inmiddels gewend zijn het enige motto, niet de juiste belasting heffen, die tijden liggen reeds heel ver achter ons.

Daarbij is werkelijk alles ogenschijnlijk weer geoorloofd, het dreigt meer en meer een afgrijselijke soap te worden voor de betrokkenen. Uitspraken van de Hoge Raad en het HvJ EU deren de Belastingdienst allerminst. Intern zeggen wij al jaren; 'Alles mag bij de Belastingdienst, zo lang het maar in strijd met het recht is'.

Let op als u een naheffingsaanslag krijgt;

1. De Belastingdienst stuurt in alle ons bekende gevallen een vooraankondiging ('vooraankondiging naheffingsaanslag BPM'), hier kunt u het best niet op reageren! De Belastingdienst gaat toch niet over tot heroverweging, al was het maar omdat de wet dat vraagt. Zij gebruiken uw aangeleverde informatie louter en alleen om evt. fouten te verbeteren opdat de naheffingsaanslag in een procedure 'meer kans' heeft niet vernietigd te worden. Dus NIET REAGEREN!! Wel nadrukkelijk verifieren dat het om een vooraankondiging gaat, niet om een definitieve aanslag.

2. Op het moment dat u de naheffingsaanslag daadwerkelijk in de bus krijgt ('naheffingsaanslag BPM'), direct contact met ons opnemen, bij voorkeur via e-mail, wij zorgen dan voor een verzoek tot uitstel van betaling en een pro forma bezwaarschrift. Let wel, de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt slechts 6 weken na dagtekening. 2 Weken na dagtekening begint de invordering (met een dwangbevel in naam der Koningin), dus haast is geboden.

 

 

   

 

ADVOCAAT GENERAAL NEEMT CONCLUSIE INZAKE OPGELEGDE NAHEFFINGSAANSLAG.

BRONVERMELDING:WWW.NETCAR.NL

De Advocaat Generaal van de Hoge Raad, mevrouw mr. M. E. van Hilten heeft een conclusie genomen inzake de opgelegde naheffingsaanslagen.

Evenals wij kwam de A-G tot de vaststelling dat de naheffingsaanslag is opgelegd alvorens de aangiftetermijn noch de betaaltermijn zijn verstreken en alvorens het belastbaar feit heeft plaatsgevonden.

De A-G concludeert tot vernietiging van de betrokken naheffingsaanslag.

De A-G concludeert ondanks de vaststelling dat het vaste jurisprudentie is van o.m. de Hoge Raad dat wanneer de aangiftetermijn noch de betaaltermijn zijn verstreken er geen sprake is van 'tegen beter weten in'. Dat staat lijnrecht tegenover elkaar. Immers, wanneer wordt gehandeld in strijd met aanwijzingen van de Hoge Raad, wordt gehandeld in strijd met het Nederlands Recht en dit leidt tot vernietiging van de bdetrokken uitspraak.

Ofwel, als je als heffende autoriteit de - volgens de A-G consistente en eerdere - aanwijzingen van ons hoogste rechtscollege (en consistente literatuur red. JV) in de wind slaat bij het geven van een beschikking, leidt dit tot vernietiging van de betrokken uitspraak. 

We wachten het oordeel van de Hoge Raad, naar verwachting in 2013, af.

 

 

Schadevergoeding door vertraging in behandeling van bezwaar

BRONVERMELDING:WWW.AUTOENFISCUS.NL

Niet alleen de naheffing en boete van tafel, maar ook nog eens een schadevergoeding? Dat overkwam een berijder van een auto van de zaak die over de bijtelling procedeerde bij Rechtbank Leeuwarden.

Deze berijder had voor vier jaren naheffingsaanslagen gekregen voor het privégebruik van zijn auto van de zaak. Hij heeft daar bezwaar tegen gemaakt, maar pas na 1 jaar en 8 maanden een uitspraak op bezwaar ontvangen. Die uitspraak was voor hem negatief, zodat hij in beroep is gegaan bij de Rechtbank in Leeuwarden. Daar is binnen een jaar uitspraak gedaan.

Rechtbank Leeuwarden besliste in de eerste plaats dat de inspecteur die de aanslagen had opgelegd niet bevoegd was. Wij berichtten op deze website al eerder dat ook Gerechtshof Arnhem van oordeel is dat het Coördinatiepunt Auto van de belastingdienst helemaal geen landelijke bevoegdheid heeft. Tegen dat oordeel loopt op dit moment overigens nog wel een cassatieberoep bij de Hoge Raad, de hoogste belastingrechter.
De aanslagen en de boetes werden door de rechter vernietigd. Naar de vraag of de berijder afdoende heeft aangetoond dat hij niet meer dan 500 km privé per jaar heeft gereden, is daarbij niet eens meer gekeken.

Deze berijder vroeg ook om een immateriële schadevergoeding wegens de lange duur van de behandeling. De rechter oordeelde dat de rechtbank de zaak tijdig heeft behandeld, binnen anderhalf jaar, maar dat de vertraging is toe te rekenen aan de belastingdienst. Zij had de zaak binnen een half jaar moeten afwikkelen. Nu in totaal ook de redelijke termijn van twee jaar is overschreden, werd aan deze berijder een schadevergoeding van 1000 euro toegekend.

 

 

Gerechtshof Den Bosch zet ernstige vraagtekens bij CO2-deel van de BPM op invoerauto

BRONVERMELDING:WWW.AUTOENFISCUS.NL

In een recente uitspraak stelt Gerechtshof Den Bosch ernstige vraagtekens bij de juistheid van het CO2-deel van de BPM op sinds 2010 ingevoerde auto’s. Het Hof heeft deze vragen voorgelegd aan het Europese Hof van Justitie.

Deze zogenaamde prejudiciële vragen stelt het Gerechtshof om daarmee meer duidelijkheid te krijgen over de Europeesrechtelijke aspecten van het CO2-deel van de BPM. Dit gedeelte van de BPM wordt, anders dan de in 2008 en 2009 geldende “slurptaks” ook geheven op auto’s uit eerdere bouwjaren. Dat betreft dus auto’s die vanaf 2010 in Nederland zijn ingevoerd, maar een bouwjaar van vóór 2010 hebben. Nederland is als lidstaat van de EU weliswaar zelfstandig bevoegd een belasting zoals de BPM te heffen, maar moet daarbij wel de grenzen van de Europeesrechtelijke verdragsvrijheden in acht nemen. De vraag is nu of die grenzen niet zijn overschreden door invoering van deze CO2-component van de BPM.

Deze tussenuitspraak ontving AMD automotive fiscalisten van de betreffende gemachtigde, de heer mr. Verhoeven van Netcar Automotive. Uit die uitspraak valt op te maken dat het een auto uit het bouwjaar 2006 betreft, die in 2010 in Nederland is ingevoerd. De BPM bestond daarbij uit twee componenten: een deel op basis van de prijs en een deel op basis van de CO2-uitstoot. Op vergelijkbare auto’s uit 2006 die in 2008 of 2009 zijn ingevoerd, was geen heffing op basis van de CO2 verschuldigd. Het Europese Hof van Justitie moet nu kort samengevat de vraag beantwoorden of dat verschil in behandeling strijdig is met het EU-recht.

In afwachting van de uitkomst van deze procedure adviseren wij u om bezwaar te maken tegen de afdracht van BPM voor zover die BPM wordt berekend over de CO2-uitstoot.

 

 

 Klik om te vergroten

Recente wijziging bpm-wet zorgt voor meevallers

BRONVERMELDING:WWW.AUTOMOTIVE-ONLINE.NL

 

Een recente, tot nu toe vrijwel onopgemerkt gebleven wijziging in de bpm-wet kan tot honderden euro’s voordeel opleveren bij occasionimport. Dat stelt dataleverancier Autotelex. De wetswijziging is per juli ingegaan.

Tot 1 juli konden mensen die een occasion wilden importeren kiezen of ze de rest-bpm wilden berekenen op basis van het actuele bpm-regime of die van het moment van eerste toelating van de auto.

Sinds vorige maand is deze regeling veranderd en kunnen mensen een willekeurige bpm-regeling kiezen sinds het moment van eerste toelating van de auto tot het tijdstip van aangifte.

Twintig wijzigingen
Mensen zijn dus vrij om het voordeligste bpm-regime te kiezen, maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. “Er zijn sinds 1993 wel twintig wijzigingen in de bpm-regeling geweest”, zegt Joost Klaren, hoofd restwaarde bij Autotelex. “De diversiteit daarin is groot dus je kunt niet voor alle importauto's één meest gunstige regeling aanwijzen. Dat kan op één gram CO2 meer of minder al veranderen.”

Autotelex heeft de rekenmodules van haar diensten AutotelexPro en Autotelex Import zo aangepast dat die per importauto volledig automatisch de meest gunstige bpm-regeling selecteert. Het voordeel loopt op van enkele euro’s tot enkele honderden euro’s. Zo is er bijna 300 euro verschil tussen de oude regeling en de nieuwe bij een Toyota Yaris,
rekent Autotelex ons voor.

 

ADVOCAAT GENERAAL NEEMT CONCLUSIE INZAKE OPGELEGDE NAHEFFINGSAANSLAG.

BRONVERMELDING:WWW.NETCAR.NL

De Advocaat Generaal van Hoge Raad neemt uiterlijk op 1 november 2012 een conclusie inzake de door de Belastingdienst opgelegde naheffingsaanslag in een zaak waar door een klant van ons cassatieberoep is ingesteld.

De Belastingdienst heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag opgelegd omdat hij naar de mening van de Inspecteur te weinig belasting heeft aangegeven. Belanghebbende was gehouden de door de Inpecteur opgelegde naheffingsaanslag te voldoen alvorens het belastbaar feit kon plaatsvinden (de registratie van het kenteken).

Artikel 20, lid 1, 1e volzin AWR luidt;

"Indien belasting die op aangifte behoort te worden voldaan of afgedragen, geheel of gedeeltelijk niet is betaald, kan de inspecteur de te weinig geheven belasting naheffen."

Staatssecretaris mr. drs. F.H.H. Weekers is in de cassatieprocedure echter de nadrukkelijke mening toegedaan dat reeds voordat het belastbaar feit zich heeft voorgedaan en voordat belanghebbende enige belasting verschuldigd is of de mogelijkheid heeft gehad bevrijdend te betalen de belasting BPM kan worden nageheven middels een naheffingsaanslag omdat hij van mening is dat de door belanghebbende berekende belasting wel eens meer zou kunnen zijn.

De Belastingdienst hanteert hierbij het motto ´binnen is binnen en zie het maar weer terug te krijgen, wij maken het u zo moeilijk mogelijk´.

Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de Inspecteur wist, danwel behoorde te weten dat de tegen de naheffingsaanslag ingestelde procedure onmogelijk stand zou kunnen houden., onder meer stelt belanghebbende dat uit eerdere rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat in het wettelijk systeem van voldoening van belasting op aangifte het belanghebbende zelf vast stelt of belasting verschuldigd is, zo ja hoeveel en zorg draagt voor voldoening van het door hem berekende bedrag aan verschuldigde belasting BPM.

De rol van de Inspecteur is daarin geheel passief. Weekers denkt daar volledig anders over. Naar zijn mening mag hij omdat de BPM in het voren betaald moet worden, alvorens enige belasting verschuldigd is als verweerder de hoogte van de door hem vermeende belasting berekenen en voor het meerdere dan belanghebbende heeft berekend een naheffingsaanslag opleggen.

Belanghebbende acht deze werkwijze zozeer in strijd met het wettelijk systeem van voldoening van belasting op aangifte dat het de Inspecteur voor aanvang van het heffingsproces volstrekt duidelijk moest zijn dat deze werkwijze geen stand zou kunnen houden in een daartegen ingestelde procedure. Belanghebbende concludeert derhalve tot vergoeding van de door hem in procedure gemaakte kosten.

We wachten het oordeel van de Hoge Raad.

 

 

Dieseltoeslag zeer zuinige auto’s gaat in per 1 augustus

BRONVERMELDING:WWW.AUTOENFISCUS.NL

Op 1 augustus wordt voor zeer zuinige dieselauto’s, met een CO2-uitstoot van minder dan 92 gram/km, de CO2-afhankelijke dieseltoeslag van de BPM ingevoerd.

Oorspronkelijk had deze maatregel in moeten gaan op dezelfde datum als de andere fiscale wijzigingen, namelijk per 1 juli 2012. Die andere wijzigingen, zoals het aanscherpen van de CO2-normen in de bijtelling, zijn eind vorig jaar al in het parlement behandeld. Voor de CO2-afhankelijke dieseltoeslag was daarbij echter verzuimd te regelen dat deze ook moest gaan gelden voor de dieselauto’s die voor het overige vrijgesteld zijn van BPM.

Inmiddels is deze wetswijziging, na vertraging door de val van het kabinet, alsnog door de Tweede en Eerste Kamer aangenomen en is zij deze maand in het Staatsblad gepubliceerd. Dat betekent dat de wijziging alsnog ingaat per 1 augustus. Vanaf die datum wordt ook op de zeer zuinige dieselauto’s een BPM-toeslag geheven. Deze bedraagt € 40,68 voor elke gram boven 70 gram/km.

Voor tariefsverhogingen in de BPM geldt een overgangsregeling. Als voorafgaand aan de datum van de verhoging al een nog niet tenaamgesteld kenteken is afgegeven, blijft het oude tarief van toepassing mits de tenaamstelling binnen twee maanden na de datum van de tariefsverhoging plaatsvindt.

 

 

Vanaf 1 Augustus werken wij met de nieuw geldende BPM-tarieven.

Wij zijn begonnen met de op 1 Juli nieuwe BPM tarieven en berekeningen door te voeren,uiteraard op basis historische en actuele bruto BPM tarieven.Voor vragen over de BPM en/of BPM taxaties adviseren wij u graag.

 

 

Berekening BPM vanaf 1 Juli 2012 voor personenauto's

Om de prikkel voor autofabrikanten groter te maken om ook in de toekomst steeds zuinigere auto's op de Nederlandse markt aan te bieden worden de CO2-grenzen aangescherpt. De eerste aanscherping van de CO2-grenzen vindt plaats per 1 juli 2012. Het huidige onderscheid in CO2-grenzen voor benzine en diesel verdwijnt. De komende jaren groeien deze grenzen langzaam naar elkaar toe. Vanaf 2015 wordt er geen onderscheid meer gemaakt.

Tarieven BPM van 1 juli 2012 tot 1 januari 2013
Zeer zuinige benzineauto’s (CO2-grens < 103 g/km)vrijgesteld
Zeer zuinige dieselauto’s (CO2-grens < 92 g/km)vrijgesteld
Elektrische auto’s (nulemissieauto’s)vrijgesteld
Basispercentage, toeslagen en kortingen
Basispercentage BPM van de nettocatalogusprijs11,1%
Benzinekorting450
Dieseltoeslag(*)
Korting diesel affabriekroetfilter0
Korting diesel Euro-61.000
Benzine, tarief op basis van CO2 uitstoot
Vrijstelling CO2-grens < 103 g/km
Tarief eerste schijf euro per g/km (CO2-grens 103-159 g/km)€101
Tarief tweede schijf euro per g/km (CO2-grens 160-237 g/km)€121
Tarief derde schijf euro per g/km (CO2-grens 238-242 g/km)€223
Tarief vierde schijf euro per g/km (CO2-grens > 242 g/km)€559
Diesel, tarief op basis van CO2 uitstoot
Vrijstelling CO2-grens < 92 g/km
Tarief eerste schijf euro per g/km (CO2-grens 92-143 g/km)€101
Tarief tweede schijf euro per g/km (CO2-grens 144-211 g/km)€121
Tarief derde schijf euro per g/km (CO2-grens 212-225 g/km)€223
Tarief vierde schijf euro per g/km (CO2-grens > 225 g/km)€559

 


 

 

GERECHTSHOF ARNHEM OORDEELT DAT HET OPLEGGEN VAN EEN NAHEFFINGSAANSLAG DIENT TE LEIDEN TOT WERKELIJKE PROCESKOSTEN.

BRONVERMELDING:WWW.NETCAR.NL

In de zaak met nr. 11/00486, d.d. 20 maart 2012 heeft het Gerechtshof in Arnhem kortweg overwogen dat het opleggen van een naheffingsaanslag alvorens het belastbaar feit heeft plaatsgevonden dient te leiden tot vergoeding van de werkelijke proceskosten.

De belastingdienst heeft vanaf 1 januari 2010 op zeer grote schaal naheffingsaanslagen opgelegd wanneer naar zijn haar mening te weinig belasting werd aangegeven. Het Gerechtshof Arnhem overweegt in zijn uitspraak van 20 maart 2012 dat dat niet kan. Het naheffen van belasting alvorens het belastbaar feit heeft plaatsgevonden is zozeer in strijd met het wettelijk systeem van voldoening van belasting op aangifte dat de Belastingdienst bij het opleggen ervan wist , danwel behoorde te weten dat de uitspraak of beschikking in een daartegen ingestelde procedure geen stand zou kunnen houden.

Een prima uitspraak vinden wij. De Belastingdienst tracht al vanaf 2002 op grote schaal importeurs structureel te belazeren bij het invoeren van gebruikte auto's. Nu vangen ze al geruime tijd bot bij de uitspraken door de diverse rechtscolleges en dat zal nog wel een tijdje aanhouden.

Hebben wij uw zaak in behandeling, dan zullen wij, zoals wij dat overigens al deden, de Belastingdienst verzoeken om de werkelijke proceskosten te vergoeden.

 

 

 

 

Controle op basis art 50 AWR ivm met onderzoek naar BPM aangifte op basis taxatie rapport en koerslijst.

De belastingdienst is momenteel bezig met onderzoeken op basis van art 50 AWR betreffende bpm aangiftes op basis taxatie rapporten en koerslijst.Dit houdt concreet in dat u misschien een bezoek op uw bedrijf kunt verwachten dit geldt niet automatisch voor iedereen natuurlijk.Mocht u de aankondiging krijgen dat uw bedrijf geselecteerd is dan word er gevraagd naar:

  • Reparatienota,s.
  • Verkoopfactuur van de aangegeven auto.
  • Inkoopfact. van de aangegeven auto.

Deze controles hoeven geen probleem te zijn verleen gewoon uw medewerking en mocht er een naheffing volgen neem contact met ons op en wij koppelen dit terug naar onze belasting deskundige.Heeft u vragen over deze controle, wij adviseren u graag.

 

 

 

 

Hoge Raad: BPM-wetgeving 12%-regeling bij invoer onjuist

 De Hoge Raad heeft vandaag, 2 maart 2012, geoordeeld dat de manier waarop de BPM op een invoerauto wordt berekend, strijdig is met het EU-recht

Met dat oordeel bevestigt de Hoge Raad de eerdere uitspraak van Rechtbank Arnhem hierover. Hoewel dit oordeel niet onverwacht komt, blijft het toch een bijzondere uitkomst. In 2009 oordeelde de Hoge Raad namelijk ook al dat de wetgeving op dit punt niet conform het EU-recht was. Per 1 januari 2010 is de Wet BPM daar aangepast.Maar ook die aanpassing blijkt nu onjuist.

 

 

BPM-heffing 12%-regeling importauto's onderuit .

AMSTERDAM - De manier waarop de Belastingdienst de bpm op importauto’s berekent, kan definitief niet door de beugel. De Hoge Raad heeft vanochtend bepaald dat een regeling die geldt sinds 2010 in strijd is met Europees recht.

Hierdoor blijft een eerdere uitspraak van de rechtbank begin 2011 staan. Die maakte al gehakt van de zogenoemde ’12%-regeling’. De staatssecretaris ging echter in cassatie, maar heeft verloren.

De 12%-regeling is ingevoerd nadat de Hoge Raad in 2009 een streep zette door de destijds gehanteerde rekenmethode voor de 'belasting van personenauto's en motorrijwielen'.

De bpm wordt berekend door de restwaarde van de geïmporteerde auto te vergelijken met de nieuwwaarde. De Hoge Raad zei in 2009 dat voor het bepalen hiervan niet de verkoopwaarde, maar de lagere inkoopwaarde centraal moet staan. Met een lagere bpm-heffing tot gevolg.

Het ministerie reageerde in mei 2010 daarom met een wetswijziging en de zogeheten 12%-regeling. Die zorgt ervoor dat de nieuwwaarde lager uitvalt, waardoor het voordeel van het arrest uit 2009 teniet wordt gedaan.

De Hoge Raad heeft vanmorgen besloten dat ook de nieuwe regeling niet past. Die kan ertoe leiden dat over een ingevoerde auto meer bpm wordt geheven dan over een bolide die al in Nederland geregistreerd staat en wordt doorverkocht. Dat is in strijd met Europese regels.

In dit geval ging het om een Bentley. Een handelaar krijgt nu €5.529 terug. Jaap Overboom, die de zaak namens de importeur aanspande, zegt dat mensen die tussen mei 2010 en 1 juli 2011 een naheffingsaanslag hebben betaald, dit geld moeten terugkrijgen.

Bovendien kan de fiscus volgens Overboom over bolides die na 1 juli 2011 zijn aangegeven geen naheffingen meer opleggen.

 

 

 

Fiscus gaat bezwaren schikken

De belastingdienst heeft de afgelopen twee jaren zeer grote hoeveelheden bezwaarschriften tegen BPM-aanslagen ontvangen. In verband met de werkdruk worden deze nu afgehandeld via een schikking.

Een deel van de bezwaren gaat over de tot 1 juli 2011 gehanteerde werkwijze van de fiscus bij de invoer van jonge gebruikte auto’s. Als de fiscus van mening was dat er een hoger BPM-bedrag verschuldigd was dan was aangegeven, werd het verschil meestal op een juridisch onjuiste wijze alsnog geheven. Daarover zijn inmiddels meerdere procedures gevoerd, waarin de fiscus in het ongelijk is gesteld.

Een ander deel van de bezwaren gaat over de nieuwe wettelijke regeling van de vaststelling van de rest-BPM, waarbij een vergelijking plaatsvindt met de historische inkoopwaarde. Die inkoopwaarde, waarbij een korting van 12% op de verkoopwaarde plaatsvindt, is omstreden en door Rechtbank Arnhem afgekeurd. Later dit jaar volgt daar een uitspraak van de Hoge Raad over.

Te vroege bpm-naheffing is niet rechtsgeldig

Gerechtshof Den Haag heeft in hoger beroep geoordeeld dat de bpm niet kan worden nageheven zolang deze kan worden aangegeven en voldaan, dat wil zeggen zolang het kenteken niet op naam is gesteld.

Een bv koopt in Luxemburg een gebruikte auto voor € 7.500, exclusief btw. Op 1 november 2010 doet de bv bpm-aangifte met een verschuldigd bedrag van € 587. Op 12 november 2010 legt de inspecteur een bpm-naheffingsaanslag op van € 2.428. De bv krijgt vervolgens een betaalbericht voor zowel de aangegeven bpm als de nageheven bpm. De bv betaalt het totaalbedrag van € 3.015 op 15 november 2010 en de inspecteur geeft vervolgens het fiscaal akkoord aan de RDW af.
­
 
 
 
De bv maakt bezwaar tegen de naheffing, aangezien deze is opgelegd voordat zij de aangegeven bpm kon voldoen. Rechtbank Den Haag oordeelt dat de naheffing rechtsgeldig is, aangezien er een groot verschil is tussen de aangegeven bpm en de materieel verschuldigde bpm. Hierop gaat de bv in hoger beroep.
­
Het hof in Den Haag oordeelt dat de bpm niet kan worden nageheven zolang deze kan worden aangegeven en voldaan, dat wil zeggen zolang het kenteken niet op naam is gesteld. De aanslag is opgelegd, voordat het kenteken op naam was gesteld. Het beroep van de bv is dus gegrond. Het maakt niet uit dat het kenteken pas op naam wordt gesteld, wanneer de volledige belasting is voldaan, welk laatste gegeven voor een inspecteur aanleiding is het fiscaal akkoord door te geven

 

 

Berekening BPM 2012 voor personenauto's

De BPM wordt in vier jaar tijd omgevormd van een heffing die voornamelijk op de catalogusprijs is gebaseerd naar een heffing op basis van de CO2-uitstoot (NOx en fijnstof gaan ook een rol spelen). De derde stap wordt in 2012 gezet. In 2013 is deze omvorming volledig afgerond en is de heffing alleen nog maar gebaseerd op CO2-uitstoot en dus niet meer op het relatieve milieulabel of hybride techniek. Per 1 januari 2012 wordt de BPM-heffing vastgesteld op basis van de netto-catalogusprijs van een personenauto en op basis van de CO2-uitstoot. Voor de heffing op basis van de CO2-uitstoot worden drie (vanaf 1 juli 2012 vier) schijven vastgesteld met daarbij behorende progressieve tarieven.

Tarieven BPM van 1 januari 2012 tot 1 juli 2012

Zeer zuinige benzineauto’s (CO2-grens < 111 g/km)

vrijgesteld

Zeer zuinige dieselauto’s (CO2-grens < 96 g/km)

vrijgesteld

Elektrische auto’s (nulemissieauto’s)

vrijgesteld

Basispercentage, toeslagen en kortingen

Basispercentage BPM van de nettocatalogusprijs

11,1%

Benzinekorting

450

Aardgaskorting

950

Dieseltoeslag

1.900

Korting diesel affabriekroetfilter

0

Korting diesel Euro-6

1.000

Korting zuinige benzineauto’s (CO2-grens 110 - 120 g/km)

0

Korting zuinige dieselauto’s (CO2-grens 95 – 120 g/km)

0

Benzine, tarief op basis van CO2 uitstoot

Vrijstelling CO2-grens < 111 g/km

Bonus CO2-grens 110 - 120 g/km

0

Tarief eerste schijf euro per g/km (CO2-grens 110-180 g/km)

94

Tarief tweede schijf euro per g/km (CO2-grens 180-270 g/km)

280

Tarief derde schijf euro per g/km (CO2-grens > 270 g/km)

654

Diesel, tarief op basis van CO2 uitstoot

Vrijstelling CO2-grens < 96 g/km

Bonus CO2-grens 95 - 120 g/km

0

Tarief eerste schijf euro per g/km (CO2-grens 95-155 g/km)

94

Tarief tweede schijf euro per g/km (CO2-grens 155-232 g/km)

280

Tarief derde schijf euro per g/km (CO2-grens > 232 g/km)

654

 

 

Advocaat-Generaal: BPM op leenauto is niet EU-proof

Bij het Europese Hof van Justitie is een aantal Nederlandse BPM-zaken aanhangig over de BPM-heffing op geleende buitenlandse auto’s. De Advocaat-Generaal heeft in deze zaken zijn conclusie gepubliceerd.

Zo’n conclusie bevat een juridische uiteenzetting van de visie van de Advocaat-Generaal en fungeert als advies aan de rechters van het Europese Hof van Justitie. De uitspraak van het Hof zelf zal over enige tijd volgen.

De zaak betreft een bekend fenomeen: er rijdt een inwoner van Nederland in een buitenlands gekentekende auto. Veel van die situaties zijn gewoon toegestaan en betreffen meestal vrijstellingen voor medewerkers van buitenlandse bedrijven. Een andere belangrijke vrijstelling is de vrijstelling voor buitenlandse huur- en leenauto’s. Deze vrijstelling geldt voor maximaal 2 weken en moet voor aanvang van het Nederlandse weggebruik aangevraagd worden.

Deze vrijstelling is begin 2007 weliswaar verruimd tot 2 weken, maar de vraag is of heffing bij het begin van het Nederlandse weggebruik sowieso wel is toegestaan. De drie procedures betreffen inwoners van Nederland die om niet een auto van een buitenlands familielid hebben geleend en daarmee in Nederland een rit hebben gemaakt. Zij beriepen zich op het Europese Verdrag en vooral op het daarin opgenomen recht op vrij reizen en verblijven.

De Advocaat-Generaal is van mening dat een BPM-heffing bij aanvang van het binnenlandse weggebruik inderdaad per saldo neerkomt op een gebruiksverbod. De belasting , oplopend tot ongeveer de helft van de waarde van de auto, is immers een veelvoud van de economische waarde van het gebruik.
Ook vindt hij dat het argument van het tegengaan van belastingontwijking onvoldoende om zo’n hoge heffing te heffen. Vanzelfsprekend is het wel mogelijk om adequaat toezicht te houden op de bruikleen om niet van auto’s vanuit het buitenland. In de procedure kwam de huidige vrijstelling van maximaal twee weken niet aan de orde omdat deze op het moment dat de drie naheffingen werden opgelegd nog niet in die vorm bestond. Desondanks is het niet uitgesloten dat ook wanneer niet alle voorwaarden van die vrijstelling zijn nageleefd of die vrijstelling niet eens is aangevraagd, toch BPM-heffing achterwege dient te blijven op buitenlandse leenauto’s.

 

 

De BPM in Europees perspectief

Het Europese recht biedt lidstaten de ruimte om een registratie belasting op auto’s te heffen; veel lidstaten doen dit ook. Het is echter moeilijk dit op zo’n manier te doen, dat enerzijds gebruikteauto’s afkomstig uit andere lidstaten niet te zwaar worden belast, en anderzijds de binnenlandse autohandel niet wordt benadeeld.

De Europeesrechtelijke principes moeten gerespecteerd worden:

• De belasting op een gebruikt voertuig uit een andere lidstaat mag niet, ook niet in een klein aantal gevallen, hoger zijn dan de belasting die nog drukt op een vergelijkbaar binnenlands voertuig.

• De heffing van buitenlandse voertuigen die hier tijdelijk worden gebruikt, bijvoorbeeldhuurauto’s, mag niet leiden tot een belemmering van het vrije dienstenverkeer.

De Wet BPM is in de laatste jaren een aantal maal aangepast om deze te conformeren aan deze principes. Desalniettemin blijft deze belasting gevoelig voor Europees rechtelijke problemen.Rechterlijke uitspraken op dit vlak leiden soms tot een systematische bevoordeling van geïmporteerde gebruikte auto’s, en daarmee tot een benadeling van de Nederland nieuw verkochte voertuigen. Ik hecht belang aan een gelijk speelveld in deze markt en vind zo’n benadeling daarom onwenselijk. Daarnaast kan een bevoordeling van de import van gebruikteauto’s de opbrengst van de BPM onder druk zetten en de waarde van de BPM als beleidsinstrument aantasten. Wanneer dit noodzakelijk blijkt zal ik nadere wetswijzigingen voorstellen om wederom een gelijk speelveld te creëren. Een eenvoudige oplossing voor deze problematiek bestaat niet.Robuustheid van de autobelastingen is echter een speerpunt. Door de Europese Commissie voor2011 aangekondigde initiatieven om fiscale obstakels op het gebied van autobelastingen aan te pakken zie ik met belangstelling tegemoet.

 
 
 
 
Let voor een succesvol bezwaar op de fiscale spelregels
 

Op 24 augustus 2011 is een uitspraak gepubliceerd waarin Rechtbank Breda zich uitspreekt over de fiscale spelregels van bezwaar en beroep: belangrijke spelregels die een zaak kunnen maken of breken.

Het ging in deze zaak om iemand die aangifte BPM heeft gedaan voor een gebruikte auto. De inspecteur was van mening dat het te betalen bedrag zo’n vier keer hoger moest zijn. In een brief schreef hij dat hij het voornemen had af te gaan wijken van de aangifte. Tegen die brief is bezwaar gemaakt. Formeel kan dat niet, maar de inspecteur heeft zich er wel inhoudelijk over gebogen en het afgewezen. In de daarop volgende beroepszaak verklaart de rechter deze zaak alsnog niet-ontvankelijk: de zaak wordt dan inhoudelijk niet behandeld. Tegen de aankondiging kon namelijk nog geen bezwaar gemaakt worden: dat kan formeel pas tegen de naheffingsaanslag.


 

BPM berekening: fiscus opnieuw teruggefloten

De rechtbank in Arnhem heeft het ministerie van Financiën teruggefloten in hun berekening van de BPM op importauto’s. Deze rekenmethode wijkt af van de berekening zoals deze wordt gehanteerd door autohandelaren. De 12 procent regeling die het ministerie sinds ingang van 2011 hanteert is in strijd met het Europees recht, zo oordeelt de rechtbank

 

Berekening BPM

De BPM (belasting van personenauto’s en motorrijwielen) van geimporteerde auto,s wordt bepaald door de restwaarde van de auto te vergelijken met de nieuwwaarde. Het is niet de eerste keer dat het ministerie van Financiën in aanvaring komt met autohandelaren. Beide partijen steggelen al langere tijd over de juiste berekeningsmethode.

Inkoopwaarde bpm

Zo zette de Hoge Raad in 2009 al eerder een streep door de door de fiscus gehanteerde rekenmethode voor de BPM. Hierbij werd bepaald dat men niet langer de verkoopwaarde, maar de (lagere) inkoopwaarde als het uitgangspunt van berekening moest nemen.

12% regeling

Na het besluit van de Hoge Raad kwam het ministerie van Financïen in 2010 met de 12 procent regeling. Hiermee zou over een geïmporteerde auto meer BPM worden geheven dan over een auto die al in Nederland geregistreerd staat en wordt doorverkocht. De Arnhemse rechtbank heeft nu bepaald dat ook deze regeling niet door de beugel kan.

 

Nieuwe werkwijze BPM aangiften bij parallel geïmporteerde auto’s per 1 juli

30 juni 2011

De nieuwe werkwijze Belasting Personenauto’s en Motorrijwielen (BPM) bij aangiften van parallel geïmporteerde auto’s gaat op 1 juli in. Het gevolg is een snellere afhandeling van de invoerprocedure.

De Belastingdienst geeft voortaan direct na betaling van het aangegeven BPM-bedrag het 'fiscaal akkoord'. Dit akkoord is een signaal aan de Rijksdienst voor Wegverkeer (RDW), dat zij voor het voertuig een kentekenbewijs mogen afgeven.

Binnen 6 maanden

Met de nieuwe procedure krijgen particulieren en ondernemers die een auto (parallel) importeren - voorafgaand aan de controle of er een naheffingsaanslag moet worden opgelegd - het 'fiscaal akkoord' van de Belastingsdienst. Als de aangifte voor verdere controle is geselecteerd, krijgt men hiervan bericht. En kan er een naheffingsaanslag worden opgelegd. De Belastingdienst streeft ernaar deze naheffingsaanslag binnen 6 maanden na de aangifte op te leggen.

Bij aangiften waarbij een verhoogd risico bestaat dat de belasting niet betaald wordt, moet degene die de auto importeert eerst de aangifte en de naheffingsaanslag betalen, voordat de Belastingdienst het 'fiscaal akkoord' afgeeft.

 

 

Werkwijze fiscaal akkoord vanaf 1 juli 2011

Informatie over de wijziging met ingang van 1 juli 2011 van het aangifteproces bpm bij parallelimport en het moment van verstrekken fiscaal akkoord aan de RDW

Op 1 juli 2011 is het aangifteproces voor parallelimport en het moment van verstrekken fiscaal akkoord gewijzigd. Door deze nieuwe werkwijze kan na betaling op aangifte van de bpm direct ‘fiscaal akkoord’ gegeven worden aan de Rijksdienst voor het wegverkeer (RDW). Het ‘fiscaal akkoord’ is het signaal dat wij aan de RDW doorgeven dat voor het motorrijtuig een kenteken mag worden afgegeven.

Let op!

Vanaf 1 juli 2011 betekent de afgifte van het fiscaal akkoord niet dat u de volledig verschuldigde bpm hebt betaald. De controle van de aangifte wordt afgerond na de ontvangst van het aangegeven bpm-bedrag en de afgifte van het fiscaal akkoord. Hebt u te weinig bpm aangegeven en betaald? Dan wordt voor het verschil alsnog een naheffingsaanslag opgelegd. Daarnaast kan een boete worden berekend.

Hieronder wordt u geïnformeerd over deze wijziging.

 

 

 

Aangifteproces vanaf 1 juli 2011

Selectie voor administratieve controle

Na ontvangst van uw aangifte of melding wordt beoordeeld of deze administratief gecontroleerd moet worden.

Geen administratieve controle

Wordt uw aangifte niet administratief gecontroleerd? Dan zijn er 2 mogelijkheden:

  • Hebt u een te betalen bedrag aangegeven? Dan krijgt u voor dit bedrag een betaalbericht. Nadat wij dit bedrag hebben ontvangen, wordt direct het fiscaal akkoord aan de RDW afgegeven op basis van de gegevens in de aangifte.
  • Hebt u geen te betalen bedrag aangegeven? Dan wordt direct het fiscaal akkoord aan de RDW afgegeven op basis van de gegevens in de aangifte.

Wordt uw melding niet administratief gecontroleerd? Dan wordt direct het fiscaal akkoord aan de RDW afgegeven op basis van de gegevens in de melding.

Wel administratieve controle

Vindt een eerste inhoudelijke administratieve controle plaats? Dan wordt bij een aangifte of melding met een taxatierapport ook besloten of een hertaxatie moet worden ingesteld.

Afhankelijk van de uitslag van de eerste administratieve controle zijn er 2 mogelijkheden:

  • U hoeft geen bpm-bedrag te betalen of u bent een vergunninghouder en meldt het motorrijtuig en betaalt de bpm achteraf op aangifte. Dan zijn er 2 mogelijkheden:
    - Gaat het om een melding van een vergunninghouder waarvoor een hertaxatie is ingesteld? Dan wordt direct fiscaal akkoord afgegeven aan de RDW op basis van de gegevens in de melding. U krijgt hiervan een bericht. Na ontvangst van het rapport van de hertaxatie en een eventuele nadere inhoudelijke controle, wordt het herrekend bruto bpm-bedrag vastgesteld. U en uw regio-inspecteur krijgen hiervan een bericht.
    - In alle andere gevallen wordt direct fiscaal akkoord aan de RDW afgegeven op basis van de gegevens uit de controle. Wordt er afgeweken van de gegevens in de aangifte of melding? Dan krijgt u hiervan een bericht.
  • U moet een bpm-bedrag betalen. Dan zijn er 2 mogelijkheden:
    - Er is geen of een klein verschil tussen het aangegeven en het vastgestelde bpm-bedrag. Dan kan de aangifte worden gevolgd. U krijgt een betaalbericht voor het te betalen bpm-bedrag volgens de aangifte. Nadat wij dit bedrag hebben ontvangen, wordt direct het fiscaal akkoord aan de RDW afgegeven op basis van de gegevens in de aangifte.
    - In alle andere gevallen wordt de aangifte niet gevolgd. U krijgt dan ook een betaalbericht voor het te betalen bpm-bedrag volgens de aangifte. De aangifte wordt nader gecontroleerd.

Naheffingsaanslag

Na ontvangst van het te betalen bedrag volgens de aangifte wordt direct het fiscaal akkoord afgegeven op basis van de gegevens in de aangifte. Hierna kan de RDW het kentekenbewijs afgeven. U krijgt bericht dat er, ondanks de afgifte van het fiscaal akkoord, nog een naheffingsaanslag kan volgen omdat de aangifte nog wordt gecontroleerd.

Na afloop van de controle wordt het verschuldigde bpm-bedrag vastgesteld. Het eventuele verschil tussen het aangegeven (en betaalde) en het verschuldigde bpm-bedrag wordt nageheven nadat de RDW het kenteken van het motorrijtuig heeft te naam gesteld.

Hoewel de wettelijke naheffingstermijn 5 jaar bedraagt, proberen wij de naheffingsaanslag zoveel mogelijk binnen een periode van 1 tot maximaal 6 maanden na de te naam stelling van het kentekenbewijs op te leggen. Afhankelijk van de verwijtbaarheid kan een boete worden opgelegd.

Omdat al fiscaal akkoord is afgegeven aan de RDW op basis van de gegevens in de aangifte, zal de naheffingsaanslag leiden tot wijziging van het bruto bpm-bedrag in het kentekenregister en op het kentekenbewijs. In dat geval haalt de RDW het kentekenbewijs deel 1A van de kentekenhouder terug om het bruto bpm-bedrag op het kentekenbewijs te wijzigen.

In uitzonderingsgevallen moet ook eerst het bedrag van de naheffingsaanslag zijn betaald voordat het fiscaal akkoord wordt afgegeven. In dat geval krijgt u eerst bericht dat het fiscaal akkoord nog niet is afgegeven omdat de aangifte nog wordt gecontroleerd. Na een nadere inhoudelijke controle wordt het verschuldigde bpm-bedrag vastgesteld. Het verschil tussen het aangegeven (en betaalde) en het verschuldigde bpm-bedrag wordt nageheven. Afhankelijk van de verwijtbaarheid kan een boete worden opgelegd. Na ontvangst van het nageheven bpm-bedrag wordt direct het fiscaal akkoord afgegeven op basis van de verschuldigde bpm.

Gevolgen voor ondernemers

De wijziging van het bpm-aangifteproces heeft gevolgen voor u als ondernemer. De controle van de aangifte vindt namelijk altijd plaats nadat u de aangegeven bpm hebt betaald. Het gevolg van deze controle kan zijn dat een naheffingsaanslag wordt opgelegd. Hebt u het motorrijtuig al verkocht? Dan kan het zijn dat u het nageheven bpm-bedrag niet meer kunt verhalen op uw klant.

RDW en uw kentekenbewijs

Eén van de gevolgen van het gewijzigde bpm-aangifteproces is dat wij vaker de aangegeven bruto bpm-bedragen achteraf moeten corrigeren. Dit leidt tot een wijziging van het bruto bpm-bedrag op het kentekenbewijs en in het kentekenregister van de RDW. In dat geval haalt de RDW het kentekenbewijs deel 1A van de kentekenhouder terug om het bruto bpm-bedrag daarop te wijzigen.

 

 

Ingevoerde auto's met weinig kilometers toch nieuw voor BPM

Rechtbank Arnhem heeft in een procedure over 54 ingevoerde exclusieve auto’s beslist dat er sprake is van nieuwe auto’s. Bij de bepaling van de BPM mag daarom geen afschrijving worden toegepast.

De importeur van deze auto’s is geen officiële importeur, maar is actief in de parallelimport. Gedurende de maanden waar de procedure over ging, heeft hij 56 auto’s ingevoerd. Met 45 auto's was ten tijde van de kentekenregistratie in Nederland minder dan 100 kilometer gereden. In bijna alle gevallen was tussen de eerste registratie in Duitsland en de eerste registratie in Nederland minder dan een maand verstreken. In de taxatierapporten van de auto's is vermeld dat door parallelimport de waarde van de auto's is gedaald. Verder is daarin vermeld dat de auto's niet meer als nieuw en ongebruikt worden aangemerkt en dat daardoor de waarde extreem is gedaald. De Douane heeft de auto’s ook aangemerkt als gebruikt.

Uit een eerdere rechtszaak van deze importeur bleek reeds dat de auto’s in veel gevallen pas na verkoop aan de uiteindelijke Nederlandse klant op Duits kenteken werden gezet. De reden hiervoor was dat de Duitse wederverkopers daartoe door hun merkdealers en fabrikanten gedwongen waren omdat zij vanuit concurrentieoogpunt geen ongekentekende auto’s willen exporteren.

De rechter spreekt uit dat het voor de vraag of er voor de BPM sprake is van een nieuwe of een gebruikte auto niet van belang is of de koper een prijs heeft betaald die gelijk is aan de nieuwprijs: “Het oordeel dat een ingevoerde auto moet worden vergeleken met nieuwe referentieauto's is veeleer afhankelijk van omstandigheden als het (geringe) tijdverschil tussen eerste registratie van de auto in Duitsland en eerste registratie in Nederland, het (geringe) aantal gereden kilometers en de staat van de auto (al dan niet beschadigd), welke omstandigheden in onderlinge samenhang moeten worden beschouwd”. Hiervoor was geen bewijs aangeleverd. De auto’s moesten dus als nieuwe auto’s worden aangemerkt. De BPM is dan gelijk aan de BPM op een nieuwe auto. Voor een afschrijving daarop is dan geen ruimte.

 

Bpm bij import onderuit

AMSTERDAM, De Telegraaf zaterdag 15 januari 2011

Het ministerie van Financiën is opnieuw teruggefloten vanwege de manier waarop het de bpm op importauto’s berekent. De rechtbank in Arnhem heeft bepaald dat een regeling die geldt sinds 1 januari 2010 in strijd is met Europees recht.

De ’belasting van personenauto’s en motorrijwielen’ wordt berekend door de restwaarde van de geïmporteerde auto te vergelijken met de nieuwwaarde. Over de hoogte van beide bedragen steggelen de importeurs en de fiscus al jaren. De handelaren lijken nu aan de winnende hand.

In 2009 zette de Hoge Raad namelijk ook al een dikke streep door de gehanteerde methode voor de bpm. Die besloot dat voor het bepalen hiervan niet de verkoopwaarde, maar de lagere inkoopwaarde centraal moet staan. Met een lagere bpm-heffing tot gevolg.

Het ministerie reageerde in 2010 een wetswijziging en de zogeheten 12%-regeling. Die zorgt ervoor dat de nieuwwaarde lager uitvalt, waardoor het voordeel van het arrest teniet wordt gedaan.

De rechtbank in Arnhem heeft nu besloten dat de 12%-regeling niet door de beugel kan. Die leidt ertoe dat over een ingevoerde auto meer bpm wordt geheven dan over een bolide die al in Nederland geregistreerd staat en wordt doorverkocht. In dit geval ging het om een Bentley. De handelaar krijgt € 5.529,- terug.

Belastingexpert Jaap Overboom, die de zaak namens de importeur aanspande, vindt de uitspraak opmerkelijk. „De rechtbank heeft in eerste aanleg al gelijk geoordeeld dat deze aanpassing van de wet buiten toepassing moet blijven. Heel bijzonder.”

Belastingdeskundige Monique Ligtenberg (Fiscaal up to Date) zegt dat het „de zoveelste keer is dat de Belastingdienst bij de rechter onderuit gaat doordat bpm-wetgeving in strijd is met het Europese recht. Dit moet het ministerie niet lekker zitten.”

Het ministerie zelf laat weten zich hoogstwaarschijnlijk niet bij de uitspraak neer te leggen en in beroep te gaan.

Door: Sameer van Alfen

 

 

BPM op basis van inkoopwaarde

Als u een auto importeert moet u BPM betalen. De waarde stond bij import altijd ter discussie. De Hoge Raad heeft in juli 2009 bepaald dat de inkoopwaarde als uitgangspunt moet dienen en dus niet de hogere verkoopwaarde aan particulieren.

Contactpersoon

Voor vragen of opmerkingen kunt u contact opnemen met de heer Arjan Hof FB of de heer mr. drs. Sanne van den Elst.

Gevolgen

De import van auto’s wordt hiermee (nog) aantrekkelijker. Tot op heden werd de waarde voor de BPM vastgesteld op de verkoopwaarde aan particulieren (dus inclusief winst en kosten van de dealer/garage). De waarde zal nu niet meer via het internet maar veelal via de Autotelex of gelijkwaardige bronnen worden bepaald. De verkoopwaarde of de inkoopwaarde in het buitenland doet er voor de BPM niet meer toe.

Als u recentelijk (minder dan 6 weken geleden) aanslagen BPM heeft voldaan of ontvangen kunt u hiertegen nog bezwaar aantekenen. U verwijst hierbij naar onderstaande uitspraak. Als u te laat bent kunt u proberen om ambtshalve de teveel betaalde BPM terug te krijgen, de wetgeving voor uw aanslag bleek namelijk achteraf in strijd met de EG wetgeving.

Uitspraak van de Hoge Raad 2009

Op 10 juli 2009 heeft de Hoge Raad twee uitspraken gedaan (arresten gewezen). In de procedure werden auto’s geïmporteerd uit het buitenland. De BPM was bepaald op basis van de consumentenrprijs -/- de wettelijke afschrijvingstabel. In 2006 heeft de Hoge Raad al eens bepaald dat deze afschrijvingstabel in strijd is met het EG recht. Nu komt hier nog iets bij, de huidige wetgeving is ook in strijd met het EG recht. Over de “import auto”moet meer BPM worden betaald dan over gelijke (referentieauto’s) die al in Nederland rondrijden, dit is in strijd met het EG recht. Producten uit het buitenland mogen namelijk niet zwaarder worden belast dan gelijke producten uit Nederland. De Hoge Raad concludeert dat de inkoopprijs van de referentieauto de juiste grondslag is.

Bron: Hoge Raad 10 juli 2009 (nummer 07/43873 en 11237)

Uitspraaak Rechtbank 2011

In 2009 heeft de Hoge Raad bepaald dat de waarde van een auto bij import moet worden bepaald op basis van de handelsprijs (en niet verkoopprijs). In 2010 is er nieuwe wetgeving gekomen, de prijs moest worden bepaald op grond van de verhouding tussen de handelswaarde en de inkoopwaarde. Deze inkoopwaarde is de consumentenprijs x 88% (met correctie van 500 euro). De rechtbank in Arnhem heeft op 11 januari 2011 bepaald dat deze regeling in strijd is met het EG recht (voor de liefhebber 110 VWEU). De zogenaamde 12% regeling is dus nu ook van tafel. Het lijkt logisch dat er hoger beroep gaat volgen, als u hiermee te maken krijgt teken dan bezwaar aan. Bij invoer moet op dit moment een taxatierapport, aankoopfactuur en betalingsbewijs worden overlegd, tenminste dit eist de staatssecretaris van financiën.

 

 

Hoge raad: bpm bij import op basisinkoopwaarde

13-07-2009 16:56

De bpm-afdracht bij auto-import dient voortaan te worden gebaseerd op de inkoopwaarde door de handel van de betreffende auto in plaats van op de verkoopwaarde aan particulieren. Dat heeft de Hoge Raad afgelopen vrijdag bepaald in een arrest in een zaak die was aangespannen door Bovia, de belangenorganisatie voor internationale automobielhandel.

De uitspraak heeft tot gevolg dat de import van auto’s goedkoper wordt. Tot op heden werd het te betalen bpm-bedrag vastgesteld aan de hand van de verkoopwaarde van de auto aan de eindgebruiker, dus inclusief de marge en kosten voor de handelaar. Dit terwijl –volgens de Hoge Raad- bij auto’s die in Nederland worden ingekocht de bpm die nog op de auto rust wordt berekend op basis van de betaalde inkoopsom. De Hoge Raad heeft nu bepaald dat dit verschil in berekeningsmethode dient te vervallen.

Autotelex
Autotelex, gespecialiseerd in de bepaling van inkoopwaarden, stelt in een reactie dat voor het afhandelen van de bpm-afgifte haar handelswaarden nu te gebruiken zijn, in tegenstelling tot de inkoopfactuur of inkoopwaarde in het buitenland. Ook is de uitspraak reden voor Autotelex om alle relevante producten aan te passen aan het arrest.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

BELASTINGDIENST NEGEERT SUPRANATIONALE REGELINGEN TEN FAVURE VAN HET INNEN VAN ONVERSCHULDIGDE BELASTING ONDER DWANG.

BRONVERMELDING:WWW.NETCAR.NL

Afgelopen jaren heeft de Belastingdienst op zeer grote schaal in strijd met de meest elementaire regels van het Unie-recht belastinggeld geind onder dwang van het uitblijven van het belastbaar feit waartoe belasting verschuldigd is.

De Belastingdienst heeft hiervoor betaalberichten uitgezonden met daarop de bepaling dat geen kenteken verkregen kon worden zonder het door de Belastingdienst berekende bedrag aan (verschuldigde) BPM te voldoen.

Daarbij werd de aangever op het litigieuze bericht niet gewezen op de mogelijkheid van het instellen van bezwaar en beroep.

De litigieuze 12%-regeling was een zeer ordinaire importheffing die uitsluitend op te importeren voertuigen werd geheven en niet zelden vele duizenden euro's omvat. Binnenlandse voertuigen waren per definitie uitgesloten van deze heffing. Dit levert strijd op met elementaire overvloedige regels van het Uniee-recht en rechtspraak van het HvJ EU.

De Belastingdienst heeft gewacht met het doen van uitspraak op bezwaar van de meeste bezwaren gericht tegen deze importheffing tot de uitspraak van de Hoge Raad van 2 maart 2012, nr. 11/00875.

Hierin besloot de Hoge Raad - vanzelfsprekend - dat de regeling zich niet verdroeg met art. 110 VWEU.

De Belastingdienst wist toen dus, voorzover zij dat nog niet eerder wist danwel behoorde te weten dat het Unie-recht op de meest elementaire gronden was geschonden.

In het Francovich-arrest en later uitgewerkt in het arrest Brasserie du Pecheur heeft het HvJ EU expliciet opgemerkt dat het beginsel van staatsaansprakelijkheid geldt voor alle gevallen van schending van het gemeenschapsrecht, ongeacht het orgaan van de lidstaat waarvan de de handeling of het verzuim de schending uitmaakt.

Zo stelde het HvJ EU dat de schadevergoedingsplicht van de lidstaat niet afhankelijk kan worden gesteld van nationale regels inzake de verdeling van bevoegdheden tussen de constitionele machten.

M.a.w. er bestaat een plicht tot vergoeding van de schade ongeacht of de schending zich in het kader van een wetgevende, uitvoerende of rechtsprekende taak heeft voltrokken.

Het betrokken orgaan dient zijn bevoegdheden aan te wenden om te waarborgen dat toepassing wordt gegeven aan het beginsel van Unie-trouw (art. 10 VWEU, voorheen art. 5 EG).

In zijn niet aflatende drang belanghebbenden onverschuldigde gelden afhandig te maken, niet zelden bedragen tot 5 mille per belastbaar feit, heeft de Belastingdienst in gevallen dat er twijfel was over de bezwaartermijn of anderszins gekozen op zeer grote schaal bezwaarschriften niet-ontvankelijk te verklaren in plaats van toepassing te geven aan de waarborgen die voortkomen uit het Unie-recht.

Daarbij wordt geen enkel middel geschuwd, zoals het berekenen van het begin van de bezwaartermijn met het doen van aangifte i.p.v. de voldoening, e.a.. 

Daarmee heeft de Belastingdienst - naar mijn bescheiden mening - er bewust voor gekozen belanghebbenden - opzettelijk en tegen beter weten in - verdere schade toe te brengen door in plaats van de tegen beter weten in verkregen onverschuldigde belasting BPM in de uitspraak op bezwaar terug te geven door geen invulling te geven aan de ambtshalve teruggaaf welke bevoegdheid nog gewoonweg open stond voor de Belastingdienst. Hiermee is willens en wetens belastinggeld wat nadrukkelijk tegen beter weten in was verkegen in strijd met het Unie-recht niet teruggegeven aan belanghebbenden.

In mijn ervaringspraktijk (inmiddels vele duizenden rechtszaken) is de Belastingdienst verworden tot een uiterst bedenkelijk orgaan dat ogenschijnlijk pure diefstal van onverschuldigde belastinggelden en het terzijde schuiven van de rechtsbescherming belangrijker acht dan strikte toepassing van de wet en elementair respect voor zijn ingezetenen.

Ook van andere mensen die met de Belastingdienst van doen hebben klagen steen en been over de huidige filosofie van het uitvoerend en wetgevend orgaan.

Ik zou derhalve de stelling wel op willen werpen dat inwoners van de lidstaat Nederland zijn verworden tot inwoners van een staat waar diefstal en oneerbare praktijken van het uitvoerend orgaan dat verantwoordelijk is voor de juiste heffing van belasting schering en inslag is geworden.

Mijn inziens de allerhoogste tijd dat hier eens serieus de bezem doorgehaald gaat worden door een bestuuder met ballen en de betrokkenen zeer nadrukkelijk gaat terechtwijzen voor deze afgrijselijke misstanden.

Ik bezig in deze kwesties niet zelden de term bedrog, volgens van Dale 'het opzettelijk wekken van onjuiste voorstellingen'. De Belastingdienst wekt de indruk verschuldigde belasting te heffen maar gaat feitelijk op dievenpad. Een uitermate zorgwekkende ontwikkeling !

 

BPM 2013: Veel onduidelijkheid bij Parallel Import

BRONVERMELDING:WWW.AUTOBRANCHESIGNALEN.NL

De heffingsgrondslag voor de BPM berekening 2013 wijzigt van deels Catalogusprijs en deels CO2 uitstoot naar een heffing op basis van alleen CO2 uitstoot. Dit leidt voor Parallel Importeurs tot grote onduidelijkheid. De Belastingtelefoon Auto geeft geen duidelijkheid. Dat stelt Frank Bolsenbroek van BBP in Heumen.Bolsenbroek ontvangt dagelijks meerdere berichten van ongeruste inkopers van occasions uit het buitenland. “Volledig onnodig” volgens Bolsenbroek. De onrust is gebaseerd op de vraag: “Hoe zit het met de rest BPM volgend jaar?” Er wordt verondersteld dat de BPM Tabel (de maandelijkse afschrijving op de BPM) wordt afgeschaft. Ook wordt soms gedacht dat er geen aangifte meer gedaan kan worden met een koerslijst of taxatierapport. “Allemaal onterechte zorg” zegt Bolsenbroek.” Feitelijk verandert er helemaal niets! Sterker nog: Het kan er alleen maar beter op worden. Maar begrijpelijk is het wel. Het ligt voor de hand om met dergelijke vragen de Belastingtelefoon Auto te bellen. Daar zit echter weinig kennis. Stel je drie keer een zelfde vraag, ontvang je minimaal drie verschillende antwoorden en waarschijnlijk is er niet één juist. Op veel BPM aangiftepunten wordt die onrust nog eens versterkt door vreemde insinuaties en onjuiste voorspellingen.”
Niets aan de hand dus?
Nee! Wat gebeurt er dan feitelijke wél ? Het enige dat veranderd is de berekeningswijze waarop de Bruto BPM tot stand komt. Die is vanaf 2013 uitsluitend op de CO2 uitstoot gebaseerd. Onder aan de streep blijft de heffing gewoon Belasting Personenauto’s en Motorrijwielen heten. Vervolgens wordt de Bruto BPM –net als altijd- afgeschreven door de leeftijd en/of de staat van het voertuig. Daarvoor pas je de tabel, een koerslijst of een taxatierapport toe. Waardoor zou het dan aantrekkelijker kunnen worden? Bolsenbroek: “Doordat je voor een te importeren voertuig met de Rest BPM berekening mag aansluiten bij het moment van de meest gunstige BPM berekening tussen eerste toelating in het buitenland en de eerste toelating in Nederland, kan je het màximale voordeel naar je toe halen. Hierdoor kan je een relatief schoon voertuig in 2013 nòg voordeliger importeren met de BPM uit 2013 en wordt een relatief vervuilend gebruikt voertuig er in 2013 niet prijziger op dan in 2012. Voor een auto van bijvoorbeeld februari 2010 mag je in 2013 aansluiten bij de BPM methode van 2010, 2011, 2012 of 2013.”
Complex:
Complexer en ondoorzichtiger wordt het wél! Zowel voor de belastingdienst als voor de parallel importeurs. Het blijft opletten geblazen of de fiscus juist omgaat met de BPM aangifte. Dat zij daar moeite mee heeft, is de afgelopen jaren vaker dan eens gebleken. Iedere BPM aangifte wordt tegenwoordig geaccepteerd. De naheffing volgt echter genadeloos als onjuistheid ook maar vermoed wordt en dat kan 5 jaar lang! Het is dus een zaak van zéér groot belang om terug te kunnen vallen op absolute deskundigheid van specialisten die écht weten waarmee ze bezig zijn. Bolsenbroek Van den Boogaard & Partners heeft zichzelf op dit vlak wel bewezen.

 

 

 

 

BPM 2013 soms gunstiger !

Over het algemeen word gedacht dat de BPM formule per 2013 ongunstig is voor import. Het tegengestelde is het geval. De nieuwe BPM-formule 2013 geeft extra mogelijkheden voor het nog goedkoper kunnen importeren dan voorheen. De formule die alleen op de gecombineerde CO2-uitstoot gebaseerd is kan ook voor gebruikte auto’s zeer gunstig uitvallen. Jonge auto’s ( tussen 1 maand jong en 4 jaar oud ) met een relatief lage gecombineerde CO2-uitstoot en hoge nieuwprijs is de categorie die het meest profiteert van de BPM-formule die per 01-01-2013 gebruikt mag worden.

 

 

 

 

 

 

 

 

Over het algemeen word verondersteld dat de  BPM formule per 2013 ongunstig is voor import. Het tegengestelde is het geval. De nieuwe BPM-formule 2013 geeft extra mogelijkheden voor het nog goedkoper kunnen importeren dan voorheen. De formule die alleen op de gecombineerde CO2-uitstoot gebaseerd is kan ook voor gebruikte auto’s zeer gunstig uitvallen. Jonge auto’s ( tussen 1 maand jong en 4 jaar oud ) met een relatief lage gecombineerde CO2-uitstoot en hoge nieuwprijs is de categorie die het meest profiteert van de BPM-formule die per 01-01-2013 gebruikt mag worden.